RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/660053-17 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 20 januari 2020 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1971] te [geboorteplaats] , Guyana, wonende te [woonplaats] , [adres] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van de onderzoeken op de terechtzittingen van 21 december 2017, 22 februari 2018, 17 mei 2018, 26 juli 2018 en 11 december 2018. De inhoudelijke behandeling van zaak heeft plaatsgevonden op 17 december 2019. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van de officier van justitie mr. C. Booij en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: samen met anderen op 13 september 2017 te Soest een hoeveelheid van ongeveer 423,85 kilogram cocaïne en heroïne heeft vervoerd. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman stelt zich op het standpunt dat sprake is van ernstige onherstelbare vormverzuimen in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), als gevolg waarvan de sanctie van bewijsuitsluiting moet worden toegepast, met integrale vrijspraak tot gevolg. De raadsman heeft daartoe, kort gezegd, bepleit dat sprake is geweest van stelselmatige observatie, terwijl een bevel daarvoor als bedoeld in artikel 126v Sv ontbrak. Door deze onrechtmatige stelselmatige observatie is ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte en is verdachte tekort gedaan in zijn recht op een eerlijke behandeling van de zaak. Daarnaast bepleit de raadsman dat er geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld van overtreding van de Opiumwet. Hierdoor bestond er onvoldoende basis voor het binnentreden van het pand aan de [adres] te [woonplaats] , zodat het binnentreden als onrechtmatig moet worden geoordeeld. De raadsman heeft voorts algehele vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1. Gelijktijdige uitspraak in zaken medeverdachten De rechtbank doet gelijktijdig uitspraak in de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) en [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ). 4.3.2. Stelselmatige observatie? Artikel 126v Sv ziet op het inzetten van een persoon die geen opsporingsambtenaar is teneinde stelselmatig informatie in te winnen omtrent een verdachte. De informatieverschaffing door een burger leidt niet zonder meer tot de conclusie dat hiervoor een bevel van de officier van justitie is vereist. Alleen indien het (stelselmatig) inwinnen van informatie omtrent een persoon door een burger in verregaande mate een inbreuk op diens persoonlijke levenssfeer oplevert, kan daarvoor een bevel vereist zijn. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard, frequentie en duur van de contacten van de politieambtenaar met de melder in de onderhavige situatie geen sprake is geweest van een handelen van politie en/of justitie waarbij door melder stelselmatig informatie is ingewonnen over verdachte. De melder is door de politieambtenaar niet ingezet teneinde een min of meer compleet beeld van (een bepaald aspect) van het leven of de levenswijze van verdachte in kaart te brengen. Dat de politie de melder, die overigens zelf het initiatief tot contact heeft genomen, heeft gevraagd om aanvullende informatie over de melding aan te leveren en/of nieuwe informatie aan te leveren, maakt dit oordeel niet anders. Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen. 4.3.3. Redelijk vermoeden van schuld? Voor de beantwoording van de vraag of het optreden van de verbalisanten rechtmatig was, acht de rechtbank in het bijzonder de artikelen 27 en 52 tot en met 54 Sv van belang. Artikel 27 lid 1 Sv houdt in dat, voordat de vervolging is aangevangen, als verdachte wordt aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit. Artikelen 52 tot en met 54 Sv geven de opsporingsambtenaren onder omstandigheden de bevoegdheid de verdachte staande te houden en aan te houden. De basis voor de verdenking tegen verdachte wordt gevormd door ambtsedig opgemaakte processen-verbaal door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, die ieder voor zich als volgt relateren. Op 1 september 2017 is melding gedaan van bestelbusjes met geblindeerde ramen die in en uit het pand aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de loods) rijden en het ruiken van een vreemde lucht in het naastgelegen pand. Op 3 september 2017 wordt gemeld dat men geluiden van een plakbandapparaat hoort en een chemische lucht, komende vanuit de loods, ruikt, alsmede dat de melder getuige is geweest van de overhandiging van een groot pak geld aan een van de mannen die zich regelmatig in de loods bevindt. Op 6 september 2017 geeft de melder kentekens door van voertuigen die regelmatig in en rond de loods geparkeerd staan: een zwarte personenauto met kenteken [kenteken] ; een zwarte grote bestelbus met kenteken [kenteken] ; een witte personenauto met kenteken [kenteken] en een witte Volkswagen met kenteken [kenteken] . Uit onderzoek blijkt de verbalisant dat de tenaamgestelde van de witte Volkswagen met kenteken [kenteken] begin augustus 2017 is aangehouden voor het bezit van harddrugs. Er werden toen bij hem meerdere ponypacks aangetroffen en een bedrag van 1.000,00 euro bestaande uit bijna allemaal briefjes van 20,00 euro. Op 12 september 2017 wordt het horen van een plakbandapparaat en een dreunend repeterend geluid en het ruiken van een vieze lucht gemeld. Daarnaast wordt door de melder waargenomen dat de zwarte bestelbus met kenteken [kenteken] de loods binnen rijdt en een witte Mercedes Citan de loods uitrijdt. Op 13 september 2017 rond 19:15 uur wordt door een verbalisant waargenomen dat de door de melder doorgegeven voertuigen met bijbehorende kentekens, te weten een witte Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] (hierna: de witte VW Golf), een zwarte Mercedes bus Sprinter met kenteken [kenteken] (hierna: de zwarte Mercedes Sprinter) en een zwarte Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] (hierna: de zwarte VW Golf) zich in de directe omgeving van de loods bevinden. Daarnaast ziet de verbalisant dat er mannen in en uit de loods lopen. De verbalisant ziet vervolgens rond 19:22 uur dat achtereenvolgens de witte VW Golf, de zwarte Mercedes Sprinter en de zwarte VW Golf kort na elkaar van de loods wegrijden. Geverbaliseerd wordt dat deze drie voertuigen vervolgens vanaf de loods tot aan Richelleweg te Soesterberg, vlak voor de oprit naar de A28 waar zij tot stoppen zijn gemaand, in dezelfde volgorde, kort achter elkaar blijven rijden. De inzittenden worden gesommeerd uit te stappen en zij worden staande gehouden. De afstand vanaf de loods aan de [adres] tot aan de locatie van de staande houding is ruim 10 kilometer. De bestuurder van de zwarte Mercedes Sprinter identificeert zich als [medeverdachte 1] . De bestuurder van de witte VW Golf identificeert zich als [medeverdachte 2] . De inzittenden van de zwarte VW Golf identificeren zich als [verdachte] en [medeverdachte 3] . De rechtbank is van oordeel dat er op grond van deze onderzoeksresultaten, in onderling verband en samenhang beschouwd, voldoende verdenking tegen verdachte bestond voor een redelijk vermoeden van schuld als bedoeld in artikel 27 lid 1 Sv op grond waarvan de bevoegdheid om verdachte staande te houden bestond. Ten aanzien van het binnentreden in de loods overweegt de rechtbank dat, nu er sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit – te weten overtreding van de Opiumwet - er voldoende basis bestond voor het binnentreden in de loods. Het beroep op bewijsuitsluiting wordt dan ook verworpen. Ten overvloede wordt hierbij opgemerkt dat voor het binnentreden van bedrijfspanden, waarvan sprake is in het onderhavige onderzoek, een ruimere bevoegdheid dan voor het binnentreden van woningen geldt. 