RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/659542-17 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 25 juli 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1995] te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres ] , [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 juli 2019. De strafzaak tegen verdachte is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (16/659544-17). De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen mr. S. Plas, advocaat te Amsterdam, naar voren heeft gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: (primair) op 17 mei 2017 te Utrecht uit een pand aan de [adres ] , samen met (een) ander(en), 470 hennepplanten heeft gestolen van [aangever 1] , [aangever 2] dan wel van een ander door middel van braak, verbreking en/of inklimming dan wel (subsidiair) dat hij dit heeft geprobeerd. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, te weten de voltooide diefstal van 470 hennepplanten door middel van braak tezamen en in vereniging gepleegd. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde. Zij heeft zich hierbij primair op het standpunt gesteld dat zich in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevindt om haar cliënt te linken aan het pand in de [straat] . Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat voor een veroordeling van medeplegen dan wel medeplichtigheid de rol van haar cliënt duidelijk moet zijn. Betrokkenheid is onvoldoende om de rol van haar cliënt te kwalificeren. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen ten aanzien van het primair ten laste gelegde De verklaring van [aangever 1] inhoudende: A: Ik was aan het slapen,(…). Ik hoorde iets, gestommel dacht ik, (…) ter hoogte van de andere deuren die ook in het pand waren zag ik toen licht. Ik belde toen het nummer dat ik had gekregen. Ik hoorde dat er vanuit die ruimte geschreeuwd werd: ‘doorgaan doorgaan’. Ik weet niet hoeveel stemmen ik (…) hoorde maar dit waren er misschien wel drie. (…) Al heel snel nadat ik gebeld had, misschien maar vijf minuten, kwamen er volgens mij twee jongens aan, zij kwamen via de toegangspoort de steeg ingelopen naar de voordeur van het pand waar ikzelf ook altijd naar binnen ging. (…) Ik hoorde toen uit de ruimte achter de deur stemmen schreeuwen: ‘weg weg weg’. (…) De personen in de ruimte achter de deur kunnen volgens mij niet via de toegangsdeur het pand uit zijn gelopen, misschien via het dak ofzo. (…) V: Wat had je met je telefoon gedaan nadat je gebeld had? A: (…) toen ik ging rennen raakte ik die kwijt. Verbalisant [verbalisant 1] zag op 17 mei 2017 omstreeks 08.30 uur op een bankje ter hoogte van de [adres ] een zwarte telefoon liggen van het merk LG. De bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] inhoudende: De telefoon betrof een LG-B200E. In de telefoon zat een Lebara simkaart voorzien van het telefoonnummer [telefoonnummer] . - 1 uitgaande oproepen (…) (werkelijke tijd vermoedelijk 17 mei 2017 omstreeks 03:25 uur). - 8 binnenkomende oproepen (…) (werkelijke tijd vermoedelijk 17 mei 2017 omstreeks 03:31 uur). De verklaring van getuige [getuige 1] inhoudende: Ik werd rond kwart voor 4 wakker (…). (…) liet geluid leek op een gesleep van iets. Achter de schuur zit een pand waar ik op uit kijk. Dat pand heeft een golfplaten dak. Ik zag daar drie mannen op het dak. (…) Ik zag de mannen heen en weer lopen, en ik zag tassen op liet dak. Ik heb 3:48 de politie gebeld, (…). Ik denk dat alles voordat ik de politie belde ongeveer 3 minuten duurde. De verklaring van getuige [getuige 2] inhoudende: Toen ik in bed lag hoorde ik omstreeks 03.30 uur lawaai van auto’s. (…) Ongeveer 1 of 2 minuten daarna hoorde ik weer lawaai. (…) na dat geluid hoorde ik stemmen en rennende mensen, (…). Het geluid kwam uit de richting van de Leidseweg en ging in de richting van de Steijnstraat. De bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] inhoudende: Omstreeks 03:50 uur reden wij de Muntkade op en ik zag toen een persoon, in het zwart gekleed, staan op de hoek Muntkade en Wetstraat. Op het moment dat wij langsreden zag ik dat de persoon samen met een tweede persoon snel weg renden in de richting van Graadt van Roggenweg. (…) Ik zag dat ze de fietspad langs het water op gingen en onder de Graadt van Roggenweg door renden in de richting van de Fentener van Vlissingenkade. (…) Ik zag dat een van de verdachte een tas, donker van kleur, in zijn hand vast hield. Ik zag dat deze verdachte de tas van zich af gooide en dat de tas in het water terecht kwam. (…) Ik zag dat ze verder renden in de richting van de Van Zijstweg. Ik zag dat beide verdachten ter hoogte van de 3e woonboot, rechts af gingen. (…) Ik hoorde de hondengeleider toen roepen dat er inderdaad 2 personen waren aangetroffen. Ik ben toen terug gelopen naar de locatie waar de tas mogelijk in het water moest liggen. Ik trof daar een zwarte rugzak aan. (…) Ik heb de tas opengemaakt en zag dat er een zwarte pet, een