RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-054693-19 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 26 augustus 2020 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1994] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres ] , [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 juni 2019, 4 september 2019, 27 januari 2020 (alle regie-/pro formazittingen), 8 juli 2020 (inhoudelijke behandeling) en 12 augustus 2020 (sluiting onderzoek). De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.E. Craenen en van hetgeen verdachte en mr. R. Jonkers, advocaat te Utrecht, alsmede [A] , namens de benadeelde partij Van Lanschot N.V. naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht (Bijlage I). De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: op 5 maart 2019 in Diemen een vuurwapen en munitie in zijn bezit heeft gehad; feit 2: op 5 maart 2019 in Diemen een stroomstootwapen in zijn bezit heeft gehad; feit 3: zich in de periode van 30 oktober 2017 tot en met 5 maart 2019 in Diemen, samen met anderen, heeft schuldig gemaakt aan diefstal van geldbedragen van 23 personen door onrechtmatig gebruik te maken van hun bankpas en/of bankgegevens; feit 4: zich in de periode van 30 oktober 2017 tot en met 5 maart 2019 in Diemen, samen met anderen, heeft schuldig gemaakt aan oplichting door deze personen door middel van phishing hun (inlog)gegevens en/of hun bankpas af te laten geven; feit 5: in de periode van 30 oktober 2017 tot en met 5 maart 2019 in Diemen, samen met anderen, bestanden en software in zijn bezit heeft gehad, die gebruikt konden worden voor het plegen van computervredebreuk; feit 6: zich in de periode van 30 oktober 2017 tot en met 5 maart 2019 in Diemen, samen met anderen, heeft schuldig gemaakt aan computervredebreuk door met gephishte gegevens in te loggen op de bankaccounts van de hiervoor genoemde personen; feit 7: in de periode van 9 januari 2017 tot en met 5 maart 2019 in Diemen, samen met anderen, een geldbedrag van € 66.790,- heeft witgewassen en van dit witwassen een gewoonte heeft gemaakt; feit 8: zich op 31 januari 2019 in Diemen, samen met anderen, heeft schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal van een geldbedrag van een persoon. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. Wat betreft feit 3 (diefstal), feit 4 (oplichting) en feit 6 (computervredebreuk) heeft de officier van justitie gevorderd verdachte partieel vrij te spreken, namelijk voor zover het gaat om aangever [aangever 1] . Ook dient verdachte volgens de officier van justitie te worden vrijgesproken van computervredebreuk met betrekking tot de aangevers [aangever 2] , [aangever 3] , [aangever 4] , [aangever 5] , [aangever 6] en [aangever 7] . 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 3, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 1, 2 en een deel van feit 4 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De specifieke verweren van de raadsman zullen, voor zover relevant, hierna worden besproken bij het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Inleiding Vanaf oktober 2017 zijn er bij de politie verschillende aangiftes gedaan van phishing. De aangevers kregen een e-mail of sms-bericht met een hyperlink, die afkomstig leek te zijn van een bank. Via de link kwamen ze terecht op een website, die eruit zag als een officiële website van een bank. Op deze website moesten diverse gegevens worden ingevuld. Ook moesten sommige aangevers hun bankpas opsturen naar een bepaald adres. Hierna werden meerdere bedragen afgeschreven van de rekeningen van de aangevers. Verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen bij deze phishing-activiteiten betrokken is geweest. Op 5 maart 2019 is verdachte hiervoor aangehouden. Tijdens de doorzoeking is in de woning van verdachte onder andere een vuurwapen, munitie en een stroomstootwapen aangetroffen. De rechtbank zal hierna achtereenvolgens stilstaan bij het wapenbezit (feiten 1 en 2), de feiten die verband houden met phishing (feiten 3, 4, 5 en 6), het witwassen (feit 7) en de poging tot diefstal bij aangever [aangever 8] (feit 8). 4.3.2 Het bewijs voor wapenbezit (feit 1 en 2) De rechtbank acht bewezen dat verdachte feit 1 en feit 2 heeft gepleegd. Verdachte heeft deze ten laste gelegde feiten bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor deze feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van bevindingen van 6 maart 2019; - het proces-verbaal aanvraag forensisch onderzoek Wapens, munitie, explosieven van 6 maart 2019; - het (ongetekende) proces-verbaal van bevindingen van 31 juli 2019; - het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 7 maart 2019; - de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 juli
(34)aan verdachte terug te geven. De rechtbank wijst dat verzoek af. Bewezen verklaard is dat verdachte zich bezig hield met phishing. Daarbij werd door hem gebruik gemaakt van laptops, een harde schijf en een aantal mobiele telefoons. Op vrijwel alle gegevensdragers die bij verdachte zijn aangetroffen, zijn sporen aangetroffen van deze phishing-activiteiten. De Macbook kon niet door de politie worden onderzocht. Verdachte heeft de inhoud van zijn Macbook niet zichtbaar willen maken voor de politie. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat ook deze Macbook bestemd was tot het begaan van het misdrijf. De rechtbank zal de Macbook dan ook verbeurd verklaren. Ditzelfde geldt voor de iPhone 7 en de iPhone 5s (nummers 38 en 53). De raadsman stelt dat op deze iPhones geen strafbare informatie is aangetroffen. De rechtbank leidt echter uit het dossier af dat deze iPhones op het moment van inbeslagneming uitgeschakeld waren. Kennelijk konden deze iPhones niet nader worden onderzocht. Gelet op de strafbare of aan phishing gerelateerde informatie die op vrijwel alle telefoons is aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat er voldoende aanleiding is te veronderstellen dat ook deze telefoons bestemd waren tot het plegen van een strafbaar feit. 9.3 Teruggave aan verdachte De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen die aan verdachte toebehoren, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet: 6. zonnebril, goednummer: 520973; 7. horloge, goednummer: 520974; 9. riem, goednummer: 520976; 10. horloge, goednummer: 520981; 11. horloge, goednummer: 521025; 12. armband, goednummer: 521026; 13. armband, goednummer: 521027; 14. armband, goednummer: 521028; 15. bril, goednummer: 521001; 18. schoenen, goednummer: 521009; 18. schoenen, goednummer: 521010; 23. jas, DSquared2, goednummer: 521014; 23. jas, DSquared2, goednummer 521015; 46. USB-stick, goednummer: 520977; 48. USB-stick, goednummer: 520988. De rechtbank merkt op dat, voor zover op de bovengenoemde goederen nog conservatoir beslag rust, dit in de weg staat aan de feitelijke teruggave aan verdachte. 10BENADEELDE PARTIJ 10.1 De vorderingen ING Bank ING Bank heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 75.307,47. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten. Rabobank Rabobank heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 69.485,22. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten. Van Lanschot Van Lanschot Bank heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 124.416,72. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten. [aangever 3] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 360,19. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten. [aangever 18] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 2.944,-. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten. [naam] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 150,35. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten. 10.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen benadeelde partij toe te wijzen tot de navolgende bedragen: - ING Bank: € 75.240,68; - Van Lanschot: € 61.491,51; - Rabobank: € 66.672,04; - [aangever 18] : € 2.944,00; - [naam] : € 150,35; - [aangever 3] : € 360,19. De officier van justitie heeft gevorderd om tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen met betrekking tot de vorderingen van [aangever 18] , [naam] en [aangever 3] . 10.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft primair betoogd dat de vorderingen niet kunnen worden toegewezen vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de vorderingen kunnen worden toegewezen tot de onderstaande bedragen: - ING Bank: € 75.307,47; - Rabobank: € 65.685,22; - Van Lanschot: € 52.016,32 (€ 48.076,32 directe schade, € 3.240,- onderzoekskosten en € 700,- communicatiekosten). - [aangever 18] : € 2.944,00; - [naam] : € 150,35; - [aangever 3] : € 18,76; De raadsman heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel uitsluitend op te leggen in het geval de vordering is ingediend door een particulier en niet als deze is ingediend door een bank. 10.4 Het oordeel van de rechtbank 10.4.1 Rechtstreekse schade De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de schade die de banken ING, Rabobank en Van Lanschot vorderen voor vergoeding in aanmerking komt. Vooropgesteld moet worden dat een benadeelde partij een vordering tot schadevergoeding kan indienen als er sprake is van schade die rechtstreeks aan haar is toegebracht door het bewezenverklaarde feit (art. 361 en 51f, eerste lid, Wetboek van Strafvordering). Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat deze eis niet te strikt moet worden uitgelegd. Er moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het geval, waarbij de vraag of het slachtoffer is geraakt in het belang dat de geschonden norm beschermt, niet doorslaggevend is. Niet uitgesloten is dat de schade weliswaar niet het rechtstreekse gevolg is van de bewezen verklaarde gedraging als zodanig, maar dat – gelet op de uit de bewijsvoering blijkende gedragingen van de verdachte – de door de benadeelde partij geleden schade in zodanig nauw verband staat met het bewezen verklaarde feit, dat die schade redelijkerwijs moet worden aangemerkt als rechtstreeks aan de benadeelde partij door dat feit te zijn toegebracht, zoals bedoeld in voornoemde wetsartikelen. Gelet op de concrete omstandigheden in deze zaak is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een zodanig nauw verband tussen de schade die de banken hebben geleid en de door verdachte gepleegde feiten. De verdachte is veroordeeld voor phishing, waarbij geldbedragen zijn overgeboekt naar andere rekeningen of waarbij de bedragen zijn opgenomen door middel van een pintransactie. Voor zover de banken hun klanten hebben gecompenseerd voor de schade is dat in het maatschappelijke verkeer een voorzienbare reactie en het rechtstreekse gevolg van een fraude die zich richt op klanten van een bank. De rechtbank zal van de bedragen die door de bank aan hun klanten zijn uitgekeerd een bedrag toewijzen tot maximaal het totaalbedrag dat bij het slachtoffer is ontvreemd. 10.4.2 Opleggen schadevergoedingsmaatregel De raadsman van verdachte heeft verzocht om geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen als het gaat om de banken die zich als benadeelde partij hebben gesteld. De rechtbank volgt de raadsman in zoverre, dat het feit dat de benadeelde een grote onderneming is een reden kan zijn om af te zien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. In dit specifieke geval acht de rechtbank het echter toch wenselijk dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd, ook aan de rechtspersonen die zich als benadeelde partij hebben gesteld. Onder verdachte is conservatoir beslag gelegd. Dit beslag strekt tot bewaring van het recht op verhaal voor een misdrijf waarvoor een geldboete van de vierde categorie of hoger kan worden opgelegd, waarbij de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd. Zonder schadevergoedingsmaatregel kan het conservatoir beslag niet worden uitgewonnen ten behoeve van het slachtoffer. Om die reden zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ook opleggen ten behoeve van de rechtspersonen. Gelet op het achterliggende motief om dit te doen, zal de rechtbank de vervangende gijzeling in die gevallen (waarin de vordering door een rechtspersoon is ingediend) beperken tot het minimum van 1 dag per vordering. 10.4.3 De vordering van ING Bank Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 3, 4 en 6 bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de volgende bedragen toewijzen: - [aangever 9] : € 33.667,83; - [aangever 10] : € 26.554,-; - [aangever 13] : € 13.578,49; - onderzoekskosten: € 1.440,-. De rechtbank waardeert de in totaal geleden schade op € 75.240,32 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 15 juni 2018 tot de dag van volledige betaling. De rechtbank zal de benadeelde voor het overige niet-ontvankelijk verklaren, nu dit ziet op schade die uitstijgt boven het bedrag dat aan de benadeelde klanten is ontvreemd en nu door de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd dat dit deel van de vordering ook is aan te merken als schade die rechtstreeks voortvloeit uit de door verdachte gepleegde strafbare feiten. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van ING Bank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 75.240,32, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 15 juni 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 1 dag gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij ING Bank in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. 