RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/047028-19, 16/068240-19 (gevoegd ttz), 16/123128-16 (vordering tul), 16/194308-16 (vordering tul) en 16/031356-17 (vordering tul) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 19 november 2020 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1997] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 juni 2019, 3 juli 2019 (politierechter), 22 augustus 2019, 30 september 2019 (politierechter), 3 oktober 2019, 28 november 2019, 28 mei 2020 (alle regie-/pro formazittingen) en 15 oktober 2020 (inhoudelijke behandeling) en 5 november 2020 (sluiting onderzoek). De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.E. Craenen en van dat wat verdachte en mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, en dhr. [A] , namens de ING Bank, benadeelde partij, en dhr. [B] , namens ABN-AMRO bank, benadeelde partij, naar voren hebben gebracht. 2INLEIDING Naar aanleiding van aangiftes uit 2018 van diverse banken, waaronder de Volksbank (SNS) en de ING bank, heeft een onderzoek plaatsgevonden naar verspreiders van e-mails met een virus, zogenaamde malware. Met die malware werden inloggegevens van internetbankieren van klanten achterhaald, waarmee vervolgens een nieuwe Simkaart dan wel Digipas werd aangevraagd. Met die nieuwe Simkaart dan wel Digipas kon de fraudeur vervolgens geld overboeken vanaf de bankrekening van het slachtoffer naar bankrekeningen van zogenaamde katvangers. Een IP adres dat is gebruikt bij deze frauduleuze transacties was aangesloten op het woonadres van verdachte. Op die manier is de naam van verdachte in dit onderzoek naar voren gekomen. Rekeninghouders van de ING bank zijn sinds januari 2019 opnieuw geconfronteerd met phishing. Zij kregen een e-mail die afkomstig leek te zijn van de ING-bank. In deze e-mail werden zij bewogen een link aan te klikken. Zij kwamen dan op een website terecht die eruit zag als een officiële website van de ING bank. De rekeninghouders werden vervolgens bewogen op deze website gegevens achter te laten. Na het achterlaten van de gevraagde gegevens werden zij gebeld door een persoon die zich voordeed als een medewerker van de ING bank. Aan de rekeninghouders werd door de beller verteld dat zij met spoed hun spaargeld moesten overboeken naar een bepaalde rekening om dit geld veilig te stellen. Als zij de aanwijzingen van de beller volgden, kwam het geld vervolgens terecht op rekeningen van katvangers. Rekeninghouders van de Rabo- en ABN-AMRO bank bleken vanaf medio december 2018 ook e-mails te hebben ontvangen, die afkomstig leken te zijn van de desbetreffende banken. Deze rekeninghouders werden door middel van een vergelijkbare modus operandi ertoe bewogen geld veilig te stellen op een zogenoemde veilige rekening. Uit onderzoek bleek dat de frauduleuze inlogs die sinds januari 2019 op de ING accounts plaatsvonden, vaak konden worden gekoppeld aan IP adres [IP adres] . Dit IP adres bleek van het [hotel 1] in [woonplaats] ( [hotel 1] ) te zijn. Op 21 februari 2019 is dit aan de politie gemeld. Op 24 februari 2019 werd opnieuw door de ING bank vastgesteld dat werd ingelogd bij rekeninghouders van de ING bank vanaf het IP adres van het [hotel 1] . Op dezelfde dag zijn in het [hotel 1] verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] aangehouden. In hun hotelkamer werden digitale sporendragers aangetroffen en inbeslaggenomen, die in verband konden worden gebracht met computervredebreuk, oplichting, diefstal van geld en/of witwassen. De onderzoeken die hebben plaatsgevonden hebben geleid tot de verdenking van de feiten die in de tenlastelegging zijn neergelegd. 3TENLASTELEGGING De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht (Bijlage I). De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1 in de periode van 2 december 2017 tot en met 24 februari 2019 te Hilversum en/of Soest althans in Nederland, samen met anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk door computersystemen en servers met accounts van rekeninghouders van de SNS bank, de Rabobank, de ING bank en de ABN-AMRO bank binnen te dringen; feit 2 in de periode van 21 januari 2019 tot en met 24 februari 2019 te Hilversum en/of Soest althans in Nederland, samen met anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting door 37 rekeninghouders van de Rabobank, de ING bank en/of de ABN-AMRO bank door middel van phishing te bewegen hun inloggegevens voor internetbankieren in te vullen en geld over te maken naar een zogenaamde ‘veilige rekening’; feit 3 in de periode van 2 december 2017 tot en met 24 februari 2019 te Hilversum en/of Soest althans in Nederland, samen met anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door middel van een valse sleutel door geldbedragen van 16 rekeninghouders van de Rabobank, de ING bank en/of de ABN-AMRO bank weg te nemen door onrechtmatig gebruik te maken van hun bankgegevens; feit 4 in de periode van 1 mei 2017 tot en met 24 februari 2019 te Hilversum en/of Soest althans in Nederland, samen met anderen, een geldbedrag van € 457.017,88,- heeft witgewassen en van dit witwassen een gewoonte heeft gemaakt; feit 5 in de periode van 2 mei 2017 tot en met 6 juni 2017 te Hilversum samen met een ander geldbedragen van in totaal € 4.626,93 heeft geheeld; het feit op de dagvaarding met parketnummer 16/068240-19 in de periode van 24 mei 2017 tot en met 26 juli 2017 te Hilversum en/of te Amersfoort geldbedragen van in totaal € 42.356,74 heeft witgewassen. 4VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 5WAARDERING VAN HET BEWIJS 5.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. 5.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 ten laste gelegde computervredebreuk alleen te bewijzen is voor zover er concreet bewijs is dat direct aan verdachte kan worden gekoppeld. Voor zover dat concrete bewijs ontbreekt, heeft de raadsman vrijspraak bepleit. De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van feit 2. Volgens de raadsman kan niet worden vastgesteld dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan dit feit. Voor de onder 3 ten laste gelegde diefstal door middel van een valse sleutel geldt volgens de raadsman hetzelfde als wat hij voor het onder 1 ten laste gelegde feit heeft aangevoerd. Verdachte heeft weliswaar handelingen uitgevoerd die neerkomen op diefstal van geld, maar volgens de raadsman kan dit niet ten aanzien van alle genoemde rekeninghouders worden bewezen. Ook voor dit feit heeft hij daarom partiële vrijspraak bepleit. Het onder 4 ten laste gelegde witwassen kan volgens de raadsman weliswaar worden bewezen, maar voor een lager geldbedrag. Dit bedrag is namelijk gekoppeld aan de feiten 2 en 3, waarvoor de raadsman integrale respectievelijk partiële vrijspraak heeft bepleit. De raadsman heeft zich niet verzet tegen een bewezenverklaring van de onder 5 ten laste gelegde heling. Ook heeft de raadsman zich niet verzet tegen een bewezenverklaring van de op de dagvaarding met parketnummer 16/068240-19 ten laste gelegde heling. 5.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank merkt vooraf het volgende op. Daar waar zij komt tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, zal zij voor de leesbaarheid van dit vonnis de bewijsmiddelen opnemen in bijlage II. De bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. feit 1 Computervredebreuk De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van computervredebreuk, zoals onder 1 ten laste gelegd. Ten aanzien van een groot deel van de rekeninghouders die in de tenlastelegging staan vermeld, bestaat voldoende concreet bewijs voor een wezenlijke bijdrage aan dit feit door verdachte. Ten aanzien van een aantal van de onder I genoemde rekeninghouders ontbreekt dit concrete bewijs. Voor zover de tenlastelegging ziet op die rekeninghouders, zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken. Computervredebreuk, zoals strafbaar gesteld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (Sr), houdt in het opzettelijk en wederrechtelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk of in een deel daarvan. Van binnendringen is sprake als de toegang tot het werk wordt verworven. Het gaat daarbij om het zodanig manipuleren van het technisch functioneren van het geautomatiseerde werk, dat ondanks het ontbreken van het juiste wachtwoord toegang kan worden verkregen. Het binnendringen kan worden bereikt door het doorbreken van beveiliging (a), door een technische ingreep (b), met behulp van valse signalen of een valse sleutel (
- c)of door het aannemen van een valse hoedanigheid (d). Verdachte heeft bekend dat hij met inloggegevens van internetbankieren heeft ingelogd op de bankaccounts van diverse rekeninghouders. Hij kreeg de inloggegevens van [medeverdachte 1] op een zogenaamd panel en maakte daar screenshots van. Met een speciaal programma ( [programma] ) kon hij aan de screenshots een eigen domeinnaam verbinden, zodat hij deze als e-mail door kon sturen naar klanten. Dit waren zogenaamde phishing mails. Deze mails bevatten een link waarmee de klanten gegevens konden achterlaten. Vervolgens logde verdachte met deze gegevens (gebruikersnaam, wachtwoord en/of overige identificerende gegevens) in op de computersystemen van de banken, te weten in dat deel dat voor de slachtoffers, klanten van de bank, via hun internetbankieren account toegankelijk is. Op het moment dat door verdachte werd ingelogd was sprake van het opzettelijk en wederrechtelijk binnendringen in een gedeelte van een geautomatiseerd werk, te weten de servers/computersystemen van de verschillende banken. Hij deed dit immers zonder toestemming en met gebruik van onrechtmatig verkregen gegevens, de valse sleutel. Door in te loggen in naam van de rekeninghouders, nam verdachte hierbij bovendien een valse hoedanigheid aan. De rechtbank merkt tot slot op dat “inloggen”, de in de bewijsmiddelen opgenomen term, in normaal spraakgebruik de betekenis heeft “toegang verschaffen tot een computer- of netwerksysteem door gebruikersnaam en wachtwoord of andere identificerende gegevens in te voeren”. Medeplegen De hierboven beschreven samenwerking met [medeverdachte 1] was nauw en bewust. Er was sprake van een bepaalde rolverdeling tussen verdachte en [medeverdachte 1] , waarover afspraken waren gemaakt met elkaar. Dat levert medeplegen op. feit 2 Oplichting De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van de onder feit 2 genoemde rekeninghouders. De oplichting zoals onder 2 ten laste gelegd ziet op het bewegen van rekeninghouders om geld over te boeken naar een andere, zogenoemde veilige rekening. Het geld kwam vervolgens terecht op rekeningen van katvangers. Verdachte heeft bekend dat hij hieraan heeft bijgedragen. Hij heeft -kort gezegd- verklaard dat hij de gegevens die hij via phishing heeft verkregen aan de zogenaamde beller heeft verstrekt met het hiervoor omschreven doel. Deze beller was in veel gevallen medeverdachte [medeverdachte 2] . De beller nam een valse hoedanigheid aan in die zin dat hij zich aan rekeninghouders voordeed als een medewerker van de bank. Door in die hoedanigheid te doen voorkomen dat het nodig was geld veilig te stellen en de rekeninghouders daar vervolgens bij te helpen door hen te leiden door het systeem, heeft de beller listige kunstgrepen toegepast en is sprake van een samenweefsel van verdichtsels. Het geld dat is overgemaakt naar de katvangers werd verdeeld tussen onder meer [medeverdachte 1] , de beller en verdachte. Vastgesteld kan dan ook worden dat verdachte zijn handelingen heeft gepleegd met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. Medeplegen