← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:2561

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 19/1524 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2020 in de zaak tussen [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. H.M. de Roo), en Schadefonds Geweldsmisdrijven, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft op 11 oktober 2019 gereageerd op dit verzoek. Overwegingen

  1. Verweerder heeft op 1 maart 2019 een besluit genomen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 27 september 2019 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 1 maart 2019 en dat hij dit besluit intrekt. Verweerder heeft gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
  2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
  3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en aangegeven dat hij geen bezwaar heeft om de kosten aangaande het beroepschrift en de griffiekosten te betalen. Met betrekking tot de kosten die gemaakt zijn in bezwaar refereert verweerder zich aan het oordeel van de rechtbank.
  4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 1575,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het aanwezig zijn bij de hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). Er zijn geen relevante aan eiser toe te rekenen omstandigheden op grond waarvan de proceskosten in bezwaar niet voor vergoeding in aanmerking komen.
  5. Verweerder moet ook het griffierecht van € 174,- aan verzoekster betalen (artikel 8:41 Awb). Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 1575,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van N.J.R. Kalaykhan, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 8 mei
  6. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak – zo nodig - alsnog in het openbaar uitgesproken. De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.