RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16/025401-19; 16/190392-19 (gev ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 16 september 2020 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1996] te Curaçao (Nederlandse Antillen), wonende te [woonplaats] , [adres] , hierna te noemen: verdachte of [verdachte] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 15 mei 2019, 17 en 19 september 2019, 13 december 2019, 10, 11 en 16 maart 2020, 19 mei 2020 en 15 juni
- Het onderzoek is gesloten op de terechtzitting van 16 september
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R. Leuven en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. E.M. van Schaik, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Parketnummer 16/028401-19: Feit 1: in de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari 2019 in Almere samen met anderen opzettelijk bankbiljetten van € 20,- en/of € 50,- heeft nagemaakt / vervalst, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven; Feit 2: in de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari 2019 in Almere samen met anderen opzettelijk een (grote) hoeveelheid bankbiljetten van € 20,- en/of € 50,-, die verdachte en/of zijn mededaders zelf hebben nagemaakt / vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en/of zijn mededaders, toen hij / zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te (doen) geven, zich heeft verschaft en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd, ingevoerd, doorgevoerd en/of uitgevoerd; Feit 3: op 30 januari 2019 in Almere samen met anderen opzettelijk een printer en/of een hoeveelheid (ivoorwit A4) papier en/of hologrammen en/of (inkt)cartridges en/of vijf vellen papier met een watermerk sterk gelijkend op een watermerk van € 50,- biljet, heeft vervaardigd, ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat deze bestemd was / waren tot het namaken / vervalsen van bankbiljetten; Feit 4: in de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari 2019 in Almere heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, welke organisatie het vervaardigen en/of in omloop brengen van valse bankbiljetten tot oogmerk had. Parketnummer 16/190392-19: op 30 januari 2019 in Almere opzettelijk twee jammers heeft aangelegd en/of geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt; en/of op 30 januari 2019 te Almere twee jammers, die hoofdzakelijk geschikt, gemaakt of ontworpen zijn voor het opzettelijk vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken en/of veroorzaken van een stoornis in de gang en/of in de werking van een geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie, heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS Inleidend Deze zaak betreft de verdenking dat [verdachte] zich, samen met anderen, op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan het in georganiseerd verband vervaardigen en in omloop brengen van valse bankbiljetten van € 20,- en € 50,-. Het opsporingsonderzoek heeft een aanvang genomen toen vanaf de zomer van 2016 bleek van een toename van het aantal onderscheppingen van enveloppen – verstuurd vanuit Nederland – met daarin valse bankbiljetten van € 50,- met veelal serienummer E01181075, indicatief EUA00500 C00111 en plaatnummer R052B
- Medio december 2017 zijn meer dan 1000 aangiften te relateren aan deze bankbiljetten van € 50,- met het serienummer E01181075 en in januari 2019 waren internationaal ruim 106.000 valse bankbiljetten van € 50,- aangetroffen met het indicatief EURA0050C
- De politie heeft naar aanleiding van deze gegevens een onderzoek ingesteld onder de naam 25Tulipa, waarin onder meer [verdachte] als verdachte is aangemerkt. Bij een zoeking zijn twee (vermeende) jammers aangetroffen. 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zijn standpunt verwoord in een ter terechtzitting overgelegd schriftelijk requisitoir. De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen en baseert zich op de bewijsmiddelen zoals deze zich in het dossier bevinden. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zijn standpunt verwoord in een ter terechtzitting overgelegde pleitnota. De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 4 en het onder parketnummer 16/190392-19 ten laste gelegde. De raadsman heeft partiële vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 ten laste gelegde, voor zover dit ziet op de periode van 15 mei 2017 tot en met 15 november 2018 bij feit 1 en de periode van 15 mei 2017 tot 1 oktober 2018 bij feit
- Ten aanzien van het onder 3 en overig tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Bewijsverweren Periode – ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde: De raadsman heeft – kort gezegd – aangevoerd dat de betrokkenheid van [verdachte] vóór 15 november 2018 is gebaseerd op geldtransacties naar China van 15 mei 2017 en 15 juni 2017, de op 4 juli 2018 aangetroffen postpakketten uit China en verschillende tapgesprekken. De raadsman bepleit dat deze bevindingen, zonder concrete aanwijzingen dat dit te maken heeft met de aanschaf van goederen die in verband kunnen worden gebracht met het produceren van vals geld, onvoldoende zijn om te kunnen vaststellen dat [verdachte] vanaf 15 mei 2017 was betrokken bij het (mede)plegen van het produceren van valse bankbiljetten. Periode en bestanddelen – ten aanzien van het onder 2 en 4 ten laste gelegde: De raadsman heeft – kort gezegd – aangevoerd dat [verdachte] heeft verklaard dat hij sinds oktober 2018 valse bankbiljetten heeft verkocht. Deze verklaring is niet onaannemelijk en kan niet terzijde worden geschoven, nu de verklaring steun vindt in het dossier en niet wordt weersproken door de bewijsmiddelen. De betrokkenheid van [verdachte] vóór 1 oktober 2018 wordt gebaseerd op wederom de twee geldtransacties naar China, verschillende tapgesprekken en een aangetroffen Samsung telefoon in de slaapkamer van [verdachte] . Nu de transacties naar China niet zien op de verkoop van valse bankbiljetten, de tapgesprekken met onder meer [medeverdachte 1] niet zonder meer duiden op de verkoop van vals geld en de verklaring van [verdachte] – dat hij de telefoon slechts een paar maanden in gebruik heeft gehad – niet zonder meer als niet aannemelijk terzijde kan worden geschoven, kan niet worden vastgesteld dat [verdachte] zich voor 1 oktober 2018 heeft beziggehouden met de verkoop van valse bankbiljetten of heeft deelgenomen aan een criminele organisatie met dat oogmerk. Verder bepleit de raadsman aangaande het onder 2 ten laste gelegde dat zich voor het invoeren, doorvoeren dan wel uitvoeren van valse bankbiljetten geen aanwijzingen bevinden in het dossier. Betrokkenheid – ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde: De raadsman heeft – kort gezegd – aangevoerd dat geen sprake is geweest van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband waaraan [verdachte] heeft deelgenomen. De enkele tapgesprekken over valse bankbiljetten met een aantal medeverdachten en de verkoop van die biljetten door [verdachte] ‘op eigen houtje’, kunnen niet worden gekwalificeerd als activiteiten van een criminele organisatie. Ten aanzien van het onder parketnummer 16/190392-19 ten laste gelegde: De raadsman heeft – kort gezegd – aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de twee aangetroffen apparaten daadwerkelijk jammers betreffen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Vrijspraak De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat hetgeen onder [verdachte] is aangetroffen daadwerkelijk jammers betreffen, zodat [verdachte] van het onder parketnummer 16/190392-19 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen: Het overzicht van de bewijsmiddelen is als bijlage II aan dit vonnis gehecht. Bewijsoverwegingen en bespreking van de gevoerde verweren: Bewijsoverweging Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af. Money transfers China: In de periode van 15 januari 2016 tot en met 3 december 2018 is door [medeverdachte 1] (vijfmaal), [medeverdachte 2] (zevenmaal), [medeverdachte 3] (eenmaal), [medeverdachte 4] (viermaal), [medeverdachte 5] (vijfmaal) en [verdachte] (tweemaal) voor een totaalbedrag van € 20.234,82 en £ 1.844,77 overgemaakt naar bedrijven in China die zich bezig houden met de verkoop van papier en hologrammen ten behoeve van het vervaardigen van valse bankbiljetten. Chinese telefoonnummers: Op een telefoon van [medeverdachte 1] (B05.01.001) zijn negen telefoonnummers aangetroffen die beginnen met de landcode van China die kunnen worden toegeschreven aan bedrijven die onder andere hologrammen, papier en inkt produceren. Op een andere telefoon van [medeverdachte 1] (BV02.001) kwam op 4 november 2018 een bericht binnen van het telefoonnummer [telefoonnummer] , welk nummer gekoppeld bleek aan een bedrijf in China dat onder andere hologrammen produceert en levert. Aankopen [firma 1] / [firma 2] en/of [firma 3]: Vastgesteld kan worden dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 3] in de periode van 5 april 2016 tot en met 7 januari 2019 goederen zoals papier, cartridges, postzegels en adreslabels hebben aangekocht bij de firma [firma 1] / [firma 2] met de klantenpassen op naam van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [koeriersbedrijf] voor het vervaardigen van en de handel in valse bankbiljetten. In totaal is daarbij voor € 39.099,57 aan goederen aangeschaft op de voornoemde klantenpassen. Daarnaast blijkt dat zowel [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] als [medeverdachte 6] cartridges kochten dan wel vulden bij [firma 3] . Aanwezigheid productielocatie [adres] te [woonplaats]: Op 30 januari 2019 is op de [adres] te [woonplaats] de productielocatie aangetroffen van de in dit onderzoek betrokken valse bankbiljetten van € 50,- en € 20,-. Uit baken- en zendmastgegevens is gebleken dat (de telefoons van) [medeverdachte 1] (vanaf 17 november 2017), [medeverdachte 2] (vanaf 17 november 2017), [medeverdachte 3] (22 september 2018) en [medeverdachte 4] (6 en 7 november 2018), al dan niet tezamen, in de directe nabijheid worden gesignaleerd van de productielocatie op de [adres] te [woonplaats] , vaak kort na het doen van aankopen van voornoemde goederen bij [firma 1] / [firma 2] . Op 22 november 2018, de dag van bezorging van het postpakket met 55 kilogram papier in [woonplaats] straalt de telefoon van [medeverdachte 2] een zendmast aan in de directe nabijheid van de [adres] te [woonplaats] . Tap-, OVC- en WhatsApp / chatgesprekken: Uit de grote hoeveelheid WhatsApp, tap-, OVC-gesprekken en sms-berichten kan het volgende worden afgeleid. [medeverdachte 1] spreekt over de productie en kwaliteit van de geproduceerde valse bankbiljetten. Uit zowel tap- als OVC-gesprekken blijkt dat [medeverdachte 2] spreekt over de productie, kwaliteit, kosten en verkoopbaarheid van de geproduceerde valse bankbiljetten. Verder wordt gesproken over de verdeling van de ‘markt’ tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] (1/3), [medeverdachte 7] en [medeverdachte 3] (1/3) en een ‘Hollander’ (1/3). Uit tapgesprekken van [medeverdachte 6] blijkt dat hij met [medeverdachte 2] spreekt over de kwaliteit en de productie van de valse bankbiljetten. Uit OVC-gesprekken waaraan [medeverdachte 3] deelneemt blijkt dat hij de ‘kleurspecialist’ wordt genoemd en dat onder meer wordt gesproken over het optimaliseren van het productieproces van valse bankbiljetten. [medeverdachte 5] houdt zich blijkens de tapgesprekken bezig met het bestellen van hologramstickers en de distributie van valse bankbiljetten. Uit zowel sms-berichten als tapgesprekken blijkt dat [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] zich veelal bezig houden met de verkoop en productie van valse biljetten door het plakken van hologramstickers. Uit de tapgesprekken waarin [verdachte] en [medeverdachte 8] voorkomen, blijkt dat zij zijn betrokken bij de productie en verkoop van valse biljetten. Pseudokopen: Op zowel 6 november 2018 als 9 november 2018 heeft een pseudokoop plaatsgevonden waarbij valse bankbiljetten zijn aangekocht. Op 6 november 2018 heeft bij kapsalon [kapsalon] een pseudokoop plaatsgevonden, waarbij door [verdachte] 20 valse bankbiljetten van € 50,- zijn verkocht aan het pseudokoopteam. Op 9 november 2018 om 16.15 uur heeft een pseudokoop plaatsgevonden op [adres] in [woonplaats] , waarbij 20 valse biljetten van € 50,- zijn gekocht van [A] . De route vanaf het woonadres van die [A] naar de plaats van de pseudokoop loopt direct langs een industrieterrein in de omgeving van de Sierenborch, Amsterdam West. Blijkens het baken onder de Volkswagen Polo van [medeverdachte 2] en de zendmastgegevens waren [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] ten tijde van de pseudokoop in de directe omgeving van de Sierenborch. Postpakket [adres] [woonplaats]: Ten behoeve van het vervaardigen van ‘nieuwe’ valse bankbiljetten van € 50,- en € 20,- is een pakket van 55 kilogram papier zonder coating met meer dan 10% vezel afkomstig uit China aangekocht. Op 21 november 2018 heeft [medeverdachte 1] daarvoor gebeld naar TNT, waarbij zijn telefoon een zendmast aanstraalt op 135 meter van de [adres] te [woonplaats] . Op 22 november 2018 wordt het pakket vervolgens bezorgd op de [adres] te [woonplaats] , waar [medeverdachte 2] het pakket in ontvangst heeft genomen. Verder is gebleken dat de [adres] te [woonplaats] de woning van de zus van [medeverdachte 4] betreft. Het postpakket was geadresseerd aan [medeverdachte 5] met telefoonnummer [telefoonnummer] , hetgeen met toevoeging van het cijfer 5 op het einde het telefoonnummer van [medeverdachte 5] is. Aanschaf wenskaarten / ansichtkaarten: Uit verschillende onderscheppingen in het buitenland is gebleken dat het vals geld veelal via enveloppen met daarin wenskaarten / ansichtkaarten met daartussen de valse biljetten naar het buitenland werd verzonden. Op 13 september 2018 is door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] een zeer grote partij wenskaarten aangekocht. Dactyloscopische sporen op valse bankbiljetten: Op verscheidene valse bankbiljetten met het indicatief EUA0050 C00111, die zowel in het binnen- als buitenland zijn aangetroffen, zijn dactyloscopische sporen aangetroffen van [medeverdachte 2] (november 2015), [medeverdachte 7] (27 april 2016) en [medeverdachte 8] (in de periode van 28 november 2016 tot en met 29 januari 2019). Doorzoekingen: Op 30 januari 2019 