tang, een breekijzer, verrekijker en een stoffen postzak in zat. De in het water aangetroffen personen bleken te zijn: [medeverdachte] , geboren [1985] , en [verdachte] , geboren [1995] . De bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] inhoudende: Op woensdag 17 mei 2017 kwamen wij omstreeks 03.50 uur ter plaatsen op de Muntkade. (…) Op dat moment zag ik in mijn binnenspiegel drie personen die geheel in de donker gekleed waren de Muntkade oversteken. Ik zag dat zij dat rennend deden en dat zij alle drie in het donker gekleed waren. (…) Ik zag dat deze personen een voet-fietspad op rende langs de Muntkade, in de richting van het jaarbeurs. Ik liet [verbalisant 3] uitstappen. (…) Over de Fentener van Vlissingenkade zag ik twee personen rennen. Ik zag dat achter deze personen [verbalisant 3] renden. (…) Hierop ben ik met spoed over de Kanaalweg richting de Van Zijstweg gereden en heb ik positie in genomen waar de Fentener van Vlissingenkade uitkomt op de Van Zijstweg. (…) De rennende personen moesten zich op dat moment tussen mij en [verbalisant 3] bevinden. (…) Ik zag dat in het water, ter hoogte van de waterlijn, naast de sloep twee hoofden boven water uit steken. (…) Kort na de aanhouding heb ik verdachte [medeverdachte] (…) overgebracht naar het hoofdbureau (…). Tijdens het transporteren van verdachte rook ik een zeer sterke hennep lucht die om verdachte hing. De bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] inhoudende: In het pand aan de [adres ] troffen collega’s [verbalisant 7] en [verbalisant 8] een inwerking zijnde hennepkwekerij aan. Op het dak van het pand troffen wij 8 grote weekendtassen aan met daarin hennepplanten. Wij hebben deze hennepplanten geteld en wij telden 470 hennepplanten. De bevindingen van verbalisant [verbalisant 9] inhoudende: Tijdens het onderzoek van de kweekruimtes werd achter de achterwand van de kweekruimte aan de linkerzijde een opening ontdekt in het dak van het pand. Door de verdachten is een opening in de dakbedekking gesneden, zodat toegang tot het pand kon worden verkregen. 4.3.2 Bewijsoverweging Uit de verklaring van [aangever 1] volgt dat hij in de nacht van 16 op 17 mei 2017 in het pand sliep gelegen aan de [adres ] . Hij werd wakker van gestommel en daarna hoorde hij drie stemmen achter een deur. [aangever 1] belde naar een telefoonnummer, waarna na ongeveer 5 minuten twee mannen aankwamen via de toegangspoort naar de [adres ] . Door [aangever 1] werd gehoord dat de personen achter de deur toen schreeuwden ‘weg weg weg’ en deze hebben via een andere weg dan de toegangsdeur het pand verlaten. Er is ter hoogte van de [adres ] een LG-telefoon aangetroffen. Deze telefoon is uitgelezen en hieruit blijkt dat er omstreeks 3.25 een uitgaande oproep is gepleegd. Dit komt overeen met de uitgaande oproep waar [aangever 1] over verklaart. Getuige [getuige 1] werd rond 3.45 uur wakker van een geluid gelijkend op het gesleep van (een) voorwerp(en). Door [getuige 1] werden vervolgens drie mannen op het dak van de [adres ] waargenomen. Hij zag dat deze mannen heen en weer liepen en dat er tassen op het dak lagen. Getuige [getuige 1] heeft vervolgens om 3.48 uur de politie gebeld. De rechtbank verwijst voor de verdere genoemde straatnamen naar de hieronder opgenomen kaart.* Getuige [getuige 2] , wonende op de [adres ] , heeft verklaard dat hij omstreeks 3.30 uur het lawaai van auto’s heeft gehoord. In zijn verklaring noemt hij dit geluid het afremmen en optrekken van auto’s. Hij zag daarna twee auto’s wegrijden in de [straat] richting de Steijnstraat, een stationwagen, waarin vermoedelijk twee personen zijn gestapt, en een grijze bestelauto. Enkele minuten daarna hoorde [getuige 2] opnieuw lawaai en stemmen en rennende mensen. Dit geluid van rennende personen kwam vanuit de Leidseweg en ging in de richting van de Steijnstraat. Verbalisant [verbalisant 3] arriveerde rond 03.50 via de Muntkade en zag twee personen via de hoek van de Muntkade en de Wetstraat richting de Graadt van Roggeweg rennen. [verbalisant 3] zag dat de twee personen langs het water renden, onder de Graadt van Roggeweg door en richting de Fentener van Vlissingenkade. Door deze verbalisant is waargenomen dat een van de verdachten een donkere tas van zich afgooide en dat deze in het water terecht kwam. Verdachte en medeverdachte [verdachte] zijn beide aangetroffen ter hoogte van de derde woonboot op de Fentener van Vlissingenkade. Verbalisant [verbalisant 3] heeft in het water langs deze looproute een zwarte rugzak aangetroffen met daarin onder andere een breekijzer en een tang. In het pand aan de [adres ] wordt een hennepkwekerij aangetroffen, met in het dak een aangebrachte opening om toegang te verkrijgen tot het pand, en op het dak 8 grote tassen met daarin 470 hennepplanten. De hierboven genoemde inbrekerswerktuigen gevonden in de zwarte rugtas passen bij de aangebrachte opening in het dak van de hennepkwekerij, waar te zien is dat een deel van een golfplaat is weggebroken. Bij medeverdachte [medeverdachte] wordt kort na zijn aanhouding door verbalisant [verbalisant 4] een sterke hennepgeur waargenomen. De rechtbank acht op grond van de vorenstaande feiten en omstandigheden in samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de diefstal van de 470 hennepplanten heeft gepleegd. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat de situatie rondom de [adres ] een woonwijk betreft met slechts beperkte toegangs- en dus ook uitgangswegen. De wijk wordt aan twee zijde omringd door water en het pand aan de [adres ] is slechts te benaderen via de Leidseweg dan wel Muntkade. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte en zijn broer niet degene zijn geweest die middels een auto de [straat] hebben verlaten. Gezien het korte tijdsbestek tussen de waarneming van de drie mannen door getuige [getuige 1] , het tijdstip waarop getuige [getuige 2] het geluid van rennende mensen hoorde (vanuit zijn woning, moet dat zijn rennend vanuit de richting van pand [adres ] in de richting van de Muntkade) en het ter plaatse arriveren van verbalisant [verbalisant 3] kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat deze verbalisant dezelfde personen heeft waargenomen als [getuige 1] en [getuige 2] . Dit zijn verdachte en medeverdachte [medeverdachte] die kort daarna worden aangehouden op de Fentener van Vlissingenkade. Het alternatieve scenario van verdachte dat hij ergens in een busje in een onbekende straat aan het wachten was en bij het horen van vermeende schoten het busje uitging en wegrende om vervolgens in het water te springen, acht de rechtbank volstrekt niet aannemelijk en ongeloofwaardig. Dit ter terechtzitting uiteengezette scenario vindt geen enkele steun in het dossier en leidt, in het licht van de hiervoor genoemde belastende omstandigheden, zonder nadere onderbouwing niet tot een andere conclusie dan hiervoor is weergegeven. Daarbij vindt de rechtbank mede van belang dat deze verklaring eerst ter zitting is afgelegd en dat verdachte op vragen van de rechtbank zoals naar de locatie van het busje, of het busje langs water geparkeerd stond, met wie hij daar was, of het busje bij een bedrijfspand of woonhuis stond en dergelijke, geen antwoord kon of wilde geven. Medeplegen De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken, nu zijn rol bij de genoemde feiten niet kan worden gekwalificeerd als medeplegen dan wel medeplichtigheid op grond van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. De Hoge Raad heeft bij uitspraak van 28 november 2017 vastgesteld dat in het geval dat wel kan worden vastgesteld dat de diefstal door ‘verenigde personen’ is begaan, maar niet direct kan worden vastgesteld door wie precies, en verdachte zelf wordt aangetroffen kort na de diefstal in omstandigheden die op betrokkenheid bij de diefstal duiden, het uitblijven van een aannemelijke verklaring van belang kan zijn voor de vraag of het medeplegen kan worden bewezen. Hierbij kan ook de omstandigheid worden meegenomen dat er geen contra-indicaties met betrekking tot het medeplegen door verdachte bestaan. Op grond van al het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat, anders dan de verdediging heeft betoogd, geen andere conclusie mogelijk is dan dat verdachte, in ieder geval tezamen met [medeverdachte] en een onbekend gebleven derde persoon, de ten laste gelegde diefstal heeft gepleegd. De rechtbank acht hierbij van belang dat een getuige drie personen samen op het dak van de hennepkwekerij heeft gezien, terwijl daar ook de zakken met hennep bleken te liggen, hetgeen duidt op een gezamenlijke uitvoering. Verder acht de rechtbank van belang dat verdachte zeer kort na de diefstal is aangetroffen op geringe afstand van de locatie van de inbraak, onder omstandigheden die op betrokkenheid bij de diefstal duiden. Verdachte heeft verklaard dat hij in een busje op een voor hem onbekende locatie aan het wachten was met niet nader te noemen personen om een actie te ondernemen die hij niet verder wil specificeren. De rechtbank overweegt dat dit alternatief scenario geen steun vindt in het dossier, en ook daarnaast onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank stelt vast dat zowel verdachte als de medeverdachte derhalve geen aannemelijke verklaring hebben gegeven of willen geven omtrent hun aanwezigheid vlakbij de [adres ] kort na de inbraak, de aangetroffen rugtas met inbrekerswerktuig en de hennepgeur die bij medeverdachte werd waargenomen. De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat sprake is van een dusdanige nauwe en bewuste samenwerking dat medeplegen bewezen kan worden verklaard. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: op 17 mei 2017 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand gelegen aan de [adres ] heeft weggenomen 470 hennepplanten, toebehorende aan een of meer onbekend gebleven personen, waarbij verdachte en zijn mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.