vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/479668 / HL ZA 19-13 Vonnis van 8 januari 2020 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. O. Albayrak te Rotterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde (B.V.)] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde, advocaat mr. M.H.J. Langerak te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde (B.V.)] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het vonnis in het bevoegdheidsincident van 6 februari 2018 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant; - oproepingsexploot; - incidentele conclusie van onbevoegdheid, tevens voorwaardelijke incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring; - conclusie van antwoord in het incident; - vonnis in het bevoegdheids- en vrijwaringsincident; - akte houdende wijziging/vermindering van eis; - conclusie van antwoord; - tussenvonnis van 30 oktober 2019; - proces-verbaal van de comparitie van partijen op 12 december 2019. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [bedrijfsnaam (B.V.)] . , hierna [bedrijfsnaam (B.V.)] , heeft op 24 november 2015 met [gedaagde (B.V.)] , hierna [gedaagde (B.V.)] , een bemiddelingsovereenkomst gesloten op grond waarvan [bedrijfsnaam (B.V.)] aan [gedaagde (B.V.)] de opdracht heeft gegeven om het schip ‘ [naam schip] ’ type [.] , hierna het schip, te verkopen en [gedaagde (B.V.)] recht heeft op provisie bij verkoop van het schip 2.2. Nadat [gedaagde (B.V.)] het schip te koop had gezet werd [gedaagde (B.V.)] benaderd door [A] , hierna [A] . [A] trad op als makelaar in opdracht van [eiser] . Tussen [A] en [gedaagde (B.V.)] is overeenstemming bereikt over een koopprijs voor het schip van € 1.350.000,--. Bij e-mail van 1 april 2017 heeft [A] aan [gedaagde (B.V.)] verzocht om toezending van de koopovereenkomst. 2.3. Op 2 mei 2017 ontving [gedaagde (B.V.)] de door haar opgestelde ‘sales agreement brokerage’ met daarin [bedrijfsnaam (B.V.)] als verkoper (‘Vendor’), [eiser] als koper (‘Purchaser’) en [gedaagde (B.V.)] als makelaar (‘Broker’), van [A] retour. Elke bladzijde van de sales agreement brokerage was voorzien van de handgeschreven naam [eiser] en een daarbij geplaatste paraaf. Op de laatste bladzijde staat bij ‘Purchaser’ handgeschreven [eiser] , Istanbul/Turkey, 29/04/2017 en bij ‘Signature’ staat een handtekening. 2.4. Op 2 mei 2017 ontving [gedaagde (B.V.)] op haar bankrekening $ 110.000,- als eerste termijn van de koopprijs. Op 16 mei 2017 is het schip in opdracht van [eiser] gekeurd. De kosten van de keuring zijn op 17 mei 2017 door [gedaagde (B.V.)] voldaan en bedroegen ongeveer € 6000,-- inclusief btw. Na de goedkeuring van het schip is op 24 mei 2017 de tweede termijn van de koopprijs van $ 175.000,-- op de bankrekening van [gedaagde (B.V.)] ontvangen. Omgerekend bedragen beide betalingen (ongeveer) € 255.000,--. 2.5. [eiser] heeft in de maand mei van 2017 drie dagen op Ibiza gebruik van het schip gemaakt. 2.6. Op 11 september 2017 heeft [eiser] een bezoek gebracht aan [B] , de weduwe van [C] , hierna [B] . Tijdens dat bezoek is een handgeschreven ‘Sales Agreement’ door [B] en [eiser] ondertekend. Daarin staat onder meer: “ [eiser] and [B] have come to a agreement to sell the boat [naam schip] (2008 [.] ) under the terms below with an total amount of # 1.350.000,- € (…). - Buyer ( [eiser] ) have already paid # 250.000,- € (twohundredfiftythousand) Euros to the seller (…) - The (…) amount # 1.100.000,- € (onemillionthousand) Euros will be paid in total until 15 january 2018 (…)”. 