← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:1667

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/810 uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 april 2020 in de zaak tussen [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker, en de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 1 april 2020 gereageerd op dit verzoek. Overwegingen

  1. Verweerder heeft op 18 februari 2020 een besluit genomen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op 5 maart 2020 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 18 februari 2020 en dat hij dit besluit in het voordeel van verzoeker herroept. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
  2. De voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht).
  3. Verzoeker heeft zijn verzoek om verweerder zijn proceskosten te laten betalen niet onderbouwd. Hij heeft namelijk niet kenbaar gemaakt welke kosten hij voor deze procedure heeft gemaakt. Dit had hij bijvoorbeeld kunnen doen door het aan hem verstrekte ‘formulier proceskosten’ ingevuld terug te sturen naar de rechtbank. Ook blijkt uit het dossier niet dat verzoeker bepaalde kosten heeft gemaakt. Zo is bijvoorbeeld niet gebleken dat verzoeker voor zijn procedure gebruik heeft gemaakt van een advocaat of een andere professionele (juridische) hulpverlener. Dus daar heeft hij geen kosten voor gemaakt. Verder is het zo dat verzoeker ook (nog) geen griffierecht heeft betaald.
  4. Omdat verzoeker niet heeft vermeld en heeft onderbouwd welke kosten hij voor deze procedure heeft gemaakt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. De beslissing is uitgesproken op 17 april
  5. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.