Verdachte heeft in het kader van de computervredebreuk nauw samengewerkt met [medeverdachte 1] . Vervolgens vond er ook een nauwe samenwerking plaats tussen verdachte en de zogenaamde beller, in veel gevallen zijn medeverdachte [medeverdachte 2] . De gegevens die verdachte verkreeg door wederrechtelijk in te loggen op bankaccounts van (potentiële) slachtoffers, verstrekte hij aan de zogenaamde beller. De beller had deze gegevens nodig om de rekeninghouders ertoe te bewegen geld over te maken. Dat betekent dat deze bijdrage van verdachte een wezenlijk onderdeel vormde in het proces dat tot de oplichting van de rekeninghouders leidde. Verdachte was in de meeste gevallen ook bij het bellen van de rekeninghouders aanwezig. Zij verbleven dan samen in een hotel. Voorafgaand aan die belsessies hadden zij contact via chatgesprekken. Daarin bespraken zij onder meer wanneer en waar zij slachtoffers zouden bellen. Verdachte had het script gemaakt dat de beller gebruikte. Tijdens het bellen maakte de beller ook fysiek gebruik van de laptop van verdachte, waarop onder meer screenshots van de bankomgeving van een aantal rekeninghouders stonden. Verdachte had deze screenshots gemaakt door in te loggen op de rekeningen van de (potentiële) slachtoffers met behulp van de phishingmails die hij van [medeverdachte 1] had gekregen. Ook deze omstandigheden laten zien dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de beller die erop was gericht rekeninghouders op te lichten. Ten slotte was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met de zogenaamde katvangers. Verdachte heeft katvangers geregeld, die het overgeboekte geld van hun rekening moesten pinnen voordat het bij onder meer verdachte terecht kwam. Het was nodig hierover duidelijke afspraken te maken om het proces van oplichting te doen slagen. Over de verdeling van het geld waren vooraf ook afspraken gemaakt. Het voorgaande levert voldoende bewijs op voor het medeplegen van oplichting. feit 3 Diefstal door middel van een valse sleutel De rechtbank acht ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal door middel van een valse sleutel zoals onder 3 ten laste gelegd, behalve voor zover de tenlastelegging ziet op een deel van de hierna onder I genoemde rekeninghouders. Voor zover de tenlastelegging ziet op die rekeninghouders, zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken. Vanaf rekeningen van diverse rekeninghouders is zonder toestemming geld overgemaakt naar rekeningen van zogenaamde katvangers. Dit is gedaan door in te loggen op hun bankaccount met gegevens die door middel van phishing zijn verkregen. Deze onrechtmatig verkregen gegevens vormen in dit geval de valse sleutel waarmee het geld op wederrechtelijke wijze is weggenomen. In vereniging met anderen De rol die verdachte bij deze diefstal door middel van een valse sleutel heeft vervuld, is dezelfde als de rol die hij heeft vervuld in het kader van de oplichting. Verdachte heeft wederrechtelijk verkregen gegevens verstrekt en gebruikt voor het overmaken van geld naar rekeningen van katvangers. Het geld is alleen op een andere wijze overgemaakt naar de rekeningen van katvangers. In het geval van de oplichting hebben de rekeninghouders het geld, na het volgen van instructies van de beller, zelf overgemaakt. Bij de diefstal hebben de fraudeurs, waartoe verdachte behoorde, de laatste stap gezet die nodig was om het geld over te boeken op de rekeningen van katvangers. Ook voor het plegen van deze diefstal was een nauwe en bewuste samenwerking nodig en hierin vormde de bijdrage van verdachte een wezenlijk onderdeel. Dat betekent dat hij het feit in vereniging met anderen heeft gepleegd. feiten 1, 2 en 3 De rekeninghouders Zoals hiervoor overwogen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van verschillende strafbare feiten. De handelingen die verdachte als wezenlijk onderdeel van deze verschillende strafbare feiten heeft gepleegd, waren steeds nagenoeg dezelfde. Zowel in het kader van de computervredebreuk als in het kader van de oplichting dan wel de diefstal met een valse sleutel, was hij degene die op wederrechtelijke wijze heeft ingelogd op de bankaccounts van de rekeninghouders. Om die reden zal de rechtbank ten aanzien van alle drie de bewezenverklaarde feiten ook gezamenlijk ingaan op de betrokkenheid van verdachte ten aanzien van de verschillende rekeninghouders. Uit het dossier – onder meer de chat met [medeverdachte 1] – kan namelijk worden afgeleid dat meerdere personen / teams zich met vergelijkbare fraude bezighielden. De omstandigheid dat verdachte bekent zich in het algemeen met deze praktijken bezig te hebben gehouden en de aanwezigheid van een aangifte van fraude met internetbankieren, betekent dus nog niet dat verdachte zonder meer voor de specifieke fraude verantwoordelijk is. Dit zal per aangifte of benadeelde uit de omstandigheden van het geval moeten blijken. [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] Namens de Volksbank / SNS is op 29 augustus 2018 aangifte gedaan van phishing praktijken zoals hiervoor omschreven. Op deze manier is frauduleus geld overgeboekt van de rekeningen van [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] naar de rekening van [katvanger] . Voor deze overboekingen is het IP adres gebruikt dat is gebruikt door onder meer verdachte. De SNS heeft de frauduleuze transacties tijdig gesignaleerd en de geldbedragen terug kunnen storten. Na de computervredebreuk heeft geen voltooide oplichting, dan wel diefstal met een valse sleutel plaatsgevonden. Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij bij deze phishing praktijken betrokken is geweest, in die zin dat hij ten aanzien van deze slachtoffers de handelingen heeft verricht zoals hiervoor omschreven. [benadeelde 5] Namens de Rabobank is op 19 april 2018 aangifte gedaan van phishing. Deze aangifte ziet onder meer op rekeninghouder [benadeelde 5] , die op 30 november 2017 een phishing mail heeft ontvangen. Op 2 en 3 december 2017 is een bedrag van in totaal € 15.000,- frauduleus overgeboekt van de rekening van [benadeelde 5] naar de rekening van [getuige] . Hiervan heeft de Rabobank € 5.200,- terug kunnen boeken. [benadeelde 5] is op deze manier slachtoffer geworden van computervredebreuk en diefstal door middel van een valse sleutel. [getuige] heeft bij de politie verklaard dat hij zijn bankpas aan een vriend, [verdachte] , heeft afgegeven. Verdachte heeft ter terechtzitting het voorgaande bevestigd. Hij heeft bekend dat hij van [benadeelde 5] de inloggegevens heeft ontvangen van [medeverdachte 1] en daarmee op de rekening van [benadeelde 5] heeft ingelogd. [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] [benadeelde 13] en [benadeelde 14] Namens de Rabobank is op 15 april 2019 opnieuw aangifte gedaan van phishing. Deze aangifte ziet op fraude door middel van phishing op 5, 6 en 7 februari 2019. De hiervoor genoemde rekeninghouders zijn volgens de aangifte slachtoffer geworden van computervredebreuk en oplichting, behoudens [benadeelde 14] , daar was volgens de aangifte sprake van diefstal met een valse sleutel. Op de laptop van verdachte zijn aan de hand van [programma] links screenshots aangetroffen van de bankgegevens van [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] , [benadeelde 13] en [benadeelde 14] . Dit past bij de door verdachte zelf omschreven modus operandi, inhoudende dat hij screenshots maakte van de bankgegevens van potentiële slachtoffers en dat hij aan de hand van deze screenshots een phishing mail opstelde en deze verstuurde. Dit vormt in beginsel voldoende concreet bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de computervredebreuk en oplichting van deze slachtoffers. Ten aanzien van [benadeelde 14] verweegt de rechtbank dat bij dit slachtoffer het geld van de rekening is overgemaakt nadat de inlogcodes aan de fraudeurs zijn verstrekt. Dit slachtoffer heeft niet, naar aanleiding van het telefonisch contact met verdachte, zelf het geld overgeboekt, zoals onder feit 2 tenlastegelegd. Dat betekent dat verdachte voor dit slachtoffer moet worden vrijgesproken van oplichting. [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] en [benadeelde 19] Deze rekeninghouders maken ook onderdeel van de aangifte van de Rabobank van 15 april 2019. Zij zijn ook slachtoffer geworden van computervredebreuk en oplichting. Deze rekeninghouders kunnen worden gelinkt aan een notitie die is aangetroffen op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] . Op deze notitie staan data genoemd over de periode van 21 januari 2019 tot en met 8 februari 2019. Onder deze data staan steeds geldbedragen genoemd. Deze notitie is naast de aangiftes gelegd die betrekking hebben op deze periode. Daarbij is vastgesteld dat de data en geldbedragen die in de notitie staan, overeenkomen met de data en geldbedragen die staan genoemd in de aangiftes van onder meer de hiervoor genoemde rekeninghouders van de Rabobank. De in deze aangiftes omschreven modus operandi komt ook overeen met de modus operandi zoals eerder omschreven. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij potentiële slachtoffers belde aan de hand van bankgegevens die verdachte via phishing had verkregen. Op zijn telefoon hield hij bij hoeveel hij had verdiend. De rechtbank leidt hieruit af dat de notitie onder meer ziet op de gedupeerde rekeninghouders zoals onder D vermeld en dat verdachte bij het verkrijgen van de bankgegevens van deze rekeninghouders betrokken is geweest. [benadeelde 20] , [benadeelde 21] , [benadeelde 22] , [benadeelde 23] en [benadeelde 24] Eerder hebben de hiervoor genoemde rekeninghouders van de Rabobank afzonderlijk aangifte gedaan van phishingpraktijken die hebben plaatsgevonden op 25 mei 2018, 26 mei 2018, respectievelijk 29 juni 2018. Zij zijn slachtoffer geworden van computervredebreuk en diefstal met een valse sleutel. Op de laptop van verdachte zijn cookies aangetroffen die kunnen worden gekoppeld aan deze aangiftes. De waarden die in de cookies worden opgeslagen zijn door de Rabobank te herleiden naar een inlogsessie. Daardoor is het mogelijk om vast te stellen welke rekeningen vanaf een gegevensdrager zijn geraadpleegd. Dit betekent dat de rekeningen van [benadeelde 20] , [benadeelde 21] , [benadeelde 22] , [benadeelde 23] en [benadeelde 24] zijn geraadpleegd vanaf de laptop van verdachte, terwijl hij daartoe niet gerechtigd was. Hieruit volgt dat verdachte ook onrechtmatig heeft ingelogd op de bankomgeving van deze rekeninghouders. [benadeelde 25] en [benadeelde 26] Ook deze rekeninghouders van de Rabobank hebben afzonderlijk aangifte gedaan. Zij zijn op 4 respectievelijk 11 februari 2019 slachtoffer geworden van phishing praktijken waarvan de modus operandi overeenkwam met de modus operandi zoals eerder omschreven. Deze modus operandi levert in hun geval computervredebreuk en oplichting op. Op de dag dat rekeninghouder [benadeelde 25] slachtoffer is geworden van phishing, heeft verdachte een hotelkamer geboekt in het [hotel 1] in [woonplaats] . Verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van de phishingpraktijken in diverse hotels is geweest, waaronder in ieder geval het [hotel 1] in [woonplaats] . De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte op 11 februari 2019 vanuit het [hotel 1] in [woonplaats] wederrechtelijk heeft ingelogd op de bankomgeving van rekeninghouder [benadeelde 25] . Bij rekeninghouder [benadeelde 26] is de overboeking mislukt. Dat betekent dat verdachte voor dit slachtoffer moet worden vrijgesproken. [benadeelde 27] , [benadeelde 28] , [benadeelde 29] , [benadeelde 30] , [benadeelde 31] , [benadeelde 32] , [benadeelde 33] , [benadeelde 34] , [benadeelde 35] , [benadeelde 36] , [benadeelde 37] , [benadeelde 38] en [benadeelde 39] Namens de ING bank is op 21 februari 2019 en 8 maart 2019 aangifte gedaan van phishing op een wijze waardoor fraudeurs wederrechtelijk toegang kregen tot accounts van rekeninghouders. Dit is gebeurd op 15, 16, 17, 18, 19 en 20 februari 2019 en hiervan zijn de hiervoor genoemde rekeninghouders slachtoffer geworden. Bij [benadeelde 30] en [benadeelde 31] is de computervredebreuk niet gevolgd door een voltooide oplichting dan wel diefstal door middel van een valse sleutel. In het geval van [benadeelde 33] is de computervredebreuk gevolgd door diefstal door middel van een valse sleutel, in het geval van de andere rekeninghouders is de computervredebreuk gevolgd door oplichting. Uit onderzoek van de ING bank is gebleken dat op deze dagen frauduleuze inlogs hebben plaatsgevonden op ING accounts van (potentiële) slachtoffers vanaf het IP adres van het [hotel 1] in [woonplaats] . Op 15, 16, 17, 18 en 20 februari 2019 heeft verdachte een hotelkamer geboekt in dit hotel en was hij daar ook aanwezig. Op 19 februari 2019 was hij ook in het hotel aanwezig, maar was de kamer geboekt door zijn medeverdachte [medeverdachte 2] . Daarbij zijn op de laptop van verdachte [programma] -links aangetroffen, aan de hand waarvan screenshots zijn gevonden van ingelogde bankomgevingen van deze rekeninghouders (behalve van rekeninghouder [benadeelde 29] ). De rechtbank ziet hierin voldoende concreet bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de wederrechtelijke inlogs op de bankaccounts van deze rekeninghouders. [benadeelde 40] en [benadeelde 41] Deze rekeninghouders van de ING bank hebben afzonderlijk aangifte gedaan. [benadeelde 41] is op 19 februari 2019 opgelicht door middel van phishing. Bij [benadeelde 40] hebben op 21 februari 2019 phishing praktijken plaatsgevonden die niet zijn gevolgde door een voltooide oplichting of diefstal door middel van een valse sleutel. In het geval van [benadeelde 40] is dus ‘alleen’ sprake van computervredebreuk. Op beide dagen vonden frauduleuze inlogs plaats op ING accounts van (potentiële) slachtoffers vanaf het IP adres van het [hotel 1] in [woonplaats] en op beide dagen heeft medeverdachte [medeverdachte 2] een hotelkamer geboekt in het [hotel 1] in [woonplaats] en waren verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] daar aanwezig. Ten aanzien van [benadeelde 40] geldt bovendien dat op de laptop van verdachte ook een screenshot is gevonden van de ingelogde bankomgeving van deze rekeninghouder. De rechtbank ziet hierin ook voldoende concreet bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de wederrechtelijke inlogs op de bankaccounts van deze rekeninghouders. [benadeelde 42] , [benadeelde 43] , [benadeelde 44] , [benadeelde 45] , [benadeelde 46] , [benadeelde 47] , [benadeelde 48] , [benadeelde 49] , [benadeelde 50] , [benadeelde 51] , [benadeelde 52] , [benadeelde 53] en [benadeelde 54] Namens de ABN AMRO bank is op 23 mei 2019 aangifte gedaan van phishingpraktijken. Op 13, 14, 15, 17, 21, 24 en 29 januari 2019 hebben wederrechtelijke inlogs plaatsgevonden op de bankaccounts van deze rekeninghouders. Bij [benadeelde 43] en [benadeelde 44] is de computervredebreuk gevolgd door oplichting. Bij [benadeelde 42] , [benadeelde 45] , [benadeelde 46] , [benadeelde 47] , [benadeelde 48] , [benadeelde 49] , [benadeelde 50] , [benadeelde 51] , [benadeelde 52] , [benadeelde 53] en [benadeelde 54] is de computervredebreuk gevolgd door diefstal door middel van een valse sleutel. Ten aanzien van [benadeelde 54] geldt dat op de laptop van verdachte een screenshot is gevonden van de ingelogde bankomgeving van deze rekeninghouder. [benadeelde 43] , [benadeelde 44] en [benadeelde 53] kunnen net als eerder genoemde rekeninghouders worden gelinkt aan de notitie die is aangetroffen op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] . Op de dagen dat rekeninghouders [benadeelde 44] en [benadeelde 53] slachtoffer zijn geworden van phishing, heeft verdachte een hotelkamer geboekt in het [hotel 2] in [woonplaats] . Verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van de phishingpraktijken in diverse hotels is geweest. Het voorgaande levert voldoende concreet bewijs op voor de betrokkenheid van verdachte bij de wederrechtelijke inlogs op de bankaccounts van deze rekeninghouders. De rechtbank heeft geen concreet bewijs aangetroffen dat duidt op betrokkenheid van verdachte bij phishingpraktijken ten aanzien van [benadeelde 42] , [benadeelde 45] , [benadeelde 46] , [benadeelde 47] , [benadeelde 48] , [benadeelde 49] , [benadeelde 50] , [benadeelde 51] en [benadeelde 52] . De rechtbank volgt de raadsman in zijn standpunt dat niet uit te sluiten is dat in dezelfde periode een andere groep fraudeurs ook phishing activiteiten verrichtte en daarbij een vergelijkbare modus operandi hanteerde. Voor zover de ten laste gelegde computervredebreuk en diefstal door middel van een valse sleutel ziet op deze rekeninghouders, zal de rechtbank verdachte dan ook vrijspreken. [benadeelde 55] , [benadeelde 56] , [benadeelde 57] , [benadeelde 58] , [benadeelde 59] , [benadeelde 60] , [benadeelde 61] en [benadeelde 62] Deze rekeninghouders van de ABN AMRO bank hebben afzonderlijk aangifte gedaan van phishing, met uitzondering van [benadeelde 58] en [benadeelde 59] . Zij maken onderdeel uit van de aangifte die namens ABN AMRO bank is gedaan. Rekeninghouder [benadeelde 58] is op 26 januari 2019 slachtoffer geworden van computervredebreuk. Er heeft vervolgens geen voltooide oplichting dan wel diefstal door middel van een valse sleutel plaatsgevonden. De overige van deze rekeninghouders zijn slachtoffer geworden van computervredebreuk en oplichting op 22, 23, 24, 25 en 28 januari 2019. Op 23 januari 2019, de dag dat [benadeelde 55] en [benadeelde 56] slachtoffer zijn geworden van phishing, heeft verdachte een kamer geboekt in het [hotel 2] in [woonplaats] en hij verbleef daar toen ook. Zoals eerder overwogen duidt dit erop dat hij zich die dag bezig heeft gehouden met phishingpraktijken. [benadeelde 55] , [benadeelde 56] en [benadeelde 62] kunnen net als eerder genoemde rekeninghouders worden gelinkt aan de notitie die is aangetroffen op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] . Ten aanzien van [benadeelde 55] , [benadeelde 56] , [benadeelde 57] , [benadeelde 58] , [benadeelde 59] , [benadeelde 62] , [benadeelde 60] en [benadeelde 61] geldt ten slotte weer dat met behulp van [programma] links op de laptop van verdachte screenshots zijn gevonden van de ingelogde bankomgeving van deze rekeninghouders. Ook ten aanzien van al deze rekeninghouders bestaat dan ook voldoende concreet bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten. Schadebedragen Gelet op het voorgaande bedraagt het totale bedrag waarvoor verdachte rekeninghouders heeft opgelicht € 439.322,90. Het bedrag dat in totaal van rekeninghouders is weggenomen door middel van een valse sleutel bedraagt € 47.849,-. Het schadebedrag van de bewezenverklaarde phishingpraktijken tezamen bedraagt € 487.171,90. feit 5 De rechtbank zal ingaan op feit 5, voordat zij feit 4 zal bespreken. Feit 4 ziet namelijk mede op de inkomsten uit het onder feit 5 ten laste gelegde. Heling De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling, zoals ten laste gelegd onder 5. Verdachte heeft het aan hem ten laste gelegde feit bekend. Hij heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de ten laste gelegde periode als katvanger heeft gefungeerd voor de inkomsten van diverse marktplaatsfraudes en factuurfraude. Hij wist dat zijn rekening daarvoor werd gebruikt door [medeverdachte 1] . De advertenties werden opgesteld door [medeverdachte 1] en de inkomsten werden op zijn rekening gestort. In het geval van de factuurfraude werd de factuur door een ander vals opgemaakt en werd ook zijn rekening gebruikt om het geld te innen. Dat betekent dat verdachte ook dit feit in nauwe en bewuste samenwerking met ten minste één ander of anderen heeft gepleegd. De verdediging heeft geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Schadebedrag Het totale geldbedrag dat verdachte heeft geheeld bedraagt € 4.626,93. feit 4 Gewoontewitwassen De rechtbank acht ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen van een bedrag van ongeveer € 450.000,-. Voor zover ten laste is gelegd dat verdachte een groter bedrag heeft witgewassen, zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken. Dit feit ziet op het verhullen dan wel omzetten van voorwerpen, waaronder geld, die van misdrijf afkomstig zijn. In dit geval ziet het feit op het omzetten van het geld dat verdachte en zijn medeverdachten uit de hiervoor bewezenverklaarde misdrijven hebben verkregen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het geld dat naar Bunq rekeningen van hem of van de katvangers is overgemaakt, heeft besteed aan Bitcoins. Voor zover [medeverdachte 1] hem uitbetaalde voor zijn aandeel van de opbrengst, deed hij dit ook in Bitcoins. Ook heeft hij een deel van de opbrengst besteed aan luxe goederen, zoals kleding, een Versace horloge, een Louis Vutton tas en aan vakanties naar Turkije en Spanje. Hij wist dat het geld waarmee hij deze uitgaven heeft gedaan afkomstig was van misdrijven, zo blijkt uit de diverse verklaringen van verdachte. Dat levert witwassen op. Ook de inkomsten van de onder 5 bewezenverklaarde heling heeft verdachte gepind dan wel omgezet in Bitcoins en dus witgewassen. Medeplegen Gelet op de rol die [medeverdachte 1] bij de uitbetaling van de Bitcoins heeft vervuld, is ook in dit geval sprake van medeplegen. Het geldbedrag Niet duidelijk is hoe het onder feit 4 ten laste gelegde geldbedrag is opgebouwd. Dit bedrag ziet volgens de tenlastelegging namelijk niet alleen op de schadebedragen van de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten, maar ook op het schadebedrag van het onder 5 bewezenverklaarde feit. Alleen al het schadebedrag van de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten bedraagt meer dan het ten laste gelegde bedrag. Door de politie is aan verdachte voorgehouden dat het schadebedrag van de door hem gepleegde phishingpraktijken € 447.293,- bedraagt. Verdachte heeft verklaard dat dit nou een maal is wat er gemaakt is in die tijd. Gelet op deze verklaring van verdachte gaat de rechtbank daarom uit van een bedrag van ongeveer € 450.000,-. Gewoonte Gelet op de pleegperiode van de verschillende strafbare feiten, de vele aankopen van bitcoins en luxe goederen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt. het feit op de dagvaarding met parketnummer 16/068240-19 Schuldwitwassen De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen, zoals ten laste gelegd onder parketnummer 16/068240-19. In de periode van 24 mei 2017 tot en met 26 juli 2017 is aangifte gedaan van factuurfraude door [aangever 1] , [aangever 2] , Gemeente De Ronde Venen en V.O.F. [aangever 3] . Al deze aangevers hebben facturen ontvangen, waarop een vervalst rekeningnummer bleek te staan. Het geld dat de aangevers naar aanleiding van de facturen hebben overgemaakt, is dus ook op deze rekening terechtgekomen en niet op de rekening van de door hen beoogde geadresseerde. Dit rekeningnummer [rekeningnummer ] stond op naam van verdachte. Verdachte heeft dat bevestigd. Dat betekent dat verdachte ten gevolge van factuurfraude geld op zijn rekening heeft ontvangen. Op die manier heeft hij geld dat van misdrijf afkomstig is voorhanden gehad. Uit onderzoek is gebleken dat kort na de betaling van de vervalste facturen, grote bedragen van de rekening van verdachte werden opgenomen en daarmee werden omgezet van giraal naar chartaal geld. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij tegen vergoeding zijn bankrekening en pasje ter beschikking heeft gesteld. Hij wist dat hij iets deed wat niet deugde. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de geldbedragen die hij op zijn rekening gestort kreeg van misdrijf afkomstig waren. 6BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: feit 1 op tijdstippen in de periode van 2 december 2017 tot en met 24 februari 2019, te Hilversum en [woonplaats] tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk en wederrechtelijk in geautomatiseerde werken, te weten computersystemen en servers van de SNS bank en de Rabobank en de ING bank en de ABN-AMRO bank bevattende accounts van klanten van voornoemde banken, is binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging met behulp van een valse sleutel en door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het telkens inloggen met onrechtmatig verkregen inlognamen en wachtwoorden en/of andere inloggegevens van accounthouders van voornoemde banken, te weten van: benadeelde [benadeelde 1] en/of benadeelde [benadeelde 2] en/of benadeelde [benadeelde 3] en/of benadeelde [benadeelde 4] en/of benadeelde [benadeelde 5] en/of benadeelde [benadeelde 6] en/of benadeelde [benadeelde 7] en/of benadeelde [benadeelde 15] en/of benadeelde [benadeelde 16] en/of benadeelde [benadeelde 8] en/of benadeelde [benadeelde 17] en/of benadeelde [benadeelde 9] en/of benadeelde [benadeelde 10] en/of benadeelde [benadeelde 11] en/of benadeelde [benadeelde 12] en/of benadeelde [benadeelde 18] en/of benadeelde [benadeelde 13] en/of benadeelde [benadeelde 14] en/of benadeelde [benadeelde 19] en/of benadeelde [benadeelde 20] en/of benadeelde [benadeelde 21] en/of benadeelde [benadeelde 22] en/of benadeelde [benadeelde 23] en/of benadeelde [benadeelde 24] en/of benadeelde [benadeelde 25] en/of benadeelde [benadeelde 26] en/of benadeelde [benadeelde 27] en/of benadeelde [benadeelde 28] en/of benadeelde [benadeelde 29] en/of benadeelde [benadeelde 30] en/of benadeelde [benadeelde 31] en/of benadeelde [benadeelde 32] en/of benadeelde [benadeelde 33] en/of benadeelde [benadeelde 34] en/of benadeelde [benadeelde 35] en/of benadeelde [benadeelde 36] en/of benadeelde [benadeelde 37] en/of benadeelde [benadeelde 38] en/of benadeelde [benadeelde 39] en/of benadeelde [benadeelde 40] en/of benadeelde [benadeelde 41] en/of benadeelde [benadeelde 43] en/of benadeelde [benadeelde 44] en/of benadeelde [benadeelde 53] en/of benadeelde [benadeelde 55] en/of benadeelde [benadeelde 56] en/of benadeelde [benadeelde 57] en/of benadeelde [benadeelde 58] en/of benadeelde [benadeelde 59] en/of benadeelde [benadeelde 60] en/of benadeelde [benadeelde 61] en/of benadeelde [benadeelde 54] en/of benadeelde [benadeelde 62] , door het aannemen van een valse hoedanigheid door zich voor te doen als voornoemde accounthouders; feit 2 op tijdstippen in de periode van 21 januari 2019 tot en met 24 februari 2019, te Hilversum en/of [woonplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, rekeninghouders van de Rabobank en/of de ING bank en/of de ABN-AMRO bank, te weten benadeelde [benadeelde 6] (9.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 15] (9.200,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 17] (9.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 9] (9.200,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 10] (9.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 12] (19.600,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 13] (19.700,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 19] (9.560,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 27] (20.000,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 38] (30.000,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 39] (20.000,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 41] (9.500,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 43] (6.399,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 44] (4.299,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 55] (4.499,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 56] (35.397,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 57] (9.200,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 59] (7.499,00) en/of benadeelde [benadeelde 60] (10.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 61] (8.500,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 62] (10.499,90 euro), en/of benadeelde [benadeelde 36] (7.200,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 28] (13.850,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 29] (10.000 euro) en/of benadeelde [benadeelde 32] (5.000 euro) en/of benadeelde [benadeelde 33] (8.870,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 34] (5.000,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 35] (4.850,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 37] (30.000,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 7] (9.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 16] (5.400,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 8] (17.700,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 11] (9.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 18] (9.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 25] (9.800,00 euro), heeft bewogen tot afgifte van (een) geldbedrag(
- en)(hierboven nevengenoemd), en het ter beschikking stellen van de inloggegevens voor internetbankieren, hebbende verdachte en zijn mededaders telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid voornoemde accounthouders bewogen tot het invullen van voornoemde inloggegevens en het overmaken van geld naar een andere zogenaamde "veilige rekening”, door: - een of meer e-mails te sturen, als ware(
- n)deze e-mail(
- s)afkomstig van de Rabobank en/of ING bank en/of ABN-AMRO bank, inhoudende dat een nieuwe incassant gemachtigd was en/of dat het noodzakelijk was om geld en/of vermogen veilig te stellen en/of in voornoemde e-mail(
- s)een aankondiging te doen dat een medewerker van de Rabobank en/of ING bank en/of ABN-AMRO bank telefonisch contact op zou nemen en vervolgens telefonisch voornoemde accounthouders, onder de mededeling dat hij/zij geld kon overmaken naar een zogenaamde “veilige rekening” en/of een nieuwe derde incassant terug kon draaien en/of zijn/haar geld terug kon boeken, voornoemde accounthouder(
- s)te bewegen tot het klikken op een hyperlink in de voornoemde e-mail(s), welke hyperlink leidde naar een zogeheten phishing-website en vervolgens - voornoemde accounthouder(
- s)ertoe te bewegen op voornoemde phishing-website de inloggegevens voor internetbankieren en/of een autorisatiecode, voor de autorisatie van een overschrijving in te vullen en/of (vervolgens) - een bankrekeningnummer en/of iDEAL betaallink te noemen, onder de mededeling dat voornoemde accounthouder(
- s)zijn/haar/hun geld veilig konden stellen door het naar dat bankrekeningnummer over te maken waardoor bovengenoemde personen werden bewogen tot bovenomschreven afgifte; feit 3 op tijdstippen in de periode van 2 december 2017 tot en met 24 februari 2019 te Hilversum en/of [woonplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geldbedragen hieronder nevengenoemd, welke geldbedragen toebehoorden aan accounthouders en/of rekeninghouders van de Rabobank en/of de ABN-AMRO bank, te weten benadeelde [benadeelde 5] (9.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 7] (9.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 16] (5.400,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 8] (17.700,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 11] (9.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 18] (9.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 14] (9.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 20] (10.000,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 21] (1.500,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 22] (4.000,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 23] (3.250,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 24] (2.000,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 25] (9.800,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 28] (13.850,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 29] (10.000,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 32] (5.000,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 33] (8.870,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 34] (5.000,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 35] (4.850,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 36] (7.200,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 37] (30.000,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 53] (8.799,00 euro) en/of benadeelde [benadeelde 54] (8.500,00 euro), waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten onrechtmatig verkregen gebruikersnamen en/of wachtwoorden en/of inloggegevens voor het inloggen op internetbankieren en/of het autoriseren van een overboeking, tot het gebruik waarvan verdachte en zijn mededaders niet gerechtigd was/waren; feit 4 op tijdstippen in de periode van 1 mei 2017 tot en met 24 februari 2019, te Hilversum en/of Soest , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader een voorwerp, te weten een geldbedrag van ongeveer 450.000,00 euro, voorhanden gehad en omgezet, terwijl hij en zijn mededader wisten dat bovenomschreven geldbedrag afkomstig was uit enig misdrijf; feit 5 op tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 mei 2017 tot en met 6 juni 2017 te Hilversum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, geldbedragen van in totaal 4.626.93 euro, heeft verworven, voorhanden gehad en heeft omgezet, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof; het feit op de dagvaarding met parketnummer 16/068240-19 op tijdstippen in de periode van 24 mei 2017 tot en met 26 juli 2017 te Hilversum en/of Amersfoort, althans in Nederland, een voorwerp, te weten - een geldbedrag van 28.703,- euro en - een geldbedrag van 7.500,- euro en - een geldbedrag van 1.005,32 euro en - een geldbedrag van 1.968,42 euro en - een geldbedrag van 3.180,- euro heeft voorhanden gehad, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 7STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: feit 1 medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd; feit 2 medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd; feit 3 diefstal door meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd; feit 4 medeplegen van gewoontewitwassen; feit 5 medeplegen van heling, meermalen gepleegd; het feit op de dagvaarding met parketnummer 16/068240-19 medeplegen van schuldwitwassen, meermalen gepleegd. 8STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 9OPLEGGING VAN STRAF 9.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor het door hem bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek met het voorarrest. Ook heeft de officier van justitie gevorderd het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen. 9.