en 19 februari 2019 zijn de verblijfplaatsen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] , [medeverdachte 4] , [verdachte] en [medeverdachte 5] doorzocht, waarbij naast een zeer grote hoeveelheid valse bankbiljetten, goederen zijn aangetroffen die (al dan niet indirect) een indicatie opleveren of zijn gebruikt voor het vervaardigen van en de handel in valse bankbiljetten. Bij [medeverdachte 1] zijn onder meer nota’s van [firma 1] aangetroffen. Bij [medeverdachte 2] zijn in een kartonnen doos valse bankbiljetten zonder hologramstickers aangetroffen van € 20,- en € 50,- die een waarde vertegenwoordigen van € 128.620,- en een doos met cartridges ‘Canon 513 kleur’. Op de productielocatie bij [medeverdachte 6] zijn onder meer aangetroffen: cartridges, postzegels (nationaal en internationaal), telmachine, pakken papier, adresstickers, enveloppen, papier snijapparaat, labelwriters en een postpakket met als geadresseerde [medeverdachte 5] [adres] te [woonplaats] . Daarnaast werden 3612 valse bankbiljetten gevonden van € 20,- en € 50,- die een waarde vertegenwoordigen van € 152.940,-. Verder zijn twee laptops onderzocht die waren aangesloten op de printers die werden gebruikt voor het vervaardigen van valse bankbiljetten. Op deze laptops zijn draadloze netwerken aangetroffen van “ [naam] (in de periode 1 juni 2016 tot 24 januari 2017)”, “ [medeverdachte 1] ” (20 april 2017 tot en met 2 juli 2017), “ [naam] ” (16 februari 2017) en “Network” toebehorend aan de [straat] (14 november 2016 tot en met 21 december 2016). Bij [verdachte] zijn 193 valse bankbiljetten van € 50,- met hologramstickers aangetroffen. Verder zijn losse hologrammen aangetroffen voor ‘oude’ en ‘nieuwe’ biljetten van € 50,- en € 20,-, A4 colored papier waaronder vijf vellen met een watermerk sterk gelijkend op een watermerk zoals op een biljet van € 50,- en gebruikte cartridges. Bij [medeverdachte 8] werd onder meer het volgende aangetroffen: 76 valse bankbiljetten van € 20,- en € 50,-, 133 vellen met hologrammen waarvan vijftien lege vellen en onvolledige vellen en een snijtafel. In de schuur behorend bij de woning aan de [straat] te [woonplaats] werden verschillende big-shopper tassen aangetroffen vol ansichtkaarten, bubbelenveloppen, een printer, tien ongesneden A4 vellen met daarop een € 50,- biljet en verpakkingen van hologrammen. Op de slaapkamer van [medeverdachte 3] werd onder andere aangetroffen valse biljetten van € 50,- en onder zijn matras een pakketje Ivory Colorpapier en andere papiersoorten; elk vel A4 papier met een andere wittint. In de Volkswagen Polo in gebruik bij [medeverdachte 3] werd een jumbotas gevonden met een prop papier die bleek te bestaan uit reststukken van Dymo adreslabels. Verder zaten in de tas verschillende enveloppen en kaarten, een gebruikt vel postzegels internationaal en een geprint adreslabel met een adres in Berlijn. Op de slaapkamer van [medeverdachte 7] zijn losse hologramvellen aangetroffen voor ‘oude’ en ‘nieuwe’ biljetten van € 50,- en € 20,-, waaronder twee volle vellen en deels gebruikte vellen. Bij [medeverdachte 4] werden onder meer 1.716 ansichtkaarten, deels aangebroken hologramstickervellen voor biljetten van € 50,- en € 20,-, afschriften van money transfers en vier valse biljetten van € 50,- aangetroffen. In de woning van de zus van [medeverdachte 4] werd een envelop gevonden met daarin 49 valse bankbiljetten. In de woningen alwaar [medeverdachte 5] verbleef werden vier vellen met hologramstickers voor € 20,- en € 50,-, Dymo labels, big-shoppers en dozen met een grote hoeveelheid ansichtkaarten en printers gevonden. Conclusie: Uit de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, leidt de rechtbank af dat [verdachte] samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 8] betrokken is geweest bij het in georganiseerd verband vervaardigen van en de handel in grote hoeveelheden valse bankbiljetten van € 20,- en € 50,-. Zijn betrokkenheid daarbij blijkt uit de inkoop van papier en hologrammen uit China om de productielocatie aan de [adres] te [woonplaats] te voorzien van grondstoffen, de verkoop van de op de productielocatie aan de [adres] te [woonplaats] geproduceerde valse bankbiljetten rechtstreeks en via het Telegram account [telegramaccount] , uit het feit dat [verdachte] communicatie voert of voorkomt in communicatie die naar het oordeel van de rechtbank zonder twijfel verband houdt met de productie en handel in valse bankbiljetten, zijn betrokkenheid bij de pseudokoop op 6 november 2018 en het voorhanden hebben van valse bankbiljetten, hologramstickers bestemd voor nieuwe en oude biljetten van € 20,- en € 50,-, A4 colored papier waaronder vellen met een watermerk, gebruikte cartridges en een Samsung telefoon met daarop het Telegram account [telegramaccount] . Bespreking gevoerde verweren Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde: De raadsman heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat [verdachte] vóór 15 november 2018 zich als pleger / medepleger heeft schuldig gemaakt aan de productie van vals geld, nu de enkele geldtransacties naar China, de op 4 juli 2018 aangetroffen postpakketten uit China en de verschillende tapgesprekken daarvoor ontoereikend zijn. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaring van [verdachte] dat hij pas in oktober 2018 is gestart met de verkoop van valse bankbiljetten en zich in de periode voorafgaand aan deze periode niet als pleger / medepleger hieraan heeft schuldig gemaakt aannemelijk is en steun vindt in het dossier. De tapgesprekken en het bezit van de telefoon maakt dit niet anders. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de overschrijvingen naar China heeft gedaan in opdracht van iemand anders van wie hij de naam niet wil noemen en dat hij niet wist dat dit te maken had met de productie in vals geld. Verder heeft [verdachte] verklaard dat hij ongeveer 20 keer ‘iets’ heeft weggebracht. De rechtbank verwerpt deze verweren en overweegt daartoe dat deze worden weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, de conclusie die de rechtbank trekt op basis van deze bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen. Betrokkenheid / periode: De rechtbank overweegt het volgende ten aanzien van het verweer dat ziet op het produceren van vals geld in de periode gelegen voor 15 november
- De rechtbank stelt vast dat het dossier geen ondersteuning biedt voor de juistheid van de door de verdediging geschetste gang van zaken. Uit de bewijsmiddelen volgt onder meer dat [verdachte] in de periode van 15 mei 2017 tot en met 15 juni 2017 tweemaal een money transfer heeft verricht naar China om grondstoffen te bestellen voor de productie van valse bankbiljetten. Verder worden op 4 en 5 juli 2018 restanten van postpakketten uit China aangetroffen in het vuilnis van het woonadres van [verdachte] . Verder blijkt uit een tapgesprek van 13 juni 2018 tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] dat zij praten over bestellen en bestellingen doorgeven. De rechtbank stelt tevens vast dat het dossier geen ondersteuning biedt voor de juistheid van de door [verdachte] geschetste gang van zaken omtrent de verkoop van valse bankbiljetten voorafgaand aan de periode oktober
- Uit de gebezigde bewijsmiddelen valt af te leiden dat [verdachte] op 4 november 2017 een gesprek heeft met [medeverdachte 1] waarin wordt gezegd dat [verdachte] zeven ‘barkie’ moet incasseren. Op 23 juli 2018 wordt [verdachte] gebeld door een vrouw genaamd [B] die aan [verdachte] vraagt: “Hoe herken je nepgeld dan?”, waarop [verdachte] zegt: “ [naam] , wat zeg ik je altijd!”. Op 25 juli 2018 wordt [verdachte] gebeld door een NN-man die aan hem vraagt of hij dat ding al binnen heeft, hetgeen [verdachte] bevestigt. In een ander tapgesprek van 17 augustus 2018 zegt [verdachte] dat hij die ‘dingen’ gaat pakken. Op 20 augustus 2018 wordt [verdachte] gebeld door een NN-man die aangeeft dat er iemand bij de Quick Shop is die dinges wil. [verdachte] zegt daarop dat de NN-man via ‘snapp’ moet bellen. Verder is bij [verdachte] op 30 januari 2019 een Samsung telefoon D01.02.002 aangetroffen waarmee in de periode 9 januari 2018 tot en met 28 januari 2019 chatgesprekken via Telegram hebben plaatsgevonden die alle betrekking hebben op de handel in valse bankbiljetten. Daar komt bij dat [verdachte] tijdens het voorbereidend onderzoek en ter terechtzitting slechts zeer summier heeft verklaard en zich overwegend heeft beroepen op zijn zwijgrecht. Hoewel hij heeft bekend enkele keren valse bankbiljetten te hebben verkocht, geldt dat uit het dossier feiten en omstandigheden volgen die, gelet op het bezwarende karakter daarvan, vragen om een nadere uitleg door [verdachte] . Deze uitleg heeft hij niet gegeven door zich op zijn zwijgrecht te beroepen of geen antwoord te geven op de vragen hieromtrent. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [verdachte] geen aannemelijke of verifieerbare verklaring heeft gegeven en zal deze verklaring passeren. Gelet op het voornoemde en de overige voor het bewijs gebezigde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien gelezen, is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat [verdachte] feitelijk betrokken is geweest bij het vervaardigen van en de handel in valse bankbiljetten in de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari
- Medeplegen: De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of deze feitelijke betrokkenheid kan worden aangemerkt als medeplegen. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte en diens aanwezigheid op belangrijke momenten. Uit de hierboven weergegeven bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] een aanzienlijke bijdrage aan de productie en handel in vals geld heeft geleverd in de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari
- Deze bijdrage bestond met name uit het doen van aankopen van goederen om de productielocatie te voorzien van grondstoffen, de op de productielocatie geproduceerde bankbiljetten in samenwerking met en in opdracht van de mededaders voorzien van hologramstickers en deze biljetten vervolgens rechtstreeks of via Telegram te doen verkopen. Zijn bijdrage aan het vervaardigen van en de handel in vals geld is van dusdanig significante aard dat tussen [verdachte] en de mededaders, ieder in zijn eigen rol, sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde: De raadsman heeft aangevoerd dat dat zich voor het invoeren, doorvoeren dan wel uitvoeren van valse bankbiljetten geen aanwijzingen bevinden in het dossier. De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat op basis van de aangehaalde bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] , al dan niet in vereniging, in de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari 2019 een of meer bankbiljetten van € 20,- en € 50,- heeft ingevoerd, zodat [verdachte] hiervan partieel zal worden vrijgesproken. Voor het overige verwerpt de rechtbank dit verweer en overweegt daartoe dat het zijn weerlegging vindt in de gebezigde bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van [verdachte] bij de doorvoer en uitvoer van valse bankbiljetten van € 20,- en € 50,- de volgende gang van zaken af. Vaststaat dat de geproduceerde bankbiljetten van € 20,- en € 50,- zijn doorgevoerd dan wel uitgevoerd buiten het grondgebied van Nederland. Tevens kan op grond van de gebezigde bewijsmiddelen worden vastgesteld dat [verdachte] en zijn mededaders, ieder in hun eigen rol, hebben deelgenomen aan een criminele organisatie met als oogmerk het vervaardigen en in omloop brengen van valse bankbiljetten (waarover hieronder meer). Aldus staat vast dat [verdachte] een significante rol heeft vervuld ten aanzien van het vervaardigen en de handel in vals geld. Gelet op het oogmerk van deze organisatie kan naar het oordeel van de rechtbank worden geconcludeerd dat [verdachte] ook telkens op de hoogte was dat in dat verband door onder meer [medeverdachte 8] valse bankbiljetten naar het buitenland zijn doorgevoerd en uitgevoerd. Gelet hierop, alsmede de omstandigheid dat bij dergelijke grote productiehoeveelheden van valse eurobankbiljetten deze bestemd zijn voor de verkoop in zowel Nederland maar – gelet op de Euro – ook in het buitenland kunnen worden afgezet, oordeelt de rechtbank dat hij tenminste bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de mede door hem geproduceerde valse bankbiljetten werden doorgevoerd en uitgevoerd naar het buitenland. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde: De raadsman heeft aangevoerd dat geen sprake is geweest van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband waaraan [verdachte] heeft deelgenomen. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. Van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Wetboek van Strafrecht kan slechts dan sprake zijn, indien verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt met, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in die artikelen bedoelde oogmerk. Organisatie Volgens vaste rechtspraak moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Wetboek van Strafrecht worden verstaan: een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en tenminste een ander persoon. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt – zoals reeds hiervoor in de bespreking van de bewijsmiddelen uiteen is gezet – dat [verdachte] zich samen met zijn mededaders schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het vervaardigen van en de handel in valse bankbiljetten. Op grond van het voornoemde stelt de rechtbank vast dat sprake is geweest van een samenwerkingsverband tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 8] , welke personen de kern vormen van dat samenwerkingsverband. Dit samenwerkingsverband had een zekere duurzaamheid en structuur. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kunnen worden aangemerkt als de personen die deze organisatie stuurden en nauw betrokken waren bij het productieproces. Zij hebben samen de productielocatie opgezet, voorzagen de productielocatie van de benodigde grondstoffen zoals papier, hologrammen en cartridges en distribueerden het valse geld binnen de organisatie. [medeverdachte 3] was als ‘kleurspecialist’ mede verantwoordelijk voor de productie van het vals geld en was met name betrokken bij het verbeteren van de valse bankbiljetten. Hij kocht hiervoor papier aan uit China. Verder kwam [medeverdachte 3] net zoals [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op de productielocatie. Ook verkocht hij het valse geld, wat onder meer blijkt uit zijn aankopen van labelprinters, adreslabels en (internationale) postzegels. [medeverdachte 6] was als producent verantwoordelijk voor de productie van de valse bankbiljetten en kocht tevens grondstoffen voor de door hem te drukken biljetten. [medeverdachte 7] voorzag de op de productielocatie geproduceerde biljetten van hologramstickers. Verder distribueerde hij valse bankbiljetten aan [verdachte] en [medeverdachte 8] en verkocht hij ook zelf vals geld via onder meer Telegram. [medeverdachte 4] voorzag eveneens de op de productielocatie geproduceerde biljetten van hologramstickers. Hij kwam net zoals [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op de productielocatie en kocht verder goederen in uit China ten behoeve van de productie van valse bankbiljetten om deze biljetten vervolgens te verkopen via Telegram. [medeverdachte 5] was betrokken bij de productie van vals geld door het bestellen van stickers, het doen van aankopen in China en het ter beschikking stellen van zijn klantenpas ( [koeriersbedrijf] ) om grondstoffen aan te kopen bij [firma 1] / [firma 2] . Ook [verdachte] kocht goederen in uit China ten behoeve van de productie. Zowel [medeverdachte 5] , [verdachte] als [medeverdachte 8] voorzagen de op de productielocatie geproduceerde biljetten van hologramstickers en verkochten het valse geld via onder meer het Darkweb, Telegram en rechtstreeks. [medeverdachte 6] heeft bij de politie over de ‘organisatie’ verklaard dat hij de biljetten maakt en dat er iemand anders was die de stickers erop plakte. Ze hebben koeriers, bezorgers en er moest gesneden, gestickerd en bezorgd worden. Op grond van deze aldus gebleken rolverdeling in het productie- en distributieproces stelt de rechtbank vast dat sprake was van een goed georganiseerd, crimineel samenwerkingsverband dat herhaald en overeenkomstig tevoren gemaakte plannen handelingen ten behoeve van het vervaardigen van en de handel in valse bankbiljetten heeft uitgevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee sprake van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Wetboek van Strafrecht. Oogmerk Het oogmerk van de organisatie is onmiskenbaar het produceren en distribueren van vals geld geweest. Ook volgt uit de gebezigde bewijsmiddelen dat het daarbij niet om individuele acties van leden van de organisatie ging, maar dat met dat oogmerk steeds dezelfde werkwijze werd gehanteerd. Deelneming Volgens vaste rechtspraak is van deelneming sprake indien een persoon behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in, dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Verdachte dient in dat verband in zijn algemeenheid te weten dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; in zoverre is voorwaardelijk opzet niet voldoende. Niet is vereist dat verdachte enige vorm van opzet heeft gehad op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven, aan enig concreet misdrijf heeft deelgenomen of van enig concreet misdrijf wetenschap heeft gehad. Ook is niet nodig dat de verdachte moet hebben samengewerkt of bekend moet zijn geweest met alle personen die deel uitmaken van de organisatie. Elke bijdrage aan een organisatie kan strafbaar zijn. Een dergelijke bijdrage kan bestaan uit het (mede)plegen van enig misdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten en (dus) het verrichten van handelingen die op zichzelf niet strafbaar zijn, zolang niet van bovenbedoeld aandeel of ondersteuning kan worden gesproken. Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen en de bewezenverklaring van de overige feiten volgt, dat [verdachte] behoorde tot die organisatie en dat hij handelingen heeft verricht die hebben bijgedragen aan het verwezenlijken van het oogmerk van die organisatie. Op grond van al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte] in de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari 2019 in Almere heeft deelgenomen aan een criminele organisatie bestaande uit een samenwerkingsverband van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 8] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het vervaardigen en het in omloop brengen van valse bankbiljetten. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: Parketnummer 16/025401-19: Feit 1: op een of meerdere momenten in de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari 2019 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk bankbiljetten van 20 Euro en 50 Euro heeft nagemaakt, (telkens) met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven en te doen uitgeven; Feit 2: op een of meerdere momenten in de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari 2019 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk bankbiljetten van 20 Euro en 50 Euro, die verdachte en zijn mededaders zelf hebben nagemaakt, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven en te doen uitgeven, (telkens) zich heeft verschaft en in voorraad heeft gehad en heeft vervoerd, doorgevoerd en heeft uitgevoerd; Feit 3: op omstreeks 30 januari 2019 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk (onder meer) een Canon printer en een hoeveelheid (ivoorwit A4) papier en hologrammen en (inkt)cartridges en vijf vellen papier met een watermerk sterk gelijkend op een watermerk van een 50 Euro biljet, heeft ontvangen en zich heeft verschaft en voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat deze bestemd waren tot het namaken of vervalsen van bankbiljetten; Feit 4: op een of meerdere momenten in de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari 2019 te Almere, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte, [medeverdachte 8] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, bestaande uit het vervaardigen en in omloop brengen van valse bankbiljetten. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen onder parketnummer 16/025401-19 onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: Parketnummer 16/025401-19: Feit 1: medeplegen van bankbiljetten namaken, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven of te doen geven; Feit 2: medeplegen van bankbiljetten die hij zelf heeft nagemaakt, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven en te doen uitgeven, verschaffen, in voorraad hebben, vervoeren, doorvoeren en uitvoeren; Feit 3: medeplegen van het voorhanden hebben van voorwerpen, wetende dat zij bestemd zijn tot het namaken van bankbiljetten; Feit 4: deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zijn standpunt verwoord in een ter terechtzitting overgelegde pleitnota. De raadsman heeft – kort gezegd – verzocht rekening te houden met de door de verdediging bepleite rol van [verdachte] ten opzichte van de medeverdachten en zijn persoonlijke omstandigheden. De raadsman heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ernst van de feiten: [verdachte] heeft zich gedurende een aanzienlijke periode schuldig gemaakt aan het deelnemen aan een criminele organisatie die tot het oogmerk had het op professionele wijze vervaardigen en in omloop brengen van valse bankbiljetten van € 20,- en € 50,-. Deze organisatie had in [woonplaats] een productielocatie opgezet alwaar op zeer grote schaal valse bankbiljetten werden vervaardigd. Ten behoeve van de productie van deze biljetten werden door de deelnemers van de criminele organisatie op zeer grote schaal cartridges en papier aangekocht bij de firma [firma 1] / [firma 2] en werden onder meer hologramstickers en speciaal daartoe bestemd papier besteld in China. Nadat de biljetten waren gedrukt, werden deze op andere locaties voorzien van hologramstickers en vervolgens zowel rechtstreeks als via de communicatiedienst Telegram en het Darkweb verkocht in binnen- en buitenland. Daarbij werd veelal gebruik gemaakt van wenskaarten om de valse bankbiljetten heimelijk naar het buitenland te verzenden. [verdachte] is gedurende deze periode een onmisbare schakel gebleken bij het vervaardigen van en de handel in valse bankbiljetten. [verdachte] was mede verantwoordelijk voor de productie van het valse geld door het doen van aankopen van papier en hologrammen uit China om de productielocatie te voorzien van grondstoffen. Verder voorzag [verdachte] de op de productielocatie geproduceerde biljetten van hologramstickers en verkocht hij deze vervolgens rechtstreeks en via Telegram. Ook was hij als verkoper betrokken bij een pseudokoop op 6 november 2018 waarbij 20 valse bankbiljetten werden aangekocht. Op het woonadres van [verdachte] zijn onder meer valse bankbiljetten, hologramstickers, papier met een watermerk en een telefoon met daarop het Telegram account [telegramaccount] aangetroffen. Het op een dergelijke schaal namaken en in omloop brengen van bankbiljetten in georganiseerd verband is naar het oordeel van de rechtbank maatschappelijk volstrekt onaanvaardbaar. Het vertrouwen dat mensen en bedrijven in de landen van de Eurozone hebben en moeten kunnen hebben, in de waarde en echtheid van bankbiljetten is een essentieel uitgangspunt voor het goed functioneren van een robuust handelsverkeer en een gezonde economie. Door het op deze schaal namaken van deze biljetten wordt dit principe ondermijnd en bestaat het risico van ernstige ontwrichting van het maatschappelijk en economisch verkeer. Verdachte heeft daar kennelijk geen enkele boodschap aan gehad en is enkel uit geweest op eigen financieel gewin, zonder daarvoor op een eerlijke manier moeite te willen doen. Bij zaken als de onderhavige zijn grote financiële belangen gemoeid. Deze gaan nogal eens gepaard met geweld, bedreigingen en ripdeals. Dat dit ook in deze zaak aan de orde is geweest kan worden afgeleid uit de TCI-informatie over een poging tot rippen en de verschillende OVC- en tapgesprekken van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waarin wordt gesproken over vuurwapens. Persoon van verdachte: De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 9 maart 2020, waaruit blijkt dat [verdachte] niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke delicten. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij inwoont bij zijn tante en momenteel geen werk heeft. Hij draagt de zorg voor zijn neefje en leeft van het inkomen van zijn tante. De professionele werkwijze en het samenwerkingsverband zijn strafverzwarende factoren die de rechtbank betrekt bij het bepalen van de op te leggen straf. Straf: De rechtbank is van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur recht doet aan de ernst van de gepleegde misdrijven. Naast het strafdoel van vergelding voor deze door [verdachte] gepleegde misdrijven, beoogt de rechtbank door strafoplegging ook verdachte en anderen ervan te weerhouden soortgelijke misdrijven te plegen. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden is. Dat is gelijk aan de straf die door de officier van justitie is geëist. Hoewel de rechtbank [verdachte] vrijspreekt van het voorhanden hebben van een tweetal jammers, acht de rechtbank voornoemde straf passend gelet op de betrokkenheid van [verdachte] bij de strafbare feiten die het zwaartepunt vormen van de strafzaak tegen hem. De in dat licht beperkte vrijspraak legt te weinig gewicht in de schaal om een lagere straf op te leggen. 9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 47, 57, 140, 208, 209 en 214 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het onder parketnummer 16/190392-19 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Bewezenverklaring - verklaart het onder parketnummer 16/025401-19 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het onder parketnummer 16/025401-19 onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder parketnummer 16/025401-19 onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vierentwintig
(24)maanden; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Bos, voorzitter, mrs. H. den Haan en W.S. Ludwig, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dam, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 september
- Bijlage I: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: Parketnummer 16/025401-19: Feit 1: hij op een of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari 2019 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer bankbiljetten van 20 Euro en/of 50 Euro heeft nagemaakt en/of heeft vervalst, (telkens) met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven en/of te doen uitgeven; Feit 2: hij op een of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari 2019 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer bankbiljetten van 20 Euro en/of 50 Euro, die verdachte en/of zijn mededaders zelf hebben nagemaakt en/of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en/of zijn mededaders, toen hij/zij die bankbiljetten ontvingen(en), bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven en/of te doen uitgeven, (telkens) zich heeft verschaft en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd, ingevoerd, doorgevoerd en/of heeft uitgevoerd; Feit 3: hij op omstreeks 30 januari 2019 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (onder meer) een (Canon) printer en/of een hoeveelheid (ivoorwit A4) papier en/of een of meer hologrammen en/of (inkt)cartridges en/of vijf, althans een of meerdere vellen papier met een watermerk sterk gelijkend op een watermerk van een 50 Euro biljet, heeft vervaardigd, ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat deze bestemd was/waren tot het namaken of vervalsen van bankbiljetten; Feit 4: hij op een of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 15 mei 2017 tot en met 30 januari 2019 te Almere, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 5] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, bestaande uit het vervaardigen en/of in omloop brengen van valse bankbiljetten; Parketnummer 16/190392-19: hij op of omstreeks 30 januari 2019 te Almere, in elk geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, (een) radiozendappara(a)t(en), te weten: twee (draagbare) multiband/1‐, 2‐, 3‐, 4‐band GSM/UMTS/GPS/LTE jammers, heeft aangelegd en/of geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van die radiozendapparaten op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend; en/of hij op of omstreeks 30 januari 2019 te Almere, in elk geval in Nederland, (een) technisch(e) hulpmiddel(len), te weten twee (draagbare) multiband/1‐, 2‐, 3‐, 4‐band GSM/UMTS/GPS/LTE jammers, dat/die hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is/zijn voor het opzettelijk vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken en/of veroorzaken van een stoornis in de gang en/of in de werking van een geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie, heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid, of 350c werd gepleegd. Bijlage II: Bewijsmiddelen : 2015: Begin 2015: Verbalisant [verbalisant 1] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Aan de hand van de resultaten kan worden geconcludeerd dat de EUA50 C00111 sinds begin 2015 het meest voorkomende falsificaat is binnen Europa. Juni 2015: In het als bijlage opgenomen informatierapport van de gemeenschappelijke klasse indicatieve EUA0050 C00111 bij het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] staat onder meer het volgende gerapporteerd, zakelijk weergegeven: De eerste keer dat het type EUA0050 C00111 werd ontdekt dateert van juni