10.4.4 De vordering van Rabobank Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 3, 4 en 6 bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de volgende bedragen toewijzen: - [aangever 2] : € 8.734,04; - [aangever 3] : € 34.963,18; - [aangever 4] : € 3.000,-; - [aangever 5] : € 2.000,-; - [aangever 19] : € 12.738,-; - [aangever 6] : € 1.250,-; - [aangever 7] : € 3.000,-. De rechtbank waardeert de in totaal geleden schade op € 65.685,22 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 februari 2019 tot de dag van volledige betaling. De rechtbank zal de benadeelde voor het overige niet-ontvankelijk verklaren, nu dit ziet op schade die uitstijgt boven het bedrag dat aan de benadeelde klanten is ontvreemd en nu door de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd dat dit deel van de vordering ook is aan te merken als schade die rechtstreeks voortvloeit uit de door verdachte gepleegde strafbare feiten. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van Rabobank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 65.685,22 , te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 februari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 1 dag gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Rabobank in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. 10.4.5 De vordering van Van Lanschot Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 3, 4 en 6 bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de volgende bedragen toewijzen: - [aangever 21] : € 4.840,56; - [aangever 22] : € 2.000,-; - [aangever 23] : € 6.600,32; - [aangever 24] : € 4.290,-; - [aangever 20] : € 26.520,-; In totaal komt deze schade neer op € 44.250,88. De rechtbank zal de benadeelde voor het overige (met betrekking tot de schade van de benadeelde klanten) niet-ontvankelijk verklaren, nu dit ziet op schade die uitstijgt boven het bedrag dat aan de benadeelde klanten is ontvreemd en nu door de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd dat dit deel van de vordering ook is aan te merken als schade die rechtstreeks voortvloeit uit de door verdachte gepleegde strafbare feiten. Daarnaast is door de benadeelde partij een bedrag van € 75.600,- aan andere kosten gevorderd. Eén van de posten heeft betrekking op onderzoekskosten. Dit heeft betrekking op het onderzoek dat is verricht naar ‘phishing-campagnes’ in drie verschillende periodes, waarbij de laatste periode is gelegen na de aanhouding van verdachte. De rechtbank zal daarom van de 80 uur die is opgevoerd 1/3 in mindering brengen. Wat betreft het uurtarief hanteert de rechtbank niet een bedrag van € 275,- (zoals is gevorderd), maar een bedrag van € 120,- per uur (gelijk aan het uurtarief dat door de ING is gevorderd). Deze kosten, van in totaal € 6.400,-, kunnen worden aangemerkt als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (artikel 6:96, tweede lid, Burgerlijk Wetboek). Wat betreft de overige schadeposten die (als andere kosten) zijn opgevoerd, is door de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd dat deze posten als rechtstreekse schade kunnen worden aangemerkt. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank waardeert de in totaal geleden schade op € 50.650,88 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 4 maart 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van Van Lanschot aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 50.650,88, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 4 maart 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 1 dag gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Van Lanschot in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. 10.4.6 De vordering van [aangever 18] Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 3, 4 en 6 bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 2.944,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 7 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [aangever 18] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 2.944,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 7 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 39 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 18] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. 10.4.7 De vordering van [naam] Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 3, 4 en 6 bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 150,35 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 8 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [naam] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 150,35, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 8 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 2 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [naam] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. 10.4.8 De vordering van [aangever 3] De rechtbank zal de benadeelde partij [aangever 3] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu niet, althans onvoldoende is gebleken van een direct verband tussen de gestelde schade en het onder 3, 4 en 6 bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zullen kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt. 11TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 47, 57, 138ab, 139d, 311, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en 26 en 55 van de Wet wapens en munitie; zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 12BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het onder 8 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Bewezenverklaring - verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde bewezen zoals in Bijlage III is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder 7 bewezen verklaarde voor een deel, te weten wat betreft een geldbedrag van € 4.300,-, niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van dit deel van feit 7; - verklaart het overige bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 1 jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast; - als voorwaarden gelden dat verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd: * zich binnen vijf werkdagen na zijn invrijheidstelling zal melden bij de Reclassering Nederland op het adres Wibautstraat 12 in Amsterdam, en zich vervolgens zal blijven melden zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; * zal meewerken aan het toewerken naar een zinvolle dagbesteding, waarbij een (coachings)traject in het kader van Hack_Right of een soortgelijk (coachings)traject onderdeel kan uitmaken van deze voorwaarde; - waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; Beslag - verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer 1. patroon, goednummer: G2371667; 2. pistool, goednummer: G2371668; 3. patroon, goednummer: G2371669; 4. stroomstootwapen, goednummer: G2371670; - verklaart de volgende voorwerpen verbeurd: 5. sieraad gouden ketting, goednummer: G520972; 8. horloge, goednummer: 520975; 16. horloge, Rolex, goednummer: 521005; 17. schoenen, Christian Louboutin, goednummer: 521008; 20. schoenen, Dolce en Gabbana, goednummer 521011; 21. schoenen, Louis Vuitton, goednummer 521012; 22. schoenen, Balenciaga, goednummer 521013; 25. sieraad, gouden ketting, goednummer: 521198; 26. armband, goud, goednummer: 521199; 27. ring, goud, goednummer: 521200; 28. ring, goud, goednummer: 521201; 30. personenauto, kenteken: [kenteken] , goednummer: 520938; 31. kentekenbewijs, goednummer: 