← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2019:4574

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/659077-17 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 2 oktober 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] . , gevestigd te [vestigingsplaats] , [adres] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 september 2019, waarop de inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden. Op 18 september 2019 is het onderzoek gesloten. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N.T.R.M. Franken en van hetgeen mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, namens verdachte naar voren heeft gebracht. Verdachte werd vertegenwoordigd door [A] . 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 29 oktober 2014 tot en met 18 juli 2017 te Soest en/of Amsterdam, althans in Nederland samen met anderen, althans alleen, één of meer percelen grond en/of appartementsrechten en/of opstalrechten met betrekking tot [resort 1] , [resort 2] en recreatiepark [resort 3] , heeft witgewassen. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Verdachte heeft de opstalrechten van drie recreatieparken verworven en voorhanden gehad, terwijl verdachte wist dat deze opstalrechten met uit misdrijf verkregen geld waren verkregen. Dit maakt dat zij zich daarmee ook schuldig heeft gemaakt aan witwassen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De raadsman heeft primair bepleit dat een vrijspraak voor het onderliggende misdrijf automatisch tot gevolg heeft dat er geen sprake kan zijn van witwassen. Er is dan immers geen sprake van uit misdrijf verkregen geld. Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat met de aankoop en doorverkoop van de parken niet ook de parken zijn witgewassen, maar alleen het geld, omdat er geen sprake is van vermenging van vermogen waardoor de illegale component niet meer aanwijsbaar is. Dit betekent dat het aan verdachte ten laste gelegde niet kan worden bewezen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Inleiding De rechtbank heeft ten aanzien van medeverdachte [medeverdachte 1] bewezen verklaard dat [onderneming 1] B.V. door gebruik te maken van vervalste documenten een lening heeft verkregen van 4,5 miljoen euro en met deze lening – kortgezegd – vier recreatieparken heeft gekocht, alsmede de daarop berustende rechten. De rechtbank volstaat in dit vonnis met een verwijzing naar de in het vonnis van medeverdachte [medeverdachte 1] aangehaalde bewijsmiddelen, waaruit blijkt dat de recreatieparken zijn gefinancierd met het uit misdrijf verkregen geldbedrag van 4,5 miljoen euro en welk geldbedrag vervolgens is omgezet in vier recreatieparken. Verdachte wordt verweten dat zij zich (samen met anderen) schuldig heeft gemaakt aan witwassen van kavels grond en/of appartementsrechten en/of opstalrechten met betrekking tot [resort 1] , [resort 2] en recreatiepark [resort 3] . 4.3.1 Bewijsmiddelen In een proces-verbaal van bevindingen betreffende investeringen in recreatieparken is het volgende gerelateerd: [onderneming 1] B.V. is opgericht op 26 juni

  1. Enig aandeelhouder en bestuurder is [stichting] . Onder [onderneming 1] B.V. hangen vervolgens zes werkmaatschappijen waarvan [onderneming 1] B.V. de enig aandeelhouder en bestuurder is. Mij werd medegedeeld dat de levering van de vier recreatieparken op 29 oktober 2014 bij de notaris [notaris] te Amsterdam zal plaatsvinden. Tevens werd medegedeeld dat [medeverdachte 1] namens de kopende partij de onderhandelingen voert dan wel heeft gevoerd. Eerste levering Op 29 oktober 2014, 12.05 uur wordt de akte tot levering van de parken aan [onderneming 1] B.V. en [verdachte] B.V. ondertekend. Uit de akte blijkt het volgende: Bij de notaris verscheen [B] . Hij handelt namens: - [resort 4] B.V., verder als verkoper 1 aangeduid; - [resort 1] B.V., verder als verkoper 2 aangeduid; - [resort 2] B.V., verder als verkoper 3 aangeduid; - [resort 3] B.V., verder als verkoper 4 aangeduid - [onderneming 2] B.V., verder als Opstaller en/of verkoper 5 aangeduid. Verkoper 1 t/m 5 en de Opstaller worden verder tezamen als verkoper aangeduid. Daarnaast verscheen mevr. [medeverdachte 2] . Zij handelt namens: - [onderneming 1] B.V., verder aan te duiden als koper 1 - [verdachte] B.V., verder aan te duiden als koper 2 en/of de Opstalgerechtigde. Koper 1 en Koper 2 worden verder tezamen als koper aangeduid. Op basis van de koopovereenkomsten worden op 29 oktober 2014, bij de akte van levering, (onder andere) geleverd: Door [resort 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] (verkoper 2) aan [onderneming 1] B.V. (koper 1): 203 appartementsrechten op het uitsluitend gebruik van kavels voor onder meer het plaatsen van een stacaravan/chalet, het