← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:818

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling StrafrechtZittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/259422-19 Vonnis van de meervoudige kamer van 7 februari 2020 in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren op [gebooredatum] 1974 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING De rechtszaak tegen verdachte heeft plaatsgevonden op 24 januari

  1. Omdat verdachte bij de zitting aanwezig was, is juridisch gezien sprake van een vonnis op tegenspraak. De rechtbank heeft op de zitting gesproken met en geluisterd naar verdachte zelf, haar advocaat mr. S. Melliti en officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers. 2TENLASTELEGGING De officier van justitie verdenkt verdachte ervan (na wijziging van de tenlastelegging) dat zij op 29 oktober 2019 in Abcoude samen met iemand anders een revolver met munitie (feit 1) en 631,28 gram cocaïne (feit 2) aanwezig heeft gehad. Deze verdenking staat beschreven in de tenlastelegging. De volledige tenlastelegging is in de bijlage bij dit vonnis opgenomen. 3VOORVRAGEN Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in deze zaak, moet zij kijken of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mocht verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vindt dat kan worden bewezen dat verdachte samen met de medeverdachte de revolver en de cocaïne aanwezig heeft gehad. Zij vindt het niet aannemelijk dat verdachte niet wist dat deze goederen in de hotelkamer aanwezig waren. Zij heeft erop gewezen dat de revolver is aangetroffen in een tas waarin ook dameslingerie is aangetroffen en dat de bekertjes met cocaïneresten in het zicht stonden. Daarnaast acht zij het van belang dat verdachte bij het personeel van het hotel heeft aangegeven dat de kamer niet schoongemaakt hoefde te worden en dat het extra bed op de gang kon worden gezet en dus niet in de kamer zelf hoefde te worden geplaatst. 4.2 Het standpunt van de verdediging De advocaat van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte niet op de hoogte was van de aanwezigheid van de revolver met munitie en de cocaïne in de hotelkamer en dat bovendien niet kan worden bewezen dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte met betrekking tot deze goederen. Zij heeft daarom verzocht verdachte van beide tenlastegelegde feiten vrij te spreken. 4.3 Het oordeel van de rechtbank In een hotelkamer waarin verdachte met de medeverdachte verbleef, zijn een revolver met munitie en een grote hoeveelheid cocaïne aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat deze goederen niet van haar waren en dat zij niet wist van het bestaan van deze goederen. De medeverdachte heeft aangegeven dat de goederen van hem waren en dat verdachte niet op de hoogte was van de aanwezigheid van deze goederen. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het dossier niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte wist dat deze goederen in de hotelkamer aanwezig waren of dat met betrekking tot deze goederen sprake was van een (nauwe en bewuste) samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte. De omstandigheden die de officier van justitie in dat verband heeft aangevoerd, maken dit oordeel niet anders. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van beide tenlastegelegde feiten. 5BESLISSING Vrijspraak - verklaart het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Voorlopige hechtenis - heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Akkermans, voorzitter, mrs. J.W.B. Snijders Blok en C. van de Lustgraaf, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.Z. Schoppink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 februari
  2. mr. C. van de Lustgraaf is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt (na wijziging van de tenlastelegging) tenlastegelegd dat: 1zij op of omstreeks 29 oktober 2019 te Abcoude, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten - een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3° van die wet in de vorm van een revolver van het merk/type Little Joe 6mm flobert (van origine een gasrevolver, omgebouwd naar scherpschietend), kaliber .22, en/of munitie in de zin van 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten - een of meer scherpe patro(o)n(en) van het merk/type CCI, kaliber .22LR voorhanden heeft gehad; 2 zij op of omstreeks 29 oktober 2019 in Abcoude, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meerdere hoeveelheden cocaïne, namelijk 631,28 gram, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.