beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht locatie Utrecht zaakgegevens : C/16/483801 / JE RK 19-1341 datum uitspraak: 17 juli 2019 beschikking uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, hierna te noemen de GI, gevestigd te [vestigingsplaats] , betreffende [naam minderjarige] , geboren op [datum] 2001 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam belanghebbende] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] . Het procesverloop Op 3 juli 2019 is het verzoek met bijlagen van de GI van 2 juli 2019 binnengekomen bij de griffie. Het verzoek is besproken op de zitting van 17 juli
- Op die zitting waren aanwezig: - de minderjarige [voornaam van minderjarige] , die apart is gehoord, - de moeder, - mevrouw [A] , namens de GI. De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam van minderjarige] woont bij zijn moeder. Bij beschikking van 28 november 2018 is [voornaam van minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling loopt tot [datum]
- Het verzoek De GI heeft verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een kamertrainingscentrum van [naam instelling] in [vestigingsplaats] te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Het standpunt van belanghebbenden [voornaam van minderjarige] en zijn moeder zijn het eens met het verzoek. De beoordeling De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en de behandeling op de zitting van oordeel dat uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). Tegen het verzoek is geen verweer gevoerd. De kinderrechter zal het verzoek dus toewijzen. De beslissing De kinderrechter: verleent machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een voorziening voor kamertraining met ingang van 17 juli 2019 tot [datum] 2019; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2019 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van E. Berghuis als griffier. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 26 juli 2019.