RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16/136741-19 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 7 juli 2020 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] (Zambia), wonende aan de [adres] , [woonplaats] , thans verblijvende bij GGz Centraal, Fornhese Boomgaardweg te Almere, hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 april 2020 en 23 juni
(2)jaren vast; - als voorwaarden gelden dat verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd: * zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding meldt bij Samen Veilig Midden-Nederland op het adres Haagbeukweg 149 te Almere, en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen dient te blijven melden, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht, en zal meewerken aan een gedragsinterventie, na de opname/behandeling in het kader van de Wvggz, indien dat door de jeugdreclassering noodzakelijk wordt geacht; Voorlopige hechtenis - heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis; Benadeelde partij verklaart [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; compenseert de proceskosten van [slachtoffer 1] en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. D.S. Terporten-Hop, voorzitter tevens kinderrechter, mr. M.J.A.L. Beljaars, kinderrechter, en A. Leschot, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Campmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 juli 2020. Mr. Terporten-Hop is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: feit 1 primair: hij op of omstreeks 3 juni 2019 te Almere tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een of meer taser(
- s)en/of boksbeugel(
- s)en/of andere wapens en/of geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(
- s)aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, - dat pand/die garage heeft betreden met een capuchon en/of een masker op en/of over het hoofd en/of voor het gezicht, althans met een zodanige bedekking van het gezicht dat herkenning niet mogelijk was, althans werd bemoeilijkt en/of - die [slachtoffer 1] op de grond heeft gegooid en/of (vervolgens) op die [slachtoffer 1] is gaan liggen en/of zitten en/of - met zijn, verdachtes arm die [slachtoffer 1] om zijn hals heeft geklemd en/of - meermalen, althans éénmaal met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp die [slachtoffer 1] heeft gestoken in een been, althans het lichaam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; feit 1 subsidiair: hij op of omstreeks 3 juni 2019 te Almere tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn/haar mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een of meer taser(
- s)en/of boksbeugel(
- s)en/of andere wapens en/of geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] toebehoorde, - dat pand/die garage heeft betreden met een capuchon en/of een masker op en/of over het hoofd en/of voor het gezicht, althans met een zodanige bedekking van het gezicht dat herkenning niet mogelijk was, althans werd bemoeilijkt en/of - die [slachtoffer 1] op de grond heeft gegooid en/of (vervolgens) op die [slachtoffer 1] is gaan liggen en/of zitten en/of - met een arm die [slachtoffer 1] om zijn hals heeft geklemd en/of - meermalen, althans éénmaal met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp de achillespees van die [slachtoffer 1] heeft doorgesneden en/of heeft gestoken in een voet, althans het lichaam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid feit 2: hij op of omstreeks 14 februari 2020 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, zijn moeder, [slachtoffer 2] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans éénmaal te slaan en/of te stompen in het gezicht en/of in/tegen het lichaam; feit 3: hij op of omstreeks 12 juli 2019 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, twee, althans een of meer laptop(s)/computer(s), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde, te weten aan de BCC, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; feit 4: hij op of omstreeks 12 juli 2019 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, type flashlight, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 7 juni 2019, genummerd 2019162632, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. pagina 415, 422 en 423. pagina 1046, 1048 tot en met 1051. pagina 1074 tot en met 1076. de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 juni 2020.