573971; 32. vordering, rekeningnummer [rekeningnummer] ; 33. vorderingen ING-spaarrekening; 34. Apple Macbook, goednummer: 521004; 35. telefoontoestel, goednummer: 520959; 36. telefoontoestel, goednummer: 520961; 37. simkaart van zaktelefoon, goednummer: 520962; 38. telefoontoestel, goednummer: 520963; 39. telefoontoestel, goednummer: 520964; 40. telefoontoestel, goednummer: 520965; 41. telefoontoestel, goednummer: 520967; 42. administratie, goednummer: 520968; 43. administratie, goednummer: 520969; 44. administratie, goednummer: 520970; 45. bankbescheiden, goednummer: 520971; 47. computer, goednummer: 520984; 49. telefoontoestel, goednummer: 520990; 50. telefoontoestel, goednummer: 520991; 51. telefoontoestel, goednummer: 520992; 52. telefoontoestel, goednummer: 520995; 53. telefoontoestel, goednummer: 520996; 54. mastercard, goednummer: 520998; 55. computer, goednummer: 521002; 56. bankbescheiden, goednummer: 521003; 57. harddisk, goednummer: 520982; 58. bankbescheiden, goednummer: 520997; 59. telefoontoestel, goednummer: 520989; 60. simkaart van zaktelefoon, goednummer: 520960; - gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen: 6. zonnebril, goednummer: 520973; 7. horloge, goednummer: 520974; 9. riem, goednummer: 520976; 10. horloge, goednummer: 520981; 11. horloge, goednummer: 521025; 12. armband, goednummer: 521026; 13. armband, goednummer: 521027; 14. armband, goednummer: 521028; 15. bril, goednummer: 521001; 18. schoenen, goednummer: 521009; 19. schoenen, goednummer: 521010; 23. jas, DSquared2, goednummer: 521014; 24. jas, DSquared2, goednummer 521015; 46. USB-stick, goednummer: 520977; 48. USB-stick, goednummer: 520988; en verstaat dat, voor zover op de goederen conservatoir beslag rust, dit aan feitelijke teruggave in de weg staat; Benadeelde partij ING Bank (feiten 3, 4 en 6) - wijst de vordering van ING Bank toe tot een bedrag van € 75.240,32; - veroordeelt verdachte tot betaling aan ING Bank van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2018 tot de dag van volledige betaling; - verklaart ING Bank voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van ING Bank aan de Staat € 75.240,32 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij Rabobank (feiten 3, 4 en 6) - wijst de vordering van Rabobank toe tot een bedrag van € 65.685,22 ; - veroordeelt verdachte tot betaling aan Rabobank van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2019 tot de dag van volledige betaling; - verklaart Rabobank voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van Rabobank aan de Staat € 65.685,22 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij Van Lanschot (feiten 3, 4 en 6) - wijst de vordering van Van Lanschot toe tot een bedrag van € 50.650,88; - veroordeelt verdachte tot betaling aan Van Lanschot van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2019 tot de dag van volledige betaling; - verklaart Van Lanschot voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van Van Lanschot aan de Staat € 50.650,88 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [aangever 18] (feiten 3, 4 en 6) - wijst de vordering van [aangever 18] toe tot een bedrag van € 2.944,-; - veroordeelt verdachte tot betaling aan [aangever 18] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever 18] aan de Staat € 2.944,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 39 dagen gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [naam] (feiten 3, 4 en 6) - wijst de vordering van [naam] toe tot een bedrag van € 150,35 ; - veroordeelt verdachte tot betaling aan [naam] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [naam] aan de Staat € 150,35 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 3 dagen gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [aangever 3] (feiten 3, 4 en 6) - verklaart [aangever 3] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; - compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt; Voorlopige hechtenis - heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. Schotman, voorzitter, mrs. M.E. Falkmann en H.J. ter Meulen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 augustus 2020. Mr. Falkmann en mr. Ter Meulen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 5 maart 2019 te Diemen, althans in Nederland, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk FN Browning, kaliber 7.65 mm en/of munitie in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet van de Categorie III, te weten 18 kogelpatronen, kaliber 7,65 mm voorhanden heeft gehad; (Artikel art 26 lid 1 Wet wapens en munitie) 2. hij op of omstreeks 5 maart 2019 te Diemen, althans in Nederland, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad; (Artikel art 26 lid 1 Wet wapens en munitie) 3. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 oktober 2017 tot en met 5 maart 2019 te Diemen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedrag(en), welk(
- e)geldbedrag(en)( hieronder nevengenoemd), geheel of ten dele toebehoorde(
- n)aan accounthouder(
- s)en/of rekeninghouder(
- s)van de ING bank en/of de Rabobank en/of de Van Lanschot bank en/of de ABN-AMRO Bank, te weten benadeelde [aangever 9] (33.693,66 euro) en/of benadeelde [aangever 10] (26.554,00 euro) en/of benadeelde [aangever 1] (3.236,00 euro) en/of benadeelde [aangever 13] (13.578,49 euro) en/of benadeelde [aangever 14] (5.000,00 euro) en/of benadeelde [aangever 15] (3.000,00 euro) en/of benadeelde [aangever 11] (72,45 euro) en/of benadeelde [aangever 12] (45,00 euro) en/of benadeelde [aangever 2] (10.784,04 euro) en/of benadeelde [aangever 3] (35.950,00 euro) en/of benadeelde [aangever 4] (3.000,00 euro) en/of benadeelde [aangever 5] (2.000,00 euro) en/of benadeelde [aangever 19] (15.788,00 euro) en/of benadeelde [aangever 6] (1.250,00 euro) en/of benadeelde [aangever 7] (3.000,00 euro) en/of benadeelde [aangever 21] (4.900,00 euro) en/of benadeelde [aangever 22] (2.000,00 euro) en/of benadeelde [aangever 23] (9.886,32 euro) en/of benadeelde [aangever 24] (4.290,00 euro) en/of benadeelde [aangever 20] (27.000,00 euro) en/of benadeelde [aangever 16] (1.078,27 euro) en/of benadeelde [aangever 17] (150,35 euro) en/of benadeelde [aangever 18] (2.944,00 euro), althans een of meer accounthouder(
- s)en/of rekeninghouder(
- s)van de ING bank en/of de Rabobank en/of de Van Lanschot bank en/of de ABN-AMRO Bank, althans een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)het weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten met oplichting verkregen - bankpas (met bijbehorende pincode) en/of - gebruikersna(a)m(
- en)en/of wachtwoord(
- en)en/of autorisatiecode(
- s)(zoals een code van een Random Reader en/of Webber en/of Digipas en/of e.dentifier en/of een TAN-code) en/of inlog(gegevens) voor het inloggen op internetbankieren en/of het autoriseren van een mobiel bankieren app en/of het autoriseren van een overboeking; in elk geval (een) sleutel(
