vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/501040 / HA ZA 20-243 Vonnis van 30 december 2020 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. S.M.E. van Dijsseldonk te Eindhoven, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. R.A. van Seumeren te Utrecht. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. [eiseres] heeft met een dagvaarding met producties een vordering ingesteld tegen [gedaagde] . [gedaagde] heeft een conclusie van antwoord ingediend met producties en daarbij een tegenvordering ingesteld. [eiseres] heeft in een conclusie van antwoord met producties gereageerd op de tegenvordering van [gedaagde] . 1.2. De mondelinge behandeling was op 9 november 2020. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt. Daarna volgt dit vonnis. 2Het geschil 2.1. [eiseres] fietste op 12 juni 2018 op de kruising van twee fietspaden aan de Baden Powellweg en de Albatrosstraat/Briljantlaan in Utrecht (hierna: de kruising). Haar dochter [A] (hierna: [A] ) fietste naast haar. [gedaagde] fietste op hetzelfde moment uit de richting van de Briljantlaan het kruispunt op. [gedaagde] werd vergezeld door haar broer [B] (hirna: [B] ) en haar vriendin [C] (hierna: [C] ) die eveneens op de fiets waren. [eiseres] is op het kruispunt van de fiets gevallen. 2.2. [eiseres] is met een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. De medische stukken vermelden dat zij een tibia plateau fractuur (een breuk in het kniegewricht van het onderbeen) had als gevolg waarvan zij (meerdere malen) is geopereerd. 2.3. [gedaagde] heeft op 14 juni 2018 een bezoek aan de huisarts gebracht. Uit het huisartsenjournaal blijkt dat [gedaagde] de huisarts heeft laten weten dat zij na een behoorlijk harde botsing met een andere fietser overal pijn had en een blauwe plek op haar linker scheenbeen. 2.4. [eiseres] heeft [gedaagde] op 3 september 2018 aansprakelijk gesteld voor het ontstaan en de gevolgen van het fietsongeval. Volgens [eiseres] had [gedaagde] haar op het kruispunt voorrang moeten verlenen, omdat [eiseres] van rechts kwam. [gedaagde] heeft de aansprakelijkheid afgewezen. Volgens [gedaagde] heeft niet zij, maar [eiseres] een verkeersfout gemaakt, omdat [eiseres] het kruispunt blokkeerde. [gedaagde] heeft geen aansprakelijkheidsverzekering die eventueel dekking voor de gevolgen van het ongeval kan bieden. 2.5. Op verzoek van [gedaagde] heeft de rechtbank op 20 november 2019 in een voorlopig getuigenverhoor [gedaagde] , [B] en [C] gehoord. In een voorlopig tegenverhoor op 3 augustus 2020 heeft de rechtbank [eiseres] en [A] gehoord. 2.6. In deze procedure vordert [eiseres] dat de rechtbank: - voor recht verklaart dat [gedaagde] onrechtmatig tegenover [eiseres] heeft gehandeld, - voor recht verklaart dat [gedaagde] de schade die zij als gevolg van het ongeval heeft geleden, op te maken bij staat, aan [eiseres] moet vergoeden, - [gedaagde] veroordeelt aan [eiseres] een voorschot op de schade te vergoeden van € 40.000,00, - [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure. 2.7. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] stelt dat zij niet tegen [eiseres] is gebotst. Volgens [gedaagde] moest zij uitwijken, omdat [eiseres] de kruising blokkeerde. Doordat zij moest uitwijken is [gedaagde] tegen de stoeprand aan gereden en is zij zelf ook gevallen. In reconventie vordert [gedaagde] een verklaring voor recht dat [eiseres] aansprakelijk is voor de schade die zij als gevolg van het ongeval heeft geleden. 3De beoordeling In conventie Onrechtmatig handelen [gedaagde] 3.1. Partijen hebben een verschillende lezing over hoe het ongeval is gebeurd. [eiseres] is degene die de feiten en omstandigheden moet stellen en zo nodig moet bewijzen op grond waarvan [gedaagde] onrechtmatig tegenover haar heeft gehandeld. De rechtbank zal hierna toelichten dat [eiseres] daarin is geslaagd. 