← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:5365

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/151-V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2020 op het verzet van [opposante] , te [woonplaats] , België, opposante. Procesverloop Opposante heeft beroep ingediend tegen de beslissingen op bezwaar van 24 april 2017 en 29 mei 2017 van Belastingdienst/Toeslagen (de Belastingdienst). In de uitspraak van 14 juli 2020 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep te laat is ingediend. Opposante heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend. Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien om opposante op een zitting te horen. Overwegingen

  1. De rechtbank heeft de uitspraak van 14 juli 2020 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.
  2. In deze verzetprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of de uitspraak van de rechtbank van 14 juli 2020 in stand kan blijven. Zo ja, dan is het verzet ongegrond. Zo nee, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.
  3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 14 juli 2020 niet juist omdat onder rechtsoverweging 7 staat vermeld dat het bezwaarschrift (beroepschrift) vóór 5 juni 2017 had moeten worden ingediend. Zij geeft aan dat zij op 25 maart 2017 een brief heeft gestuurd aan de Belastingdienst.
  4. De rechtbank ziet hierin geen reden om het verzet gegrond te verklaren. De brief van 25 maart 2017 waar opposante naar verwijst is ruim voor de data van de beslissingen op bezwaar verzonden en kan dus niet worden gezien als (tijdig) bezwaar (beroep) tegen de beslissingen op bezwaar van 24 april 2017 en 29 mei
  5. Wat op dit punt in verzet is aangevoerd doet dus niks af aan de overwegingen in de uitspraak van de rechtbank van 14 juli 2020, namelijk dat het beroep niet tijdig is ingediend en dat niet is gebleken dat dit niet verwijtbaar is. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 14 juli 2020 in stand blijft. Wat opposante verder nog aanvoert in haar verzetschrift ziet op de inhoud van de zaak. Aangezien het verzet ongegrond is komt de rechtbank hier niet aan toe.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 20 november 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. de griffier de rechter is verhinderd om te ondertekenen Afschrift verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.