RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/3428 uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , te [plaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. J. Visscher), en de burgemeester van de gemeente Nieuwegein, verweerder (gemachtigde: mr. Y. Dofferhoff). Procesverloop Bij besluit van 25 september 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten het pand aan de [adres] te [plaats] met ingang van 2 oktober 2020 voor de duur van drie maanden te sluiten. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter op 1 oktober 2020 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft de voorzieningenrechter telefonisch meegedeeld niet bereid te zijn om het primaire besluit op te schorten totdat de voorzieningenrechter uitspraak zal hebben gedaan. Overwegingen Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaande aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb, gelet op het volgende. Verzoeker voert aan dat zijn partner en twee minderjarige kinderen in de woning verblijven en dat zij door de sluiting op straat komen te staan. Verweerder heeft zich in het primaire besluit op het standpunt gesteld dat verzoeker in detentie zit en dat de partner en kinderen elders verblijven. Uit de stukken in het dossier kan de voorzieningenrechter niet afleiden hoe de situatie precies in elkaar steekt. De voorzieningenrechter kan nu niet het betwiste standpunt van verweerder beoordelen dat hem niet is gebleken dat verzoekers belangen of van het minderjarige kind om te kunnen verblijven in de woning zwaarder wegen dan het algemene belang dat is gediend met handhavend optreden. Gelet op de zeer korte begunstigingstermijn van de last om te sluiten en het risico dat daardoor daadwerkelijk twee minderjarige kinderen op straat komen te staan, ziet de voorzieningenrechter na afweging van de betrokken belangen aanleiding het primaire besluit bij wijze van ordemaatregel te schorsen. De voorzieningenrechter zal zich ervoor inspannen dat het verzoek op zo kort mogelijke termijn op een zitting kan worden behandeld om te bezien of de schorsing van het primaire besluit gehandhaafd moet worden. De beslissing over de verzochte proceskostenveroordeling wordt aangehouden. Beslissing De voorzieningenrechter schorst bij wijze van ordemaatregel het primaire besluit tot uitspraak zal zijn gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier, op 2 oktober 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier De voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.