2.7. Bij brief van 26 februari 2018 van mr. [D] heeft [bedrijfsnaam (B.V.)] [eiser] gesommeerd om uiterlijk voor 12 maart 2018 zorg te dragen voor de betaling van € 1.100.000,-. Voorts staat in de brief dat bij niet tijdige betaling de koopovereenkomst door [bedrijfsnaam (B.V.)] ontbonden zal worden en [eiser] de contractuele boete zoals bepaald in artikel 5.1 van de sales agreement brokerage verschuldigd zal zijn. 2.8. Bij brief van 16 mei 2018 van mr. [D] aan mr. Albayrak heeft [bedrijfsnaam (B.V.)] onder meer geschreven dat sprake is van een geldige koopovereenkomst van 29 april 2017, dat die inmiddels ontbonden is en dat [bedrijfsnaam (B.V.)] haar vordering ter zake van de boete van € 337.500,-- handhaaft. 2.9. Bij dagvaarding van 28 juni 2018 heeft [eiser] van [B] , [bedrijfsnaam (B.V.)] en [gedaagde (B.V.)] betaling gevorderd van € 256.000,-. 2.10. Op 18 september 2018 hebben [bedrijfsnaam (B.V.)] , [B] en [eiser] een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarin staat onder meer: “ Nemen het volgende in aanmerking : (…) - Namens [eiser] is op 2 mei 2017 en op 24 mei 2017 een tweetal aanbetalingen verricht van respectievelijk $ 110.000,- en $ 175.000,-. Omgerekend naar euro’s (op basis van de koers van destijds) bedroeg het bedrag dat door [eiser] is aanbetaald € 255.529,76. (…). - [eiser] en [achternaam van B en C] hebben op 11 september 2017 afspraken gemaakt en vastgelegd in een handgeschreven overeenkomst d.d. 11 september 2017. [achternaam van B en C] is van mening dat dit aanvullende afspraken zijn. - [eiser] is van mening dat de overeenkomst van 11 september 2017 de enige door hem gesloten overeenkomst met betrekking tot het onderhavige jacht is. - Deze overeenkomst is door [eiser] niet nagekomen. - [eiser] claimt volledige terugbetaling van de namens hem gedane aanbetaling van € 255.529,76. - [bedrijfsnaam (B.V.)] claimt betaling door [eiser] van een boete van € 337.500,- gebaseerd op artikel vijf van voornoemde schriftelijke koopovereenkomst d.d. 29 april 2017/1 mei 2017. (…) Stellen vast en zijn overeengekomen : Voor zover er tussen partijen nog sprake is van enige overeenkomst met betrekking tot het jacht [naam schip] wordt deze hierbij vernietigd, althans ontbonden Indien en voor zover de door partijen gesloten overeenkomst d.d. 11 september 2017 geacht wordt een zelfstandige koopovereenkomst te zijn, heeft [achternaam van B en C] bij de totstandkoming daarvan gedwaald. (…) [bedrijfsnaam (B.V.)] ontvangt van [eiser] een vergoeding van € 25.000,- voor de door haar gemaakte kosten met betrekking tot de mislukte verkoop van het jacht [naam schip] . Dit bedrag wordt verrekend met de terugbetaling door [bedrijfsnaam (B.V.)] van de met betrekking tot deze mislukte verkoop, via [bedrijfsnaam (B.V.)] ontvangen aanbetaling ad € 150.000,-, zodat [bedrijfsnaam (B.V.)] per saldo € 125.000,- aan [eiser] betaalt. Eventuele vorderingen van [achternaam van B en C] en/of [bedrijfsnaam (B.V.)] mbt deze mislukte verkoop, op derden, waaronder [bedrijfsnaam (B.V.)] en [A] , worden door [achternaam van B en C] en [bedrijfsnaam (B.V.)] aan [eiser] gecedeerd. (…) 10. Partijen verlenen elkaar, na ontvangst van de betaling op voornoemde bankrekening, finale kwijting. (…). 