- […] De belangrijkste productiemethode is ‘inktjet’ en er wordt een stickerhologramemulatie toegepast. 10 november 2015: Verbalisant [verbalisant 3] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit onderzoek is gebleken dat op drie valse biljetten van € 50,-, die in november 2015 in beslag zijn genomen, de dactyloscopische sporen van [medeverdachte 2] aangetroffen zijn. De twee serienummers vallen onder het indicatief EUA0050 C
- 2016 Medio 2016: Verbalisant [verbalisant 4] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Vanaf medio 2016 was een toename te zien van valse bankbiljetten van € 50,- met een bepaalde serienummer-range, die in omloop kwamen. […] Deze valse euro bankbiljetten met de nominatie van € 50,-, waarvan het serienummer begint met E01181075* en plaatnummer R052B2 zijn geproduceerd met behulp van een inkt jet printer. Op de biljetten is een watermerk gedrukt en is een holografische zegel aangebracht. 15 januari 2016: Uit de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 15 januari 2016 om 08.41 uur heeft verzender [medeverdachte 1] een bedrag van € 994,14 (ontvangen valuta USD 1050,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 1] , geboortedatum [1990] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. Verbalisant [verbalisant 6] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Het telefoonnummer [telefoonnummer] dat is opgegeven bij de money transfer van 15 januari 2016 die is uitgevoerd door [medeverdachte 1] is gekoppeld aan contactgegevens van een bedrijf in China, genaamd [bedrijf 1] en een bedrijf in China genaamd [bedrijf 2] LTD. Beide bedrijven verkopen papier. 17 februari 2016: Uit de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 17 februari 2016 om 09.00 uur heeft verzender [medeverdachte 2] een bedrag van € 835,21 (ontvangen valuta USD 900,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 2] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. Verbalisant [verbalisant 6] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Er is nader onderzoek gedaan naar de transactie van 17 februari 2016 met als begunstigde [begunstigde 2] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. In de melding van de Western Union staat een telefoonnummer van de begunstigde vermeld: [telefoonnummer] . […] Het telefoonnummer dat is opgegeven bij de money transfer is gekoppeld aan contactgegevens van een bedrijf in China, genaamd [begunstigde 3] ., Ltd. Dit bedrijf verkoopt hologram stickers en/of papier. 17 maart 2016: Verbalisant [verbalisant 5] heeft in haar proces-verbaal financieel relaas onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit de bankgegevens van [medeverdachte 3] bleek dat hij op 17 maart 2016 een betaling had gedaan bij [firma 1] . Van deze betaling zijn de factuurgegevens gevorderd. Uit de door [firma 1] / [firma 2] (de rechtbank begrijpt: verstrekte gegevens) bleek dat (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] ) vier pakken ivoorkleurig A4 papier van het merk [firma 1] had gekocht voor in totaal € 37,
- 5 april 2016: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] valt op te maken dat op 5 april 2016 is gestart met aankopen bij de firma [firma 1] met de klantenpas op naam van [medeverdachte 1] . Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat op 5 april 2016 vier pakken printpapier en drie cartridges kleur zijn aangekocht bij [firma 1] door [medeverdachte 1] . 11 april 2016: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat op 11 april 2016 twee pakken printpapier, twaalf cartridges kleur en vier cartridges zwart zijn aangekocht bij [firma 1] door [medeverdachte 1] . 21 april 2016: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat op 21 april 2016 drie pakken printpapier en acht cartridges kleur zijn aangekocht bij [firma 1] door [medeverdachte 1] . 27 april 2016: Verbalisant [verbalisant 4] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: [getuige 1] verklaarde op 27 april 2016 dat hij de bankbiljetten zelf inkocht en doorverkocht via Instagram. Hij kocht de valse € 50,- bankbiljetten van naar hij zelf zegt ‘de grote jongens’ uit [woonplaats] . Hij verklaarde letterlijk: “Het zou zo zijn, dat als ik nu zou bellen met de vraag om binnen een uur 1000 biljetten van € 50,- te krijgen. Dat zou lukken. Dat betekent dat het grote jongens zijn. Dat kan niet zomaar. Ze hebben altijd dezelfde serienummers. Die nummers kom je door heel Nederland tegen. Daar kun je het ook aan zien. Dat komt allemaal bij hun vandaan. Ze maken het in [woonplaats] . Maar nogmaals, ik zou het wel willen vertellen, maar ik kan echt de gevolgen niet overzien. Het netwerk waar ik het over heb beslaat wel zo’n 70-80% van de markt in vals geld. Daarbij doen ze ook in drugs. Ik heb dat nooit van ze afgenomen, maar ik weet dat ze dat ook aanbieden. Ze werken ook met verschillende loopjongens.”. […] Uit dactyloscopisch onderzoek aan een tweetal aangetroffen valse € 50,- bankbiljetten met het indicatief EUA0050 C00111 werd een vingerafdruk van [medeverdachte 7] aangetroffen. 12 mei 2016: Uit de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 12 mei 2016 om 11.26 uur heeft verzender [medeverdachte 2] een bedrag van € 813,11 (ontvangen valuta USD 900,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 2] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat op 12 mei 2016 vier pakken printpapier, acht cartridges kleur en vijf cartridges zwart zijn aangekocht bij [firma 1] door [medeverdachte 1] . 6 juni 2016: Verbalisant [verbalisant 5] heeft in haar proces-verbaal financieel relaas onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 6 juni 2016 om 13.55 uur is met de betaalrekening op naam van [medeverdachte 2] een betaling verricht van € 21,60 bij [firma 1] . Uit de bijlage opgenomen kopiefactuur van [firma 1] bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 6 juni 2016 zijn op naam van de klantenpas van [medeverdachte 1] zes stuks cartridges Canon CL-513 kleur en vier pakken papier A4 ivoorwit 80 gram 500 vel aangekocht voor een totaalbedrag van € 221,
- Medio zomer 2016: Verbalisant [verbalisant 4] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Vanaf medio zomer 2016 werden veel enveloppen in het buitenland onderschept met daarin valse € 50,- bankbiljetten die behoren tot het indicatief EUA0050 C
- Deze enveloppen waren in alle gevallen vanuit Nederland verzonden, meestal via PostNL. Onderzoek naar de valse bankbiljetten toonde aan dat de meeste valse bankbiljetten voorzien waren van serienummers beginnend met serienummer E
- […] Vanuit verschillende onderzoeken, verklaringen en technische middelen is vast te stellen dat bij een aantal vals geld incidenten de valse bankbiljetten beginnend met E01181075* nummers waren aangekocht in [woonplaats] . 27 juni 2016: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat op 27 juni 2016 drie pakken printpapier, 20 cartridges kleur en een cartridge zwart zijn aangekocht bij [firma 1] door [medeverdachte 2] . 8 juli 2016: Uit het proces-verbaal financieel relaas en de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 8 juli 2016 om 12.24 heeft verzender [medeverdachte 1] op de [adres] te [woonplaats] een bedrag van € 847,51 (ontvangen valuta USD 900,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 2] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. 27 juli 2016: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] valt op te maken dat op 27 juli 2016 is gestart met aankopen bij de firma [firma 1] met de klantenpas op naam van [medeverdachte 2] . Verbalisant [verbalisant 5] heeft in haar proces-verbaal financieel relaas onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 27 juli 2016 om 14.03 uur is met de betaalrekening op naam van [medeverdachte 2] een betaling verricht van € 292,46 bij [firma 1] . Uit de bijlage opgenomen kopiefactuur van [firma 1] bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 27 juli 2016 zijn op naam van de klantenpas van [medeverdachte 2] een cartridge Canon PG-40 zwart, een cartridge Canon PG-512 zwart, 20 stuks cartridges Canon CL-513 kleur en drie pakken papier A4 ivoorwit 80 gram 500 vel aangekocht voor een totaalbedrag van € 692,
- 19 september 2016: Uit de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 19 september 2016 om 12.05 uur heeft verzender [medeverdachte 2] een bedrag van € 839,46 (ontvangen valuta USD 900,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 2] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. 1 november 2016: Uit het proces-verbaal financieel relaas en de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 1 november 2016 om 13.34 uur heeft verzender [medeverdachte 1] op de [adres] te [woonplaats] een bedrag van € 1.177,52 (ontvangen valuta USD 1.250,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 4] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. Uit het proces-verbaal financieel relaas en de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 1 november 2016 om 14.04 uur heeft verzender [medeverdachte 2] op de [adres] te [woonplaats] een bedrag van € 1.177,52 (ontvangen valuta USD 1.250,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 4] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. 15 november 2016: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat op 15 november 2016 de eerste klantenpas op naam van [koeriersbedrijf] is uitgegeven. 16 november 2016: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] valt op te maken dat op 16 november 2016 is gestart met aankopen bij de firma [firma 1] met de klantenpas op naam van [koeriersbedrijf] . 28 november 2016: Verbalisant [verbalisant 1] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 9 juli 2019 ontving ik van collega [C] van het Internationaal Rechtshulp Centrum Midden Nederland een email. Het betrof een doorgestuurd bericht, afkomstig van [D] , Federal Criminal Police Office Germany van de Forgery of Money Unit. In deze email werden door haar twaalf nieuwe zaken kenbaar gemaakt waarin dactyloscopische sporen waren aangetroffen van [medeverdachte 8] . […] Cases in the German state of Schleswig-Holstein: 15 december 2017, 11 december 2018, 14 tot 21 januari 2019, 19 januari 2019 en 27 januari
- […] Cases in the German state of Baden Wuerttemberg: 18 juli 2018 en 5 september
- […] Cases in the German state of Bavaria: 10 oktober 2018, 29 augustus 201 en 28 januari
- […] Cases in the German state of Rhineland Palatinate: 28 november 2016, 8 tot 11 september 2018 en 30 juli tot 20 augustus 2018.[…] Een deel van de aangetroffen biljetten in de twaalf voornoemde zaken zijn in Duitsland onderzocht en op basis van unieke kenmerken geclusterd onder een lokaal dan wel Europees indicatief: Indicatief Aantal Datum aantreffen DEA50 K1179 9 15 december 2017 EUA50 C111 1, 100, 22, 5 11 december 2018, 18 juli 2018, 5 september 2018 en 28 november 2016 EUB50 J4b 1, 2, 1 14 tot 21 januari 2019, 19 januari 2019 en 27 januari 2019 30 december 2016: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] valt op te maken dat op 30 december 2016 voor het laatst goederen zijn aangekocht bij de firma [firma 1] met de klantenpas op naam van [medeverdachte 2] . Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat in de periode van 27 juli 2016 tot en met 30 december 2016 voor een totaal bedrag van € 2.186,03 goederen zijn aangekocht bij de firma [firma 1] / [firma 2] met de klantenpas op naam van [medeverdachte 2] . 2017 11 januari 2017: Verbalisant [verbalisant 5] heeft in haar proces-verbaal financieel relaas onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 11 januari 2017 om 14.14 uur is met de betaalrekening op naam van [medeverdachte 2] een betaling verricht van € 144,05 bij [firma 1] . Uit de bijlage opgenomen kopiefactuur van [firma 1] bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 11 januari 2017 zijn op naam van de klantenpas [koeriersbedrijf] vijf stuks cartridges Canon PG-512 zwart, 36 stuks cartridges Canon CL-513 kleur en 8 pakken papier A4 ivoorwit 80 gram 500 vel aangekocht voor een totaalbedrag van € 1.344,
- 24 januari 2017: Op 24 januari 2017 werd door de Litouwse douane een envelop onderschept met daarin één vals bankbiljet van € 50,-. Het bankbiljet had het nummer E01181075457 en indicatief EUA0050 C
- De envelop had het registratienummer MT700085946LT. Verder was de envelop voorzien van een PostNL stempel van Amsterdam, met het adres [adres] , [woonplaats] Lithuania. Door de Litouwse politie werd op een bankbiljet vingersporen aangetroffen. Uit vergelijking bleek een match naar voren te komen op de volgende persoon, te weten: [medeverdachte 8] . De koper [koper] verklaarde het valse € 50,- bankbiljet online te hebben gekocht via het Darknet. 25 januari 2017: Verbalisant [verbalisant 7] heeft in zijn proces-verbaal van verdenking onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 25 januari 2017 werd een envelop met vijf valse bankbiljetten door de Franse douane in Rossy Charles de Gaulle’s postal sorting center in beslag genomen. De envelop was bestemd voor [E] [adres] [woonplaats] (Frankrijk). De envelop was van het type luchtkussen en was afgestempeld op 15 januari 2017 op het postsorteercentrum te Amsterdam. Het adres was op een sticker geprint waarbij het opviel dat de tekst niet gecentreerd op de sticker stond maar in de linker bovenhoek stond. In de envelop werden vijf valse bankbiljetten van € 50,- aangetroffen allen voorzien van hetzelfde serienummer E01181075484 en plaatnummer R052B
