← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:5728

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: UTR 20/4636 uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 december 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, opposant, Procesverloop Bij uitspraak van 14 december 2020 in de zaak met nummer UTR 20/3876 (de uitspraak van 14 december 2020) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank uitspraak gedaan in de zaak tussen [B.V.] , te [vestigingsplaats] , en opposant. Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij hangende het verzet geen dwangsom verbeurt als hij geen uitvoering geeft aan de uitspraak van 14 december

  1. Overwegingen
  2. De voorzieningenrechter stelt vast dat opposant een dwangsom verbeurt als hij niet binnen twee weken na verzending van de uitspraak van 14 december 2020 de op 5 augustus 2020 aan [B.V.] van rechtswege verleende omgevingsvergunning bekend maakt. De uitspraak van 14 december 2020 is op 15 december 2020 verzonden. Opposant stelt dat hij vanaf 29 december 2020 een dwangsom verbeurt als hij geen uitvoering geeft aan de uitspraak van de voorzieningenrechter. Het verzoek om voorlopige voorziening is ingediend op 24 december
  3. De voorzieningenrechter is niet in staat om voor het einde van de termijn die in de uitspraak van 14 december 2020 aan opposant is verleend om uitvoering te geven aan die uitspraak, het verzoek om een voorlopige voorziening inhoudelijk te behandelen. De zitting van het verzoek om voorlopige voorziening is voorzien op 30 december
  4. Daarom ziet de voorzieningenrechter geen andere mogelijkheid dan de aan opposant verleende termijn bij wijze van ordemaatregel op te schorten tot en met de zitting van 30 december
  5. De voorzieningenrechter overweegt daarbij dat haar in dit geval niet is gebleken dat [B.V.] een zodanig zwaarwegend belang heeft bij het uitvoeren van de uitspraak dat opschorting van de termijn daarvoor tot en met de zitting op 30 december 2020 onacceptabel zou zijn.
  6. De voorzieningenrechter overweegt ten slotte dat de opschorting van de aan opposant gegeven termijn het karakter heeft van louter een ordemaatregel en dus niet de betekenis heeft van een voorlopig oordeel over het verzet van opposant. Beslissing De voorzieningenrechter bepaalt bij wijze van ordemaatregel dat de termijn waarbinnen opposant uitvoering moet geven aan de uitspraak van 14 december 2020 wordt opgeschort tot en met de zitting van 30 december
  7. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken op 24 december 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. de voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.