vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 7276885 UC EXPL 18-11550 MG/28934 Vonnis in incident van 30 januari 2019 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , verder ook te noemen [eiseres] , eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, gemachtigde: mr. [gemachtigde] , tegen: [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , verder ook te noemen [gedaagde] , gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, gemachtigde: mr. H.J.M. Stassen. 1De procedure 1.
- [eiseres] heeft een dagvaarding ingediend. Daarna heeft [gedaagde] een incidentele conclusie tot relatieve onbevoegdheid, tevens conclusie van antwoord in conventie en conclusie van eis in reconventie in het geding gebracht. Daarop heeft [eiseres] gereageerd met een conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident. Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen. 2De beoordeling in het incident 2.
- [gedaagde] woont in [woonplaats] . Desondanks heeft [eiseres] , de voormalig advocaat van [gedaagde] , [gedaagde] gedagvaard voor de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, omdat in de overeenkomst tussen partijen een forumkeuzebeding voor de rechtbank Midden Nederland is opgenomen. 2.
- [gedaagde] heeft gevorderd dat de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland zich onbevoegd verklaart omdat een forumkeuzebeding in zaken met een belang tot € 25.000,00 geen gevolg heeft. 2.
- [eiseres] heeft dat niet betwist. De zaak zal dan ook worden verwezen naar de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, omdat de rechter in Maastricht volgens de hoofdregel van artikel 99 Rv bevoegd is om over de zaak te oordelen. 2.
- [gedaagde] heeft ook een vordering in reconventie, tot opheffing van het door [eiseres] gelegde beslag, ingediend. [eiseres] heeft, met een beroep op artikel 138 Rv, gesteld dat die vordering door de onbevoegdheid van de rechtbank Midden-Nederland ten aanzien van de vordering in conventie niet wordt getroffen. De kantonrechter stelt vast dat dit in beginsel juist is. Als de rechter relatief onbevoegd is in conventie, dient hij de zaak in reconventie in beginsel aan zich te houden. Dit geldt echter alleen als de rechter relatief bevoegd is in de zaak in reconventie. Dat is de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland niet. Immers, het forumkeuzebeding heeft geen gevolg. Ook voor wat betreft de vordering in reconventie is de rechtbank Limburg, locatie Maastricht relatief bevoegd. De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht heeft het beslagverlof immers verleend. 2.
- [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op€ 240,00 aan salaris gemachtigde. in de hoofdzaak 2.
- De hoofdzaak zal worden verwezen naar de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, kamer voor kantonzaken. Voor voortzetting van deze procedure is vereist dat een van partijen de overige partijen bij exploot oproept tegen een nieuwe roldatum, zulks op de voet van het bepaalde in artikel 74 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, welke bepaling krachtens artikel 110 van die wet van toepassing is. leder der partijen is tot de hiervoor bedoelde oproeping gerechtigd. 3De beslissing De kantonrechter: in het incident 3.
- verklaart zich onbevoegd om van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen; 3.
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak begroot op€ 240,00; in de hoofdzaak 3.
- verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, kamer voor kantonzaken, op woensdag 27 februari 2019 om 10:00 uur; 3.
- wijst partijen erop dat van partijen na verwijzing opnieuw hetzelfde griffierecht wordt geheven, met dien verstande dat het eerder geheven griffierecht hierop in mindering wordt gebracht; 3.
- wijst partijen erop dat het nieuwe griffierecht binnen vier weken na voormelde rolzitting moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank waar de zaak naar wordt verwezen; 3.
- wijst partijen erop dat voor voortzetting van deze procedure vereist is dat één van partijen de overige partijen bij exploot oproept tegen voormelde rolzitting. Dit vonnis is gewezen door mr. O.A. van Steenbeek, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2019.