beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Familierecht Zittingsplaats: Utrecht Zaakgegevens : C/16/503155 / JE RK 20-1070 datum uitspraak: 16 juli 2020 beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd in Utrecht, hierna: de GI, over: [minderjarige] , geboren op [2018] in [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de vader] , zonder bekende woon- en verblijfplaats, hierna: de vader; [de moeder] , wonend op een geheim adres, hierna: de moeder. De procedure De kinderrechter heeft op 29 mei 2020 een verzoek met bijlagen van de GI ontvangen. Het verzoek is besproken tijdens een mondelinge behandeling op 16 juli
- Hierbij waren aanwezig: - de vader met zijn advocaat mr. M. de Maaré; - de moeder en haar advocaat mr. R. Vleugel; - mevrouw [A] namens de GI; - mevrouw [B] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Waar gaat het over? Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. Dat betekent dat zij samen de belangrijk beslissingen over [minderjarige] nemen. [minderjarige] woont bij de moeder. Bij beschikking van 2 augustus 2018 is [minderjarige] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is steeds verlengd tot 2 augustus
- De GI verzoekt nu om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De ouders zijn het eens met het verzoek van de GI. Wat vindt de kinderrechter? De kinderrechter wijst het verzoek van de GI toe en verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. Deze beslissing legt de kinderrechter hieronder uit. De kinderrechter wijst het verzoek toe omdat wordt voldaan aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling. [minderjarige] is getraumatiseerd door psychische en lichamelijke mishandeling in het verleden, met name door conflicten tussen de ouders. Ook de moeder is getraumatiseerd, vanwege haar conflicten met de vader die uit de hand zijn gelopen. Vanwege de dreiging vanuit de vader wonen de moeder en [minderjarige] in een safe house. Inmiddels is hulpverlening ingezet maar dit heeft de zorgen nog niet weggenomen. [minderjarige] wordt nog steeds in zijn ontwikkeling bedreigd. Zo heeft [minderjarige] problemen met inslapen, doorslapen, woedeaanvallen, paniekaanvallen, eetproblemen en een spraak- en taalachterstand. Daarbij komt dat [minderjarige] ook al ruim een jaar geen contact heeft met zijn vader. De ouders zijn niet in staat om hierover zelfstandig afspraken te maken. Dit komt met name omdat de moeder zich onveilig voelt in het contact met de vader. De vader heeft agressieregulatieproblemen. Behandeling hiervoor is nog niet gestart. De kinderrechter heeft er op basis van het voorgaande nog geen vertrouwen in dat de ouders op dit moment zelfstandig in staat zijn om de ontwikkelingsbedreiging voor [minderjarige] weg te nemen. Het is noodzakelijk dat de hulpverlening wordt gecontinueerd zodat [minderjarige] (en de moeder) gebeurtenissen uit het verleden kunnen verwerken. [minderjarige] mag niet meer geconfronteerd worden met nieuwe traumatische ervaringen. De GI kan hierop toezien en waar nodig hulp inzetten. Verder kan de GI een onafhankelijke plek tussen de ouders innemen zodat zij niet met elkaar hoeven te communiceren. Ook kan de GI onderzoeken in hoeverre contactherstel en omgang tussen de vader en [minderjarige] mogelijk is. De beslissing De kinderrechter: verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar van 2 augustus 2020 tot 2 augustus 2021; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2020 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. K.A.H. Verhoeven als griffier. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op …….juli 2020 Artikel 1:260 jo 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.