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert samengevat - veroordeling van [bedrijfsnaam (B.V.)] tot betaling van € 105.529,79 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het te wijzen vonnis en in de kosten van de procedure waaronder de nakosten en te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. [bedrijfsnaam (B.V.)] voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 4. De beoordeling 4.1. Partijen verschillen van mening over de geldigheid van de sales agreement brokerage van 29 april 2017, hierna: de koopovereenkomst, en de sales agreement van 11 september 2017. [eiser] stelt dat hij de koopovereenkomst niet ondertekend heeft en dat de ondertekening met zijn naam en zijn handtekening vals zijn. [gedaagde (B.V.)] stelt dat de koopvereenkomst geldig is en dat de sales agreement van 11 september 2017 niet meer is dan een nadere afspraak over de betaling door [eiser] van de koopprijs. 4.2. Omdat de verkoper ( [bedrijfsnaam (B.V.)] ) en [eiser] respectievelijk gevestigd zijn en woonplaats hebben in Nederland en Turkije, en beide landen in 2017 lid zijn van het Weens Koopverdrag 1980 (CISG), is dat verdrag van toepassing op de rechtsbetrekking tussen [bedrijfsnaam (B.V.)] en [eiser] . 4.3. Het staat tussen partijen vast dat [gedaagde (B.V.)] en [eiser] in het kader van de totstandkoming van de koopovereenkomst geen contact met elkaar hebben gehad. [gedaagde (B.V.)] is, nadat het schip te koop is gezet, benaderd door [A] , een kennis van [eiser] . Over het contact tussen [A] en [gedaagde (B.V.)] stelt [eiser] in de dagvaarding dat dat plaatsvond in maart/april 2017 en via What’s App verliep en dat ‘toendertijd’ een prijs overeengekomen is van € 1.350.000,-. Voorts blijkt uit de correspondentie tussen [A] en [gedaagde (B.V.)] dat [A] per e-mail op 1 april 2017 aan [gedaagde (B.V.)] verzoekt om toezending van een contract. [A] schrijft onder meer: “Goodmorning my client is waiting for the new contract (…). I want to finish this deal he is ready to pay first payment (…). We must sign this contract lately Monday if possible please send me the right contract today I will give it to Mr [eiser] and make him sign it tomorrow(…)”. Bij e-mail van 2 mei 2017 heeft [gedaagde (B.V.)] aan [bedrijfsnaam (B.V.)] geschreven: “In de bijlage heb ik twee scans van de geparafeerde en ondertekende overeenkomst in een aparte scan de getekende overeenkomst van de koper. Ook hebben we vandaag een bedrag van € 100.127,48 ontvangen als aanbetaling. Eindelijk !!!” Bij e-mail van 8 mei 2017 heeft [A] aan [gedaagde (B.V.)] geschreven: “Just a quick update for you. I spoke to the buyer and everything seems fine and continues as planned. He will transfer the following payment of 150.000,- Euros next week. (…)”. Bij e-mail van 27 mei 2017 heeft [gedaagde (B.V.)] aan [bedrijfsnaam (B.V.)] geschreven: “Zoals je kunt lezen, verklaart de Turks Broker hieronder dat alles in orde is en dat de klant de tweede betaling zal uitvoeren. Intussen kan ik jullie bevestigen dat de aanbetaling deze week is ontvangen en dat we deze minus de commissie van beide makelaars aan jullie zullen overmaken.” Het staat tevens vast dat op 2 mei en 24 mei 2017 twee betalingen hebben plaats gevonden van totaal € 256.000,-- ,dat voorafgaand aan de tweede betaling het schip in opdracht van [eiser] op is (goed)gekeurd en dat [eiser] in mei 2017 drie dagen van het schip gebruik gemaakt heeft. 4.4. De betwisting van [eiser] van de geldigheid van de ondertekening van de koopovereenkomst snijdt geen hout. Los van de vraag of de vermelding van zijn naam en zijn handtekening geldig zijn, mocht [gedaagde (B.V.)] zonder nader onderzoek op de aanvaarding door [eiser] en de geldigheid van de koopovereenkomst vertrouwen omdat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.