RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 18/1698 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2019 in de zaak tussen
- [eiser 1]
- [eiser 2]
- [eiser 3]
- dr. [eiser 4]
- [eiser 5] / [bedrijf 1] B.V.
- [eiser 6]
- [eiser 7] / [bedrijf 2]
- [eiser 8] , te [woonplaats]allen te [woonplaats] , eisers en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg, verweerder Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: V.O.F. [derde-partij], te [vestigingsplaats] , gemachtigde: mr. Tj.P. Grünbauer. Procesverloop Bij besluit van 6 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan de derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een varkensstal voor het op biologische wijze houden van 700 varkens op het perceel [adres] te [woonplaats] . Bij besluit van 13 maart 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht (het college) een aanwijzing gegeven als bedoeld in artikel 3.13, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), die ertoe strekt dat de betreffende onderdelen van het bestreden besluit geen deel van de vastgestelde omgevingsvergunning blijven uitmaken. Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit op 28 maart 2018 gepubliceerd. Eisers hebben tegen het bestreden besluit rechtstreeks beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank verwijst de zaak voor verdere behandeling naar een enkelvoudige kamer. De rechtbank heeft besloten dat een zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft het onderzoek op 19 november 2019 gesloten. Overwegingen
- De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Op 5 december 2016 heeft de derde-partij bij verweerder een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het in afwijking van het bestemmingsplan oprichten en in gebruik nemen van een stal voor het op biologische wijze houden van 700 varkens op het perceel [adres] te [woonplaats] . Verweerder is voor deze vergunningsaanvraag het bevoegd gezag in de zin van de Wabo. Het college heeft een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbesluit tot het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning. Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen zoals vermeld onder ‘Procesverloop’, waarbij de zienswijze van het college niet is overgenomen.
- De rechtbank heeft bij uitspraak van 2 september 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4293, geoordeeld dat het college in redelijkheid een reactieve aanwijzing heeft kunnen geven. Deze uitspraak brengt met zich dat het bestreden besluit moet worden geacht in zijn geheel niet te zijn bekend gemaakt. De verleende omgevingsvergunning is daarom ook niet in werking getreden. Dit betekent dat daarvan geen gebruik mag worden gemaakt.
- De rechtbank stelt vast dat met de uitspraak van 2 september 2019 (mede) is tegemoetgekomen aan het beroep van eisers, omdat eisers daarmee al hebben bereikt wat zij wilden bereiken. De rechtbank is van oordeel dat zij geen procesbelang meer hebben bij de inhoudelijke beoordeling van hun beroep. In hun brief van 15 november 2019 verzoeken eisers de rechtbank om in ieder geval een oordeel te geven over een aantal (formele) aspecten van de vergunningprocedure. De rechtbank vindt dat deze wens van eisers om een principieel rechterlijk oordeel te verkrijgen onvoldoende procesbelang oplevert en zal daaraan daarom geen gehoor geven.
- Wegens het ontbreken van procesbelang verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. M.S.D. de Weerd, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 november
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.