vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/502089 / KG ZA 20-209 Vonnis in kort geding van 12 juni 2020 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , eiseres, advocaat mr. E.S. van Diemen - Vloedbeld te Amersfoort, tegen [gedaagde] h.o.d.n. BOUWEN.APP, wonende en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , gedaagde, advocaat mr. V. van Dijken te Harderwijk. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 14 mei 2020 met producties 1 tot en met 19 de op 20 mei 2020 van [gedaagde] ontvangen producties 1 tot en met 8 de op 22 mei 2020 van [gedaagde] ontvangen producties 9 en 10 de op 25 mei 2020 van [eiseres] ontvangen aanvulling op productie 19 de mondelinge behandeling van 25 mei 2019 de pleitnota van [eiseres] de pleitnota van [gedaagde] . 1.2. Daarna is beslist dat er een vonnis komt. 2Waar gaat de zaak over? 2.1. [eiseres] heeft op 1 juni 2013 een applicatie op de markt gebracht waarmee bij bouw- en infrastructuurprojecten op een digitale manier met de omgeving kan worden gecommuniceerd. Met de app kan bijvoorbeeld door een bouwbedrijf of een overheidsinstantie informatie worden gedeeld met de omwonenden van een bouwproject. Deze app heet “de BouwApp”. Op 7 april 2013 heeft [eiseres] het volgende beeldmerk geregistreerd in de Benelux: [eiseres] gebruikt sinds 13 juli 2012 een website die hangt onder de domeinnaam www.debouwapp.nl en zij zegt dat ze vanaf dat moment “de BouwApp” ook als handelsnaam gebruikt. 2.2. [eiseres] kwam er eind 2019 achter dat [gedaagde] een soortgelijke app op de markt had gebracht, maar dan met de naam “bouwen.app”. Op 8 mei 2018 is de domeinnaam www.bouwen.app geregistreerd. Onder die domeinnaam hangt een website die wordt gebruikt om de app te verkopen. Op enig moment is [gedaagde] “bouwen.app” als handelsnaam gaan gebruiken. [gedaagde] gebruikt het volgende logo (hierna ook “het teken”): 2.3. [eiseres] vindt dat [gedaagde] inbreuk maakt op haar beeldmerk en haar handelsnaam en dat hij onrechtmatig handelt (slaafse nabootsing) door de exploitatie van zijn app met de naam “bouwen.app” met gebruik van de hiervoor genoemde handelsnaam, domeinnaam en logo. 2.4. [eiseres] vordert in dit kort geding, onder meer, dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de inbreuk op haar beeldmerk “de BouwApp”, handelsnaam en domeinnaam te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom. 2.5. [gedaagde] is het hier niet mee eens. Volgens hem maakt hij geen inbreuk op de merk- en handelsnaamrechten van [eiseres] en handelt hij ook niet onrechtmatig. 3De beoordeling 3.1. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [eiseres] af, omdat het niet aannemelijk is dat een bodemrechter zal oordelen dat er sprake is van een inbreuk op de merk- en handelsnaamrechten van [eiseres] of van slaafse nabootsing. Hieronder wordt uitgelegd waarom dat zo is. Geen merkinbreuk 3.2. [eiseres] doet een beroep op artikel 2.20 lid 1 sub b, sub c en sub d van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (hierna: “BVIE”). Op grond van deze bepalingen kan het [gedaagde] in bepaalde gevallen verboden worden om een teken te gebruiken dat gelijk is aan het merk van [eiseres] of daarmee overeenstemt (te veel op lijkt). In artikel 2.20 BVIE sub d staat weliswaar vermeld dat het moet gaan om een identiek teken, maar het is verdedigbaar dat de bescherming van sub d niet beperkt hoort te zijn tot deze situatie en ook dient te gelden als de handelsnaam overeenstemt met het merk. 3.3. Het teken van [gedaagde] is niet identiek aan het merk van [eiseres] . Daar zijn partijen zijn het ook over eens. Het beroep van [eiseres] op de genoemde bepalingen kan dus alleen slagen als het teken van [gedaagde] overeenstemt met het merk van [eiseres] (naast dat er voldaan moet zijn aan de overige voorwaarden die in deze bepalingen worden genoemd). Van een overeenstemmend teken is sprake als het teken (zoals gebruikt) in zodanige mate visueel, auditief en begripsmatig lijkt op het merk (zoals ingeschreven) dat het dezelfde totaalindruk achterlaat. Daarbij wegen de punten van overeenstemming zwaarder dan die van verschil. Er kan sprake zijn van dominerende bestanddelen. 3.4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat noch de handelsnaam, noch het teken van [gedaagde] overeenstemt met het merk van [eiseres] , althans dat het niet aannemelijk is dat een bodemrechter zal oordelen dat dit wel zo is. Dit oordeel wordt als volgt toegelicht. Visueel 3.5. Het merk en het teken bestaan allebei uit een afbeelding van een bouwhelm in combinatie met woorden. Daarbij vallen de volgende verschillen op: de bouwhelm in het teken heeft een andere kleur (wit in een oranje/rood zeshoekig vlak) dan die in het merk (geel). ook zijn bij de bouwhelm in het teken details aangebracht en bij de bouwhelm in het merk niet. in het teken is een ander lettertype gebruikt dan in het merk. de woorden “bouwen” en “.app” in het teken van [gedaagde] hebben allemaal dezelfde grootte, terwijl in het merk van [eiseres] hoofdletters voorkomen en een lidwoord, dat kleiner is weergegeven dan de andere woorden (de BouwApp). ook is het tweede woord in het teken van [gedaagde] een domeinnaamextensie (“.app”), terwijl in het merk geen domeinnaamextensie voorkomt. Dat zowel het merk als het teken een afbeelding van een bouwhelm bevat en het woord “app” en de letters “bouw”, zijn punten van overeenstemming, maar deze punten van overeenstemming wegen (ook als daaraan zwaarder wordt gehecht) niet op tegen de vele punten van verschil. Er is dus geen sprake van een gelijk visueel totaalbeeld. Auditief 3.6. Het teken van [gedaagde] wordt uitgesproken als “bouwen punt app”, het merk van [eiseres] als “de bouw app”. Auditief verschillen het merk en teken daarom van elkaar. Dat het woord “app” en de klank “bouw” hetzelfde zijn, is ondergeschikt aan het totale klankbeeld. Begripsmatig 3.7. Begripsmatig is er overeenstemming tussen merk en teken, omdat het voor het relevante publiek duidelijk zal zijn dat het gaat om een applicatie voor de bouw. Conclusie 3.8. Kortom, het teken verschilt visueel en auditief van het merk en komt daar begripsmatig mee overeen. De begripsmatige overeenstemming neutraliseert de visuele en auditieve verschillen echter niet, zodat het teken in zijn geheel genomen een andere totaalindruk achterlaat dan het merk en daarmee dus niet overeenstemt. Voor wat betreft de sub d- grondslag geldt dat de handelsnaam (dus zonder de afbeelding) met het merk wordt vergeleken, maar ook dan is er teveel verschil. Daarom (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.