4.3.4. Bewijsmiddelen ten aanzien van het ten laste gelegde feit Activiteiten rond het pand [adres] te [woonplaats] (de loods) Er zijn camerabeelden verkregen met zicht op de in- en uitrit van het bedrijventerrein aan de [adres] te [woonplaats] en met zicht op de deur van het naast de loods gelegen pand [adres] te [woonplaats] , waardoor via de weerspiegeling in het raam van pand [adres] een deel van de loods en de openbare weg voor de loods zichtbaar is. Met betrekking tot activiteiten rond de loods in de dagen voorafgaand aan de staande houding op 13 september 2017 wordt het volgende gerelateerd. Op 11 september 2017 zijn [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op meerdere momenten in en/of rond de loods aanwezig. [verdachte] rijdt met de zwarte Mercedes Sprinter weg vanaf de loods. Rond 18:20 uur zijn zowel [verdachte] als [medeverdachte 3] in de loods aanwezig. [medeverdachte 1] arriveert rond 20:30 uur bij de loods. Op 12 september 2017 zijn zowel [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] ’s ochtends en ’s middags op meerdere momenten in en/of rond de loods aanwezig. Omstreeks 9:00 uur arriveren [verdachte] en [medeverdachte 3] bij de loods in de Mercedes Citan met kenteken [kenteken] (hierna: de Mercedes Citan ). Omstreeks 9:15 uur rijdt de zwarte Mercedes Sprinter de loods uit, met [verdachte] als bijrijder. De bestuurder wordt niet herkend. Dit voertuig arriveert omstreeks 11:00 uur weer bij de loods, met [verdachte] als bijrijder. De bestuurder wordt herkend als [medeverdachte 1] . Omstreeks 17:00 uur verlaat de Mercedes Sprinter weer de loods. Omstreeks 17:15 uur rijdt [verdachte] de Mercedes Citan het bedrijventerrein af. Omstreeks 21:00 uur arriveert [medeverdachte 2] in de witte VW Golf bij de loods en loopt de loods in en uit. Er zijn op dat moment meerdere voertuigen in en/of rond de loods aanwezig, waaronder de zwarte Mercedes Sprinter en een Mercedes Coupé met kenteken [kenteken] (hierna: de Mercedes Coupé). Door wie deze voertuigen bestuurd worden is niet zichtbaar. Ongeveer vijf minuten nadat [medeverdachte 2] is gearriveerd, vertrekt hij weer, vrijwel tegelijkertijd met de Mercedes Coupé. Om ongeveer 22:10 uur wordt de zwarte Mercedes Sprinter uit de loods gereden. Ongeveer een half uur later wordt de zwarte Mercedes Sprinter weer de loods ingereden, nadat de deur van de loods door iemand die zich in de loods bevindt is geopend. Tegen 23:00 uur wordt een witte bestelauto de loods ingereden. Rond middernacht rijdt de zwarte VW Golf het bedrijventerrein af. Bij de in- en uitrit aan de [adres] komt de Mercedes Coupé de zwarte VW Golf tegemoet rijden. De bestuurder van de Mercedes Coupé loopt de loods in. Op 13 september omstreeks 09:00 uur loopt deze man de loods weer uit, stapt in de Mercedes Coupé, en rijdt weg. Tegen 12:30 uur rijdt [medeverdachte 2] een Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken] (hierna: de VW Caddy) achteruit de loods in. De achterdeuren van dit voertuig worden geopend. Vlak hierna rijdt [medeverdachte 2] met dit voertuig weer weg. Rond 16:00 uur arriveert de Mercedes Coupé weer bij de loods. De bestuurder loopt naar [medeverdachte 3] en [verdachte] en zij lopen gezamenlijk de loods in. [medeverdachte 3] rijdt aansluitend de Mercedes Citan de loods uit. Rond 16:15 uur rijdt de Mercedes Citan weg, waarna deze rond 17:30 uur weer arriveert bij de loods, met [verdachte] als bestuurder. Tegen 19:00 uur arriveert [medeverdachte 1] bij de loods in de zwarte VW Golf. Om 19:14 uur wordt de zwarte Mercedes Sprinter de loods uitgereden. Om 