- Deze biljetten behoorden tot het indicatief EUA0050 C
- In de envelop werd een vingerafdruk aangetroffen, die later via een zogenaamde Prüm-bevraging een hit gaf. De aangetroffen vingerafdruk in de envelop behoorde toe aan de volgende persoon: [medeverdachte 8] . 11 februari 2017: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] valt op te maken dat op 11 februari 2017 voor het laatst goederen zijn aangekocht bij de firma [firma 1] met de klantenpas op naam van [medeverdachte 1] . Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat in de periode van 5 april 2016 tot en met 11 februari 2017 voor een totaal bedrag van € 4.053,64 goederen zijn aangekocht bij de firma [firma 1] / [firma 2] met de klantenpas op naam van [medeverdachte 1] . 23 februari 2017: Uit het proces-verbaal financieel relaas en de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 23 februari 2017 om 13.55 uur heeft verzender [medeverdachte 1] op de [adres] te [woonplaats] een bedrag van € 1..219,51 (ontvangen valuta USD 1.250,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 4] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. 24 februari 2017: Uit het proces-verbaal financieel relaas en de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 24 februari 2017 om 12.18 uur heeft verzender [medeverdachte 2] op de [adres] te [woonplaats] een bedrag van € 1.216,64,- (ontvangen valuta USD 1.250,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 4] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. 15 mei 2017: Verbalisant [verbalisant 5] heeft in haar proces-verbaal financieel relaas onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 15 mei 2017 om 18.51 uur heeft verzender [verdachte] op de [adres] te [woonplaats] een geldbedrag van € 1.202,- overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 5] te China. 16 mei 2017: Verbalisant [verbalisant 5] heeft in haar proces-verbaal financieel relaas onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 16 mei 2017 heeft verzender [medeverdachte 5] op Amsterdam Amstel een geldbedrag van € 1.166,- overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 5] te China. 22 mei 2017: Uit het proces-verbaal financieel relaas en de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 22 mei 2017 om 08.18 uur heeft verzender [medeverdachte 5] op Amsterdam Bijlmer een geldbedrag van € 1149,97 (ontvangen valuta USD 1.250,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 2] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. Juni 2017: Verbalisant [verbalisant 7] heeft in zijn proces-verbaal van verdenking onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Medio begin juni 2017 werd een envelop met tien valse bankbiljetten door de Franse douane in Rossy Charles de Gaulle’s postal sorting center in beslag genomen. De envelop was bestemd voor [F] [adres] [woonplaats] Frankrijk. De envelop was gestempeld op 26 mei 2017 in Amsterdam. Het adres was op een sticker geprint waarbij het opviel dat de tekst niet gecentreerd op de sticker stond maar in de linker bovenhoek stond. In de envelop werden tien valse bankbiljetten van € 50,- aangetroffen allen voorzien van hetzelfde serienummer E01181075322 en plaatnummer R052B
- Deze biljetten behoorden tot het indicatief EUA0050 C
- In de envelop werden vier vingerafdrukken aangetroffen, die later via een zogenaamde Prüm-bevraging een hit gaven. De aangetroffen vingerafdrukken in de envelop behoorden allen toe aan de volgende persoon: [medeverdachte 8] . 15 juni 2017: Verbalisant [verbalisant 5] heeft in haar proces-verbaal financieel relaas onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 15 juni 2017 om 16.06 uur heeft verzender [verdachte] op de [adres] te Amsterdam een geldbedrag van € 1.181,- overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 6] te China. Uit het proces-verbaal financieel relaas en de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 15 juni 2017 om 09.44 uur heeft verzender [medeverdachte 5] op Almere CS een geldbedrag van € 1154,51 (ontvangen valuta USD 1.250,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 2] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. 16 juni 2017: Uit het proces-verbaal financieel relaas en de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 16 juni 2017 om 10.51 uur heeft verzender [medeverdachte 5] op Almere CS een geldbedrag van € 184,56 (ontvangen valuta USD 200,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 2] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. 22 juli 2017: Verbalisant [verbalisant 8] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 22 juli 2017 werd waargenomen dat drie personenauto’s voorzien van Nederlandse kentekenplaten gezamenlijk het haventerrein van Tarifa opreden. De Spaanse collega’s gaven door dat het de navolgende auto’s betrof: Porsche Panamera kenteken [kenteken] ; Mercedes-Benz GLA 45 AMG kenteken [kenteken] ; Mercedes-Benz CLS 63 AMG kenteken [kenteken] . Wij vernamen van de Spaanse collega’s dat bij [medeverdachte 1] een contant geldbedrag van € 10.425,- was aangetroffen. […] Wij vernamen van de Spaanse collega’s dat bij [medeverdachte 3] een contant geldbedrag van € 16.290,- was aangetroffen. 12 augustus 2017: Verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 10] hebben in hun proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Gezien de koppeling met de useraccount ( [useraccount] @icloud.com) en plaatsen van een contactenlijst op 15 en 16 juni 2017 is de telefoon AV.13.01.002 vanaf die datum in gebruik genomen. […] Van de andere gekoppelde useraccounts [useraccount] @hotmail.com en [useraccount] @gmail.com is niet gebleken dat deze daadwerkelijk de telefoon AV.13.01.002 in gebruik hebben gehad. Gezien het berichtenverloop valt niet uit te sluiten dat met deze accounts een applicatie zoals bijvoorbeeld iTunes is gebruikt. […] Samengevat bleek uit gegevens dat vanaf 15 mei 2017 tot eind juli 2018 de telefoon in gebruik was bij [medeverdachte 4] . In de periode van eind juli 2018 tot en met 3 september 2018 werd alleen op 31 augustus 2018 één foto per MMS-bericht ontvangen waarop [medeverdachte 4] stond afgebeeld met [medeverdachte 1] . […] Op de telefoon zijn chatgesprekken aangetroffen van [medeverdachte 4] en gebruiker [gebruiker] . Deze chatgesprekken hebben plaatsgevonden in de periode 10 augustus 2017 tot en met 22 augustus
- […] [medeverdachte 4] stuurt op 12 augustus 2017 om 00.25 uur een filmpje naar [gebruiker] waarop een groot aantal € 50,- biljetten te zien zijn die zijn uitgestald op een bed. In het filmpje wordt niet gesproken. Naast het filmpje stuurt [medeverdachte 4] ook om 00.25 uur een foto van een stapeltje € 50,- biljetten. […] Na het versturen van het filmpje en de foto stuurt [medeverdachte 4] drie berichten met de inhoud: “Maar filmpje”, “Zie je me kamer” en “Dats faya”. […] Wij verbalisanten herkennen deze kast uit het filmpje dat [medeverdachte 4] stuurt naar [gebruiker] . De onderkant van de kast heeft namelijk een lade in een opvallende kleur oranje. Ook de koppen op deze oranje lade komen overeen met het filmpje. Na het versturen van het filmpje waarop de kamer van [medeverdachte 4] in beeld komt, volgen over en weer berichten over oude en nieuwe bankoes en stuurt [medeverdachte 4] om 00.28 uur nog een filmpje. In dit filmpje is een stapeltje bankbiljetten van € 50,- te zien. 4 november 2017: Tapgesprek [medeverdachte 1] en [verdachte] op 4 november 2017 om 20.40.41 uur: NNman (t.n.v. [verdachte] , hierna te noemen: [verdachte] ): Waar ben je? [medeverdachte 1] : 7 Parkie en jij? [verdachte] : Hey hoeveel moet aman, pasie (fon). [medeverdachte 1] : 7 barkie. [verdachte] : Oke is goed. [medeverdachte 1] : Waar ben je? [verdachte] : ik sta nu te incasseren. [medeverdachte 1] : Waarom? Vroeg hij dat aan jou? [verdachte] : Nee, man ik wil weten. Hij is er met 1 minuut. [medeverdachte 1] : Oke, is kijk maar misschien geeft hij wel wat meer je weet maar nooit. [verdachte] : Wat meer is voor mij toch? [medeverdachte 1] : Affoe Affoe. 17 november 2017: Verbalisanten hebben op 17 november 2017 [medeverdachte 1] geobserveerd en hierover het volgende in het proces-verbaal observatie 17 november 2017 gerelateerd, zakelijk weergegeven: 17.35 uur: Ik zag dat de Polo [kenteken] werd geparkeerd op de [straat] te [woonplaats] ter hoogte van perceel [nummer] waar was gevestigd de firma “ [firma 1] ”. 17.43 uur: Ik zag dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij de toonbank van de firma “ [firma 1] ” stonden. Ik zag dat zij een boodschappenkar bij zich hadden waar 20 a 25 inktcartridges inlagen. Van deze boodschappenkar met cartridges is door mij een foto gemaakt. 17.48 uur: Ik zag dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met de boodschappenkar in de richting van de Polo [kenteken] liepen. Ik zag dat de inhoud van de boodschappenkar achter in de Polo [kenteken] werd gedeponeerd. 18.24 uur: Wij zagen dat de Polo [kenteken] stond geparkeerd op de [straat] te [woonplaats] ter hoogte van perceel [nummer] . 18.38 uur: Ik zag dat één persoon ter hoogte van de Polo [kenteken] bukte, kennelijk iets oppakte en daarmee perceel [adres] te [woonplaats] binnen ging. Verbalisant [verbalisant 10] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit de historische gegevens van het telefoonnummer # [telefoonnummer] van [medeverdachte 2] bleek dat deze op 17 november 2017 om 18.04 uur vanaf de [straat] te [woonplaats] verplaatste naar een zendmast op de [adres] te [woonplaats] . Deze zendmast staat in de zogenoemde Eilandenbuurt. Op diezelfde dag en datum bleek uit de tapgegevens van het telefoonnummer # [telefoonnummer] van [medeverdachte 1] dat deze van de [straat] te [woonplaats] verplaatste en om 18.05 uur eveneens de zendmast [adres] te [woonplaats] aanstraalde. Om 18.04 uur werd door # [telefoonnummer] [medeverdachte 2] uitgebeld naar het nummer [telefoonnummer] . Het telefoonnummer # [telefoonnummer] bleek uit onderzoek in gebruik te zijn bij [medeverdachte 6] , woonachtig op het adres [adres] te [woonplaats] . Verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 2] hebben in hun proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op de foto van het winkelwagentje waren een aantal pakken printpapier en pakketten cartridges te zien. Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] valt op te maken dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 17 november 2017 goederen hebben aangekocht bij de [firma 1] met behulp van de klantenpas op naam van [koeriersbedrijf] . Uit het proces-verbaal financieel relaas en de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 17 november 2017 om 13.01 uur heeft verzender [medeverdachte 5] op de [adres] te [woonplaats] een geldbedrag van € 1094,92 (ontvangen valuta USD 1.250,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 4] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. 24 november 2017: Verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 2] hebben in hun proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Wij hebben onderzoek gedaan naar de foto die op 17 november 2017 was genomen. Om na te gaan welk printpapier en cartridges het betroffen, zijn wij verbalisanten naar de betreffende [firma 1] winkel gegaan. […] Zonder dat wij daar naar hadden gevraagd vertelde de medewerkster ons dat het papier op de onderste plank op was omdat er om de twee weken twee Arabische jongens komen die een hele lading printpapier en inktcartridges kopen. […] Ik verbalisant [verbalisant 11] zag bij het nemen van de foto dat in het vak boven de rekjes waar de cartridges aan hangen op de prijskaarten de volgende informatie stond: één keer Canon PG 512 Zwart a €22,49 en drie keer Canon CL 513 kleur a €25,
- 26 november 2017: Verbalisant [verbalisant 7] heeft in zijn proces-verbaal van verdenking onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 26 november 2017 ontving de familie [familie] in [woonplaats] een envelop met daarin vals geld. De envelop was bestemd voor [G] [adres] [woonplaats] . Deze persoon was niet bekend op het adres dus werd de envelop bij de politie gebracht. In de envelop werden een kaart en vijf valse € 50,- bankbiljetten aangetroffen , die behoorden tot het indicatief EUA0050 C
- Alle biljetten hadden het plaatnummer R052B2 en waren voorzien van verschillende serienummers: tweemaal E01181075484, tweemaal E01181075475 en eenmaal E
- Op de kaart in de envelop werd een vingerafdruk aangetroffen van de volgende persoon: [medeverdachte 8] . 30 november 2017: Verbalisanten hebben op 30 november 2017 [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geobserveerd en hierover het volgende in het proces-verbaal observatie 30 november 2017 gerelateerd, zakelijk weergegeven: 20.08 uur: Ik zag dat de Polo [kenteken] geparkeerd stond op de [straat] te [woonplaats] . Ik zag dat [medeverdachte 2] en een onbekend persoon bij de achterzijde van de Polo [kenteken] stonden. Deze onbekende persoon zal ik in dit proces-verbaal NN5 noemen. Ik zag dat de kofferbak geopend werd. Ook zag ik dat in de kofferbak ongeveer 6 plastic tassen stonden. Ik zag dat op deze plastic tassen de opdruk stond van firma [firma 1] . Ik zag dat deze tassen uit de Polo [kenteken] gehaald werden. Ook zag ik dat [medeverdachte 2] en NN5 een brandgang inliepen welke toegang geeft tot de woningen welke behoren bij [adres] te [woonplaats] . 20.11 uur: Ik zag dat [medeverdachte 2] de brandgang uitliep en een rode tas in zijn handen had. Ik zag dat deze tas een zogenaamde Big Shopper betrof. Ook zag ik dat deze tas witte ronde stippen als opdruk had. Ik zag dat deze tas in de kofferbak gelegd werd en dat het voertuig vervolgens vertrok. December 2017: Verbalisant [verbalisant 4] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Medio december 2017 zijn er meer dan 1000 aangiften te relateren aan deze valse bankbiljetten van € 50,- met het serienummer beginnend met E
- 19 december 2017: In het als bijlage opgenomen informatierapport van de meenschappelijke klasse indicatieve EUA0050 C00111 bij het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] staat onder meer het volgende gerapporteerd, zakelijk weergegeven: Op 19 december 2017 bedroeg het totaal aantal aangetroffen valse bankbiljetten 60.
