RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16/159573-19 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 31 maart 2020 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1973] te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Norgerhaven te Veenhuizen. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 8 oktober 2019, 24 december 2019 en 17 maart
(2)jaren vast; - als voorwaarden gelden dat verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd: * zich binnen 3 dagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij de verslavingsreclassering in het arrondissement waar verdachte zich zal vestigen en zich zal blijven melden, zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; * vanaf het moment dat de proeftijd ingaat, aansluitend aan de detentie, zich zal laten opnemen in een forensische verslavingskliniek of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de reclassering, voor een jaar of zoveel korter als de reclassering dit nodig vindt. Verdachte dient zich te houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft, het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, dient verdachte mee te werken aan de indicatiestelling en plaatsing; * zich zal onthouden van het gebruik van drugs of alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek en ademonderzoek, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; - waarbij GGZ Verslavingszorg Noord Nederland te Assen opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.L. Beljaars, voorzitter, mrs. D.S. Terporten-Hop en A.M.M.E. Doekes-Beijnes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Campmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 maart
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij op of omstreeks 28 juni 2019 te [woonplaats] (op afdeling [afdeling] in FPC [kliniek] ), opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] (allen medewerkers van de [kliniek] ) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door - te zeggen “ik zorg wel dat ik hier weg kom” en/of - een mes te pakken (uit een messenblok) en/of - ( daarbij) te zeggen “Ik steek jullie allemaal neer” en/of “als ik niet naar buiten mag dan ga ik steken” en/of - dreigend voor/in de richting van het kantoor, althans de ruimte, (waar voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] zich bevonden) te (gaan/blijven) staan/lopen/staan en/of - voornoemd mes omhoog heeft gehouden en/of getoond en/of - dreigend met voornoemd mes in zijn, verdachtes hand voor/nabij het kantoor (heen en weer) te blijven lopen/staan (waardoor voornoemde personen het kantoor niet (veilig) uit konden); 2 hij op of omstreeks 28 juni 2019 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] (allen medewerkers van de [kliniek] ) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door - ( dreigend) te zeggen “ik zorg wel dat ik hier weg kom” en/of - ( vervolgens) een mes te pakken (uit een messenblok) en/of - ( daarbij) te zeggen “Ik steek jullie allemaal neer” en/of “als ik niet naar buiten mag dan ga ik steken” en/of - voornoemd mes omhoog heeft gehouden en/of getoond en/of - dreigend voor/in de richting van het kantoor (waar voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] zich bevonden) te (gaan/blijven) staan/lopen/staan en/of - dreigend met voornoemd mes in zijn, verdachtes hand voor/nabij het kantoor (heen en weer) te blijven lopen/staan. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 18 juli 2019, genummerd 2019191442 en 2019198054, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina 17 en
- Pagina 60.