RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/204949-18 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 20 september 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1988] te [geboorteplaats] ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:( [postcode] ) [woonplaats] , [adres] 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 september 2019. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H.A. Leepel en van hetgeen verdachte en mr. X.B. Sijmons, advocaat te Amersfoort naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1 op 16 oktober 2018 in Utrecht een alarmpistool in zijn bezit had; feit 2 op 16 oktober 2018 in Utrecht 23 scherpe patronen in zijn bezit had; feit 3 op 16 oktober 2018 in Utrecht 2 boksbeugels in zijn bezit had; feit 4 op 16 oktober 2018 in Utrecht een ploertendoder in zijn bezit had. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het onder feit 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen Verdachte heeft de onder feit 1,. 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten bekend. De verdediging heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen en volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen: de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 september 2019; een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 9 en 10; een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , pagina 42; een proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, van [verbalisant 3] , pagina 26 tot en met 28. Bewijsoverweging De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: 1 op 16 oktober 2018, te Utrecht, een wapen van categorie IV, onder 7, heeft gedragen, te weten een alarmpistool (merk FB Record); 2 op 16 oktober 2018, te Utrecht, voorhanden heeft gehad 23 scherpe patronen (kaliber 22mm LR, merk(
- en)Eley en Remmington en CCI en Winchester en/of RWS); 3 op 16 oktober 2018, te Utrecht, wapens van categorie I, onder 3, te weten meerdere boksbeugels, voorhanden heeft gehad; 4 op 16 oktober 2018, te Utrecht, een wapen van categorie I, onder 3, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: feit 1 handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; feit 2 handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; feit 3 handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd; feit 4 handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een taakstraf van 30 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 15 dagen hechtenis, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft een alarmpistool, boksbeugels, ploertendoder en munitie voorhanden gehad. Het onbevoegd voorhanden hebben van dergelijke wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich mee. Uit het strafblad van verdachte van 14 augustus 2019 volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten. F.A. Jamaludin, psychiater bij de Jellinek kliniek , heeft ter terechtzitting een toelichting over de persoon van verdachte gegeven. Verdachte gebruikte in het verleden drugs en veel cannabis. Verdachte had veel last van wanen en psychoses en ging daar op een irrealistische manier mee om. Zijn toenmalige situatie was een combinatie van factoren: hetgeen er in het verleden was gebeurd en wat hij zelf had meegemaakt. Het cannabisgebruik versterkte zijn angsten. Deze angsten waren van invloed op het tenlastegelegde. Het is niet waarschijnlijk dat verdachte op dat moment de intentie had om iemand wat aan te doen. Een aantal maanden geleden is bij verdachte de knop omgegaan. Het gaat nu veel beter met verdachte. Hij is drugsvrij, heeft zijn cannabisgebruik sterk geminderd en neemt zijn medicatie volgens voorschrift in. Ook heeft hij een dagbesteding. De contacten zijn nu minder frequent en als het zo blijft gaan, dan wordt overwogen om de hulp en begeleiding geleidelijk af te schalen. De hulp en begeleiding die verdachte nu op vrijwillige basis van de Jellinek kliniek ontvangt is voldoende. Reclasseringstoezicht in een strafrechtelijk kader heeft op dit moment geen meerwaarde. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij in de periode van het tenlastegelegde dacht dat hij achtervolgd en bedreigd werd en daarom, enkel voor zijn eigen veiligheid, de wapens bij zich droeg en een kogelwerend vest aan had. Sinds hij gestopt is met blowen heeft hij deze gedachten niet meer. De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat, gelet op hetgeen de deskundige naar voren heeft gebracht over de persoon van verdachte, het bewezenverklaarde in verminderde mate aan verdachte toegerekend kan worden. De rechtbank heeft uit hetgeen ter terechtzitting besproken en naar voren is gebracht, niet de indruk gekregen dat verdachte de wapens bij zich had met de intentie om anderen iets aan te doen. De rechtbank wijkt bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie omdat het onder feit 1 bewezenverklaarde een overtreding betreft, voor welk feit een aparte straf dient te worden opgelegd. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 een taakstraf van 25 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 12 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden is. Ten aanzien van feit 1 acht de rechtbank een geldboete van € 300,00, bij niet betalen te vervangen door 6 dagen hechtenis, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden. 9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24c, 57 en 62 van het Wetboek van Strafrecht en 13, 26, 27, 54 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10 BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot: ten aanzien van feit 2, 3 en 4 - een taakstraf van 25 uren; - beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 12 dagen hechtenis; - bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag; - bepaalt dat de taakstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast; - stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; ten aanzien van feit 1 - een geldboete van € 300,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 6 dagen; - bepaalt dat de geldboete niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast; - stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mrs. A.R. Creutzberg en C. van de Lustgraaf, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 september 2019. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij, op of omstreeks 16 oktober 2018, te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een wapen van categorie IV, onder 7, heeft gedragen, te weten een alarmpistool (merk FB Record), in elk geval een voorwerp, waarvan, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat zij was bestemd om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen en dat niet onder een van de andere categorieën viel; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daarin in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; ( art 27 lid 1 Wet wapens en munitie ) 2 hij, op of omstreeks 16 oktober 2018, te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, voorhanden heeft gehad (ongeveer) 23 scherpe patronen (kaliber 22mm LR, merk(
- en)Eley en/of Remington en/of CCI en/of Winchester en/of RWS), in elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III; ( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie ) 3 hij, op of omstreeks 16 oktober 2018, te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een of meer wapen(
- s)van categorie I, onder 3, te weten een of meer boksbeugel(s), voorhanden heeft gehad; ( art 13 lid 1 Wet wapens en munitie ) 4 hij, op of omstreeks 16 oktober 2018, te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een wapen van categorie I, onder 3, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad; ( art 13 lid 1 Wet wapens en munitie ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2018298638, opgemaakt door de Districtsrecherche Stad-Utrecht, doorgenummerd pagina 1 tot en met 70. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.