- […] Als we kijken naar het totale aantal vervalsingen per land, is het duidelijk dat het zwaartepunt ligt in Nederland, gevolgd door België en Duitsland. […] In totaal waren er 37.267 bankbiljetten van EUA0050 C00111 gedetecteerd in
- Van dit aantal had 35.497 een volgnummer beginnend met E01181075*. 2018 – januari t/m augustus 12 januari 2018: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] valt op te maken dat in de periode van 5 april 2016 tot en met 12 januari 2018 de volgende goederen zijn aangekocht met de klantenpassen op naam van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [koeriersbedrijf] : Artikelnummer: Product: Totaal aantal: Adviesprijs: 1639361 Cartr. Canon PG-512 zwart 65 stuks € 22,49,- 1639379 Cartr. Canon CL-513 kleur 727 stuks € 25,49 3132173 Papier A4 Ivoorwit 80 gr. Staples 350 pakketten (87.500 vellen papier) € 9,99 Op 27 juli 2016 is gestart met aankopen bij de firma [firma 1] met de klantenpas op naam van [medeverdachte 2] . […] Op de klantenpas van [medeverdachte 1] zijn goederen aangekocht in Hoofddorp, Almere en Amsterdam Sloterdijk, op de klantenpas van [medeverdachte 2] zijn uitsluitend goederen aangekocht in Almere en op de klantenpas van [koeriersbedrijf] zijn in de voornoemde periode goederen aangekocht in Almere en Amsterdam Zuid-Oost. 23 januari 2018: Verbalisant [verbalisant 1] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Door de Europese Bank worden falsificaten geclusterd onder een zogenaamd indicatief. Van het indicatief EUA0050 C00111 zijn op peildatum 23 januari 2019 (naar de rechtbank begrijpt 2018) internationaal een totaal aantal van 106.217 biljetten aangetroffen. Kenmerkend voor deze valse € 50,- biljetten is dat ruim 83.000 van deze biljetten voorzien waren van een serienummer beginnend met E01181075***. Van de 83.000 biljetten voorzien van serienummer E01181075*** waren ruim 77.000 biljetten voorzien van plaatnummer R052B
- 11 februari 2018: Verbalisant [verbalisant 3] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Tijdens de doorzoeking werd onder andere een telefoon van het merk Apple iPhone X in beslag genomen en verwerkt onder het goednummer F.07.01.
- De betreffende telefoon werd aangetroffen op het bed in de slaapkamer van [medeverdachte 7] . […] Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 7] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer] . […] Chats: 11 februari 2018 tussen [telefoonnummer] @s.whatsapp.net en [telefoonnummer] @s.whatsapp.net ( [medeverdachte 7] : owner): [telefoonnummer] : “Eymane tusse hier” [telefoonnummer] : “Heb je die oude of nieuwe banks? [medeverdachte 7] : “Beide [telefoonnummer] : “Wat vraag je voor nieuwe (100 stuks)” [medeverdachte 7] : “Rug man” [medeverdachte 7] : “Zijn wel beetje duur” [telefoonnummer] : “Pff zooo duur” [medeverdachte 7] : “Ja man” [telefoonnummer] : “Laat me is eentje zien aub” [telefoonnummer] : “Als je kan” [telefoonnummer] : “??” [telefoonnummer] : Audio bericht: Yo bro luister dan , ik heb wat (niet te verstaan, klinkt als kleding) voor [naam] , je weet toch, hij komt elke week bij mij zijn doezoe stuks halen. Maar hij betaald gewoon die jackpot voor die ding. Wat wil ik nu, ik wil nu barkie stuks van je, ik heb nu geen doezoe hier je weet toch. Als je wil ik ga naar [naam] ik ga die ding lossa aan hem want ik loes het voor 15 barkie of zo je weet toch. Dus dan kom is straks, als je het wil gewoon doezoe naar je brengen, als je wilt anders houd het op je weet toch. Is win win voor jou en mij. Dat ik je fles dat zo wie zo niet want je weet zelf ntv maar meld je zo he, heeft wel een beetje haast. [telefoonnummer] : Audio bericht: Want stel je voor ik koop, ik koop ze nu voor jou voor een doezoe je weet toch en ik kan ze wel goed vinden en goed keuren en ik ga naar [naam] en die chappie zegt nee man ik vind ze niets je weet toch. Dan is die doezoe zomaar weg snap je. Dus liever neem ik ze gewoon even bij jou, je weet toch dan zijn ze gewoon bij mij veilig, dan ga ik naar die man toe en dan vraag ik wat vind je er van en zegt hij ja dan koopt hij ze en breng ik jou die doekoe en zegt hij nee dan breng ik die dingen weer terug snap je want anders heb ik alleen maar verlies snap je. [medeverdachte 7] : “Saff kga kijke of dr is” [medeverdachte 7] : “ [naam] ” […] [medeverdachte 7] : “Ja kga checke” [medeverdachte 7] : Bij wie pak je oude” [telefoonnummer] : “K pakte bij jou” [telefoonnummer] : “ [naam] ” [telefoonnummer] : “ [naam] ” [medeverdachte 7] : “ [naam] ” [telefoonnummer] : “Mo” [medeverdachte 7] : “Kwacht op reactive” [medeverdachte 7] : “App kje” […] [medeverdachte 7] : “Nog geen reactive man” [telefoonnummer] : “Je vraagt je niffo toch [medeverdachte 1] ??” [medeverdachte 7] : “Nee” [telefoonnummer] : “Je bradda?” [medeverdachte 7] : “Bro we prate niet via pgp he haha:” 10 maart 2018: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 12] valt op te maken dat op 10 maart 2018 zeven pakken ivoorwit A4 papier zijn aangekocht bij de firma [firma 1] met de klantenpas op naam van [koeriersbedrijf] . 12 maart 2018: Verbalisant [verbalisant 13] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: In de slaapkamer van de ouders van [medeverdachte 4] werd een overschrijvingsbewijs van Primera [woonplaats] aangetroffen van 12 maart 2018 om 14.11 uur van een onbekend bedrag met als verzender [medeverdachte 4] en ontvanger [begunstigde 4] . 13 maart 2018: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 12] valt op te maken dat op 13 maart 2018 twee adreslabels zijn aangekocht bij de firma [firma 1] met de klantenpas op naam van [koeriersbedrijf] . 15 maart 2018: Verbalisant [verbalisant 13] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: In de slaapkamer van de ouders van [medeverdachte 4] werd een overschrijvingsbewijs van The Money Shop Marble Arch (winkel in Londen) aangetroffen van 15 maart 2018 om 20.50 uur van een totaalbedrag van 1.894,77 Engelse Pond met als verzender [medeverdachte 4] en opgegeven adres [adres] te [woonplaats] [betreft woning ouders [medeverdachte 5] ] en ontvanger [begunstigde 4] , China. 22 maart 2018: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 12] valt op te maken dat op 22 maart 2018 twee Dymo eurolabels en twee adreslabels zijn aangekocht bij de firma [firma 1] met de klantenpas op naam van [koeriersbedrijf] . April 2018: Verbalisanten [verbalisant 14] en [verbalisant 15] hebben in hun proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: In het opsporingsonderzoek is gebleken dat [medeverdachte 6] inktcartridges heeft gekocht bij de firma [firma 3] . […] Volgens het handelsregister van de kamer van koophandel wordt deze firma gedreven door [H] . […] Op de voornaam van [medeverdachte 6] reageerde [H] met de naam “ [naam] ”. Deze naam herkende hij als een klant die met enige regelmaat bij hem inktcartridges had gekocht. [H] haalde vervolgens een inktcartridge uit het rek en vertelde ons hierbij dat deze inktcartridge met enige regelmaat door “ [naam] ” was gekocht. “ [naam] ” betaalde altijd contant. Hij vertelde daarbij dat de meeste inktcartridges die “ [naam] ” kocht, gele inkt bevatte. Hij gaf aan dat deze inktcartridges van het eigen merk waren. Daarnaast gaf hij aan dat deze cartridges bestemd waren voor printers van het merk Canon. […] Uit eigen beweging gaf [H] aan dat hij “ [naam] ” in zijn telefoon had staan onder de naam [naam] met het telefoonnummer [telefoonnummer] . […] Dit telefoonnummer is in het opsporingsonderzoek toeschreven aan [medeverdachte 6] . […] Hij gaf aan dat “ [naam] ” meerdere malen een bestelling had gedaan van 100 en van 50 inktcartridges. […] Wij verstrekten [H] een tweetal namen, te weten [medeverdachte 1] en [naam] . [H] gaf beide personen te kennen. [medeverdachte 1] zou zo’n drie jaar geleden bij hem inktcartridges hebben gekocht, de zogenoemde CL-513 inktcartridge. [medeverdachte 1] zou af en toe samen zijn geweest met [naam] . […] Uit eigen beweging gaf [H] aan dat “ [naam] ” wel eens over [medeverdachte 1] en [naam] gesproken heeft. […] [H] gaf aan dat “ [naam] ” voor het laatst iets gekocht zou kunnen hebben in april
- [H] kon zich dit herinneren, omdat hij kort hierna een PostNL steunpunt was begonnen. 9 april 2018: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 12] valt op te maken dat op 9 april 2018 vijf vellen aan Nederlandse en internationale postzegels zijn aangekocht bij de firma [firma 1] met de klantenpas op naam van [koeriersbedrijf] . 10 april 2018: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 12] valt op te maken dat op 10 april 2018 zes vellen Nederlandse en internationale postzegels zijn aangekocht bij de firma [firma 1] met de klantenpas op naam van [koeriersbedrijf] . 13 april 2018: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 12] valt op te maken dat op 13 april 2018 een Dymo labelprinter en 54 stuks aan cartridges zijn aangekocht bij de firma [firma 1] met de klantenpas op naam van [koeriersbedrijf] . 19 april 2018: Verbalisant [verbalisant 3] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Tijdens de doorzoeking werd onder andere een telefoon van het merk Apple iPhone X in beslag genomen en verwerkt onder het goednummer F.07.01.
- De betreffende telefoon werd aangetroffen op het bed in de slaapkamer van [medeverdachte 7] . […] Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 7] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer] .[…] Chats: 19 april 2018 tussen [telefoonnummer] @s.whatsapp.net en [telefoonnummer] @s.whatsapp.net ( [medeverdachte 7] : owner): [telefoonnummer] : “Yoo” [medeverdachte 7] : “Yoo” [telefoonnummer] : “Hoeveel kosten die nieuwe?” [telefoonnummer] : “??” [medeverdachte 7] : “Hoo” [medeverdachte 7] : “Wie s dit?” [telefoonnummer] : “ [naam] ” [medeverdachte 7] : “ [naam] ” [medeverdachte 7] : “9 mag je ze b” [telefoonnummer] : “Die nieuwe he?” [medeverdachte 7] : “Jaa bro” […] [telefoonnummer] : “Heb je die nieuwe al of niet” [medeverdachte 7] : “nog niet vro” [medeverdachte 7] : “Wel oude” [telefoonnummer] : “Nee man heb ff die nieuwe nodig” [telefoonnummer] : “Wanneer heb je die?” [medeverdachte 7] : “Ik meld je gelijk”. 23 april 2018: Verbalisant [verbalisant 3] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Tijdens de doorzoeking werd onder andere een telefoon van het merk Apple iPhone X in beslag genomen en verwerkt onder het goednummer F.07.01.
- De betreffende telefoon werd aangetroffen op het bed in de slaapkamer van [medeverdachte 7] . […] Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 7] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer] .[…] Chats: 23 april 2018 tussen [telefoonnummer] @s.whatsapp.net [naam] en [telefoonnummer] @s.whatsapp.net ( [medeverdachte 7] : owner): [naam] : “Yow” [medeverdachte 7] : “Yooo” [naam] : “Hvl soorten bankoes had je bro” [medeverdachte 7] : Audio opname: Nieuw en oud. 21 mei 2018: Verbalisant [verbalisant 3] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 30 januari 2019 is de woning aan de [adres] te [woonplaats] doorzocht. Tijdens de doorzoeking werd onder andere een telefoon van het merk iPhone in beslag genomen onder goednummer C.01.01.
