← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:1910

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/717 uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 april 2020 in de zaak tussen [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster(gemachtigde: mr. I.E. Mussche), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 13 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoekster recht heeft op een voorziening voor dagbesteding voor de periode van 1 oktober 2019 tot en met 30 september

  1. Dit wordt toegekend als Zorg in Natura (ZIN). Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen
  2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
  4. Verzoekster heeft over het gestelde spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening hangende de bezwaarprocedure aangevoerd dat verzoekster voldoende studiepunten moet behalen om op de opleiding te kunnen blijven. De zorgverleenster die verzoekster inhuurde en betaalde uit het persoonsgebonden budget (pgb), mevrouw [A] van [naam] ( [naam] ), is haar vertrouwenspersoon geworden. Zonder begeleiding van [naam] is het voor verzoekster niet mogelijk om met voldoende begeleiding voldoende studiepunten te halen. Verzoekster heeft niet gekozen voor ZIN maar voor een pgb. [naam] wil niet bij een instelling werken om zo ZIN aan verzoekster te verlenen. Het is cruciaal voor het welzijn van verzoekster dat de begeleiding die zij van [naam] ontvangt wordt gecontinueerd. Gezien de financiële situatie van verzoekster kan zij de kosten voor de zorg van [naam] niet zelf betalen.
  5. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit dagbesteding voor verzoekster heeft geïndiceerd en verder dat de verantwoordelijke hoofdaannemer Kwintes daarover met verzoekster in gesprek zal gaan. De zorg zal worden verleend als ZIN.
  6. Verzoekster heeft toegelicht waarom zij graag een pgb wil ontvangen, maar zij heeft niet onderbouwd dat het afnemen van ZIN voor haar niet mogelijk of passend is, of dat het gezien haar medische situatie niet van haar mag worden gevergd dat zij (tijdelijk) zorg bij andere zorgverleners afneemt. Dat verzoekster geen gebruik wil maken van ZIN en dat zij bij [naam] wil blijven die geen ZIN wil leveren, is een eigen keuze van verzoekster. De voorzieningenrechter heeft, gezien de situatie zoals verzoekster die schetst, begrip voor verzoeksters wens om bij [naam] te blijven, maar ziet hierin geen aanleiding om spoedeisend belang aan te nemen. Bovendien blijkt uit de stukken dat verzoekster nog steeds zorg ontvangt van [naam] , ondanks dat hier (tijdelijk) geen vergoeding tegenover staat. Niet blijkt dat deze situatie niet kan worden gecontinueerd totdat verweerder een beslissing op bezwaar heeft genomen.
  7. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat er geen spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. ten Klooster, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 17 april
  9. Als gevolg van maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken. de voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.