RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/1777 uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 mei 2020 in de zaak tussen [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. M. Hoevers), en de burgemeester van de gemeente Amersfoort, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 7 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekster een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende dat de woning aan de [adres] in [woonplaats] met ingang van dinsdag 12 mei 2020 om 15.00 uur gesloten wordt voor een periode van drie maanden. Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen
- Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaande aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
- Het primaire besluit is op vrijdag 8 mei 2020 verzonden. Verzoekster heeft op zondag 10 mei 2020 een verzoekschrift ingediend en zij heeft een bezwaarschrift ingediend.
- De griffier van de rechtbank heeft op 12 mei 2020 telefonisch contact opgenomen met verweerder met het verzoek om deze zaak te bespreken met een medewerker die voorlopige voorzieningen behandelt. De griffier heeft gesproken met een medewerker van het KCC van verweerder. De medewerker deelde onder andere mede dat de zaak eerst geregistreerd moest worden en dat er daarna pas een jurist aan de zaak gekoppeld zou worden. De medewerker kon geen zicht geven op de termijn waarop dat zou gebeuren.
- De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb, gelet op de zeer korte begunstigingstermijn van de last en het feit dat verweerder niet voor 15.00 uur bereikbaar is voor inhoudelijk overleg. Gelet hierop en na afweging van de betrokken belangen ziet de voorzieningenrechter aanleiding het primaire besluit bij wijze van ordemaatregel te schorsen. Daartoe wordt mede in aanmerking genomen dat de voorzieningenrechter zo spoedig als mogelijk is het verzoek aan de orde zal stellen en zal bezien of de schorsing van het primaire besluit gehandhaafd moet worden.
- De beslissing inzake de verzochte proceskostenvergoeding wordt aangehouden. Beslissing De voorzieningenrechter schorst bij wijze van ordemaatregel het primaire besluit tot uitspraak zal zijn gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening. Deze uitspraak is op 12 mei 2020 gedaan door mr. M. Wolfrat, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.