- s)tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)niet gerechtigd was/waren; (Artikel art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) 4. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 oktober 2017 tot en met 5 maart 2019 te Diemen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander (
- en)wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer accounthouder(
- s)en/of rekeninghouder(
- s)van de ING bank en/of de Rabobank en/of de Van Lanschot bank en/of de ABN-AMRO Bank, te weten benadeelde [aangever 9] en/of benadeelde [aangever 10] en/of benadeelde [aangever 1] en/of benadeelde [aangever 13] en/of benadeelde [aangever 14] en/of benadeelde [aangever 15] en/of benadeelde [aangever 11] en/of benadeelde [aangever 12] en/of benadeelde [aangever 2] en/of benadeelde [aangever 3] en/of benadeelde [aangever 4] en/of benadeelde [aangever 5] en/of benadeelde [aangever 19] en/of benadeelde [aangever 6] en/of benadeelde [aangever 7] en/of benadeelde [aangever 21] en/of benadeelde [aangever 22] en/of benadeelde [aangever 23] en/of benadeelde [aangever 24] en/of benadeelde [aangever 20] en/of benadeelde [aangever 16] en/of benadeelde [aangever 17] en/of benadeelde [aangever 18] , heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van (inlog)gegevens (waaronder IBAN-nummer en/of gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of telefoonnummer en/of geboortedatum en/of e-mailadres en/of autorisatiecode en/of pincode) van zijn/haar/hun ING bank en/of Rabobank en/of Van Lanschot bank en/of de ABN-AMRO Bank account(s), althans gegevens, en/of afgifte van (een) bankpas(sen) van de ING bank en/of Rabobank en/of Van Lanschot bank en/of de ABN-AMRO Bank, althans enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid: - voornoemde accounthouders, een of meer e-mails en/of sms’en gestuurd, als waren deze e-mails en/of sms’en afkomstig van de ING bank en/of de Rabobank en/of de Van Lanschot bank en/of de ABN-AMRO Bank, en/of (vervolgens) - voornoemde accounthouders, althans enig persoon handelend namens die accounthouders, door de inhoud van voornoemde e-mail(
- s)en/of sms’en bewogen tot het klikken op een hyperlink en worden doorverwezen en/of geleid naar een of meerdere valse/namaak website(
- s)van de ING bank en/of de Rabobank en/of de Van Lanschot bank en/of de ABN-AMRO Bank en/of (vervolgens) - voornoemde accounthouders, althans enig persoon handelend namens die accounthouders bewogen op die/een valse/namaak website(
- s)van de ING bank en/of de Rabobank en/of de Van Lanschot bank en/of de ABN-AMRO Bank zijn/haar/hun (inlog)gegevens (te weten IBAN-nummer en/of gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of telefoonnummer en/of geboortedatum en/of e-mailadres en/of autorisatiecode en/of pincode) in te vullen en/of bij te werken en/of achter te laten, en/of (vervolgens) - voornoemde accounthouders, althans enig persoon handelend namens die accounthouders bewogen tot het opsturen van een (doorgeknipte) bankpas naar een adres in Rotterdam en/of Hoofddorp en/of Tilburg en/of een adres in Nederland, door te stellen dat dit noodzakelijk was om de aanvraag in behandeling te kunnen nemen en/of dat dit een veiligheidsmaatregel betrof, en/of (vervolgens) - kopieën van en/of nagemaakte websites van de ING bank en/of de Rabobank en/of de Van Lanschot bank en/of de ABN-AMRO Bank gehost op meerdere voor phishing doeleinde bedoelde servers en/of websites waardoor bovengenoemde accounthouder(
- s)en/of ander(
- en)werd (
- en)bewogen tot bovenomschreven afgifte(n); (Artikel art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 5. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 oktober 2017 tot en met 5 maart 2019, te Diemen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (een) technisch(
- e)hulpmiddel(
- en)die/dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en ontworpen was/waren tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd en voorhanden heeft gehad en/of een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, heeft verworven, ter beschikking heeft gesteld en voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste en tweede lid van het Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(een) phishingsite(
- s)en/of (grote) Excelbestanden en/of (tekst)bestanden bestemd voor geautomatiseerde verzending van zogeheten phishingmails en/of phishing SMS-berichten en/of software bestemd voor het versturen van grote hoeveelheden SMS-berichten (app ‘SMS sender modem’) voorhanden gehad en gebruikt, met de bedoeling om (een) inlogcode ('
- s)en/of inloggegevens en/of klantgegevens af te vangen die toegang geven tot het/de geautomatiseerde (betaal)syste(e)m(
- en)van een of meerdere bank(en); en/of (vervolgens) (die) inloggegevens verworven en/of ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee zichzelf of een ander toegang te verschaffen tot het telecommunicatieverkeer en/of het betalingsverkeer zijnde geautomatiseerde werken van de ING bank en/of de Rabobank en/of de Van Lanschot bank en/of de ABN-AMRO Bank en/of zijn/haar/hun klanten; en/of Hacking software ( [hacking-software] en/of [hacking-software] en/of [hacking-software] en/of [hacking-software] en/of [hacking-software] en/of [hacking-software] ) voorhanden gehad en/of gebruikt, met het oogmerk om (een) geautomatiseerd(
- e)werk(
- en)binnen te dringen en hier (een) database(
- s)met persoonlijke gegevens te bemachtigen; ( art 139d lid 2 ahf/sub a en b en lid 3 jo. art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) (Artikel art 139d lid 2 ahf/sub a Wetboek van Strafrecht) 6. hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 30 oktober 2017 tot en met 5 maart 2019 te Diemen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(
- e)werk(en), te weten computersyste(e)m(
- en)en/of server(
- s)van de ING bank en/of de Rabobank en/of de Van Lanschot bank en/of de ABN-AMRO Bank, is/zijn binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid te weten door het (telkens) inloggen met onrechtmatig verkregen inlognamen en/of wachtwoorden en/of andere (inlog)gegevens van accounthouders van de ING bank en/of de Rabobank en/of de Van Lanschot bank en/of de ABN-AMRO Bank, te weten van: benadeelde [aangever 9] en/of benadeelde [aangever 10] en/of benadeelde [aangever 1] en/of benadeelde [aangever 13] en/of benadeelde [aangever 14] en/of benadeelde [aangever 15] en/of benadeelde [aangever 11] en/of benadeelde [aangever 12] en/of benadeelde [aangever 2] en/of benadeelde [aangever 3] en/of benadeelde [aangever 4] en/of benadeelde [aangever 5] en/of benadeelde [aangever 19] en/of benadeelde [aangever 6] en/of benadeelde [aangever 7] en/of benadeelde [aangever 21] en/of benadeelde [aangever 22] en/of benadeelde [aangever 23] en/of benadeelde [aangever 24] en/of benadeelde [aangever 20] en/of benadeelde [aangever 16] en/of benadeelde [aangever 17] en/of benadeelde [aangever 18] , door het aannemen van een valse hoedanigheid door zich voor te doen als de accounthouder van voornoemde account(s); ( art 138ab lid 1 jo. art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) (Artikel art 138ab lid 1 Wetboek van Strafrecht) 7. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 januari 2017 tot en met 5 maart 2019, te Diemen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich (meermalen althans eenmaal) schuldig heeft gemaakt aan witwassen, althans schuldwitwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)(van) een of meerdere voorwerp(en), te weten (onder meer): - een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 66.790,00 euro, in elk geval enig geldbedrag de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op genoemde voorwerp(
