RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/706280-18 Tussenvonnis van de meervoudige kamer van 14 augustus 2020 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1984] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit tussenvonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 juli 2020. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H.J. Lambers en van hetgeen mr. L.C. de Lange, advocaat te Utrecht, alsmede de benadeelde partij [benadeelde] en advocaat M.A.J. Kubatsch naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: onder 1: op 4 februari 2017 te Woerden [aangeefster 1] heeft aangerand; onder 2: primair op 20 oktober 2017 te Woerden [aangeefster 2] heeft aangerand; subsidiair op 20 oktober 2017 te Woerden schennis van de eerbaarheid heeft gepleegd op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd; onder 3: op 6 januari 2018 te Woerden [benadeelde] heeft aangerand; onder 4: op 11 maart 2018 te Woerden [aangeefster 3] heeft aangerand; onder 5: op 13 mei 2018 te Woerden [aangeefster 4] heeft aangerand; onder 6: op 9 juni 2018 te Woerden [aangeefster 5] heeft aangerand. 3HEROPENING ONDERZOEK De raadsman van verdachte heeft er in zijn pleidooi op gewezen dat de rapporteur in het rapport met zaaknummer 2018.12.04.131 (aanvragen 002 en 003) beschrijft dat van het DNA in bemonstering AALU4250NL#01 een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen is verkregen. Vervolgens wordt ten behoeve van het berekenen van de bewijskracht van de overeenkomsten tussen het DNA-profiel van verdachte en DNA-mengprofiel AALU4250NL#01 de aanname gedaan dat bemonstering AALU4250NL#01 DNA bevat van drie personen. Ook bij de beschouwing van de resultaten onder twee hypothesen wordt uitgegaan dat de bemonstering DNA bevat van drie personen. De discrepantie tussen het aantal personen waarvan DNA is aangetroffen in het mengprofiel en het aantal personen waarvan wordt uitgegaan bij de berekening van de bewijskracht, wordt niet nader verklaard of toegelicht in het rapport. Deze aannames zijn belangrijke uitgangspunten voor de berekening van de bewijskracht. Het is voor de rechtbank niet mogelijk om in te schatten wat de invloed is op de bewijskracht, bij een andere aanname van het aantal personen dat DNA heeft bijgedragen aan de bemonstering AALU4250NL#01. Na sluiting van het onderzoek is, gelet op het vorenstaande, bij de beraadslaging gebleken dat het onderzoek op dit punt niet volledig is geweest. Het onderzoek zal om die reden worden heropend en geschorst. De rechtbank acht het alvorens eindvonnis te kunnen wijzen ambtshalve noodzakelijk dat het NFI in een aanvullend rapport deze discrepantie toelicht en daarbij de volgende vragen beantwoordt: 1. Kunt u uitleggen waarom u ten behoeve van de berekening van de bewijskracht de aanname hebt gedaan dat de bemonstering DNA bevat van drie personen, terwijl in het rapport beschreven wordt dat een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen is verkregen? Indien uit de beantwoording van vraag 1 volgt dat hetzij de aanname ten behoeve van de berekening van de bewijskracht onjuist is geweest, hetzij het aantal personen waarvan een DNA-mengprofiel is verkregen: 2. Van hoeveel personen is in bemonstering AALU4250NL#01 een DNA-mengprofiel verkregen? 2.1. Indien een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen is verkregen, blijft u bij de in het rapport gestelde aannames, hypothesen en berekende bewijskracht? Kunt u uw antwoord toelichten? 2.1.1. Indien het antwoord op vraag 2.1. ontkennend luidt, kunt u de in het rapport gestelde aannames en hypothesen dan herformuleren en op basis hiervan de bewijskracht opnieuw berekenen? 2.2. Indien een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen is verkregen, blijft u bij de in het rapport gestelde aannames, hypothesen en berekende bewijskracht? Kunt u uw antwoord toelichten? 2.2.1. Indien het antwoord op vraag 2.2. ontkennend luidt, kunt u de in het rapport gestelde aannames en hypothesen dan herformuleren en op basis hiervan de bewijskracht opnieuw berekenen? 2.3. Indien er een DNA-mengprofiel van een ander aantal personen is verkregen, om hoeveel personen gaat het dan? Blijft u bij de in het rapport gestelde aannames, hypothesen en berekende bewijskracht? Kunt u uw antwoord toelichten? 2.3.1. Indien het antwoord op vraag 2.3. ontkennend luidt, kunt u de in het rapport gestelde aannames en hypothesen dan herformuleren en op basis hiervan de bewijskracht opnieuw berekenen? 4VOORLOPIGE HECHTENIS De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 31 juli 2020 gevorderd het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen. Verdachte is niet op zitting verschenen en heeft zich daarmee niet heeft gehouden aan de schorsingsvoorwaarde dat hij aan iedere oproep van politie en justitie gehoor moet geven, aldus de officier van justitie. De rechtbank overweegt dat de redenen waarom de rechter-commissaris verdachte op 26 juli 2018 heeft geschorst, nog steeds aanwezig zijn. Het klopt dat verdachte zich niet heeft gehouden aan één van de schorsingsvoorwaarden. Bij de vraag of dit moet leiden tot het opnieuw vastzetten van verdachte, moet de rechtbank echter ook alle andere belangen betrekken. Die weging leidt tot het oordeel dat de rechtbank de schorsing in stand laat en dat de vordering tot opheffing van het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen. 5BESLISSING De rechtbank: - wijst af de vordering tot opheffing van het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis; - heropent het onderzoek dat ter terechtzitting van 31 juli 2020 is gesloten; - schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd tot een in overleg met de officier van justitie en de raadsman van de verdachte nader te bepalen tijdstip; - geeft de officier van justitie de opdracht om door het NFI voornoemd nader onderzoek uit te laten voeren zoals omschreven in onderdeel 3 van dit tussenvonnis; - beveelt de oproeping van verdachte, zijn raadsman, alsmede de kennisgeving aan de benadeelde partijen en advocaat mr. M.A.J. Kubatsch, tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat; - bepaalt dat voor de behandeling van de zaak op de volgende zitting 45 minuten dient te worden uitgetrokken. Dit tussenvonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, voorzitter, mrs. Y.M. Vanwersch en I.G.C. Bij de Vaate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Jaâter, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 augustus 2020. De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1. ZAAK 6 hij op of omstreeks 4 februari 2017 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.