← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:5412

beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER locatie Utrecht zaaknummer / rekestnummer: C/16/512372 / HA RK 20-276 Schriftelijke uitwerking van de mondeling gegeven beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 1 december 2020 op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van: [verzoekster] , wonende te [woonplaats] (België), verzoekster, advocaat mr. L. Wijnbergen te Utrecht. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het wrakingsverzoek van verzoekster van 9 november 2020 - de schriftelijke reactie van de gewraakte rechter van 29 november 2020 - de reactie van mr. M.J.G. Boenders-Lamers, advocaat van de belanghebbende. - de zittingsaantekeningen van de zitting van 29 oktober
  2. 1.
  3. Het wrakingsverzoek is op 1 december 2020 in het openbaar behandeld door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken (verder: de wrakingskamer). 1.
  4. Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig: verzoekster met haar advocaat, de rechter en de belanghebbende [A] met zijn advocaat. 1.
  5. Deze beslissing vormt de schriftelijke vastlegging van de op 1 december 2020 door de wrakingskamer na afloop van de behandeling gegeven mondelinge beslissing en is op 8 december 2020 opgemaakt. 2Het wrakingsverzoek 2.
  6. Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. D. Wachter als behandelend rechter (hierna te noemen: de rechter), in de zaak met het zaaknummer C/16/492779/ HA ZA 19-
  7. 2.
  8. Verzoekster vindt dat de wrakingskamer haar in haar verzoek kan ontvangen, ondanks dat het verzoek twaalf dagen na afloop van de zitting is ingediend. Volgens verzoekster is zij namelijk pas een aantal dagen na afloop van de zitting bekend geworden met het feit dat de gedragingen en uitlatingen van de rechter tijdens de zitting tot een wraking konden leiden. Enkele dagen nadat verzoekster hiermee bekend was geworden, heeft zij het wrakingsverzoek ingediend. Verzoekster heeft aan haar wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de rechter zich tijdens de zitting op 29 oktober 2020 zodanig heeft opgesteld en uitgelaten dat bij verzoekster de indruk is ontstaan dat de rechter niet onpartijdig is in deze zaak. 2.
  9. De rechter heeft niet berust in de wraking. 3De beoordeling 3.
  10. Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Op grond van artikel 37 lid 1 Rv wordt het verzoek gedaan zodra die feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Dit voorschrift strekt ertoe te verzekeren dat de procedure direct nadat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, wordt geschorst door de indiening van een wrakingsverzoek en niet pas op een later tijdstip nadat er mogelijk al verdere proceshandelingen zijn verricht. 3.
  11. De gronden die verzoekster aan haar wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd, zien volledig op de gang van zaken tijdens de zitting op 29 oktober jl. Tijdens de zitting was verzoekster dan ook al op de hoogte van alle feiten en omstandigheden waarop het verzoek tot wraking steunt. Verzoekster heeft het wrakingsverzoek vervolgens pas op 10 november 2020 ingediend bij de rechtbank. Dat is twaalf dagen later. De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet tijdig is in de zin van artikel 37 lid 1 Rv. De door verzoekster gegeven uitleg dat zij weliswaar wel met een onprettig gevoel de zittingzaal verliet, maar dat zij pas later het gevoel onderkende dat de rechter niet onpartijdig was, maakt het niet tijdig indienen van het verzoek niet verschoonbaar nu de wraking puur ziet op wat op de zitting zou hebben plaatsgevonden. Dit betekent dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoek. 4De beslissing De wrakingskamer: 4.
  12. verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek; 4.
  13. draagt de griffier van de wrakingskamer op dit proces-verbaal toe te zenden aan verzoekster, de gewraakte rechter, andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is en aan de president van deze rechtbank; 4.
  14. bepaalt dat de procedure van verzoekster met zaaknummer C/16/492779 HA ZA 19-217 dient te worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Deze beslissing is gegeven door mr. G.L.M. Urbanus, voorzitter, mr. G.A. Bos en mr. J.G. Nicholson als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. C.E.M. Roeleveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 december
  15. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.