- en)en/of geldbedrag(
- en)was en/of genoemde voorwerp(
- en)en/of geldbedrag(
- en)voorhanden had en/of verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een of meerdere voorwerp(
- en)gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(
- s)wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(
- en)en/of geldbedrag(
- en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; ( art 420ter jo. art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht / art 420bis jo. art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht / art 420quater jo. art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) (Artikel art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht) 8. hij op of omstreeks 31 januari 2019 te Diemen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer geldbedrag(en), welk(
- e)geldbedrag(
- en)geheel of ten dele toebehoorde(
- n)aan [aangever 8] en/of de ING bank, althans een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij het weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van (een) valse sleutel(s), te weten (onbevoegd verkregen) gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of verificatiecode en/of bankpas van (een) accounthouder(
- s)en/of (een) rekeninghouder(
- s)van de ING bank, in elk geval (een) sleutel(
- s)tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)niet gerechtigd was/waren hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) met vorenomschreven oogmerk - aan voornoemde [aangever 8] een sms bericht gestuurd alsware dit afkomstig van de Rabobank en/of inhoudende dat de bankpas van [aangever 8] verouderd was, en/of - voornoemde [aangever 8] bewogen tot het klikken op een in voornoemde sms opgenomen hyperlink, zogenaamd om een nieuwe pas aan te vragen, en/of - voornoemde [aangever 8] op deze manier bewogen om een nagemaakte website geleid lijkend op een website van de Rabobank te bezoeken, en/of - voornoemde [aangever 8] op bovenomschreven wijze heeft bewogen zijn inloggegevens van zijn account bij de Rabobank in te vullen, en/of - voornoemde [aangever 8] bewogen zijn zogenaamd verouderde pas (doorgeknipt) te verzenden naar een adres in [woonplaats] terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (Artikel art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) Bijlage II: de bewijsmiddelen voor phishing (feit 3, 4, 5 en 6) 1. Verklaring van verdachte [verdachte] Verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij betrokken is geweest bij beheerwerkzaamheden en bij het onderhoud van diverse phishingsites. Dat speelde zich ongeveer af in de periode van eind 2017 tot de datum van zijn aanhouding, 5 maart 2019. Hij deed dit vanuit zijn woning in [woonplaats] . 2. Aangetroffen gegevensdragers 2.1 Telefoonnummer [telefoonnummer] en IMEI [IMEI-nummer] Bij de phishing-slachtoffers werden diverse frauduleuze afschrijvingen gedaan. Bij een aantal van deze afschrijvingen is een betaling naar T-Mobile te zien waarbij het telefoonnummer [telefoonnummer] in de transactiegegevens te zien is. Van dit nummer werd vervolgens vanaf 18 september 2018 de telecommunicatie opgenomen. Uit analyse van de data die hiermee werd verkregen bleek dat het apparaat wat dit nummer gebruikte het IMEI-nummer [IMEI-nummer] had. Op dit IMEI-nummer is tevens een tap aangesloten. Tijdens de doorzoeking (de rechtbank begrijpt: in de woning van de verdachte [verdachte] ) zag de verbalisant dat het IMEI-nummer waarvan de telecommunicatie werd opgenomen, overeenkwam met een apparaat in de woning, te weten een MiFi Router. Tevens werd een verpakking aangetroffen met daarop het eerder genoemde IMEI-nummer [IMEI-nummer] . 2.2 Telefoonnummer [telefoonnummer] Verdachte [verdachte] heeft op de terechtzitting van 8 juli 2020 verklaard dat het telefoonnummer [telefoonnummer] zijn privénummer betreft. In het onderzoek is er een tap aangesloten op het IMEI-nummer [IMEI-nummer] en het telefoonnummer [telefoonnummer] . Op donderdag 31 januari 2019 vond een gesprek plaats tussen [verdachte] en een NN-persoon. In dit telefoongesprek zei [verdachte] : “Ik ga nu bij een rakker inloggen”. Op 11 februari 2019 vond een gesprek plaats tussen [verdachte] en een NN-persoon. Hierin werd het volgende gezegd: “NN-man: (…) alsjeblieft focus effe man, we kunnen deze goed uitmelken man. [verdachte] : Ja ik weet het man, ik weet het. NN-man: (…) je weet toch we kunnen veel meer, veel breder man, je weet toch dan moet ik wel die mensen klaar hebben staan, die teams klaar hebben staan.” 2.3 Laptop Asus Zenbook Verdachte [verdachte] heeft op de terechtzitting van 8 juli 2020 verklaard dat de laptop Asus Zenbook van hem is. Op 5 maart 2019 werd [verdachte] aangehouden in zijn woning op de [adres ] in [woonplaats] . Op het moment van aanhouding zat hij achter een laptop Asus Zenbook. Verbalisant [verbalisant 2] zag tijdens de doorzoeking dat schermen openstonden waarop een soort beheerpanel te zien was van domeinnamen – waaronder [domeinnaam] en [domeinnaam] – die vermoedelijk te relateren zijn aan phishing. [verbalisant 2] zag in de map C: [map] bestanden die samen een website vormden; deze website leek zeer sterk op de website van de Van Lanschot Bank, kennelijk gemaakt voor phishing-doeleinden. Verbalisant [verbalisant 2] heeft nader onderzoek ingesteld naar de laptop Asus Zenbook. Op de laptop zag hij sporen van het volgende vermoedelijk aan phishing te relateren domein: login. [domeinnaam] ; datum: 27-2-2019. Deze domeinnaam wordt ook genoemd in de aangifte van de firma van Lanschot. [verbalisant 2] zag in de map “/my web sites” drie mappen met hierin codes voor drie websites, respectievelijk voor sites gelijkend op rabobank.be, beobank.be en vanlanschot.com. In deze mappen zag hij ook een logbestand van het programma httrack. Dit is een programma wat gebruikt kan worden om websites te kopiëren. De code van de website van de drie bovengenoemde banken waren hiermee gekopieerd. [verbalisant 2] leidt uit zijn onderzoek af dat het zeer waarschijnlijk is, dat de code die is aangetroffen op de laptop, gebruikt werd voor het domein [domeinnaam] , het domein wat gebruikt is om op wederrechtelijke wijze inloggegevens te verkrijgen voor de site van de Van Lanschot Bank. Verder zag [verbalisant 2] dat de volgende