beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rekestnummer: C/16/482293 / HA RK 19-167 Beschikking van 12 februari 2020 in de zaak van [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekster, bijgestaan door drs. Th.A. Vermolen MA te Tilburg, tegen [verweerster] , wonende te [woonplaats] , verweerster, advocaat mr. S. Dik (DAS). 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de beschikking van 20 november 2019, de beslissing van de wrakingskamer van 11 december 2019, de brief met bijlagen van 6 december 2019 van mw. [A] , werkzaam bij ZEKER Financiële Zorgverlening B.V. te Almere, de mentor van [verzoekster] , de brief met bijlagen van 26 december 2019, ontvangen op 6 januari 2020 en nogmaals op 14 januari 2020 met extra toegevoegde bijlagen, van Vermolen, de brief van 9 januari 2020 van mr. S. Dik. 1.
- De rechtbank heeft, gelet op het volgende, afgezien van een mondelinge behandeling om [verzoekster] in haar (woon)verblijf, in persoon, te horen op het onderhavige verzoek. 2De beoordeling 2.
- Nadat de rechtbank een mondelinge behandeling heeft bepaald om [verzoekster] , in persoon, te horen, omdat de door Vermolen overgelegde machtiging niet toereikend was, heeft Vermolen een wrakingsverzoek ingediend. De wrakingskamer heeft Vermolen niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking, omdat niet is gebleken dat Vermolen het verzoek namens [verzoekster] heeft ingediend en hij zelf niet als partij in de onderhavige procedure kan worden aangemerkt. 2.
- Gebleken is dat bij beschikking van deze rechtbank van 29 oktober 2019 (zaaknummer 8061569 UT VERZ 19-14392) een mentorschap ten behoeve van [verzoekster] is ingesteld, waarbij ZEKER Financiële Zorgverlening B.V. te Almere tot mentor is benoemd. De mentor heeft een brief van 4 december 2019, gericht aan Vermolen, overgelegd. Hierin heeft zij Vermolen meegedeeld dat hij, tegen de wil van [verzoekster] , tuchtrechtelijke en civiel rechtelijke procedures tegen [verweerster] voert in verband met het opvragen van het medische dossier van [verzoekster] en dat alle vermeende machtigingen worden ingetrokken. In deze brief meldt zij verder dat [verzoekster] met ingang van 5 april 2016 ook onder bewind staat. 2.
- Partijen hebben beide gereageerd op de brief van de mentor. 2.
- De rechtbank stelt vast dat Vermolen tot op heden geen toereikende (proces)machtiging heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij in deze procedure namens [verzoekster] het woord mag voeren. Bovendien heeft de door de rechtbank benoemde mentor van [verzoekster] informatie verstrekt, waaruit valt op te maken dat het niet de wil van [verzoekster] is om deze procedure tegen [verweerster] te voeren. Het verzoek tot inzage in of afschrift van haar medische dossier van [verzoekster] zal daarom worden afgewezen. 3De beslissing De rechtbank 3.
- wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Bokx - Boom en in het openbaar uitgesproken op 12 februari
- type: NK/4999 coll: