RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16/054751-20, 96/096273-19 (tul) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 11 november 2020 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1999] te [geboorteplaats] , gedetineerd in de Penitentiarie Inrichting Zaanstad. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 10 juni 2020, 26 augustus 2020 en 28 oktober
(2)jaren vast; - als voorwaarden gelden dat verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd: * zich zal melden bij GGZ reclassering Fivoor, zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte houdt zich aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft; * meewerkt aan een aanmelding en daaruit voortvloeiend behandelaanbod bij een forensische polikliniek of soortgelijke instelling. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. - waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; Benadeelde partij [slachtoffer 6] wijst de vordering van [slachtoffer 6] geheel toe tot een bedrag van € 650,44; veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 6] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2020 tot de dag van de algehele voldoening; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 6] aan de Staat € 650,44 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 13 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed. Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 96/096273-19 - wijst de vordering toe; - gelast de tenuitvoerlegging van de door kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, bij vonnis van 21 mei 2019 opgelegde voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden; Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Bos, voorzitter, mrs. W.S. Ludwig en N. van Esch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Carbo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 november
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij op of omstreeks 29 februari 2020 te Hilversum ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven, met een vuurwapen een kogel heeft afgevuurd in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 29 februari 2020 te Hilversum ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een vuurwapen een kogel heeft afgevuurd in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2 hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 januari 2020 tot en met 29 februari 2020 te Bussum en/of Hilversum een wapen van categorie II en/of III, te weten een vuurwapen (telkens) voorhanden heeft gehad; 3 hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 februari 2020 tot en met 17 februari 2020 te Laren, althans in Nederland [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 4] (telkens) - via whatsapp een foto te sturen met daarop twee persoon met een bivakmuts en een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of - een whatsapp-bericht te sturen met daarin de tekst dat als zij de negenhonderd Euro niet binnen zeven dagen zou betalen dat zij dan een probleem zou hebben en/of dat zij haar sloten maar moest controleren omdat hij binnenkort zou langskomen en/of - een snapchat-bericht te sturen met daarin de tekst “Ik maak jou kapot”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 4 hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 februari 2020 tot en met 10 februari 2020 te Hilversum, althans in Nederland [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting, door - tegen die [slachtoffer 5] te zeggen: “ik kan je hier doodslaan voor al die mensen”, - die [slachtoffer 5] een whatsapp-bericht te sturen met daarin de tekst “Als 1 lijn lijd naar jou blaas ik je hele huis op” en/of “Zorg maar dat het niet naar jou lijdt”, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 5 hij op of omstreeks 20 februari 2020 te Hilversum op de openbare weg, te weten de Anthony Fokkerweg een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - tegen die [slachtoffer 6] te schreeuwen: “Kankerhoer, wat denk jij zo maar foto’s maken” en/of - die [slachtoffer 6] (met kracht) in/op/tegen de buik te stompen en/of - die [slachtoffer 6] (met kracht) bij de keel vast te pakken en/of de keel dicht te knijpen en/of - die [slachtoffer 6] (met kracht) tegen het (linker) (scheen)been te schoppen/trappen en/of te duwen ten gevolge waarvan die [slachtoffer 6] op de grond is gevallen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: A. hij op of omstreeks 20 februari 2020 te Hilversum [slachtoffer 6] heeft mishandeld door - die [slachtoffer 6] (met kracht) in/op/tegen de buik te stompen en/of - die [slachtoffer 6] (met kracht) bij de keel vast te pakken en/of de keel dicht te knijpen en/of - die [slachtoffer 6] (met kracht) tegen het (linker) (scheen)been te schoppen/trappen en/of te duwen ten gevolge waarvan die [slachtoffer 6] op de grond is gevallen; en/of B. hij op of omstreeks 20 februari 2020 te Hilversum een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 6 hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Hilversum op/aan de Anthony Fokkerweg, op of omstreeks 20 februari 2020 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer 6] ) schade was toegebracht; Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal d.d. 2 maart 2020, genummerd 2020063564 opgemaakt door politie Midden-Nederland, recherche Almere Buiten-Hout, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris, pagina
- Pagina 78 en de foto’s in de bijlagen op pagina 80 tot en met
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina 56 en de bijlagen bij de aangifte op pagina 60 en
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina 122.