← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:543

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/495955 / FA RK 20-656 Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf Beschikking van 7 februari 2020 naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1943 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [adres] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. M.C. Lugard-van Beijma. 1Procesverloop 1.

  1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 januari
  2. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - het indicatiebesluit van 31 oktober 2019; - de aanvraag van 16 januari 2020; - de medische verklaring van 10 januari 2020, opgesteld en ondertekend door [A] , specialist ouderengeneeskunde. 1.2 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 februari 2020 op het bovenstaande woonadres van betrokkene. 1.3 Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank gehoord: - betrokkene, - mr. M.C. Lugard-van Beijma, - mevrouw [B] , casemanager, - mevrouw [C] , specialist ouderengeneeskunde, - de broer van de betrokkene. 2Beoordeling 2.1 De advocaat van betrokkene heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Hiertoe is aangevoerd dat de betrokkene in staat is om voor zichzelf te zorgen, dat hij wandelt omdat dat goed voor hem is, dat hij medicatie inneemt als dat nodig is en dat hij het ernstig nadeel zoals omschreven in de medische verklaring niet ziet. De betrokkene is van mening dat hij met behulp van zijn broer thuis kan blijven wonen. De broer van betrokkene heeft verklaard dat het voor de betrokkene beter is dat hij op een andere plek gaat wonen waar hem de nodige aandacht gegeven kan worden en waar hij tot rust kan komen. De specialist ouderengeneeskunde heeft verklaard dat er zicht is op een plek voor betrokkene. Hopelijk kan hij volgende week naar die plek toe. Betrokkene heeft onvoldoende ziekte-inzicht en hij weigert passende zorg en medicatie. Daar komt bij dat hij niet in staat zelf voor eten en drinken te zorgen, hij eet alleen wat zijn broer brengt. De casemanager heeft eraan toegevoegd dat geprobeerd is om thuiszorg in te zeten, maar dat dit niet gelukt is. Betrokkene was op die momenten niet thuis of gaf aan dat hij de hulp van de thuiszorg niet wilde. 2.
  3. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie. 2.
  4. Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit: - het niet innemen van zijn medicatie voor zijn somatische aandoeningen, - het reageren met boosheid en dreigende taal en gedrag op het kwijtraken van spullen en geld, - het weigeren van alle zorg, waardoor zijn broer als enige mantelzorger in toenemende mate tot bijna dagelijks vanuit zijn woonplaats naar zijn broer reist om problemen op te lossen. De broer van betrokkene is overbelast, - het onvoldoende innemen van vocht en voeding. 2.
  5. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. 2.
  6. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. 2.
  7. Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf. 2.
  8. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, en geldt dus tot en met 7 augustus
  9. 3Beslissing De rechtbank: verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1943 te [geboorteplaats] ; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 7 augustus
  10. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2020 door mr. V.M.M. van Amstel, rechter, in bijzijn van D.B.T. Koster als griffier en is schriftelijk uitgewerkt op 17 februari
  11. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.