← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:2480

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 19/3079 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2020 in de zaak tussen [verzoekster] B.V., te [vestigingsplaats] , verzoekster (gemachtigde: R. Scholten), en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft op 10 december 2018 bezwaar gemaakt tegen een besluit van verweerder van 31 oktober

  1. Op 14 mei 2019 heeft verzoekster verweerder in gebreke gesteld. Op 8 augustus 2019 is verzoekster in beroep gegaan, vanwege het uitblijven van een besluit op het bezwaar. Verweerder heeft op 23 augustus 2019 alsnog een besluit op het bezwaar genomen. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep bij brief van 16 september 2019 ingetrokken met het verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten. Op dit verzoek heeft verweerder niet gereageerd. Overwegingen
  2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
  3. Verzoekster heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar ingetrokken, omdat verweerder alsnog een besluit heeft genomen op haar bezwaar. Daarbij heeft verzoekster zich op het standpunt gesteld dat verweerder haar proceskosten dient te vergoeden, omdat verweerder aantoonbaar in gebreke was.
  4. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
  5. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 262,50,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 0,5). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
  6. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41 Awb). Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van O.G.J. Stroek, griffier, op 15 mei
  7. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. - de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen - griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.