RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling familierecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/499350 / FA RK 20-1876 Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling Beschikking van 23 maart 2020, naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1928, wonende aan de [adres] te [woonplaats] , verblijvende te [verblijfplaats] te [plaatsnaam] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. A.E.M.C. Koudijs. 1Procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 maart
- Bij het verzoekschrift zijn (onder meer) de volgende bijlagen gevoegd: - de beschikking van de burgemeester d.d. 19 maart 2020; - de medische verklaring d.d. 19 maart 2020; - het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg d.d. 19 maart
- 1.
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft vanwege de coronamaatregelen telefonisch plaatsgevonden op 23 maart
- 1.
- Daarbij heeft de rechtbank gelijktijdig de volgende personen gehoord: - de advocaat, - mevrouw [A] , behandelend arts. De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene niet in staat was gehoord te worden. De arts heeft aan het begin en aan het einde van de mondelinge behandeling geprobeerd om betrokkene aan de telefoon te krijgen. Dit was echter niet mogelijk omdat betrokkene versuft en in zichzelf gekeerd was. 1.
- De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak per e-mail verstrekt. 2Beoordeling 2.
- De arts heeft tijdens de mondeling behandeling toegelicht dat betrokkene naast zijn dementie een delier heeft. Hierdoor is hij wisselend in bewustzijn. Hiervoor is medicatie ingezet, maar er is nog relatief weinig tijd verstreken om te kunnen zeggen of het toestandsbeeld van betrokkene verbeterd is door de medicatie. Het gaat wisselend goed met betrokkene. De familie heeft laten weten dat het een heftige situatie is geweest en dat zij 24 uur per dag bij het echtpaar moesten zijn om de echtgenote van betrokkene te beschermen. De fysieke agressie van betrokkene zoals in de stukken omschreven, ziet men in de instelling niet terug. 2.
- De advocaat heeft naar voren gebracht dat hij betrokkene wel heeft kunnen spreken en dat die aan hem heeft laten weten dat hij graag naar huis wil. Hij erkent niet wat in het verzoek staat over zijn fysieke agressie naar zijn echtgenote toe. Hiervan kan hij zich niets herinneren. De advocaat verzoekt om afwijzing van het verzoek. 2.
- Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de betrokkene als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening te weten de Ziekte van Alzheimer mogelijk in combinatie met een delier dit ernstig nadeel veroorzaakt. 2.
- Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is voornamelijk gelegen in ernstig lichamelijk letsel. 2.
- Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.
- De betrokkene verzet zich tegen een voortzetting van zijn verblijf in de accommodatie. 2.
- De rechtbank is toch van oordeel dat betrokkene opgenomen moet blijven, omdat ondanks de inzet van de huisarts, de casemanager en de 24-uurs zorg van de kinderen, de situatie thuis onhoudbaar is geworden. 2.
- Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes weken, en geldt aldus tot en met 4 mei
- 3Beslissing De rechtbank: verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1928; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 mei
- Deze beschikking is op 23 maart 2020 mondeling gegeven door mr. V.M.M. van Amstel, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door mr. Z.E.W. Fuchs als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 3 april
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.