- […] Uit de telefoon kwam de volgende relevante notitie naar voren: Title Body Summat Source Created Time Modified Time € 5695 + € 1485 = € 7180,00 € 5695 + € 1485 = € 7180,00 275 n 893 n 1277 oud 444 bl licht 381 bl 1963 bl 275 n Notes 21 mei 2018 29 januari 2019 Verbalisant [verbalisant 16] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Ik, verbalisant, heb voor dit onderzoek een drietal referentie onderzoeken gedaan op drie verschillende Apple Devices. Hieruit is gebleken dat de “creation date/time’’ niet wijzigt indien de note wordt bewerkt of veranderd. De “creation date/time” wordt éénmaal geschreven bij het oorspronkelijke aanmaakmoment van de note en zal daarna niet meer wijzigen. Een latere wijziging in de note heeft geen invloed op de “creation date/time”. 24 mei 2018: Verbalisant [verbalisant 7] heeft in zijn proces-verbaal van verdenking onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: De Landelijke Eenheid Politie Nederland ontving van de Franse politie een mail dat op 24 mei 2018 wederom een verzending was aangetroffen met daarin valse bankbiljetten van € 50,- en € 20,-. Op de bankbiljetten werden de vingerafdrukken aangetroffen van: [medeverdachte 8] . Opvallend was dat de hologrammen, die normaal gesproken al op de biljetten zitten bevestigd, los waren meegeleverd. 21 juni 2018: Verbalisant [verbalisant 10] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 21 juni 2018 om 17.38 uur zijn vier Canon PG-512 zwart cartridges, 30 Canon CL-513 kleur cartridges en dertien pakken ivoorwit A4 papier aangekocht voor een totaal bedrag van € 771,53 bij de firma [firma 1] aan de [adres] te [woonplaats] met de klantenpas op naam van [koeriersbedrijf] . […] Ik heb de verstrekte camerabeelden bekeken en onderzocht. Ik zag om 17.38 uur de volgende manspersoon binnenkwam en zich bij de receptiebalie aanmeldde. Uit onderzoek naar de identiteit van de manspersoon op de afbeeldingen bleek dat dit gezien de sterke overeenkomsten met zijn rijbewijs [medeverdachte 2] betrof. […] Op deze camerabeelden zag ik dat op 21 juni 2018 om 17.29 uur op de [straat] een lichtgekleurd voertuig gelijkende op een Volkswagen Polo of Golf rijden. Uit het proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat in de periode van 12 januari 2018 tot en met 21 juni 2018 dymolabels, postzegels, adreslabels, Canon PG-512 zwart cartridges, Canon CL-513 kleur cartridges en ivoorwit A4 printpapier voor een totaalbedrag van € 881,- is aangekocht met de klantenpas op naam van [koeriersbedrijf] bij de [firma 1] in [woonplaats] . De volgende goederen zijn aangekocht met de klantenpassen op naam van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [koeriersbedrijf] : Artikelnummer: Product: Totaal aantal: Adviesprijs: 1639361 Cartr. Canon PG-512 zwart 65 stuks € 22,49,- 1639379 Cartr. Canon CL-513 kleur 727 stuks € 25,49 3132173 Papier A4 Ivoorwit 80 gr. Staples 350 pakketten (87.500 vellen papier) € 9,99 Op de klantenpas van [medeverdachte 1] zijn goederen aangekocht in Hoofddorp, Almere en Amsterdam Sloterdijk, op de klantenpas van [medeverdachte 2] zijn uitsluitend goederen aangekocht in Almere en op de klantenpas van [koeriersbedrijf] zijn in de voornoemde periode goederen aangekocht in Almere en Amsterdam Zuid-Oost. 24 juni 2018: Verbalisant [verbalisant 3] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Tijdens de doorzoeking werd onder andere een telefoon van het merk Apple iPhone X in beslag genomen en verwerkt onder het goednummer F.07.01.
- De betreffende telefoon werd aangetroffen op het bed in de slaapkamer van [medeverdachte 7] . […] Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 7] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer] . […] Chats: 24 juni 2018 tussen [telefoonnummer] @s.whatsapp.net [naam] Fw en [telefoonnummer] @s.whatsapp.net ( [medeverdachte 7] : owner): [naam] : “Eyy” [naam] : “Heb je nog bankoes?” [medeverdachte 7] : “Seeh” [naam] : “Aii” [naam] : “Prijs?” [naam] : “Hij wilt nu 1” [naam] : “En als ze goed zijn” [naam] : “Wilt ie meer op regelmatige basis” [naam] : “Zegt ie” [medeverdachte 7] : “Voor jou 7”. [naam] : “Heb je t vnv al?” [medeverdachte 7] : Tuurlijk. 25 juni 2018: Tapgesprek [medeverdachte 1] op 25 juni 2018 om 21.43 uur: NNman vraagt of [medeverdachte 1] nog die dingen heeft ‘geplakt’. [medeverdachte 1] zegt van niet, hij is nog niet eens naar huis geweest. Hij is nu net thuis. 26 juni 2018: Verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 17] hebben in hun proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 26 juni 2018 spraken wij met de vestigingsmanager van [firma 1] aan de [adres] te [woonplaats] , de heer [I] . De heer [I] vertelde ons dat hij er door zijn medewerkers op attent was gemaakt dat met enige regelmaat door enkele jongens aankopen worden gedaan van papier en ongewoon grote hoeveelheden printercartridges. Dat dit de medewerkers bij is gebleven, omdat deze personen altijd contant afrekenden en zij het geld moesten tellen. […] Dat de jongens in gesprek met één van de medewerkers hadden verteld dat ze de cartridges ook wel lieten bijvullen. 4 juli 2018: Verbalisanten [verbalisant 18] en [verbalisant 19] hebben in hun proces-verbaal doorzoeking vuilnis onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 4 juli 2018 reden wij in een voertuig van de gemeentelijke vuilophaaldienst en waren wij als zodanig gekleed. Wij reden in de [straat] te [woonplaats] , waarvan wij wisten dat daar de opstelplaats van de vuilniscontainers van onder andere het [straat] te [woonplaats] was. Ik zag een vuilcontainer met een sticker met de adresgegevens van het [adres] . […] Wij hebben de inhoud van de vuilcontainer doorzocht en de volgende mogelijk relevante zaken veilig gesteld en voor nader onderzoek in beslag genomen: Printerpapier A4 format en verpakking post uit China. Tapgesprek [verdachte] van 4 juli 2018 om 13.57 uur: [verdachte] wordt gebeld door [naam] (tnv [J] ). Beller zegt dat [verdachte] bang is om met die spullen te rijden. [verdachte] vraagt of de man gek is. 5 juli 2018: Verbalisanten [verbalisant 18] en [verbalisant 19] hebben in hun proces-verbaal doorzoeking vuilnis onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 5 juli 2018 reden wij in een voertuig van de gemeentelijke vuilophaaldienst en waren wij als zodanig gekleed. Wij reden in de [straat] te [woonplaats] , waarvan wij wisten dat daar de opstelplaats van de vuilcontainers van onder andere het [straat] te [woonplaats] was. Ik zag dat een vuilcontainer met een sticker met de adresgegevens van het [adres] . Wij hebben de inhoud van genoemde papiercontainer bekeken en de volgende mogelijk relevante zaken veilig gesteld en voor nader onderzoek in beslag genomen: […] verpakking van een postpakket uit Hong Kong. 13 juli 2018: Tapgesprek [medeverdachte 5] van 13 juli 2018 om 21.45 uur: [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 5] . [medeverdachte 5] zegt dat hij gaat bestellen. [verdachte] moet ook zijn bestelling doorgeven. [medeverdachte 5] gaat hem appen. [medeverdachte 5] vraagt: Diemen toch? [verdachte] zegt ja. [medeverdachte 5] zegt dat ze er aan komen. 23 juli 2018: Tapgesprek [verdachte] van 4 juli 2018 om 00.06 uur: [verdachte] belt uit naar een vrouw genaamd [B] . De vrouw vraagt: Hee maar luister, hoe herken je nepgeld dan? Dit zegt ze twee keer. [verdachte] zegt dan: [naam] , wat zeg ik je altijd! Ze zegt dat dit een hele normale vraag is. [verdachte] zegt dan dat hij haar gaat Facetimen. 25 juli 2018: Verbalisanten hebben op 25 juli 2018 [medeverdachte 1] geobserveerd en hierover het volgende in het proces-verbaal observatie 25 juli 2018 gerelateerd, zakelijk weergegeven: 15.58 uur: Ik zag dat bij [firma 1] een jongen welke later werd herkend als zijnde [medeverdachte 7] op een bromfiets, van het merk Vespa wegreed. Verbalisant [verbalisant 10] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit de gegevens bleek dat de gebruiker van de klantenpas [koeriersbedrijf] op 25 juli 2018 tussen 15.00 uur en 16.00 uur tweemaal een aanschaf had gedaan bij de [firma 1] te [woonplaats] . Het tweede bezoek aan de [firma 1] werd het artikel van het eerste bezoek geretourneerd. Dit betrof één rol MF-label. Er werden bij het tweede bezoek twee stuks Eurolabel, één rol retouradreslabel en twee stuks adreslabel aangeschaft voor een totaalbedrag van € 42,
- […] Uit onderzoek bleek dat de gebruiker van de klantenpas van [koeriersbedrijf] [medeverdachte 7] betrof. Tapgesprek [verdachte] op 25 juli 2018 om 10.58 uur: [verdachte] wordt gebeld door een man. Beller vraagt of hij dat ding binnen heeft. [verdachte] zegt van wel, was gister binnengekomen. 27 juli 2018: Verbalisanten hebben op 27 juli 2018 [medeverdachte 2] geobserveerd en hierover het volgende in het proces-verbaal observatie 27 juli 2018 gerelateerd, zakelijk weergegeven: 15.15 uur: Ik zag dat op de parkeerplaats van het bedrijf [firma 1] gelegen aan [adres] te [woonplaats] een personenauto stond geparkeerd van het merk Volkswagen, type Polo, kleur grijs, voorzien van het kenteken [kenteken] . Dit voertuig zal verder in dit proces-verbaal de Polo [kenteken] worden genoemd. Ik zag dat subject [medeverdachte 2] bij de geopende kofferbak van de Polo [kenteken] stond en dat hij meerdere dozen en zakken afkomstig uit het bedrijf [firma 1] in de kofferbak van de Polo [kenteken] legde. Ik zag dat subject [medeverdachte 2] gekleed was in onder andere een zwarte korte broek en een heel licht roze shirt. Ik zag vervolgens dat subject [medeverdachte 2] als bestuurder in de Polo [kenteken] stapte en vertrok. 21.45 uur: Wij zagen dat de Polo [kenteken] werd geparkeerd in [straat] (naar later blijkt de [adres]) te [woonplaats] . Wij zagen dat [medeverdachte 2] uit de kofferbak van de Polo de goederen van de [firma 1] haalde en deze naar de achtertuin van genoemd perceel bracht. Verbalisant [verbalisant 10] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit de gegevens bleek dat de gebruiker van de klantenpas [koeriersbedrijf] op 27 juli 2018 omstreeks 15.15 uur een aanschaf had gedaan bij de [firma 1] te [woonplaats] . De aanschaf betrof 5 stuks cartridges Canon PG-512 zwart, 30 stuks cartridges Canon CL-513 kleur en 8 pakken (a 500 vel) papier A4 ivoorwit voor een totaalbedrag van €909,
- De goederen waren contact afgerekend. […] Ik heb de door [firma 1] verstrekte camerabeelden bekeken en onderzocht. […] Ik herkende de persoon op de camerabeelden als [medeverdachte 2] . Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 19] valt op te maken dat blijkens de gegenereerde bakengegevens van de Volkswagen Polo [kenteken] is gebleken dat de Volkswagen Polo op 27 juli 2018 omstreeks 21.47 uur in de directe omgeving van de [adres] te [woonplaats] is geweest. Dit betreft locaties in de [straat] zelf en direct om de hoek in de [straat] waar zich de ontsluiting van de achterzijde van genoemde woning bevindt. Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 20] valt op te maken dat op 27 juli 2018 een baken is geplaatst onder de Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] op naam van [medeverdachte 2] . Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat blijkens de gegenereerde bakengegevens van de Volkswagen Polo [kenteken] is gebleken dat de Volkswagen Polo op 27 juli 2018 in de periode tussen 21.43 uur tot 21.55 uur in de directe omgeving van de woning aan de [adres] te [woonplaats] is geweest. 30 juli 2018: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat blijkens de gegenereerde bakengegevens van de Volkswagen Polo [kenteken] is gebleken dat de Volkswagen Polo op 30 juli 2018 in de periode van 23.36 uur tot 23.40 uur in de directe omgeving van de woning aan de [adres] te [woonplaats] is geweest. 3 augustus 2018: Uit een ambtsbericht van de Spaanse politie valt op te maken dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] op 3 augustus 2018 worden staande gehouden in een Mercedes AMG C63S, waarbij [medeverdachte 2] een bedrag van € 7700,- en [medeverdachte 4] een bedrag van € 6000,- aan contanten bij zich dragen. 15 augustus 2018: Verbalisant [verbalisant 10] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit de gegevens bleek dat de gebruiker van de klantenpas [koeriersbedrijf] op 15 augustus 2018 een aanschaf van goederen had gedaan bij de [firma 1] te [woonplaats] . Dit betrof de aanschaf van twee doosjes Dymo adreslabels voor het bedrag van €53,
- 17 augustus 2018: Tapgesprek [verdachte] van 17 augustus 2018 om 15.07 uur: NN-man belt [verdachte] en zegt tegen [verdachte] dat hij die ‘dingen’ gaat pakken. [verdachte] zegt dat hij niemand heeft gezien rond kwart over twee. [verdachte] zegt dat hij wel naar NN-man toe loopt. Tapgesprek [verdachte] van 17 augustus 2018 om 22.44 uur: [verdachte] belt naar [K] . [verdachte] zegt: “ [medeverdachte 5] komt zo, je moet de deur en kast openen voor hem en zeggen in de zwarte tas die er hangt”. 20 augustus 2018: Tapgesprek [verdachte] van 20 augustus 2018 om 20.49 uur: NN-man vraagt waar [verdachte] is. [verdachte] zegt dat hij thuis is. NN-man zegt dat er iemand bij de Quick Shop is die dinges wil. [verdachte] zegt dat NN-man via snapp moet bellen. 23 augustus 2018: Verbalisant [verbalisant 3] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 30 januari 2019 is [verdachte] in de woning aan het [adres] te [woonplaats] aangehouden. Tijdens de doorzoeking werd onder andere een telefoon van het merk Samsung in beslag genomen en verwerkt onder het goednummer D01.02.
