← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:699

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling familierecht Locatie Lelystad zaak/rekestnr.: C/16/496237 / FL RK 20-178 datum uitspraak: 21 februari 2020 Beroep tegen een crisismaatregel Beschikking van 21 februari 2020 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, naar aanleiding van het beroep ex artikel 7:6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel, ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1964, wonende te [woonplaats] , [adres] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. V.C.Th. van ’t Westende-Meeder te Amersfoort. Als belanghebbende wordt aangemerkt: De burgemeester van de gemeente Hilversum. 1Procesverloop 1.

  1. Bij verzoekschrift van 22 januari 2020, ingekomen ter griffie op 24 januari 2020, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de door de burgemeester van de gemeente Hilversum op 3 januari 2020 jegens haar opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - de beslissing van de burgemeester houdende het opleggen van de crisismaatregel d.d. 3 januari 2020; - de kennisgeving mondelinge uitspraak verplichte zorg Wvggz d.d. 9 januari
  2. 1.
  3. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 februari 2020, in het gebouw van de rechtbank te Lelystad. 1.
  4. Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - mr. V.C.Th. van ’t Westende-Meeder namens betrokkene. 1.
  5. Namens de gemeente Hilversum is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niemand verschenen. 2Het beroep 2.
  6. Betrokkene heeft op 22 januari 2020 beroep ingediend tegen de door de burgemeester van de gemeente Hilversum verleende crisismaatregel. Betrokkene heeft verzocht zijn beroep gegrond te verklaren, te bepalen dat de opgelegde crisismaatregel onrechtmatig tot stand is gekomen en te bepalen dat ten gevolge van deze onrechtmatigheid de gemeente Hilversum aan betrokkene een schadevergoeding dient te betalen van € 450,-. Ook heeft betrokkene verzocht de gemeente Hilversum te veroordelen in de kosten van deze procedure. 3Verzoek en verweer 3.
  7. Het beroep van betrokkene is gebaseerd op één grond, die hierna verder wordt uitgelegd. 3.
  8. De burgemeester van Hilversum heeft artikel 7:2 lid 3 Wvggz geschonden door niet binnen 24 uur een advocaat aan betrokkene toe te voegen. Dit maakt dat de crisismaatregel onrechtmatig tot stand is gekomen. 3.
  9. Als gevolg van onrechtmatig tot stand komen van de crisismaatregel is de burgemeester schadeplichtig (artikel 10:12 lid 1 Wvggz). Betrokkene is in ieder geval drie dagen ten onrechte verstoken geweest van rechtsbijstand, waardoor hij schade heeft ondervonden. Een bedrag van € 150,- per dag is redelijk en billijk. 3.
  10. De gemeente heeft geen verweer gevoerd. 4De beoordeling 4.
  11. ten aanzien van het beroep Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er op 3 januari 2020 om 19.42 uur namens de burgemeester van de gemeente Hilversum een crisismaatregel is genomen ten aanzien van betrokkene. Uit artikel 7:2 lid 3 Wvggz volgt dat de burgemeester binnen 24 uur na het nemen van de crisismaatregel er voor zorg draagt dat betrokkene wordt bijgestaan door een advocaat, tenzij betrokkene daartegen bedenkingen heeft. Namens betrokkene is aangevoerd dat hij ten tijde van het nemen van de crisismaatregel ernstig verward was. Nu de gemeente geen verweer gevoerd heeft tegen het verzochte en de rechtbank Rotterdam op 9 januari blijkens de overgelegde kennisgeving mondelinge uitspraak verplichte zorg het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel heeft toegewezen, zal de rechtbank daarvan uitgaan. Er bevindt zich bij de stukken geen verslag van het horen en ook ontbreekt een toelichting van de zijde van de gemeente waaruit de bedenkingen van betrokkende bestonden. Hierdoor kan niet vastgesteld worden waaruit de bedenkingen die betrokkene tegen de bijstand door een advocaat had, zouden bestaan. Het is de volle verantwoordelijkheid van de burgemeester om er voor zorg te dragen dat een betrokkene daadwerkelijk binnen 24 uur wordt voorzien van een advocaat. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester uiterst terughoudend dient te zijn in het aannemen van bedenkingen tegen het toevoegen van een advocaat. Over het algemeen gaat het bij het nemen van een crisismaatregel om ernstig verwarde en kwetsbare personen. De burgemeester had niet zonder meer mogen aannemen dat betrokkene voldoende in staat was om zijn eigen belangen te behartigen en de gevolgen kon overzien van het weigeren van bijstand door een advocaat. Uit het voorgaande volgt dat de burgemeester er zorg voor had moeten dragen dat betrokkene binnen 24 uur werd bijgestaan door een advocaat. Nu de burgemeester dit heeft nagelaten is er sprake van schending van artikel 7:2 lid 3 Wvggz. De rechtbank zal het beroep op dit punt gegrond verklaren. 4.
  12. ten aanzien van het verzoek tot schadevergoeding Indien de wet niet in acht is genomen bij het nemen van een crisismaatregel, kan betrokkene op grond van artikel 10:12, eerste lid Wvggz in een schriftelijk en gemotiveerd verzoekschrift bij de rechter verzoeken om schadevergoeding ten laste van de gemeente. Zoals is overwogen onder 4.
  13. heeft de burgemeester er, in strijd met de wet, na afgifte van de crisismaatregel op 3 januari 2020 niet binnen 24 uur voor zorg gedragen dat betrokkene bijstand van een advocaat kreeg. In het beroepschrift is op geen enkele wijze onderbouwd, waar de schade die betrokkene zou hebben geleden door het gedurende drie dagen ontbreken van rechtsbijstand, heeft bestaan. In het beroepschrift is enkel gesteld dat het door betrokkene gevorderde bedrag redelijk en billijk is. De rechtbank acht dit onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd en zal het verzoek tot schadevergoeding afwijzen. 4.
  14. ten aanzien van de proceskostenveroordeling Ten aanzien van de verzochte proceskostenveroordeling overweegt de rechtbank als volgt. Betrokkene is voor het indienen van zijn beroepschrift geen griffierecht verschuldigd en zijn advocaat is door de rechtbank toegevoegd. Van overige kosten is niet gebleken. De rechtbank zal het verzoek tot vergoeding van proceskosten dan ook afwijzen. 5Beslissing 5.
  15. De rechtbank: 5.
  16. verklaart het beroep tegen de crisismaatregel gegrond voor zover het betreft de schending van artikel 7:2 Wvggz; 5.
  17. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven op 21 februari 2020 door mr. L.P. de Haas, rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.