RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/710 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2020 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres, en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 12 december
- Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 12 september 2019 het bezwaar van eiseres tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak op bezwaar heeft eiseres bij brief van 29 januari 2020, door verweerder ontvangen op 4 februari 2020, bezwaar gemaakt. Dit bezwaarschrift is door verweerder doorgestuurd naar de rechtbank ter behandeling als beroepschrift.
- In een zaak die valt onder de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), zoals deze zaak, moet een beroepschrift worden ingediend binnen zes weken na de datum waarop dat besluit is genomen of - als het besluit pas later bekend is gemaakt - binnen zes weken na de datum van bekendmaking (artikel 26c van de Awr). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. Wanneer het beroep bij de foute instantie (in dit geval verweerder) wordt ingediend, telt de datum waarop het beroepschrift daar is ontvangen, als indieningsdatum. Dat is dus 4 februari
- In dit geval is de uitspraak op bezwaar bekendgemaakt op 12 december
- Het beroepschrift had dus uiterlijk op 23 januari 2020 ontvangen moeten zijn. Eiseres heeft dus te laat beroep ingesteld. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
- De rechtbank heeft eiseres op 23 april 2020 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres binnen twee weken aan de rechtbank moet laten weten waarom zij het beroepschrift te laat heeft ingediend. In deze brief staat ook, dat indien eiseres zonder geldige reden het beroep te laat heeft ingediend, de rechtbank het beroep van eiseres niet-ontvankelijk kan verklaren.
- Eiseres heeft geen reden gegeven waarom zij te laat was.
- Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
- Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier, op 14 augustus
- Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.