zoekopdracht was ingevoerd in Google: FVLB “ziggo.nl” (datum: 1-3-2019). FVLB zijn de vier letters waarmee IBAN-rekeningnummers van de Van Lanschot bank beginnen. Met deze zoekopdracht worden door Google websites geretourneerd waar zowel FVLB als “ziggo.nl” voorkomen. Deze zoekopdracht is kennelijk gedaan met het doel om achter e-mailadressen van rekeninghouders te komen om zo gerichter phishing-mails te kunnen sturen, dat wil zeggen naar mensen die ook daadwerkelijk rekeninghouder zijn bij de van Lanschot bank. Op 8 mei 2019 was verbalisant [verbalisant 3] belast met het analyseren van een bestand dat is aangetroffen op de inbeslaggenomen laptop Asus Zenbook. Het bestand bevond zich op de genoemde laptop op de locatie: \ [locatie 1] .docx. [verbalisant 3] zag dat in het bestand kann.docx meerdere IP-adressen en gedeeltes van IBAN-bankrekeningnummers stonden. Dit document bevatte 63 pagina's. 2.4 Telefoon iPhone X In de woning van [verdachte] is een iPhone X in beslag genomen. Verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat deze iPhone X van hem is. Op 18 maart 2019 is onderzoek verricht in de applicatie Snapchat. In de fotogalerij van snapschat zijn diverse foto’s van (verschillende) Rabobank-passen aangetroffen. Daarnaast zijn verschillende berichten waargenomen, waaronder de volgende berichten die door de gebruiker van de telefoon zijn verzonden aan “ [naam] ”: "Stap 1 is die mense osso bellen voor die zogenaamde onderhoud ik heb je een script gestuurd En stap 2 is kpn lebbe om te litten Ik stuur je gekke finos met guap Als je sim fixt en belt Doen we alles 50/50 Ik kan het je morgen laten verdienen Ik mail je zometeen twee finos Bel naar osso en ontfutsel alle namen en geboortedatum Ik laat je morgen minimaal een kop eten Morgen is f helpdesk open herlitten we die foin." Door de verbalisant is in het proces-verbaal als toelichting bij deze berichten opgemerkt dat ‘fino’ staat voor bankrekening en ‘een kop’ voor € 1000. Op de iPhone X is verder door verbalisant [verbalisant 4] een notitie aangetroffen, de inhoud waarvan hem deed vermoeden dat het gebruikt kan worden voor een belscript voor phishing. Tevens heeft verbalisant [verbalisant 4] twee foto’s op de telefoon aangetroffen van een lijst met termen die betrekking hebben op phishing en die kennelijk zijn vertaald naar straattaal. Op deze lijst staan onder meer de termen "fino" en "kop" vermeld, met als betekenis "(bank)rekening" en "1000 euro". 2.5 Gebruikersaccount [gebruiker] en IP-adres [IP-adres] Op de laptop Asus Zenbook trof verbalisant [verbalisant 5] meerdere chatgesprekken aan tussen [gebruiker] en [e-mail] .net. [verbalisant 5] heeft de website [website] .net bezocht en zag dat dit een website betrof waar proxy's en VPN-verbindingen kunnen worden gekocht. Een proxyserver betreft een computer die als tussenstation wordt gebruikt tussen de gebruiker en het internet. Een proxyserver kan ook worden gebruikt om de daadwerkelijke identiteit van gebruiker te verhullen. In een gesprek wordt gesproken over dat de VPS (virtual private server) van [gebruiker] het IP-adres [IP-adres] heeft. Een VPS is een fysieke server die opgedeeld is in meerdere virtuele servers. Een gebruiker kan op de fysieke server dus één of meerdere servers hebben draaien. Met het IP-adres [IP-adres] is er ingelogd op het controlepaneel van het domein [domeinnaam] .nl. 2.6 Huawei-telefoons Tijdens de aanhouding van verdachte [verdachte] zijn diverse mobiele telefoons inbeslaggenomen, waaronder zes Huawei telefoons. Aan deze mobiele telefoons is onderzoek verricht naar de aanwezige geïnstalleerde apps op de telefoons. Hierbij zijn diverse bankapps op de toestellen aangetroffen. De apps van de volgende banken waren op de toestellen geïnstalleerd: ABN-AMRO Van Lanschot KBC mobile EVI van Lanschot ING-Bank SNS-bankieren Opvallend is dat uit eerder onderzoek is gebleken dat verdachte [verdachte] enkel klant is bij de ING-Bank. Verder waren er op de telefoontoestellen een aantal apps geïnstalleerd zoals NordVPN en “SMS sender modem”. Met de app NordVPN kan de gebruiker een VPN (Virtual Private Network) verbindingen gebruiken. De gebruiker kan op met deze app zijn eigen IP-adres en hiermee zijn of haar identiteit verhullen. Met de app “SMS sender modem” kan de gebruiker een groot aantal sms-berichten tegelijk versturen. 3. Aangiften ING 3.1 Aangevers [aangever 9] en [aangever 10] Op 28 mei 2018 doet [aangever 9] aangifte bij de politie. Ze verklaart dat ze op 23 mei 2018 een mail kreeg van de ING-bank. Het ging over de app van internetbankieren. [aangever 9] heeft de link van de mail van de ING-bank aangeklikt. Ze heeft vervolgens de informatie waar de ING Bank in de link om vroeg ingevuld. Op vrijdag 25 mei 2018 zag haar echtgenoot dat er verschillende bedragen van de rekeningen waren afgeschreven. Bij de aangifte is de betreffende e-mail opgenomen, die als onderwerp heeft: “Verleng uw toegang tot de Mobiel Bankieren App voor uw apparaat”. In de aangifte die is gedaan door ING is opgenomen dat de klant [aangever 9] de phishingsite heeft bezocht op 24 mei 2018 om 17.23 uur. De fraudeur heeft ingelogd op MING om 17.25 uur. In deze sessie werd de Mobiel Bankieren App toegevoegd op de smartphone van de fraudeur. Met de frauduleus geactiveerde Mobiele App zijn de verschillende transacties uitgevoerd. Als gevolg van deze transacties heeft de klant een schade geleden van € 33.667,83. [aangever 10] doet eveneens op 28 mei 2018 aangifte bij de politie. Hij verklaart dat hij op 24 mei 2018 om 13.15 uur een mail kreeg van de ING-bank. Hierin stond het volgende: “Verleng uw toegang tot de Mobiel Bankieren App voor uw apparaat”. [aangever 10] vertrouwde het mailadres en dacht dat dit echt afkomstig was van de ING-bank. Het email-adres waarmee de mail verzonden was, was [mailto: [e-mail] nl]. [aangever 10] heeft op de button gedrukt en werd toen door een menu geleid, waarbij ook de code van de app bankieren gevraagd werd. Hij kreeg toen een sms met een TAN-code die hij moest bevestigen. Ook werd gevraagd of hij een nieuwe bankpas wilde aanvragen. Dat heeft [aangever 10] bevestigd. Aan [aangever 10] werd vervolgens gevraagd of hij dezelfde pincode wilde behouden. Dat heeft hij ook bevestigd. Hij moest toen zijn oude pincode invoeren. Daarna kreeg [aangever 10] een TAN-code toegestuurd en heeft dit via zijn telefoon bevestigd. Op 26 mei 2018 zag [aangever 10] op de ING-app dat er diverse bedragen overgeboekt waren en opgenomen van zijn rekening waarvoor hij geen opdracht had gegeven. Het ging om een totaalbedrag van € 26.554,00. Uit de aangifte van ING blijkt dat er bij de benadeelde klant [aangever 10] een eerste klantafwijkende inlog zichtbaar was op 24 mei 2018 om 13.54 uur. Er werd een nieuwe betaalpas met pinbehoud aangevraagd en in deze sessie werd tevens de Mobiel Bankieren App toegevoegd op de klantafwijkende smartphone. Met de vals aangevraagde betaalpas zijn drie transacties uitgevoerd op 26 mei 2018. Twee betalingen vonden plaats in de Coolblue winkels in Utrecht en Amsterdam, en een geldopname in Amsterdam aan de [adres ] . Het eerste IP-adres van een MTA (mail transfer agent/ontvanger) in de e-mail header van aangever [aangever 10] betreft [IP-adres] . Dit houdt in dat de email vanaf dit IP-adres is verstuurd aangezien dit het eerste item is in de header. 3.2 Aangevers [aangever 11] , [aangever 12] , [aangever 13] , [aangever 14] en [aangever 15] Op 17 juli 2018 doet [aangever 25] , namens ING Bank N.V. aangifte bij de politie. In deze aangifte is opgenomen dat benadeelde klant [aangever 11] op of omstreeks 12 juni 2018 zeer waarschijnlijk op een phishingmail met onderwerp “bevestigen met je mobiel” heeft gereageerd. De in deze mail opgenomen link leidt naar phishingsite hxxps: [website] . Een eerste afwijkende inlog op de MING omgeving van de klant is zichtbaar op 12 juni 2018 om 15.47 uur, gevolgd door een inlog om 15.53 uur. Gedurende deze sessies wordt de Mobiel Bankieren App geregistreerd en geactiveerd. Op 12 juni 2018 zijn drie frauduleuze betalingen uitgevoerd met de Mobiel Bankieren App, steeds aan T-Mobile, waarbij in de omschrijving een mobiel nummer is opgenomen: [telefoonnummer] . Als gevolg van de transacties heeft de klant een schade geleden van € 72,45. [aangever 12] heeft op 12 juni 2018 hxxps: [website] bezocht met het eigen device. Een eerste afwijkende inlog op de MING omgeving van de klant is zichtbaar op 12 juni 2018 om 16.18 uur. In die sessie werd Mobiel Bankieren App geregistreerd en geactiveerd op een ander toestel. Op 12 juni 2018 zijn drie transacties uitgevoerd met de frauduleus geactiveerde mobiele App. De transacties betroffen betalingen aan T-Mobile waarbij in de betalingsomschrijving steeds het eerder genoemde mobiele nummer is opgenomen: [telefoonnummer] . Als gevolg van de transacties heeft de klant een schade geleden van € 45,00. Op 12 juni 2018 krijgt [aangever 13] een e-mailbericht afkomstig van [e-mail] .nl. In dit bericht stond dat alle klanten een nieuw Mijn ING zouden krijgen. [aangever 13] heeft op de link geklikt en moest inloggen op Mijn ING. Op 15 juni 2018 werd hij gebeld door de ING-bank in verband met het feit dat er verdachte transacties waren. Achteraf bleek dat het e-mailbericht een valse link bevatte. Er zijn diverse geldbedragen vanaf de gezamenlijke bankrekening afgeschreven naar de betaalrekening van [aangever 13] . Vanaf zijn betaalrekening zijn alle spaartegoeden overgeschreven naar onbekende bankrekeningen en namen. Uit de aangifte van ING blijkt dat [aangever 13] zeer waarschijnlijk phishingsite hxxps: [website] / heeft bezocht op 12 juni 2018. Een eerste klantafwijkende inlog is zichtbaar op 12 juni 2018 om 16.01 uur. Tijdens deze sessie is de Mobiel Bankieren App geregistreerd en geactiveerd op een ander toestel. Met de frauduleus geactiveerde App zijn transacties opgevoerd en uitgevoerd. Als gevolg van de transacties heeft de klant een schade geleden van € 16.550,00. [aangever 14] heeft op 12 juni om 15.43 uur een e-mail ontvangen waarop hij via een link zijn toestel moest registreren. [aangever 14] heeft toen op die link gedrukt. De e-mail die zogenaamd afkomstig was van de ING bleek afkomstig te zijn van: [e-mail] .nl. Op vrijdag 15 juni 2018 verscheen op de telefoon van [aangever 14] een verzoek om een TAN-code voor de overboeking van € 3.000,-. Verder bleek dat er € 5.000,- was overgemaakt van de spaar- naar de betaalrekening van [aangever 14] en vervolgens direct was overgeboekt naar [C] . Daarnaast ontving [aangever 14] op 15 juni 2018 om 09.47 en 11.30 uur een SMS-bericht van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit nader onderzoek is gebleken dat dit telefoonnummer op 15 juni 2018 gekoppeld was aan een apparaat met IMEI-nummer [IMEI-nummer] . Eerder die dag heeft dit apparaat contact gehad met de zendmast aan de [adres ] te [woonplaats] , hemelsbreed 342 meter verwijderd van de woning van verdachte. Voorts was kort daarvoor, op 20 mei 2018, aan dit apparaat het hiervoor genoemde telefoonnummer [telefoonnummer] gekoppeld. [aangever 15] heeft op 12 juni 2018 omstreeks 15.40 uur haar mail geopend en zag een mail afkomstig van de ING-bank. Daarin las ze: “bevestigen met je mobiel, nu in Mijn ING voor iedereen met de app”. In de mail las [aangever 15] dat ze haar telefoontoestel opnieuw moest registeren, zodat ze hiervan gebruik kon maken. Ze vertrouwde deze mail en klikte op de button “toestel registreren”. [aangever 15] werd meteen doorverwezen naar een andere website lijkende op de website van de ING-bank. Ze moest daar haar gegevens invullen zoals pasgegevens, geboortedatum, rekeningnummer, enzovoort. Vervolgens kreeg ze een TAN-code die ze moest gebruiken om haar bankieren-app opnieuw te activeren. [aangever 15] bevestigde haar TAN-code op de website. Op 15 juni 2018 werd [aangever 15] gebeld door de ING-bank. De medewerker zei haar dat de mail die ze ontvangen had, niet afkomstig was van de ING-bank en dat er een bedrag van € 3.000,- was afgeschreven van haar ING-rekening. [aangever 15] zag dat er op 15 juni 2018 via internetbankieren € 3.000,- was overgemaakt naar een voor haar onbekend rekeningnummer op naam van [aangever 13] . Ze zag later dat de mail, waarvan ze dacht dat deze afkomstig was van de ING-bank, afkomstig was van “ [e-mail] .nl”. Met het IP-adres [IP-adres] is op 20 juli 2018 ingelogd op het controlepaneel van het domein [domeinnaam] .nl. 4. Aangiften ABN AMRO bank Op 14 augustus 2018 doet [aangever 16] aangifte namens [onderneming] . [aangever 16] ontving op 7 augustus 2018 een sms-bericht. In dat bericht stond de volgende tekst: “Geachte klant, Binnenkort vervalt uw toegang tot de Bankieren App. Verleng uw toegang tot de app via https:// [link] .ml”. [aangever 16] heeft het linkje in de sms aangeklikt en kreeg toen op haar telefoon een scherm te zien waarop ze haar gegevens moest invullen. Ze moest haar e.dentifier erbij pakken en haar pasnummer, pincode en nog wat gegevens doorgeven. Op 8 augustus 2018 werd ze gebeld door een kennis van haar genaamd [naam] . Hij vertelde haar dat er geld was afgeschreven van zijn rekening naar diverse instanties en dat hij € 200,- van haar bankrekening had ontvangen. [aangever 16] is naar de bank gegaan en heeft een rekeningoverzicht meegekregen van alle onrechtmatige uitgaven voor een totaalbedrag van: € 1.078,27. Op 11 augustus 2018 doet [aangever 17] aangifte namens [naam] . Ze verklaart dat [naam] (de rechtbank begrijpt: [naam] ) op 7 augustus een sms-bericht kreeg met de tekst: “Geachte klant, Binnenkort vervalt uw toegang tot de Bankieren App. Verleng uw toegang tot de App via https:// [link] .ml”. [naam] probeerde via de link de app te verlengen. Hij werd doorverbonden en moest zijn e.dentifier gebruiken. Dat heeft hij gedaan, maar hij kreeg een foutmelding. Op 8 augustus werden verschillende transacties gedaan op de twee rekeningnummers van [naam] d