19:16 uur, op het moment dat de witte VW Golf aankomt bij de loods, staan [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] buiten de loods. [medeverdachte 2] stapt uit de witte VW Golf en gaat bij [verdachte] en [medeverdachte 1] staan. [verdachte] en [medeverdachte 2] lopen vervolgens samen de loods in. Ondertussen neemt [medeverdachte 3] plaats in de witte VW Golf, terwijl [medeverdachte 1] naast deze auto staat. Uit onderzoek is niet gebleken van bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 1] . Er is geen enkele factuur voor uitgevoerde werkzaamheden aangetroffen. Betrokken voertuigen De zwarte Mercedes Sprinter ( [kenteken] ) Van 16 juni tot en met 28 november 2016 is deze bus op naam van [bedrijf 1] gesteld geweest. Vanaf 28 november 2016 is de bus op naam van [A] gesteld. Op 11 september 2017 rijdt [verdachte] in deze bus. Op 12 september 2017 rijdt [verdachte] als bijrijder in deze bus. Op 13 september 2017, ten tijde van de staande houding werd deze bus bestuurd door [medeverdachte 1] . Tijdens de doorzoeking na inbeslagname wordt een verborgen ruimte in de laadruimte zichtbaar ter grootte van 47 centimeter diep. De ruimte is even breed en hoog als de bus. In deze verborgen ruimte worden 34 dozen van verschillende maten aangetroffen. Na weging van de dichte dozen blijkt een totaalgewicht van 458 kilogram. In het bestuurderscompartiment in de middenconsole van het dashboard wordt een kleine afstandsbediening aangetroffen, waarmee – na het starten van de motor – de wand van de verborgen ruimte kan worden geopend. De witte Volkswagen Golf ( [kenteken] ) Deze auto is op naam van [B] gesteld. [B] is begin augustus 2017 aangehouden voor het bezit van harddrugs. Op 12 september 2017 rijdt [medeverdachte 2] in deze auto. Op 13 september 2017, ten tijde van de staande houding, wordt deze auto eveneens bestuurd door [medeverdachte 2] . Tijdens de doorzoeking na inbeslagname wordt een verborgen ruimte aangetroffen achter de radio en fan unit in het middenconsole. Deze ruimte is ongeveer 20 centimeter diep, 20 centimeter breed en 15 centimeter hoog. De verborgen ruimte was met een afstandsbediening te openen. Deze afstandsbediening is aangetroffen in het portiervakje aan de rechterzijde van de auto. De zwarte Volkswagen Golf ( [kenteken] ) Deze auto is op naam gesteld van [C] , een zwager van [medeverdachte 1] . De auto heeft van 20 december 2016 tot 5 april 2017 op naam gestaan van [D] , die staat ingeschreven op het adres van een woning die volgens het kadaster in eigendom toebehoort aan [medeverdachte 2] . Op 12 september 2017 heeft [medeverdachte 1] van deze auto gebruik gemaakt. Op 13 september 2017, ten tijde van de staande houding, zijn [verdachte] en [medeverdachte 3] de inzittenden. Tijdens de doorzoeking na inbeslagname wordt een verborgen ruimte aangetroffen onder de handrem. Deze ruimte is 114 centimeter lang, 15 centimeter breed en 11 centimeter hoog. De verborgen ruimte kan met een afstandsbediening worden geopend. De witte Mercedes Citan ( [kenteken] ) Dit voertuig staat vanaf 3 mei 2017 op naam van eerder genoemde [A] . Op 12 september 2017 rijdt [verdachte] meerdere keren in deze auto van en naar de loods. Op 13 september 2017 rijdt [medeverdachte 3] deze auto uit de loods. Later op de dag rijdt [verdachte] de auto terug naar de loods. Op 13 september 2017, tijdens de doorzoeking van de loods, wordt de auto aangetroffen. Tijdens de doorzoeking na inbeslagname wordt een verborgen ruimte ontdekt achter de bestuurders- en bijrijdersstoel in de bodem van de auto met een afmeting van 38 centimeter diep, 140 centimeter breed en 27 centimeter hoog. Deze verborgen ruimte kan geopend worden met een afstandsbediening. Onder de vloerbekleding van de bijrijdersstoel is een receiver