← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2019:5261

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Locatie Lelystad zaaknummer: C/16/19/507 F Vonnis op grond van artikel 1 Fw (verzoek tot faillietverklaring) d.d. 15 oktober 2019 in de zaak van de besloten vennootschap [verzoekster 1] B.V. gevestigd te [vestigingsplaats 1] , en de besloten vennootschap [verzoekster 2] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats 2] , verzoekers, advocaat mr. G.W. Weenink tegen de vennootschap onder firma in liquidatie [verweerster] , gevestigd te [adres] [postcode] [vestigingsplaats 3] , verweerster. 1De procedure 1.

  1. Door verzoekers is een verzoekschrift tot faillietverklaring ingediend bij deze rechtbank op 2 september
  2. Dit verzoek is gericht tegen verweerster en haar vennoten. 1.
  3. Het verzoekschrift tot faillietverklaring is behandeld op een zitting achter gesloten deuren van 15 oktober
  4. Namens verweerster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niemand verschenen. Verzoekers zijn door mr. A. Akman ter zitting bijgestaan. 2De beoordeling 2.
  5. Nu niet is gesteld of gebleken dat het centrum van de voornaamste belangen van verweerders zich in een andere lidstaat bevindt dan die waarin het hoofdkantoor van verweerders is gelegen, gaat de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 3 van de EU Insolventieverordening uit van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. 2.
  6. Uit het exploot waarmee de gerekestreerden werden opgeroepen, blijkt dat de vennootschap onder firma inmiddels werd opgeheven. Een ontbonden vennootschap onder firma blijft bestaan voor zover dit voor haar vereffening nodig is. Een faillietverklaring van een vennootschap onder firma in liquidatie is eveneens mogelijk, totdat de vereffening is voltooid (zie Hoge Raad 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3574). Verzoekers hebben gesteld, welke stelling niet werd betwist, dat de vereffening niet werd voltooid. Bij het verzoek werd een uittreksel uit het Handelsregister van 16 juli 2019 overgelegd. Op deze datum was van een voltooide vereffening kennelijk nog geen sprake. Er is niets aangevoerd waaruit blijkt dat er nadien handelingen zijn verricht om tot vereffening van de vennootschap te komen. 2.
  7. Na summier onderzoek is gebleken van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Ook van het vorderingsrecht van verzoekers is summierlijk gebleken. 2.
  8. Het verzoek zal met inachtneming van het bepaalde bij de artikelen 1, 2, 4, 6, en 14 Fw worden toegewezen. 3De beslissing De rechtbank: 3.
  9. verklaart Vennootschap onder Firma in liquidatie [verweerster] , ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer [..] , vestigingsadres: [postcode] [vestigingsplaats 3] , [adres] , in staat van faillissement, 3.
  10. benoemt tot rechter-commissaris mr. C.P. Lunter, lid van deze rechtbank, en stelt aan tot curator mr. A.D. van Dalen, advocaat te Utrecht, telefoonnummer [telefoonnummer] , 3.
  11. geeft de curator last tot het openen van de aan verweerders gerichte brieven en telegrammen. Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Neijt en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2019 te 12:30 uur.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.