RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 18/3985 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. A.L.J. Blok), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (gemachtigde: M. van Mourik). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 21 februari 2020 gereageerd op dit verzoek. Overwegingen
- Verweerder heeft op 20 september 2018 een besluit genomen. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Verweerder heeft op 13 januari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij het bezwaar tegen de beslissing van 20 februari 2018 alsnog gegrond is verklaard. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
- De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
- De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht).
- Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten te betalen. 5 De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker in beroep gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 1.050, - (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met wegingsfactor 1). Omdat aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.
- Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 46, - te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.050,- . Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. T. van Ekris, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 10 april
- Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.