geplaatst ten behoeve van de bediening middels de afstandsbediening. De witte Volkswagen Caddy ( [kenteken] ) Deze auto heeft van 8 juli 2016 tot 28 november 2016 op naam gestaan van [bedrijf 1] . Vervolgens tot 8 april 2017 op naam van eerder genoemde [A] . Daarna op naam van [bedrijf 2] . Op 13 september 2017 omstreeks 12:30 uur rijdt [medeverdachte 2] in de VW Caddy. De Mercedes Coupé ( [kenteken] ) Deze auto heeft op naam van [medeverdachte 2] gestaan van 1 augustus 2017 tot 19 september 2017. Daarvoor heeft de auto enkele maanden op naam van eerder genoemde [B] gestaan. Colonne rijden Op 13 september 2017 rond 19:22 uur, circa vijf minuten nadat [medeverdachte 2] is gearriveerd, rijden achtereenvolgens de witte VW Golf en de zwarte Mercedes Sprinter en de zwarte VW Golf kort na elkaar van de loods weg. [medeverdachte 2] is de bestuurder van de witte Volkswagen Golf. [medeverdachte 1] is de bestuurder van de zwarte Mercedes Sprinter. [verdachte] en [medeverdachte 3] zijn de inzittenden van de zwarte Volkswagen Golf. De drie voertuigen blijven vervolgens vanaf de loods tot aan Richelleweg te Soesterberg, vlak voor de oprit naar de A28, in dezelfde volgorde achter elkaar rijden. Daarbij rijden de voertuigen kort achter elkaar. Op enig moment rijden er twee voertuigen tussen de Mercedes Sprinter en de zwarte Volkswagen Golf. De zwarte Golf rijdt dan over het terrein van een tankstation, kennelijk met de bedoeling weer in de buurt te komen van de andere twee voertuigen. Wanneer de voertuigen kort daarna stil staan voor een spoorwegovergang ziet een verbalisant dat de zwarte Mercedes Sprinter achter de witte Volkswagen Golf stond, met daarachter een politievoertuig en vervolgens de zwarte Volkswagen Golf. De afstand vanaf de loods tot aan de locatie van de staande houding is ruim 10 kilometer. PGP-toestellen Onder verdachten zijn zeven zogenoemde PGP-toestellen in beslag genomen. Tijdens de fouillering van [medeverdachte 2] wordt een telefoon, merk BlackBerry, voorzien van het PGP telefoonnummer * [telefoonnummer] , aangetroffen. Tijdens de fouillering van [verdachte] wordt onder meer een telefoon, merk BlackBerry, type Porsche design, aangetroffen, voorzien van het PGP telefoonnummer * [telefoonnummer] . Onder [medeverdachte 3] wordt een telefoon, merk BlackBerry, type Porsche design, kleur wit aangetroffen, voorzien van het PGP telefoonnummer * [telefoonnummer] . In de door [medeverdachte 1] bestuurde zwarte Mercedes Sprinter wordt onder meer een telefoon, merk BlackBerry aangetroffen, kleur zwart, voorzien van het PGP telefoonnummer * [telefoonnummer] . Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] wordt een groot aantal nieuwe en gebruikte mobiele telefoons aangetroffen, waaronder twee van het merk BlackBerry, waarvan één voorzien van het PGP telefoonnummer * [telefoonnummer] en één voorzien van het PGP telefoonnummer * [telefoonnummer] . Alle onder de verdachten in beslag genomen toestellen hebben enkel gebruik gemaakt van het netwerk ecc01.com.attz. Dit is een zogenaamd PGP netwerk, specifiek opgezet ten behoeve van het gebruik van PGP telefoons. Het was voor de verdachten mogelijk om onderling één op één of met elkaar als groep direct door middel van het verzenden van berichten te communiceren. De PGP’s van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] waren op 13 september 2017 tijdens de rit van de loods tot aan Richelleweg te Soesterberg, online met data en verplaatsten zich via zendmasten (de rechtbank begrijpt: zendmasten hebben aangestraald). [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] hadden ten tijde van de staande houding geen andere telefoon bij zich dan de aangetroffen en in beslag genomen PGP telefoons. [medeverdachte 1] was wel in het bezit van ‘reguliere’ mobiele telefoons, maar deze stonden uitgeschakeld. Testen NFI De in de zwarte Mercedes Sprinter aangetroffen hoeveelheid verdovende middelen bestond uit de volgende monster sporen: SIN: AAJT7255NL: bruto 23,46 kilogram SIN: AAJT7256NL: bruto 122,62 kilogram SIN: AAJT7257NL SIN: AAJT7258NL SIN: AAJT7260NL: bruto 52,28 kilogram SIN: AAJT7262NL: bruto 36,24 kilogram SIN: AAJT7264NL: bruto 85,54 kilogram SIN: AAJT7266NL: bruto 42,34 kilogram SIN: AAJT7268NL: bruto 13,34 kilogram SIN: AAJT7270NL: bruto 4,58 kilogram SIN: AAJT7251NL: bruto 20 kilogram SIN: AAJT7253NL: bruto 56,79 kilogram. Het goed met SIN AAJT7256NL heeft een bruto gewicht van 122,62 kilogram. Uit dit goed werden twee monsters genomen: één met omschrijving ‘witte poeder’, indicatief getest als cocaïne, voorzien van het hiervoor genoemde SIN AAJT7258; één met omschrijving ‘bruine substantie’, indicatief getest als heroïne, voorzien van het hiervoor genoemde SIN AAJT7257. De monster sporen zijn aangeboden aan het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI). De resultaten en conclusie van het NFI zijn dat de monsters met de kenmerken: o AAJT7255NL o AAJT7258NL o AAJT7260NL o AAJT7262NL o AAJT7264NL o AAJT7266NL o AAJT7270NL o AAJT7253NL cocaïne bevatten. Het totale bruto gewicht van deze monsters – met uitzondering van het hiervoor genoemde monster met kenmerk AAJT7258NL – bedraagt 301,23 kilogram. Daarnaast concludeert het NFI dat de monsters met de kenmerken AAJT7268NL en AAJT7251NL heroïne bevatten. Het totale bruto gewicht van deze twee monsters bedraagt 33,34 kilogram. Voor het monster met kenmerk AAJT7257NL is geen conclusie opgenomen. 4.3.5. Bewijsoverweging Vooropgesteld moet worden dat voor de beantwoording van de vraag of een verdachte opzettelijk verdovende middelen heeft vervoerd als bedoeld in artikel 2, onder B, van de Opiumwet niet doorslaggevend is aan wie die verdovende middelen toebehoren. Evenmin hoeft sprake te zijn van enige beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van de drugs. Voldoende is dat de drugs zich in de machtssfeer van de verdachte bevinden en dat de verdachte de wetenschap heeft van de aanwezigheid van de drugs, althans de aanmerkelijke kans daarop. De rechtbank is van oordeel dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de drugs in de zwarte Mercedes Sprinter ten tijde van het vervoer op 13 september 2017 en dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten, waardoor medeplegen van het opzettelijk vervoeren van cocaïne en heroïne wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. De rechtbank is op grond van de weergegeven bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte op 13 september 2017 in de zwarte VW Golf achter de zwarte Mercedes Sprinter reed teneinde tezamen met de witte VW Golf – die voor de zwarte Mercedes Sprinter reed – een zo genoemde ‘colonne van voertuigen’ te vormen om het transport van de van cocaïne en heroïne te begeleiden. De verklaring van verdachte dat hij op het bewuste moment de bewuste route reed, omdat hij [medeverdachte 3] een lift gaf naar diens woning in [woonplaats] , vindt de rechtbank niet aannemelijk, omdat de door verdachte gereden route zuidwaarts is richting Soesterberg, in plaats van noordwaarts richting Hilversum. De door verdachte geschetste gang van zaken is echter niet reeds op grond van het voorgaande uiterst onwaarschijnlijk. Zijn verklaring wordt ook weersproken door de omstandigheid dat er in elk van de drie voertuigen een PGP-telefoon aanwezig was waarmee verdachte en de medeverdachten tijdens het vervoeren van de drugs op 13 september 2017 als groep met elkaar konden communiceren. Alhoewel niet kan worden vastgesteld dat verdachte en zijn medeverdachte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.