RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/2578 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 14 mei
- Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van zijn beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
- In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 14 mei
- Het beroepschrift had dus uiterlijk op 25 juni 2020 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. Eiser heeft het beroepschrift op 30 juni 2020 op de post gedaan. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
- Eiser zegt dat hij dakloos is en half het besef van de tijd kwijt is. Zijn post komt bij zijn dochter terecht. Zij heeft geen besef van de termijnen. Vanwege Corona houdt zij grote afstand en ontving eiser de brief later. Hij is met een advocaat bezig geweest die hem uiteindelijk mededeelde dat door deze advocaat geen gemeentelijke zaken gedaan worden. Het kost eiser grote moeite om nu alles te regelen, normaal doet hij dat bijvoorbeeld bij het UWV maar die zijn gesloten vanwege Corona. Eiser verzoekt om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten vanwege zijn situatie en zijn geestelijke toestand. Eiser heeft een doktersverklaring bijgevoegd.
- De rechtbank heeft begrip voor de situatie van eiser. De rechtbank ziet hierin echter geen reden voor een verschoonbare termijnoverschrijding. Van eiser mag verlangd worden dat hij, wanneer hij daar zelf niet de mogelijkheid toe heeft, zijn postzaken aan iemand overdraagt die hem kon waarschuwen als het besluit er was of die namens hem (tijdig) kon reageren. De doktersverklaring die eiser mee heeft gestuurd ziet puur op het verzoek tot het verlenen van een urgentieverklaring. De rechtbank kan hier niet uit concluderen dat eiser niet in staat kan worden geacht op tijd beroep in te stellen.
- Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Daarom zal het beroep niet inhoudelijk worden behandeld.
- Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 10 december 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.