- […] Op 9 augustus 2018 werd gezien dat een personenauto van het merk Peugeot met kenteken [kenteken] stil stond bij de Texaco tankstation te Hilversum. Aldaar werd [medeverdachte 7] als bestuurder in het voertuig gezien. Om 21.35 uur werd het voornoemde voertuig geparkeerd op de [straat] te [woonplaats] . Op 9 augustus 2018 om 21.37 uur is op de [straat] een IMSI scan gemaakt. Uit deze IMSI scan is de hit met het IMEI-nummer [IMEI-nummer] naar voren gekomen in combinatie met het ISMI nummer [ISMI nummer] . Dit IMSI nummer behoort toe aan het telefoonnummer [telefoonnummer] ( [telegramaccount] ). Op 15 augustus 2018 is er een ISMI scan gemaakt op de [straat] . Uit deze scan kwam wederom het IMEI-nummer [IMEI-nummer] naar voren in combinatie met het ISMI nummer [ISMI nummer] en telefoonnummer [telefoonnummer] [telegramaccount] ). Verbalisant [verbalisant 1] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Goednummer D.01.02.002: Dit toestel werd aangetroffen op het bed van [verdachte] . Het toestel was voorzien van IMEI-nummer [IMEI-nummer] (voorts te noemen # [IMEI-nummer] ). In het toestel werd onder andere een Telegramaccount met de naam [telegramaccount] aangetroffen, gekoppeld aan telefoonnummer [telefoonnummer] (voorts te noemen * [telefoonnummer] ). De eerste aangetroffen chatberichten van dit account dateren van 22 juni
- […] Uit de aangeleverde verkeersgegevens bleek dat het nummer * [telefoonnummer] van 14 juni 2018 t/m 17 juni 2018 was gekoppeld aan een telefoontoestel met IMEI-nummer [IMEI-nummer] (voort te noemen # [telefoonnummer] ). Vanaf 19 juni 2018 was het nummer * [telefoonnummer] gekoppeld aan het voornoemde IMEI-nummer [IMEI-nummer] (voorts te noemen # [IMEI-nummer] ). […] De mast die werd aangestraald bij het eerste contactmoment op 14 juni 2018 betrof de [adres] te [woonplaats] . Dat was ook het geval bij 57 andere contactmomenten. Bij 80 contactmomenten werd de mast aan de [straat] te [woonplaats] aangestraald. Beide masten bevinden zich in de directe omgeving van de woning aan de [adres] te [woonplaats] , het woonadres van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] . […] Uit de historische verkeersgegevens bleek dat het nummer * [telefoonnummer] in de periode van 14 juni 2018 tot en met 23 augustus 2018 dezelfde masten aanstraalde als het telefoonnummer [telefoonnummer] , waarvan is vastgesteld dat dit nummer in gebruik was bij [medeverdachte 7] . 28 augustus 2018: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat blijkens de gegenereerde bakengegevens van de Volkswagen Polo [kenteken] is gebleken dat de Volkswagen Polo op 28 augustus 2018 in de periode van 21.56 uur tot 23.12 uur in de directe omgeving van de woning aan de [adres] te [woonplaats] is geweest. 29 augustus 2018: Verbalisanten [verbalisant 18] en [verbalisant 19] hebben in hun proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 29 augustus 2018 hebben wij onderzoek ingesteld naar het aangeboden papierafval van [adres] te [woonplaats] . […] In de container troffen wij een stapeltje (ongeveer 35 stuks) ivoorkleurig papier aan met een lengte van 21 centimeter en een breedte van acht centimeter. […] In de container troffen wij verder twee lege verpakkingen aan waar zogenoemde lijmpennen van het merk Tesa in hadden gezeten. Verbalisant [verbalisant 3] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Door de gebruiker van het Telegram account [telegramaccount] wordt het volgende gezegd: “Yo kijk dan je moet die secondelijm moet ergens opzetten klein beetje en dan ga je met die naald heb je er in en dan ga je heen en weer naar boven en beneden met die waar die ribbeltjes hoort zijn. Met die naald. Dan droogt hij op. Klaar. Verbalisant [verbalisant 1] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 30 januari 2019 vond een doorzoeking plaats in een woning aan de [adres] te [woonplaats] . Dit betrof het BRP-adres van [medeverdachte 6] . […] C01.01.001: Deze iPhone 7 betrof het toestel van [medeverdachte 6] . […] Daarvoor op 29 augustus 2018 stuurde [medeverdachte 6] via WhatsApp een viertal marktplaatsadvertenties over Canon printers door aan [medeverdachte 2] . 30 augustus 2018: Verbalisant [verbalisant 10] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit de gegevens bleek dat de gebruiker van de klantenpas [koeriersbedrijf] op 30 augustus 2018 een aanschaf van goederen had gedaan bij de [firma 1] te [woonplaats] . Dit betrof een aanschaf van 16 pakken ivoorwit a4-printpapier en een tiental cartridges voor en totaalbedrag van €449,
- […] Ik heb de door [firma 1] verstrekte camerabeelden bekeken en onderzocht. […] Ik herkende de persoon op de camerabeelden als [medeverdachte 2] . Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 19] valt op te maken dat blijkens de gegenereerde bakengegevens van de Volkswagen Polo [kenteken] is gebleken dat de Volkswagen Polo op 30 augustus 2018 omstreeks 15.24 uur in de directe omgeving van groothandel [firma 1] aan [adres] te [woonplaats] is geweest. Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat blijkens de gegenereerde bakengegevens van de Volkswagen Polo [kenteken] is gebleken dat de Volkswagen Polo op 30 augustus 2018 in de periode van 19.03 uur tot 19.07 uur in de directe omgeving van de woning aan de [adres] te [woonplaats] is geweest. 2018 – september: 2 september 2018: Verbalisant [verbalisant 13] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: In de slaapkamer van de ouders van [medeverdachte 4] werd een overschrijvingsbewijs van Western Union aangetroffen van 2 september 2018 om 04.17 uur voor een bedrag van € 1081,66 met als verzender [medeverdachte 4] en ontvanger [begunstigde 2] , China. Uit de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 2 september 2018 om 10.17 uur heeft verzender [medeverdachte 4] een bedrag van € 1.080,66 (ontvangen valuta USD 1.200,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 2] , geboortedatum [1988] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. 4 september 2018: Verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 10] hebben in hun proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Gezien de koppeling met de useraccount ( [useraccount] @icloud.com) en plaatsen van een contactenlijst op 15 en 16 juni 2017 is de telefoon AV.13.01.002 vanaf die datum in gebruik genomen. […] Van de andere gekoppelde useraccounts [useraccount] @hotmail.com en [useraccount] @gmail.com is niet gebleken dat deze daadwerkelijk de telefoon AV.13.01.002 in gebruik hebben gehad. Gezien het berichtenverloop valt niet uit te sluiten dat met deze accounts een applicatie zoals bijvoorbeeld iTunes is gebruikt. […] Samengevat bleek uit gegevens dat vanaf 15 mei 2017 tot eind juli 2018 de telefoon in gebruik was bij [medeverdachte 4] . In de periode van eind juli 2018 tot en met 3 september 2018 werd alleen op 31 augustus 2018 één foto per MMS-bericht ontvangen waarop [medeverdachte 4] stond afgebeeld met [medeverdachte 1] . Op 3 september 2018 wordt een sms-bericht ontvangen van telefoonnummer [telefoonnummer] . Inhoud: Telegram code [nummer] . Mogelijk werd vanaf die datum een Telegramaccount geactiveerd, want vanaf 4 september 2018 werd er alleen nog met het telegramaccount genaamd [telegramaccount] ( [nummer] ) berichten verzonden en ontvangen. […] Uit geregistreerde locatiegegevens valt op te maken dat de telefoon AV.13.01.002 zich tot 20 november 2018 in de directe nabijheid van [medeverdachte 4] bevond, terwijl telegramgesprekken werden gevoerd over onder andere vals geld. Ondanks dat de telefoon in de Volkswagen Polo [kenteken] van [medeverdachte 2] werd aangetroffen, is uit onderzoek gebleken dat de telefoon in gebruik was bij [medeverdachte 4] . Dit geldt ook voor de periode waarin de telefoon AV.13.01.002 uitsluitend werd gebruikt voor het versturen en ontvangen van berichten via telegram met het account [telegramaccount] . Dit blijkt uit de locatiegegevens van de in beslag genomen telefoon AV.13.01.002, de zendmastgegevens van de telefoonnummers van [medeverdachte 4] # [telefoonnummer] en [medeverdachte 2] en de bakengegevens van de Volkswagen Polo [kenteken] die met elkaar zijn vergeleken. […] Op 22 november 2018 werd voor het laatst een gebeurtenis in de timeline geregistreerd. Kennelijk is vanaf dat moment de telefoon AV.13.01.002 uit gebruik gegaan. 6 september 2018: Op 6 september 2018 zijn bij een postsorteercentrum in Wenen Oostenrijk elf stuks valse bankbiljetten van € 50,- in beslag genomen die verpakt zaten in een wenskaart. […] Er zijn bruikbare vingerafdrukken veiliggesteld die een hit opleverden met de opgeslagen vingerafdrukken van [medeverdachte 8] . 10 september 2018: Uit de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 10 september 2018 om 12.35 uur heeft verzender [medeverdachte 2] een bedrag van € 357,88 (ontvangen valuta USD 400,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 7] , geboortedatum [1984] , adres: [adres] te [woonplaats] in China. Verbalisant [verbalisant 5] heeft in haar proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Het totale postpakket uit China van 10.000 vel Chinees papier kostte volgens de nota USD 400,-. Uit de bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens van verbalisant [verbalisant 5] valt op te maken, zakelijk weergegeven: Op 10 september 2018 om 12.04 uur heeft verzender [medeverdachte 3] een bedrag van € 111,84 (ontvangen valuta USD 125,-) overgemaakt naar begunstigde [begunstigde 8] , geboortedatum [1989] , adres: [adres] te [district] District in China. 12 september 2018: Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat blijkens de gegenereerde bakengegevens van de Volkswagen Polo [kenteken] is gebleken dat de Volkswagen Polo op 12 september 2018 in de periode van 22.40 uur tot 22.46 uur in de directe omgeving van de woning aan de [adres] te [woonplaats] is geweest. 13 september 2018: Verbalisanten hebben op 13 september 2018 [medeverdachte 2] geobserveerd en hierover het volgende in het proces-verbaal observatie 13 september 2018 gerelateerd, zakelijk weergegeven: 19.00 uur: Ik zag dat de Polo [kenteken] werd geparkeerd op de [straat] te [woonplaats] ter hoogte van perceel
- Ik zag dat een man uit de richting van voornoemd perceel kwam lopen. Ik herkende deze man als [medeverdachte 4] . 19.02 uur: Ik zag dat de Polo [kenteken] wegreed vanaf de [straat] te [woonplaats] en dat [medeverdachte 2] achter het stuur en [medeverdachte 4] naast hem op de passagiersstoel zat. 19.57 uur: Wij zagen dat er een groot aantal bruine kartonnendozen afmeting 20x40 cm in de kofferbak van de Polo [kenteken] gelegd werden, die afkomstig waren vanuit perceel [adres] te [woonplaats] (naar later blijkt moet dit [woonplaats] zijn). 20.56 uur: Ik zag dat de Polo [kenteken] werd geparkeerd op de [straat] te [woonplaats] in de directe nabijheid van perceel [adres] te [woonplaats] . 21.08 uur: Ik zag dat de achterklep van de Polo [kenteken] geopend werd en de dozen de brandgang gelegen aan de achterzijde van perceel [adres] te [woonplaats] werden ingedragen. 21.20 uur: Ik zag dat de Polo [kenteken] , met daarin [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] , wegreed vanaf de [straat] te [woonplaats] . [getuige 2] is op 5 februari 2019 als getuige gehoord door de politie en heeft daarbij onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven: Medio september 2018 had ik op Marktplaats een advertentie staan m.b.t. de verkoop van een partij ansichtkaarten. Dat zijn die kaarten die u mij zojuist heeft laten zien. Mijn tekst zal ongeveer geweest zijn: “Grote partij wenskaarten, ± 20000 tot 25000 stuks. Verschillende designs of motieven. Dat is de titel. Dan de tekst, hetzelfde maar dan erbij vermeld “in cellofaan met envelop en voorgeprijsd”. Ik kreeg een SMS. Het nummer van de SMS was [telefoonnummer] . In de avond kwam er een Volkswagen Polo langs. Aan de deur verscheen een man van tussen de 18 en 30 jaar, licht getint, smal kereltje. Deze man kwam bij mij naar binnen, wij liepen naar de schuur. Bij de auto zag ik nog een man staan. Ik kan niet iets over deze man zeggen. De Volkswagen stond nagenoeg voor mijn deur. De man liep mee naar de schuur. Er was weinig aandacht voor de inhoud. Hij was het eens met mijn vraagprijs. Ik vroeg € 400,
- Dat is ook betaald. Geld is later niet vals gebleken. De man reed zijn auto bij ons de oprit op. Het waren best wel wat dozen, (dezelfde man als degene die de kaarten kocht) De hele achterbak ging vol. Er gingen ook dozen op de achterbank. Ik verkocht hem ¾ van mijn partij. Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] valt op te maken dat blijkens de gegenereerde bakengegevens van de Volkswagen Polo [kenteken] is gebleken dat de Volkswagen Polo op 13 september 2018 in de periode van 19.14 uur tot 19.18 uur in de directe omgeving van de woning aan de [adres] te [woonplaats] is geweest. Tapgesprek [medeverdachte