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd. De verdediging heeft daartoe onder meer gewezen op het feit dat verdachte mee heeft gewerkt aan het onderzoek en openheid van zaken heeft gegeven. Ook heeft de verdediging gewezen op de rol van verdachte. Hij handelde volgens de verdediging in opdracht van [medeverdachte 1] . Ten slotte heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het verschil in strafeis tussen hem en zijn medeverdachte [medeverdachte 2] (een gevangenisstraf van drie jaren) te groot is. Voor verdachte kan weliswaar een langere periode worden bewezenverklaard, maar het grootste aantal aangiftes ziet op de periode waarin medeverdachte [medeverdachte 2] ook betrokken was. Dat heeft tot gevolg gehad dat het verschil in schadebedrag tussen verdachte enerzijds en medeverdachte [medeverdachte 2] anderzijds gering is. De verdediging heeft bepleit om naast een gevangenisstraf met een aanzienlijk voorwaardelijk strafdeel een taakstraf op te leggen. Een dergelijke straf zal verdachte in de gelegenheid stellen om ook geld te verdienen door middel van regulier werk en met de inkomsten daaruit de vorderingen van de benadeelde partijen te betalen. 9.3 Het oordeel van de rechtbank Inleidende opmerkingen met betrekking tot de strafoplegging Bij de oplegging van een straf en/of maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting en uit de stukken is gebleken. De ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich in georganiseerd verband op planmatige, geraffineerde en gewetenloze wijze schuldig gemaakt aan diverse strafbare feiten. Deze strafbare feiten waren voornamelijk gerelateerd aan phishingpraktijken. Dat blijkt uit dat wat in het kader van de bewijsoverwegingen naar voren is gekomen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen en schuldheling van geldbedragen. Verdachte en zijn medeverdachten gaven op geraffineerde wijze invulling aan de verschillende schakels die samen tot de bewezenverklaarde strafbare feiten hebben geleid. De schakel die verdachte hierin vormde, was van wezenlijk belang. Hij was degene die met wederrechtelijk verkregen gegevens inlogde op bankaccounts van rekeninghouders, zonder dat zij daarvoor toestemming hadden gegeven. Door zonder toestemming op deze bankaccounts in te loggen en de rekeninghouders op listige wijze te bewegen handelingen uit te voeren in hun internet bankieromgeving, hebben verdachte en zijn medeverdachten veel spaarrekeningen leeggehaald. Ook bij het organiseren van het ‘veilig’ ontvangen en verdelen van de inkomsten was verdachte betrokken. Hij was één van de personen die katvangers regelde en die met de katvangers communiceerde wanneer zij het geld dat wederrechtelijk op hun bankrekeningen was gestort, moesten opnemen. Ten slotte was verdachte mede verantwoordelijk voor de uitbetaling van de inkomsten, na het al dan niet omzetten in bitcoins. Zowel aan het begin als aan het einde van het proces had verdachte dus betrokkenheid. De geraffineerde wijze waarop verdachte en zijn medeverdachten te werk gingen, onderstreept de ernst van het bewezenverklaarde. De grote rol die verdachte daarbij vervulde, zal de rechtbank ten nadele van verdachte laten meewegen. De ernst van het bewezenverklaarde feit blijkt verder uit het grote aantal mensen dat slachtoffer is geworden van de door verdachte en zijn medeverdachte gepleegde phishingpraktijken. Dat zijn er 53. Ook blijkt de ernst van het feit uit de grootte van het geldbedrag dat deze slachtoffers door de phishingpraktijken zijn kwijtgeraakt. Dat is een bedrag van in totaal € 487.171,90. Dit deden zij door het gebruik van een vaste, succesvolle modus operandi, waarover zij afspraken hadden gemaakt met elkaar. Het bevestigt dat verdachte en zijn medeverdachten georganiseerd en planmatig te werk gingen en zo in staat waren in relatief korte tijd veel slachtoffers te maken en grote geldbedragen te innen. Dat het grootste geldbedrag in de periode van half januari tot eind februari 2019 afhandig is gemaakt van de slachtoffers, maakt niet dat de rechtbank niet kijkt naar de periode daarvoor. De bewezenverklaarde feiten laten zien dat verdachte zich gedurende een heel lange tijd schuldig heeft gemaakt aan vergelijkbare strafbare feiten. Een groot deel van de slachtoffers bestaat uit oudere mensen. In het algemeen zijn zij minder thuis in het digitale betalingsverkeer. Zij hebben op dat gebied vaak hulp nodig van anderen en zijn in die zin kwetsbaar. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] waren zich hiervan bewust. In chatgesprekken spraken zij er ook openlijk over dat oudere mensen makkelijke slachtoffers zijn, dat zij ‘het beste’ zijn. Het lijkt dus een bewuste keuze te zijn geweest om juist deze kwetsbare groep te benaderen. Deze keuze onderstreept het gewetenloze karakter van het handelen van verdachte en zijn medeverdachten. Zij laten zich in de chatgesprekken over de slachtoffers bovendien laatdunkend uit. Het geld dat verdachte en zijn medeverdachten van de slachtoffers afhandig hebben gemaakt, bestond in een aantal gevallen uit spaargeld dat was bedoeld om in de oude dag van deze slachtoffers te voorzien. De slachtoffers vertrouwden erop dat zij dit geld op een veilige manier hadden weggezet bij de bank. Het vertrouwen dat banken een veilige plek zijn om spaargeld te bewaren, is door verdachte en zijn medeverdachten ernstig geschaad. En dat geldt ook voor het vertrouwen van de slachtoffers in het digitale betalingsverkeer in het algemeen. In deze tijd, waarin online betalen aan de orde van de dag is en natuurlijke personen hiervan afhankelijk zijn, is dit vertrouwen van groot belang. Het schaden van het vertrouwen in het digitale betalingsverkeer heeft daardoor niet alleen negatieve gevolgen voor de slachtoffers van deze zaak, maar ook voor de maatschappij in het algemeen. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte Verdachte is eerder met politie en justitie in aanraking geweest in verband met het plegen van misdrijven. Dat blijkt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 juli 2020. Op de justitiële documentatie is onder meer te zien dat verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensfeiten. Dat betroffen wel lichtere feiten, zoals diefstal van brandstof en verduistering, waarvoor hij door de politierechter is veroordeeld tot onder meer voorwaardelijke strafdelen. Van volledige recidive is dan ook geen sprake. Niet relevant, maar wel zorgelijk acht de rechtbank dat in de justitiële documentatie is te zien dat verdachte na zijn schorsing van de voorlopige hechtenis in deze zaak opnieuw is gedagvaard voor feiten die verband houden met Cybercrime. Ook zorgelijk acht de rechtbank dat in het reclasseringsrapport van 16 februari 2019 is te lezen dat verdachte problemen heeft op het gebied van dagbesteding, zijn sociale netwerk en zijn financiën. Zo heeft hij hoge schulden. Aan zijn delictgedrag lijken deze financiële problemen ten grondslag te liggen en een gebrek aan vaardigheden om tot adequate oplossingen te komen op dit gebied. Uitgangspunt en strafmodaliteit Bij de bepaling van de strafmaat vormt de bewezenverklaring het uitgangspunt. Deze bewezenverklaring is nagenoeg gelijk aan de feiten die de officier van justitie te bewijzen acht. Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straf wordt opgelegd, zijn landelijke oriëntatiepunten voor strafoplegging ontwikkeld. Bij de raadpleging van de oriëntatiepunten vormt de bewezenverklaring van de rechtbank het uitgangspunt. Het zwaartepunt van de bewezenverklaring in deze zaak wordt gevormd door feiten die zijn gerelateerd aan computervredebreuk. Voor dergelijke feiten bestaan geen landelijke oriëntatiepunten voor de rechtspraak. De officier van justitie heeft bij zijn strafeis aansluiting gezocht bij de Richtlijn voor strafvordering cybercrime (2018R001). Deze richtlijn geeft voor medeplegen van diefstal met valse sleutel en computervredebreuk, bestaande uit het inloggen op een bankrekening en het vervolgens overmaken van geld naar de rekening(
- en)van derde(n), met inloggegevens waartoe dader niet gerechtigd was, waarbij de inloggegevens meestal (deels) zijn verkregen door middel van phishing en/of malware, een gevangenisstraf van drie jaren voor first offenders en een gevangenisstraf van vier jaren voor recidivisten. Als strafverzwarende omstandigheden worden genoemd het aantal slachtoffers en de hoogte van de schade. Deze richtlijn is echter voor het Openbaar Ministerie ontwikkeld en niet voor de rechtbank. Dat betekent dat de rechtbank deze richtlijn ook niet als uitgangpunt zal hanteren. De rechtbank zal daarom vooral kijken naar straffen die in soortgelijke zaken door rechtbanken zijn opgelegd. Daarbij valt op dat de straffen die door de rechtbanken in soortgelijke zaken worden opgelegd, wel in lijn zijn met de richtlijn van het Openbaar Ministerie. Bij de vergelijking met soortgelijke zaken zal de rechtbank betrekken dat verdachte zich in dit geval niet alleen schuldig heeft gemaakt aan phishing gerelateerde feiten, maar ook aan witwassen en heling. Gelet op de bijzondere feiten en omstandigheden van deze zaak en de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, kan in ieder geval met geen andere straf worden volstaan dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Een taakstraf, zoals door de verdediging bepleit, doet onvoldoende recht aan de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd. Ook gaat van een taakstraf voor het bewezenverklaarde feit onvoldoende generale preventie uit. Generale preventie ziet de rechtbank in dit geval als belangrijk strafdoel. Het gaat namelijk om strafbare feiten die op relatief eenvoudige wijze kunnen worden gepleegd, terwijl er grote belangen mee kunnen worden geschaad. Verdachte is voor het bewezenverklaarde feit al van zijn vrijheid ontnomen geweest. Hij heeft 253 dagen in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De omstandigheid dat de voorlopige hechtenis daarna is opgeheven, is echter geen reden om met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest te volstaan. De omstandigheid dat verdachte heeft meegewerkt aan het onderzoek, is daarvoor ook niet redengevend. De rechtbank waardeert het wel dat verdachte een deels bekennende verklaring heeft afgelegd en zodoende enige verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden. Alles overziend, met name ook de strafverzwarende omstandigheden bestaande uit de aanzienlijke hoogte van het schadebedrag, het aantal slachtoffers en het georganiseerde verband, acht de rechtbank een gevangenisstraf van vier jaren passend. In de omstandigheid dat verdachte zal moeten werken om de vorderingen van de benadeelde partijen te kunnen betalen, ziet de rechtbank geen aanleiding een deel van deze gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Daarbij betrekt de rechtbank dat verdachte al in verschillende proeftijden loopt van eerder voorwaardelijk opgelegde strafdelen. Een voorwaardelijk strafdeel als waarschuwing geldt voor verdachte dan ook niet langer als legitiem doel. Conclusie op te leggen straf Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van vier jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorlopige hechtenis De rechtbank zal de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen met ingang van de uitspraakdatum van dit vonnis. De schorsing van de voorlopige hechtenis was mede ingegeven door de verwachte duur van het vooronderzoek en het belang van verdachte om zijn berechting in vrijheid af te wachten, een belang dat door het bepaalde in artikel 5 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) wordt beschermd. Beide omstandigheden wegen inmiddels niet meer mee, nu het onderzoek is afgerond en de bescherming van artikel 5 EVRM niet meer geldt na een veroordeling door een rechtbank in eerste aanleg (artikel 5, eerste lid onder (
