RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 19/734 uitspraak van de meervoudige kamer van 15 januari 2020 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. M. van Duijn), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder (gemachtigde: mr. E. Wiersma). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Modelvliegclub Midden-Nederland (MVC), gemachtigde: mr. dr. R.M. Schnitker. Procesverloop Eiser heeft in zijn brief van 23 juli 2018 verweerder verzocht om bij MVC een dwangsom in te vorderen en een nieuwe last onder dwangsom op te leggen. In het besluit van 17 september 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder dit verzoek afgewezen. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt. In het besluit van 8 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2019. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en [A] . Namens verweerder is zijn gemachtigde verschenen. Namens MVC is verschenen dr. [B] , bijgestaan door zijn gemachtigde en [C] . Overwegingen 1. Op 28 juli 2014 heeft verweerder een omgevingsvergunning aan MVC verleend voor de duur van vijf jaar voor het inrichten en gebruiken van het perceel [.] ten behoeve van een modelvliegclub. Aan deze vergunning is onder meer het voorschrift verbonden dat leden van MVC boven andere percelen dan het door MVC gehuurde perceel niet lager dan op een hoogte van 20 meter mogen vliegen met modelvliegtuigjes. Daarnaast bevat de omgevingsvergunning een vliegcirkel waarbinnen gevlogen mag worden. 2. Eiser is eigenaar van twee percelen die gedeeltelijk binnen de vliegcirkel liggen. Hij houdt koeien op zijn agrarisch bedrijf. Eiser heeft verweerder op 5 november 2015 verzocht om handhavend op te treden, omdat hij van mening is dat er buiten de vliegcirkel en buiten het modelvliegterrein op een hoogte van minder dan 20 m wordt gevlogen. Nadat verweerder dit verzoek in eerste instantie heeft afgewezen, heeft hij in het besluit van 3 april 2018 alsnog een last onder dwangsom opgelegd. Deze last heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) op 13 februari 2019 vernietigd, voor zover MVC daarbij is gelast zich ten oosten van het vliegterrein in het geheel te onthouden van starten en landen. De ABRvS heeft daarbij overwogen dat de last na deze vernietiging alleen betrekking heeft op het vliegen lager dan 20 m tijdens de fases van starten en landen ten oosten van het vliegterrein. Standpunt eiser 3.1 Eiser heeft in zijn brief van 23 juli 2018 aan verweerder laten weten dat hij van mening is dat de voorschriften van de tijdelijke omgevingsvergunning nog elke dag worden overtreden omdat vliegtuigen op grote schaal op het vliegveld landen vanuit het oosten over eisers gronden. Ook andere voorschriften van de tijdelijke omgevingsvergunning worden met grote regelmaat overtreden, zo laat eiser weten. Omdat MVC zich niet houdt aan de opgelegde last, verzoekt eiser verweerder tot invordering van de dwangsom van € 10.000,- over te gaan. Bij zijn brief heeft eiser een USB-stick gevoegd met daarop vier filmopnamen gedateerd 18 juli 2018 (hierna: de filmbeelden). Eiser meent dat deze beelden voldoende inzicht in de feiten en omstandigheden geven om een invorderingsbesluit te kunnen nemen, omdat overduidelijk is wanneer (en dat) vliegtuigen nog altijd het luchtruim ten oosten van het vliegveld gebruiken om te landen. Hij verwijst in dit verband naar een uitspraak van het College van beroep voor het bedrijfsleven (CBB). In zijn brief merkt eiser ook nog op dat hij van verweerder verwacht dat verweerder de gemaakte beelden door een ter zake deskundig persoon laat onderzoeken en beoordelen. 3.2 In zijn bezwaarschrift merkt eiser op dat verweerder ten onrechte de door hem ingestuurde filmbeelden niet heeft betrokken bij de besluitvorming. Deskundige medewerkers hadden aan de hand van die beelden eenvoudig kunnen vaststellen dat vliegtuigen over eisers gronden landen, zo stelt eiser. Eiser herhaalt zijn verwijzing naar de uitspraak van het CBB omdat daar naar zijn mening duidelijk uit blijkt dat en hoe door derden gemaakt beeldmateriaal moet worden betrokken bij het te nemen besluit. Besluiten verweerder 4.1 Verweerder heeft eisers verzoek afgewezen omdat zijn toezichthouders bij hun vele controles geen overtreding hebben geconstateerd. Waarnemingen die niet door een medewerker van het bevoegd gezag zijn gedaan kunnen volgens verweerder niet als bewijs voor een overtreding worden gebruikt. Verweerder verwijst daarvoor naar een uitspraak van de ABRvS. 4.2 In het bestreden besluit stelt verweerder zich op het standpunt dat de overgelegde filmbeelden geen bewijs leveren dat de dwangsom is verbeurd. Er zijn door verweerder controles aangekondigd en die zijn sinds eisers verzoek ook uitgevoerd. De rapporten van de toezichthouders hebben verweerder geen aanleiding gegeven om te besluiten dat de last van 3 april 2018 niet is nageleefd door MVC of dat een dwangsom is verbeurd. De door eiser aangehaalde uitspraak van het CBB gaat niet over de vaststelling of een dwangsom is verbeurd en is daarom niet van toepassing. Verder wijst verweerder erop dat de ABRvS de wijze van controleren door verweerder niet ondeugdelijk heeft geacht. De ABRvS heeft wel geoordeeld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat op een meer betrouwbare manier dan met het blote oog kan worden vastgesteld of de modelvliegtuigjes buiten de vliegcirkel vliegen. Eisers bezwaren dat de wijze van controleren ineffectief is, dat verweerder jarenlang stelselmatig weigert zelf de feiten en omstandigheden op deskundige, deugdelijke en controleerbare vast te stellen en weigert de wijze van controleren aan te passen, snijden volgens verweerder dan ook geen hout. Gronden van beroep 5. Eiser voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid omdat verweerder de filmbeelden van 18 juli 2018 terzijde heeft geschoven en ze niet heeft onderworpen aan een betekenisvol onderzoek. Onder verwijzing naar de eerder genoemde uitspraak van 18 april 2018 van het CBB meent eiser dat verweerder de plicht heeft om te onderzoeken en te beoordelen of het beeldmateriaal van eiser aanknopingspunten biedt voor nader onderzoek. In plaats van de beelden te onderzoeken en de vlieghoogte te berekenen heeft verweerder slechts toezichthouders controles laten uitvoeren waarbij met het blote oog en/of op afstand ( [.] ) of in het zicht van de vliegers is geschat hoe hoog de vliegtuigjes vlogen en of zij zich binnen de vliegcirkel bevonden. Dat vindt eiser geen deugdelijke manier van controleren of onderzoeken. Ter onderbouwing van zijn standpunt dat MVC wel degelijk de last heeft overtreden, heeft eiser berekeningen van [A] ingezonden. Oordeel rechtbank 6. De rechtbank stelt allereerst vast dat zij in deze procedure alleen verweerders weigering om een invorderingsbesluit te nemen kan toetsen. De omgevingsvergunning(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.