RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 19/2686 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2020 in de zaak tussen [verzoeker] , te [plaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. S.A. Geerdink), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft bij brief van 14 februari 2020 gereageerd op dit verzoek en aangegeven zich te conformeren aan het standpunt van de rechtbank. Overwegingen
- Verweerder heeft op 15 januari 2019 een besluit genomen over de Ziektewet-uitkering van de heer [A] . Op 25 februari 2019 heeft verzoeker hiertegen bezwaar gemaakt. Verweerder heeft het bezwaarschrift van verzoeker op 5 juni 2019 ongegrond verklaard. Verzoeker is hiertegen op 15 juli 2019 in beroep gegaan. Op 9 augustus 2019 is verweerder op de beslissing op bezwaar van 5 juni 2019 teruggekomen. Hij heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
- De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
- De veroordeling van een partij in de proceskosten in bestuursrechtelijke gedingen is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
- Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en aangegeven dat hij zich zal conformeren aan het standpunt van de rechtbank met betrekking tot de proceskostenvergoeding.
- De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).
- Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 345,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verweerder heeft bij brief van 9 augustus 2019 toegezegd het griffierecht na uitspraak van de rechtbank te vergoeden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 525,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker. Deze uitspraak is op 7 oktober 2020 gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, in aanwezigheid van mr. L.M.A. Koeman, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt de uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.