- a)van het EVRM). 9.4 BESLAG 9.4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft verzocht om verbeurdverklaring van de goederen die staan vermeld op de beslaglijst onder de nummers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 25, 26, 27, 28, 29, 31, 33, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50 en 51. De officier van justitie heeft verzocht om teruggave aan verdachte van het onder 24 genoemde goed. 9.4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich niet verzet tegen het standpunt van de officier van justitie met betrekking tot de in beslag genomen goederen. 9.4.3 Het oordeel van de rechtbank Verbeurdverklaring De rechtbank is van oordeel dat de onder 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 25, 27, 28, 29, 31, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50 en 51 genoemde goederen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat het bewezenverklaarde feit met behulp van de telefoon is begaan of voorbereid. De rechtbank is van oordeel dat de onder 1, 2, 22, 23, 26, 32, 33, 34, 37, 38, 39, 40 en 41 genoemde goederen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat deze geheel of grotendeels door middel van of uit baten van de strafbare feiten zijn verkregen. Teruggave aan verdachte De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte van het onder 24 genoemde goed. 10BENADEELDE PARTIJ 10.1 De vorderingen ING bank De ING bank heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 154.580,73, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Een bedrag van € 144.980,73 heeft de ING bank aangewend om de schade van slachtoffers van fraude te vergoeden. Een bedrag van € 9.600,- heeft de ING bank besteed aan onderzoek. ABN AMRO bank De ABN AMRO bank heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 16.715,31, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade en heeft de bank aangewend om de schade van slachtoffers van fraude te vergoeden. Bij de vordering is een overzicht gevoegd waarop is te zien welk bedrag de bank aan welk slachtoffer heeft vergoed. Daarnaast heeft de ABN AMRO als aparte post onderzoekskosten gevorderd ten bedrage van € 9.840,-. Particuliere rekeninghouders van de ABN AMRO bank [benadeelde 55] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 4.499,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 43] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 6.399, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 57] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 9.200,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 44] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 4.299,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 61] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 8.500,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 62] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 10.499,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 60] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.660,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 56] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 35.397,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 54] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 8.200,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 46] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 200,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Rabobank De Rabobank heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 328.697,41, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade en heeft de bank aangewend om de schade van slachtoffers van fraude te vergoeden. Bij de vordering is een overzicht gevoegd waarop is te zien welk bedrag de bank aan welk slachtoffer heeft vergoed. Particuliere rekeninghouders van de Rabobank [benadeelde 20] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 10.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 8] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 17.700,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 24] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 2.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. V.O.F. [aangever 3] [C] heeft zich namens V.O.F. [aangever 3] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.180,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Ook heeft de benadeelde partij een bedrag van € 28,88 aan proceskosten gevorderd. Gemeente De Ronde Venen Gemeente De Ronde Venen heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 14.700,30,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Ook heeft de benadeelde partij de gemaakte proceskosten gevorderd. 10.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk toe te wijzen tot de volgende bedragen: ING bank tot een bedrag van € 154.580,73, bestaande uit schade die de ING bank heeft vergoed aan de slachtoffers die de ING in de aangifte heeft genoemd en die ook terugkomen op de tenlastelegging, te weten [benadeelde 39] , [benadeelde 27] , [benadeelde 32] , [benadeelde 29] , [benadeelde 38] , [benadeelde 28] , [benadeelde 34] , [benadeelde 37] , [benadeelde 36] , [benadeelde 35] en [benadeelde 33] , en een bedrag van € 9.600,- aan onderzoekskosten; ABN AMRO bank tot een bedrag van € 12.129,- bestaande uit schade die de ABN AMRO bank heeft vergoed aan 10 van de 28 opgevoerde slachtoffers, te weten [benadeelde 54] , [benadeelde 53] , [benadeelde 48] , [benadeelde 42] , [benadeelde 47] , [benadeelde 52] , [benadeelde 45] , [benadeelde 50] , [benadeelde 49] en [benadeelde 51] , en een bedrag van € 3.514,29, bestaande uit 10/28 deel van de onderzoekskosten; [benadeelde 55] tot een bedrag van € 4.499,-; [benadeelde 43] tot een bedrag van € 6.399; [benadeelde 57] tot een bedrag van € 9.200,-; [benadeelde 44] tot een bedrag van € 4.299,-; [benadeelde 61] tot een bedrag van € 8.500,-; [benadeelde 62] tot een bedrag van € 10.499,-; [benadeelde 60] tot een bedrag van € 1.660,-; [benadeelde 56] tot een bedrag van € 35.397,-; [benadeelde 54] tot een bedrag van € 8.200,-; Rabobank tot een bedrag van € 173.942,-, hetgeen minder is dan gevorderd omdat ten aanzien van benadeelde [benadeelde 5] slechts betrokkenheid van verdachte bij diefstal van een bedrag van € 15.000,- bewezen kan worden verklaard; [benadeelde 20] tot een bedrag van € 10.000,-; V.O.F. [aangever 3] tot een bedrag van € 3.208,-. De officier van justitie heeft gevorderd de toe te wijzen bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook heeft hij gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen van [benadeelde 8] , [benadeelde 46] en [benadeelde 24] niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de schade van deze benadeelde partijen al is vergoed door de banken waarvan zij rekeninghouder zijn. 10.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering van de ING bank op het standpunt gesteld dat deze onvoldoende is onderbouwd. Om die reden heeft de verdediging verzocht deze vordering af te wijzen. De verdediging heeft verzocht de vordering van de ABN AMRO bank niet-ontvankelijk te verklaren. Volgens de verdediging voldoet de volmacht van de ABN AMRO bank niet aan de daaraan te stellen eisen. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de particuliere rekeninghouders kunnen worden toegewezen, voor zover bewezen is verklaard dat zij slachtoffer zijn geworden van de feit 2 of 3 en de gevorderde bedragen niet door één van de banken zijn vergoed. De verdediging heeft zich ten slotte verzet tegen de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, voor zover deze ziet op de toe te wijzen vorderingen van de banken. 10.4 Het oordeel van de rechtbank Ontvankelijkheid Gelet op het betoog van de raadsman, moet de rechtbank in de eerste plaats beoordelen of de vordering van de ABN AMRO bank ontvankelijk is. Op grond van artikel 51c, tweede lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) kan de benadeelde partij zich ter terechtzitting laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, die daartoe een bijzondere en schriftelijke volmacht heeft. Deze bepaling strekt zich ook uit tot de voeging door middel van de opgave als bedoeld in art. 51g, eerste lid, Sv. In het in die bepaling bedoelde formulier is dan ook een voorziening getroffen voor het verstrekken van een dergelijke volmacht. De rechtbank stelt voorop dat een dergelijke volmacht strekt tot het verrichten van rechtshandelingen in het belang van de gevolmachtigde. De volmacht strekt daarmee tot bescherming van de rechtspersoon die de volmacht afgeeft. De volmacht strekt niet tot bescherming van de tegenpartij. Dat volgt uit titel 3 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Verder stelt de rechtbank vast dat in dit geval het voegingsformulier benadeelde partij namens ABN AMRO bank is ondertekend door [D] . Zij is ook degene die namens ABN AMRO aangifte heeft gedaan van de feiten die tot de bewezenverklaring in deze zaak hebben geleid. Haar functie is Forensic Expert Security & Integrity Management bij ABN AMRO bank N.V. Ter terechtzitting is door ABN AMRO bank alsnog een volmacht verstrekt van 24 februari 2020, waarin de benoeming van [D] als procuratiehouder van ABN AMRO en houder van een volmacht wordt bevestigd. Volgens deze volmacht heeft de procuratiehouder een algemene volmacht om namens ABN AMRO alle transacties aan te gaan die onderdeel vormen van activiteiten van ABN AMRO, alle documenten te ondertekenen en alle handelingen en zaken uit te voeren die volgens de procuratiehouder noodzakelijk zijn. daarmee verband houden of daartoe bevorderlijk zijn. De volmacht is van kracht per 7 april 2016. Bij deze volmacht is een uittreksel van de Kamer van Koophandel gevoegd van 25 februari 2020, waarin [D] ook als gevolmachtigde wordt genoemd. Tegen deze achtergrond is voor de rechtbank niet duidelijk welk concreet bezwaar de verdediging heeft tegen de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [D] . De enkele stelling dat nog altijd onduidelijk is waarop de aan [D] afgegeven volmacht ziet, is daarvoor onvoldoende. Alleen een gemotiveerde betwisting van de vertegenwoordigingsbevoegdheid bij een rechtspersoon noopt volgens de Hoge Raad tot het onderzoeken of degene die het voegingsformulier heeft ondertekend namens de rechtspersoon, daartoe bevoegd is. Het voorgaande betekent dat de rechtbank de vordering van de ABN AMRO bank ontvankelijk verklaart. Rechtstreekse schade De rechtbank ziet zich verder voor de vraag gesteld of de schade die de banken ING, Rabobank en ABN AMRO vorderen voor vergoeding in aanmerking komt. Vooropgesteld moet worden dat een benadeelde partij een vordering tot schadevergoeding kan indienen als er sprake is van schade die rechtstreeks aan haar is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Dat volgt uit artikel 361 en 51f, eerste lid, Sv. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat deze eis niet te strikt moet worden uitgelegd. Er moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het geval, waarbij de vraag of het slachtoffer is geraakt in het belang dat de geschonden norm beschermt, niet doorslaggevend is. Niet uitgesloten is dat de schade weliswaar niet het rechtstreekse gevolg is van de bewezen verklaarde gedraging als zodanig, maar dat – gelet op de uit de bewijsvoering blijkende gedragingen van de verdachte – de door de benadeelde partij geleden schade in zodanig nauw verband staat met het bewezen verklaarde feit, dat die schade redelijkerwijs moet worden aangemerkt als rechtstreeks aan de benadeelde partij door dat feit te zijn toegebracht, zoals bedoeld in voornoemde wetsartikelen. Gelet op de concrete omstandigheden in deze zaak is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een zodanig nauw verband tussen de schade die de banken hebben geleden en de door verdachte gepleegde feiten. Verdachte is schuldig bevonden aan computervredebreuk, oplichting en diefstal met een valse sleutel, waarbij geldbedragen van de bankrekeningen van de rekeninghouders zijn overgeboekt naar andere zogenaamde veilige rekeningen van katvangers. Voor zover de banken hun klanten hebben gecompenseerd voor de schade is dat in het maatschappelijke verkeer een voorzienbare reactie en het rechtstreekse gevolg van een fraude die zich richt op klanten van een bank. De rechtbank zal de gevorderde bedragen die door de banken aan hun klanten zijn uitgekeerd dan ook toewijzen. Opleggen schadevergoedingsmaatregel De volgende vraag die aan de orde is, is of het in dit geval wenselijk en gepast is om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen als het gaat om de banken die zich als benadeelde partij hebben gesteld. De rechtbank volgt de raadsman in zijn standpunt dat het feit dat de benadeelde een grote onderneming is een reden kan zijn om af te zien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. In dit specifieke geval acht de rechtbank het echter toch wenselijk en gepast dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd. Ook al gaat het hier om rechtspersonen die zich als benadeelde partij hebben gesteld. De rechtbank overweegt daarbij dat de banken zich geconfronteerd hebben gezien met een groep door grootschalige oplichting gedupeerde klanten, bestaande uit natuurlijke personen. En zij vorderen nu de kosten die zijn gemaakt om de schade van die personen te vergoeden die slachtoffer zijn geworden van oplichting. De banken zijn hiertoe niet verplicht. Zij hebben dit vanuit een zorgplicht dan wel uit coulance gedaan. De rechtbank acht het wenselijk dat banken dit ook in de toekomst blijven doen. Aan de schadevergoedingsmaatregel wordt vervangende gijzeling verbonden. Voor de bepaling van de omvang van de vervangende gijzeling is het bepaalde in artikel 36f, vijfde lid, juncto artikel 24c, derde lid, Sr van toepassing. Hieruit volgt dat de vervangende gijzeling ten minste een dag en ten hoogste een jaar mag belopen. Zoals hierna zal blijken, zullen in dit geval vorderingen van benadeelde partijen worden toegewezen tot grote geldbedragen. Indien de vervangende gijzeling van al deze toe te wijzen vorderingen bij elkaar zou worden opgeteld, zou de vervangende gijzeling de maximaal toegestane duur van een jaar ruimschoots overschrijden. In beginsel geldt daarom de maximaal toegestane vervangende gijzeling van een jaar. Gelet op de gevangenisstraf die de rechtbank aan verdachte zal opleggen, acht zij het echter niet passend daarnaast vervangende gijzeling van deze omvang aan de schadevergoedingsmaatregel te verbinden. Zij zal de vervangende gijzeling daarom beperken tot in totaal 140 dagen en deze in een gelijke hoeveelheid van steeds 10 dagen verdelen over al de veertien toe te wijzen vorderingen van de benadeelde partijen, waaronder die van de banken. ING bank Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De ING bank heeft in de vordering verwezen naar de aangifte van 7 mei 2019, waarin staat aan welke klanten zij een schadevergoeding hebben betaald voor de door hen ten gevolge bankier fraude geleden schade. De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 154.580,73,-, bestaande uit de door de ING betaalde vergoeding aan [benadeelde 39] , [benadeelde 27] , [benadeelde 32] , [benadeelde 29] , [benadeelde 38] , [benadeelde 28] , [benadeelde 34] , [benadeelde 37] , [benadeelde 36] , [benadeelde 35] en [benadeelde 33] van € 144.980,73 en onderzoekskosten ter hoogte van € 9.600,-. Dit schadebedrag zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 21 februari 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van ING bank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 154.580,73,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 21 februari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij ING bank in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. ABN AMRO bank Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 3 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 14.455,42, bestaande uit de vergoeding aan [benadeelde 54] en [benadeelde 53] van een bedrag van in totaal € 9.099,- en onderzoekskosten ter hoogte van € 5.356,42. Omdat de rechtbank de vordering slechts toewijst voor de schade van twee van de door ABN AMRO opgevoerde slachtoffers, zal de rechtbank heeft de rechtbank de onderzoekskosten naar rato vastgesteld. De hoogte van de opgevoerde onderzoekskosten acht de rechtbank redelijk. Dit schadebedrag zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 23 mei 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren, nu dat deel van de vordering ziet op schade die is geleden door slachtoffers die niet in de bewezenverklaarde feiten voorkomen. Ten aanzien van deze slachtoffers is dus geen sprake van schade die rechtstreeks voortvloeit uit de door verdachte gepleegde strafbare feit. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van ABN AMRO bank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 14.455,42, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 23 mei 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij ABN AMRO bank in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. Particuliere rekeninghouders van de ABN AMRO bank [benadeelde 55] Vaststaat dat de benadeelde partij [benadeelde 55] als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 4.499,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 55] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 4.499,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 55] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. [benadeelde 43] Vaststaat dat de benadeelde partij [benadeelde 43] als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 6.399,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 24 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 43] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 6.399,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 24 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 43] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. [benadeelde 57] Vaststaat dat de benadeelde partij [benadeelde 57] als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 9.200,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 29 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 57] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 9.200,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 29 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 57] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. [benadeelde 44] Vaststaat dat de benadeelde partij [benadeelde 44] als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 4.299,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 21 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 44] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 4.299,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 21 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 44] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. [benadeelde 61] Vaststaat dat de benadeelde partij [benadeelde 61] als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 8.500,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 26 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 61] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 8.500,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 26 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 61] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. [benadeelde 62] Vaststaat dat de benadeelde partij [benadeelde 62] als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 10.499,90, en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 24 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 62] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 10.499,90, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 24 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 62] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. [benadeelde 60] Vaststaat dat de benadeelde partij [benadeelde 60] als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 10.800,-, en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 29 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 60] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 10.800,- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 29 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 60] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. [benadeelde 56] Vaststaat dat de benadeelde partij [benadeelde 56] als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Niet gebleken is dat deze schade door ABN AMRO bank is vergoed. De rechtbank waardeert de geleden schade op € 35.397,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 56] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 35.397,- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 56] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. [benadeelde 54] Vaststaat dat de benadeelde partij [benadeelde 54] als gevolg van het hiervoor onder 3 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Niet gebleken is dat deze schade door ABN AMRO bank volledig is vergoed. Van de geleden schade van in totaal € 8.500,- heeft ABN AMRO bank € 300,- vergoed. Om die reden heeft [benadeelde 54] nog een bedrag van € 8.200,- gevorderd. De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 29 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 54] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 8.200,- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 29 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 54] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. [benadeelde 46] De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 46] niet-ontvankelijk verklaren, nu de vordering ziet op schade die is geleden door een slachtoffer die niet in de bewezenverklaarde feiten voorkomt. Ten aanzien van dit slachtoffer is dus geen sprake van schade die rechtstreeks voortvloeit uit de door verdachte gepleegde strafbare feit. Rabobank Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 en 3 bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 158.942,-, bestaande uit de vergoeding aan [benadeelde 12] , [benadeelde 9] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , J. [benadeelde 16] , [benadeelde 10] , [benadeelde 13] , [benadeelde 11] , [benadeelde 15] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 17] , [benadeelde 6] en [benadeelde 5] . Dit schadebedrag zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 15 april 2019 tot de dag van volledige betaling. Gelet op hetgeen hiervoor ten aanzien van [benadeelde 14] is overwogen zal de rechtbank de Rabobank voor zover de vordering strekt tot vergoeding van het door [benadeelde 14] geleden nadeel (€ 9.800,00) niet ontvankelijk verklaren. Ook zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren voor het deel van de vordering dat ziet op schade die is geleden door [benadeelde 5] die niet valt onder het onder 3 bewezenverklaarde feit. Ten aanzien van dat deel van de opgevoerde schade is dus geen sprake van schade die rechtstreeks voortvloeit uit de door verdachte gepleegde strafbare feiten. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de Rabobank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 158.942,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 15 april 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Rabobank in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. Particuliere rekeninghouders van de Rabobank [benadeelde 20] Vaststaat dat de benadeelde partij [benadeelde 20] als gevolg van het hiervoor onder 3 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Niet gebleken is dat deze schade door de Rabobank is vergoed. De rechtbank waardeert de geleden schade op € 10.000,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 26 mei 2018 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 20] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 10.000,- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 26 mei 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met zeven dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 20] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. [benadeelde 8] De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8] niet-ontvankelijk verklaren, nu de vordering ziet op schade die al is vergoed door de Rabobank. Ten aanzien van dit slachtoffer is dus geen sprake meer van schade die rechtstreeks voortvloeit uit het onder 2 bewezenverklaarde feit. [benadeelde 24] De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 24] niet-ontvankelijk verklaren, nu de vordering ziet op schade die al is vergoed door de Rabobank. Ten aanzien van dit slachtoffer is dus geen sprake meer van schade die rechtstreeks voortvloeit uit het onder 3 bewezenverklaarde feit. Dat [benadeelde 24] de vergoeding die zij van de Rabobank heeft ontvangen terug wil betalen, is geen reden om haar vordering toe te wijzen. V.O.F. [aangever 3] Vaststaat dat de benadeelde partij V.O.F. [aangever 3] schade heeft geleden. De rechtbank merkt deze schade aan als rechtstreekse schade ten gevolge van het hiervoor onder parketnummer 16/068240-19 bewezen verklaarde feit. Deze schade had immers niet kunnen ontstaan, zonder dat verdachte ten behoeve van de gepleegde factuurfraude zijn rekening ter beschikking had gesteld. Dat betekent dat er een nauw verband is tussen het door verdachte gepleegde strafbare feit, witwassen, en de door V.O.F. [aangever 3] geleden schade (zie ook HR 03-02-2015, ECLI:NL:HR:2015:216). De rechtbank waardeert de geleden schade op € 3.208,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 17 juni 2017 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(
- s)hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van V.O.F. [aangever 3] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 3.208,- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 17 juni 2017 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij V.O.F. [aangever 3] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. Gemeente De Ronde Venen De rechtbank zal de vordering van de benadeelde Gemeente De Ronde Venen niet-ontvankelijk verklaren, nu de vordering ziet op schade waarover de Burgerlijke rechter al een beslissing heeft genomen. 11VORDERINGEN TENUITVOERLEGGING 11.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen onder de parketnummers 16/031356-17, 16/123128-16 en 16/194308-16 moeten worden toegewezen. 11.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging niet voor toewijzing vatbaar zijn, omdat de feiten waarvoor de voorwaardelijke straffen zijn opgelegd ander soortige feiten zijn dan de feiten die in het kader van deze strafzaak aan verdachte ten laste zijn gelegd. 11.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen toewijzen. Het feit dat de voorwaardelijke straffen waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd zijn opgelegd voor ander soortige feiten dan de feiten die de rechtbank thans bewezen heeft verklaard, is geen reden voor afwijzing van de vorderingen. Ook is hierin geen reden gelegen om de proeftijd van de eerder voorwaardelijk opgelegde straffen te verlengen. De waarschuwingen die verdachte destijds heeft gekregen en de dreiging van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen, hebben hem er kennelijk niet van kunnen weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten. De ernst van deze feiten staat eraan in de weg om verdachte opnieuw een kans te geven. Dit algemene oordeel betekent voor de verschillende vorderingen tot tenuitvoerlegging het volgende. Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/031356-17 Bij vonnis van de politierechter van deze rechtbank van 15 juni 2017 is aan verdachte onder meer een gevangenisstraf van twee weken voorwaardelijk opgelegd. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd van twee jaren opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden. Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/123128-16 Bij vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 24 februari 2017 is aan verdachte onder meer hechtenis voor de duur van één week voorwaardelijk opgelegd. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd van twee jaren opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden. Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/194308-16 Bij vonnis van de politierechter van deze rechtbank van 21 maart 2017 is aan verdachte onder meer een gevangenisstraf van twee weken voorwaardelijk opgelegd. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd van twee jaren opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer worden gelegd worden. 12TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 33, 331, 36f, 47, 57, 138ab, 311, 326, 417bis, 420bis en 420ter, 420quater van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 13BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5 en onder parketnummer 16/068240-19 ten laste gelegde bewezen zoals onder rubriek 5.4 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; Beslag (feiten 1, 2 en 3) - verklaart de volgende voorwerpen verbeurd: 1. sieraad; 2. trui Givenchy; 3. bankpas ten name van [E] ; 4. bankpas ten name van [F] ; 5. creditcard ten name van [G] ; 6. pas Holland Casino ten name van [H] ; 7. creditcard ten name van [I] ; 8. creditcard ten name van [verdachte] ; 9. creditcard ten name van [verdachte] ; 10. creditcard ten name van [J] ; 11. creditcard ten name van SIF-DIN [K] ; 12, creditcard ten name van [L] ; 13. bankpas ten name van [M] ; 14. creditcard ten name van [H] mister meneyman; 15. bankpas ten name van [naam] stacks; 16. bankpas ten name van [verdachte] ; 17. creditcard ten name van [verdachte] ; 18. bankpas ten name van [verdachte] ; 19. creditcard ten name van [verdachte] ; 20. simkaart van zaktelefoon; 21. simkaart van zaktelefoon; 22. tas; 23. schoenen; 25. USB-stick; 26. jas; 27. creditcard ten name van [verdachte] ; 28. creditcard ten name van [verdachte] ; 29. creditcard ten name van [verdachte] ; 31. computer / gaming laptop MS-1775; 32. geldbedrag van € 157,-; 33. sieraad; 34. geldbedrag van € 50,-; 37. Bitcoins – 56617.57; 38. personenauto met kenteken [kenteken] ; 39. personenauto met kenteken [kenteken] ; 40. sjaal; 41. horloge; 42. bankpas Postbank [nummer] ; 43. telefoontoestel; 44. mastercard Hercus [nummer] ; 45. simkaart zaktelefoon; 46. USB-stick; 47. telefoontoestel; 48. hardware wallet usb; 49. papier met wachtwoorden hardware wallet; 50. SD kaart Kruidvat; 51. computer HP desktop; - gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp: 24. adapter; Benadeelde partij ING bank (feit 2) - wijst de vordering van ING bank toe tot een bedrag van € 154.580,73; - veroordeelt verdachte tot betaling aan ING Bank van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2019 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan ING bank van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van ING bank aan de Staat € 154.580,73 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met zeven dagen gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij ABN AMRO bank (feit 3) - wijst de vordering van ABN AMRO bank toe tot een bedrag van € 14.455,42; - veroordeelt verdachte tot betaling aan ABN AMRO bank van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2019 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan ABN AMRO bank van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; - verklaart ABN AMRO bank voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van ABN AMRO bank aan de Staat € 14.455,42 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [benadeelde 55] (feit 2) - wijst de vordering van [benadeelde 55] toe tot een bedrag van € 4.499,-; - veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 55] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 januari 2019 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 55] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 55] aan de Staat € 4.499,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 januari 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [benadeelde 43] (feit 2) - wijst de vordering van [benadeelde 43] toe tot een bedrag van € 6.399,-; - veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 43] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2019 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 43] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 43] aan de Staat € 6.399,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [benadeelde 57] (feit 2) - wijst de vordering van [benadeelde 57] toe tot een bedrag van € 9.200,-; - veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 57] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2019 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 57] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 57] aan de Staat € 9.200,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [benadeelde 44] (feit 2) - wijst de vordering van [benadeelde 44] toe tot een bedrag van € 4.299,-; - veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 44] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2019 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 44] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 44] aan de Staat € 4.299,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [benadeelde 61] (feit 2) - wijst de vordering van [benadeelde 61] toe tot een bedrag van € 8.500,-; - veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 61] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2019 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 61] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 61] aan de Staat € 8.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [benadeelde 62] (feit 2) - wijst de vordering van [benadeelde 62] toe tot een bedrag van € 10.499,90,-; - veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 62] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2019 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 62] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 62] aan de Staat € 10.499,90,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [benadeelde 60] (feit 2) - wijst de vordering van [benadeelde 60] toe tot een bedrag van € 10.800,-; - veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 60] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2019 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 60] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 60] aan de Staat € 10.800,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Benadeelde partij [benadeelde 56] (feit 2) - wijst de vordering van [benadeelde 56] toe tot een bedrag van € 35.397,-; - veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 56] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 januari 2019 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 56] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 56] aan de Staat € 35.397,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 januari 2019 tot de dag van volledige betaling, bij n