gebruik als camping, hoofdgebouwen, wegen enzovoort Door [onderneming 2] B.V. (verkoper 5) aan [verdachte] B.V. (koper 2): 194 Opstalrechten om op genoemde appartementen te [vestigingsplaats] een chalet of recreatiewoningen in eigendom te hebben Tezamen worden de registergoederen [resort 1] genoemd. Door [resort 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] (verkoper 3) aan [onderneming 1] B.V. (koper 1) 34 appartementsrechten op het uitsluitend gebruik van kavels bestemd voor het plaatsen van chalets of recreatiewoningen en de camping, hoofdgebouwen, wegen enz. Door [onderneming 2] B.V. (verkoper 5) aan [verdachte] B.V. 31 opstalrechten om op genoemde appartementen te [vestigingsplaats] een chalet of recreatiewoningen in eigendom te hebben. Door [resort 3] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] aan [onderneming 1] B.V.: 24 appartementsrechten op het uitsluitend gebruik van kavels bestemd voor het plaatsen van chalets of recreatiewoningen en de camping, hoofdgebouwen, wegen enz. Door [onderneming 2] B.V., (verkoper 5) aan [verdachte] B.V. 15 opstalrechten om op genoemde appartementen te [vestigingsplaats] een chalet of recreatiewoningen in eigendom te hebben Tezamen worden de registergoederen onder 4A en 4B [resort 3] genoemd. Tussenconclusie Op basis van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat op 29 oktober 2014 de overdracht heeft plaatsgevonden van de recreatieparken, waarbij aan verdachte de opstalrechten met betrekking tot [resort 1] , [resort 2] en [resort 3] zijn geleverd. 4.3.2 Te bespreken verweren Causaal verband De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn standpunt dat [onderneming 3] de hypothecaire lening niet als gevolg van de toezending van de vervalste brieven heeft verstrekt en dat het daarom niet zou gaan om uit misdrijf verkregen voorwerpen. De rechtbank verwijst hiervoor naar hetgeen zij daar over heeft overwogen onder punt 4.3.1.
  2. in het vonnis van medeverdachte [medeverdachte 1] . De door de raadsman beschreven scenario’s De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat het grootste deel van de door [onderneming 3] verstrekte lening ook zonder de vervalste bankbrieven was verkregen. Nog daargelaten dat de vraag hoe hoog de door [onderneming 3] verstrekte hypothecaire lening zou zijn geweest indien geen gebruik was gemaakt van de vervalste bankbrieven niet te beantwoorden is, ligt deze vraag ook niet aan de rechtbank voor. Immers, uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de lening zoals deze door [onderneming 1] B.V. is verkregen, zonder de vervalste bankbrieven niet zou zijn verstrekt. Witwassen van de recreatieparken Het standpunt van de raadsman dat met de aankoop van de parken alleen het geld en niet de parken zijn witgewassen, omdat geen sprake is van vermenging van vermogen waardoor de illegale component niet meer aanwijsbaar is, is naar het oordeel van de rechtbank onjuist. Het verwerven en voorhanden hebben van de opstalrechten de recreatieparken, terwijl deze recreatieparken middellijk uit misdrijf zijn verkregen, zijn gedragingen die kwalificeren als witwassen. Van vermenging is daarbij geen sprake. 4.3.3 Bewijsoverwegingen Toerekening aan rechtspersonen Voor de in dit vonnis aangehaalde overwegingen is van belang dat een rechtspersoon (in de zin van artikel 51 Sr) kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de betreffende gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. Een belangrijk oriëntatiepunt bij de toerekening is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon (ECLI:NL:HR:2003:AF7938). Omdat de ten laste gelegde gedragingen – gelet op de gebezigde bewijsmiddelen – hebben plaatsgevonden en/of zijn verricht in de sfeer van de rechtspersoon wordt deze aan haar toegerekend. Conclusie De rechtbank acht gelet op voorgaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen door opstalrechten betrekking tot [resort 1] , [resort 2] en [resort 3] te verwerven en voorhanden te hebben terwijl verdachte wist dat deze voorwerpen afkomstig waren uit enig misdrijf. De rechtbank acht niet bewezen dat sprake is van medeplegen en zal verdachte daarvan vrijspreken. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: op meerdere tijdstippen gelegen in de periode van 29 oktober 2014 tot en met 18 juli 2017 te Soest of Amsterdam of elders in Nederland, meermalen, meerdere voorwerpen, te weten: A. meer opstalrechten met betrekking tot het [resort 1] , en B. meer opstalrechten met betrekking tot [resort 2] , en C. meer opstalrechten met betrekking tot recreatiepark [resort 3] , heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl verdachte (telkens) wist, dat die voorwerpen geheel middellijk afkomstig waren van enig misdrijf. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: witwassen, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot: De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een geldboete van € 30.000,-. 8.2 Het standpunt van de verdediging Ten aanzien van de op te leggen straf heeft de raadsman aangevoerd dat het voor de strafmaat van belang is dat verdachte aan niemand schade heeft toegebracht. Ook [onderneming 3] heeft geen schade geleden. De lening is al grotendeels afbetaald en over het geleende bedrag is bovendien veel rente betaald. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen door de opstalrechten met betrekking tot drie recreatieparken te verwerven en voorhanden te hebben, terwijl verdachte wist dat deze opstalrechten met uit misdrijf verkregen geld zijn verkregen. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Verdachte heeft op illegale wijze de beschikking verkregen over een grote som geld en dat geldbedrag vervolgens geïnvesteerd in de legale economie. De inmenging van illegaal verkregen geld in de legale economie is gelet op de concurrentieverhoudingen in de markt ongewenst. Gelet op de omvang van de fraude en de hoogte van het witgewassen geldbedrag is de rechtbank van oordeel dat een hoge geldboete in deze zaak op zijn plaats is. Omdat verdachte met [onderneming 1] B.V. koper was van de recreatieparken ten tijde van de eerste levering, is haar aandeel in het witwassen groter dan die van de andere dochters die pas ten tijde van de tweede levering betrokken werden. Tegelijkertijd is het aandeel van verdachte kleiner dan het aandeel van [onderneming 1] B.V., omdat [onderneming 1] B.V. ook betrokken was bij het witwassen van de 4,5 miljoen euro. De rechtbank zal in strafverminderende zin rekening houden met de overschrijding van de redelijke termijn. Op 17 januari 2017 is de toenmalig bestuurder van de rechtspersoon als verdachte gehoord. Vanaf dat moment heeft verdachte redelijkerwijs kunnen verwachten dat strafvervolging zou worden ingesteld. De termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is op die dag begonnen. In beginsel dient binnen twee jaar in eerste aanleg een vonnis te volgen. Dat is in deze zaak niet het geval, want er wordt pas (ruim) 2 jaar en 8 maanden later uitspraak gedaan. Dit betekent dat de redelijke termijn met 8 maanden is overschreden. Alles overwegende acht de rechtbank een geldboete van 15.000,- euro passend en geboden. 9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 23, 24c, 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 15.000,-. Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Veenstra, voorzitter, mrs. M.E. Falkmann en I.L. Gerrits, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Antonides, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 oktober
  3. Mr. I.L. Gerrits is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: Zij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29 oktober 2014 tot en met 18 juli 2017 te Soest en/of Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een of meerdere voorwerp(en), te weten: A. één of meer appartementsrecht(en) en/of opstalrecht(en) met betrekking tot het [resort 1] , en/of B. één of meer perce(e)l(en) grond en/of appartementsrecht(en) en/of opstalrecht(en) met betrekking tot [resort 2] , en/of C. één of meer appartementsrecht(en) en/of opstalrecht(en) met betrekking tot recreatiepark [resort 3] , heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of daarvan de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing heeft/hebben verborgen of verhuld en/of heeft/hebben verborgen of verhuld wie de rechthebbende van het voorwerp was en/of het voorwerp voorhanden had, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat voorwerp/die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren van uit enig misdrijf. art. 420bis lid 1 ahf/sub b Wetboek van Strafrecht art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht Wanneer in dit vonnis over ‘parken’ of ‘recreatieparken’ wordt gesproken, dan wordt daarmee bedoeld de recreatieparken zoals genoemd in de tenlastelegging, daaronder te verstaan: kavels grond en/of percelen grond en/of appartementsrechten en/of opstalrechten. Vonnis van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 2 oktober 2019, parketnummer 16/706270/
  4. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 20 juni 2017 genummerd 2015357668 (onderzoek 09Winsor) opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met
  5. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Proces-verbaal van bevindingen, pagina
  6. Proces-verbaal van bevindingen, pagina
  7. Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1232.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.