RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 19/5223 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2020 in de zaak tussen [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster, en de heffingsambtenaar van de gemeente Zeist, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen
- Verweerder heeft op 23 oktober 2019 een uitspraak op bezwaar gedaan. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 26 februari 2020 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op de uitspraak op bezwaar van 23 oktober 2020 en dat hij dit besluit intrekt. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
- De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
- Verzoekster verzoekt, vanwege beslaglegging op het inkomen van haar man en bijkomende kosten, om een vergoeding van € 1.276,
- Daaronder valt een bedrag van € 321,60 waarvan verzoekster stelt dat dat bedrag op het salaris van haar man van juni 2020 is ingehouden en een factuur van [advocatenkantoor] met een bedrag van € 907,
- De door verzoekster genoemde kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking. Uit de processtukken blijkt niet dat verzoekster zich op enig moment heeft laten vertegenwoordigen door [advocatenkantoor] . Met betrekking tot de inhouding op het salaris van de man van verzoekster merkt de rechtbank het volgende op. Het indienen van een bezwaar- en/of beroepschrift ontheft verzoekster als belastingplichtige niet van de verplichting op tijd te betalen. Dit volgt uit de wet. Dit is door verweerder ook in de diverse brieven duidelijk gemaakt.
- De rechtbank wijst het verzoek af.
- Verweerder moet wel het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41 Awb). Beslissing De rechtbank wijst het verzoek af. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 13 november 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.