← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:2018

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/1110 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 mei 2020 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen Almere, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 10 maart

  1. Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  2. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 1 november
  3. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 13 december 2019 ingediend moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op 25 december
  4. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
  5. Eiseres voert in zowel haar bezwaar als beroepschrift aan dat zij te laat was omdat zij psychisch in de war is en alles vergeet. Er speelt zoveel in haar leven dat zij door de bomen het bos niet meer ziet.
  6. De rechtbank heeft begrip voor de situatie van eiseres, maar vindt dit geen geldige reden waarom eiseres te laat was met het indienen van haar bezwaar. Eiseres heeft in bezwaar medische informatie overgelegd, maar daaruit volgt niet dat zij niet op tijd bezwaar kon indienen vanwege ziekte. Verweerder heeft die informatie laten beoordelen door een verzekeringsarts, en die is tot de conclusie gekomen dat eiseres weliswaar beperkingen heeft, maar dat er geen sprake is van aandoeningen waardoor eiseres niet op tijd bezwaar kon maken. In beroep heeft eiseres herhaald dat zij door haar fysieke en psychische klachten niet in staat was om op tijd bezwaar te maken, maar zij heeft geen nieuwe medische informatie overgelegd op grond waarvan de rechtbank twijfelt aan de conclusie van de verzekeringsarts. Dat had wel op de weg van eiseres gelegen. De rechtbank merkt nog op dat, ook als het wél zo zou zijn dat eiseres te ziek was om bezwaar te kunnen maken, dat nog steeds geen geldige reden is waarom zij te laat was met het indienen van haar bezwaar. De rechtspraak hierover is heel streng. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat is de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, heeft beslist dat als iemand door ziekte niet in staat is om op tijd bezwaar te maken, van diegene kan worden verwacht dat hij iemand inschakelt die zijn belangen kan behartigen. Als iemand dat niet doet, komt dat voor zijn risico. Alleen in zeer bijzondere gevallen, als iemand aannemelijk kan maken dat hij geen mogelijkheid had om een belangenbehartiger in te schakelen, kan een uitzondering op de bezwaartermijn worden gemaakt. Eiseres heeft dat niet aannemelijk gemaakt. Zij heeft dat niet gesteld en zij heeft ook geen nieuwe medische informatie overgelegd waaruit dat kan blijken.
  7. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).
  8. Eiseres krijgt geen gelijk en krijgt daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan op 29 mei 2020 door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt de uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken. de griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.