RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 8215534 UE VERZ 19-361 JH/1050 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter op 3 februari 2020 inzake [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verder ook te noemen [verzoekster] , verzoekende partij, gemachtigde: Administratie- en fiscaal adviesbureau Wolters, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verweerster] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , verder ook te noemen [verweerster] , verwerende partij, procederende bij mr. [A] . 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift, door de rechtbank ontvangen op 9 december 2019, en het verweerschrift. 1.
- Op 3 februari 2020 heeft mr. S.H. Bokx-Boom, kantonrechter, bijgestaan door mr. J. van den Hoven, griffier, de zaak mondeling behandeld. [verzoekster] was aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde. Namens [verweerster] waren mr. [A] en mr. [B] (juristen van [verweerster] ) aanwezig. Beide partijen hebben de standpunten toegelicht. Zij hebben geantwoord op de door de kantonrechter gestelde vragen en zij hebben op elkaar kunnen reageren. De gemachtigde van [verzoekster] heeft zittingsaantekeningen voorgedragen en overgelegd. Ook heeft zij kopieën van appberichten overgelegd. Van de zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt. 1.
- Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter met toepassing van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan. 2De beslissing De kantonrechter: 2.
- wijst de vordering af; 2.
- veroordeelt [verzoekster] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verweerster] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil. 3De beoordeling 3.
- De kantonrechter geeft hiervoor de volgende motivering. 3.
- [verzoekster] is op basis van diverse arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in de periode van 1 juli 2017 tot en met 1 januari 2020 in dienst geweest bij [verweerster] . [verzoekster] was voor [verweerster] werkzaam in de functie van [.] bij [bedrijfsnaam] . [bedrijfsnaam] heeft [verzoekster] op 26 oktober 2019 beschuldigd van fraude met de urenregistratie en haar naar huis gestuurd. 3.
- [verzoekster] heeft de kantonrechter verzocht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen per 2 januari
- Dit verzoek wordt afgewezen, omdat de laatste arbeidsovereenkomst op 2 januari 2020 van rechtswege is geëindigd. 3.
- [verzoekster] heeft verder verzocht om [verweerster] te veroordelen om bij het einde van de arbeidsovereenkomst over te gaan tot uitbetaling van de transitievergoeding van 5/6e maandsalaris. [verzoekster] heeft geen belang bij deze vordering, omdat [verweerster] de verschuldigdheid van de transitievergoeding al voorafgaand aan deze procedure heeft erkend. Er is ook geen reden om aan te nemen dat [verweerster] niet tot betaling van de transitievergoeding zal overgaan. De vordering wordt daarom afgewezen. 3.
- Ook de vordering tot uitbetaling van vakantie-uren en overuren wordt bij een gebrek aan belang afgewezen. Voorafgaand aan deze procedure en ook tijdens de zitting heeft [verweerster] toegezegd dat zij tot uitbetaling van die uren zal overgaan. Voor de berekening van de hoogte van de vakantie-uren had [verweerster] nog wel de vakantieopgave van [verzoekster] nodig. [verzoekster] had haar vakantie-uren wel in het systeem van [bedrijfsnaam] gezet, maar [verweerster] heeft geen toegang tot dat systeem. In de zittingsaantekeningen heeft [verzoekster] opgave gedaan van de door haar opgenomen vakantie-uren. Met deze gegevens kan [verweerster] het verlofsaldo uitrekenen, waarna zij tot uitbetaling van de vakantie-uren en overuren zal overgaan. 3.
- De kantonrechter begrijpt dat [verzoekster] ook verzoekt om [verweerster] te veroordelen om haar eer en goede naam te zuiveren. Voor een rectificatie van de beschuldiging van fraude moet [verzoekster] zich echter tot [bedrijfsnaam] wenden. Zij kan dat niet van [verweerster] vragen. [verweerster] heeft [verzoekster] niet van fraude beschuldigd. Het verzoek wordt daarom afgewezen. [verweerster] heeft zich ter zitting wel bereid verklaard om een positief getuigschrift aan [verzoekster] te verstrekken. 3.
- [verzoekster] heeft daarnaast verzocht om [verweerster] te veroordelen om € 1.000 aan compensatie aan haar te betalen voor emotioneel leed door de valse beschuldiging van fraude. Dit verzoek is niet voldoende onderbouwd en wordt afgewezen. Niet gebleken is dat [verweerster] in strijd met een wettelijke of contractuele plicht heeft gehandeld. 3.
- Ook het verzoek van [verzoekster] om compensatie voor de juridische kosten die zij heeft moeten maken, wordt afgewezen. [verzoekster] is op alle punten in het ongelijk gesteld, zodat zij wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [verweerster] worden begroot op nihil, omdat zij geen gemachtigde heeft. Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. S.H. Bokx-Boom, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in de aanwezigheid van mr. J. van den Hoven, griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op ….