← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:3651

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/1813 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. T.P. Boer), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 7 mei 2020, waarbij het bezwaar van eiser tegen het besluit van 5 december 2018 niet-ontvankelijk is verklaard. Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

  1. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Het bezwaarschrift is door verweerder ontvangen op 25 maart 2020, dus na de hiervoor genoemde termijn.
  2. Eiser zegt – kort samengevat – dat hij pas kennis heeft genomen van de inhoud van de beslissing (of daar goed begrip van had) na een gesprek met de gemeente Veenendaal. Hij heeft een uiterst broze gezondheid en is afhankelijk van hulp van derden.
  3. De ontvangst van de beslissing is niet ter discussie gesteld. Dat hij pas goed begreep wat de beslissing inhoudelijk betekende na een gesprek met de gemeente Veenendaal doet daar niks aan af. Eiser had iemand anders kunnen vragen om hem uit te leggen wat de beslissing betekende en om hem te helpen. Dat hij hier gezien zijn gezondheid niet toe in staat kan worden geacht, is verder niet onderbouwd.
  4. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).
  5. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier, op 6 augustus
  6. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.