3.2. Artikel 15 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) bepaalt dat bestuurders op kruispunten voorrang moeten verlenen aan voor hen van rechts komende bestuurders. Onder bestuurders verstaat het RVV alle weggebruikers behalve voetgangers (artikel 1 RVV). Partijen zijn het erover eens dat [eiseres] voor [gedaagde] van rechts kwam. Het gaat om een kruispunt van gelijkwaardige fietspaden. Dat betekent dat [gedaagde] [eiseres] voorrang moest verlenen. Dat heeft zij niet gedaan. 3.3. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat zij – ondanks het feit dat [eiseres] van rechts kwam – niet onrechtmatig heeft gehandeld omdat [eiseres] het kruispunt blokkeerde, hetgeen op grond van artikel 14 RVV niet is toegestaan. Anders dan [gedaagde] lijkt te veronderstellen, kan dit voorschrift echter niet als uitzondering worden beschouwd op de hoofdregel dat verkeer van rechts voorrang heeft. 3.4. Bovendien heeft [gedaagde] in het vervolg op haar verklaring dat zij [eiseres] van rechts had zien aankomen in het voorlopig getuigenverhoor verklaard: “(…) Mevrouw [eiseres] stopte niet en reed verder. Ik had verwacht dat zij zou stoppen voor het kruispunt. Zij had namelijk rood licht en vlak na de kruising direct voor het stoplicht stonden al twee of drie fietsers opgesteld. Zij kon daar niet meer bij, het is ook een tweerichting fietspad en zij had dus achter de fietsers moeten gaan staan. Daarmee zou ze de kruising blokkeren en daarom dacht ik dat zij wel zou stoppen voor mij en voor de andere bestuurders op het fietspad. (…)” Uit deze verklaring blijkt dat het sowieso niet zo was dat [eiseres] het kruispunt reeds blokkeerde, maar enkel dat [gedaagde] dacht dat ze dit zou gaan doen. Het vermoeden van [gedaagde] dat [eiseres] wel zou gaan stoppen, is echter geen reden om geen voorrang te verlenen aan [eiseres] die voor [gedaagde] van rechts kwam. 3.5. Partijen hebben uitvoerig gediscussieerd over de vraag of de stoplichten voor [gedaagde] en/of [eiseres] wel of niet op rood stonden en of, en zo ja hoeveel fietsers er voor het rode stoplicht stonden te wachten. Het antwoord op deze vraag is voor de beoordeling van het geschil tussen partijen echter niet van belang. Beide stoplichten staan na het kruispunt van fietspaden en zijn bedoeld om te regelen dat de fietsers die op de fietspaden rijden veilig de rijweg voor de auto’s kunnen oversteken. Voor [eiseres] was dat de oversteek van de Briljantlaan en voor [gedaagde] de oversteek van de Baden Powelllaan. Deze stoplichten hadden geen functie voor de kruising van de fietspaden. Of één van deze stoplichten op rood stond, brengt daarom geen verandering in de hoofdregel van artikel 15 RVV dat [gedaagde] voorrang moest verlenen aan [eiseres] die van rechts kwam. Schade en causaal verband 3.6. De conclusie is dat [gedaagde] een verkeersfout heeft gemaakt door [eiseres] geen voorrang te verlenen en daarmee onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. [eiseres] heeft voldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat zij als gevolg van deze verkeersfout ernstig letsel heeft opgelopen aan haar linker (scheen)been en -knie. Uit de door [eiseres] overgelegde medische informatie en de door haar ter zitting gegeven toelichting blijkt dat zij als gevolg van het door haar opgelopen letsel meerdere malen is geopereerd en een langdurig revalidatietraject heeft doorlopen. Momenteel ervaart zij nog steeds ernstige klachten en beperkingen. 3.7. De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van [gedaagde] dat het vereiste causaal verband tussen de onrechtmatige gedraging van [gedaagde] en de schade van [eiseres] zou ontbreken. Op basis van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.