← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:1082

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-144727-20; 09-088233-18 (tul) Vonnis van de meervoudige kamer van 4 maart 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1985] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] , thans gedetineerd in de P.I. Lelystad. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2020, 9 december 2020 en 18 februari

  1. Op laatstgenoemde datum heeft de inhoudelijke behandeling plaatsgevonden. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. A. Drogt, en van hetgeen verdachte en diens raadsman naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1 op 30 mei 2020 te [woonplaats] samen met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 12.629,95 en/of 12.297,49 gram cocaïne en 0,43 gram MDMA; Feit 2 op 30 mei 2020 te [woonplaats] samen met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6,14 kg en/of 7,74 kg en/of 2,28 kg hennep. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend te bewijzen dat de verdachte 12.297,49 gram cocaïne, 0,43 gram MDMA en 7,74 kg hennep aanwezig heeft gehad. Ten aanzien van de hennep stelt de officier van justitie dat naast de sealbags henneptoppen van 2,28 kilogram ook nog zakken met gemalen poeder, met een gewicht van 5,46 kilogram, zijn gevonden. Deze groene poeder testte positief bij het afnemen van de cannabistest, maar had geen hennepgeur. Om uit te sluiten dat het niet om heroïne ging, is de poeder door het NFI getest. De test bij het NFI gaf een negatieve uitslag op de aanwezigheid van Opiumwet lijst I middelen. Gelet hierop en gezien de eerdere positieve testuitslag voor cannabis, acht de officier van justitie tevens het bezit van de 5,46 kilogram hennep bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de tenlastegelegde feiten. De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat de binnentreding in de woning van verdachte onrechtmatig is geweest. De raadsman heeft daarbij aangevoerd dat verdachte geen toestemming heeft verleend zijn woning binnen te gaan en dat geen sprake was van een zogeheten noodsituatie waarbij direct moest worden gehandeld. Dit maakt dat zijn huisrecht (artikel 12 van de Grondwet) is geschonden. Dat is een vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering en dient tot bewijsuitsluiting te leiden. Het aantreffen van de drugs is een direct gevolg van het onrechtmatig binnentreden en derhalve dient vrijspraak te volgen. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte geen wetenschap had van de drugs in zijn woning. Verdachte heeft zijn huissleutel aan anderen toevertrouwd waardoor meerdere mensen toegang hadden tot zijn woning. Bovendien was verdachte die bewuste dag niet fit en sliep hij veel, waardoor hij geen weet had van wat er zich in zijn woning afspeelde. Daarnaast kan niet worden gezegd dat verdachte beschikkingsmacht had over de verdovende middelen. De enkele aanwezigheid van drugs in de woning van verdachte is daartoe onvoldoende en verdachte zou geen zeggenschap hebben gehad over de drugs omdat deze niet aan hem toebehoorden. Tot slot kan niet vastgesteld worden dat het groene poeder hennep of hasj was. Uit de stukken blijkt duidelijk dat de politie twijfelde; de geur klopte niet. Het NFI zegt alleen dat geen sprake is van harddrugs. Daaruit kan niet worden afgeleid dat het NFI dus van oordeel is dat het hennep is. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.
  2. Bewijsmiddelen Ten aanzien van feit 1 en 2 Verbalisant [verbalisant 1] verbaliseert het volgende: Op 30 mei 2020, in de tijd gelegen tussen 22:00 uur en 23:00 uur, was ik als hulpofficier van justitie betrokken bij de aanhouding van meerdere personen na aanleiding van een melding van geweldincident waarbij ook verdovende middelen betrokken waren. (…) Ik heb enkele malen hard op de deur geklopt en geroepen dat wij van de politie waren. De eerste 30 seconden tot 1 minuut kwam er geen reactie. Daarna werd de deur geopend door een negroïde man. Ik zei hem dat wij van de politie waren en ik vroeg hem of er meer personen in de woning waren. Ik zag dat de man zichtbaar nerveus was. (…) Om uit te sluiten dat er geen gewonden binnen waren heb ik de man gepasseerd en heb ik de woning betreden om ongeveer 22:50 uur op 30 mei
  3. Op het moment dat ik de man passeerde hoorde ik hem roepen: “Het is maar een klein beetje voor eigen gebruik.” Ik zag dat de woning bestond uit 2 ruimten: 1 woon- slaapkamer waarin ook de keuken was gevestigd en een badkamer. In de woon- slaapkamer zag ik meerdere bakken staan met wit poeder en een weegschaal liggen. Op de grond zag ik wit poeder liggen en een bak staan met daarin een onbekende witte stof. In de badkamer zak ik ook wit poeder op de grond liggen en in het toilet zag ik een zogenaamde ponypack liggen. (…) Hierop ben ik naar buiten gelopen en heb ik de negroïde man, die later [verdachte] bleek te heten, aangehouden voor het in bezit hebben en vervaardigen van verdovende middelen lijst I Opiumwet. Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte aan de [adres] te [woonplaats] zijn onder andere de volgende goederen inbeslaggenomen: (…) - PL0900-2020169018-2676853, verdovende mid., 1 stuks, henneptoppen, Henneptoppen. goednummer summ-it 600252, uit zilveren sealbag - PL0900-2020169018-2676875, verdovende mid., 1stuks, Henneptoppen, komt uit zilveren sealbag.summit goednummer 600253; - Goednummer PL0900-2020169018-2637627, verdovende mid., 1 stuks, SIN AANP0970NL, uit kartonnen doos keukenvloer; - Goednummer PL0900-2020169018-2637628, verdovende mid., 2 stuks, SIN AANP0968NL, ,sealbag, uit jumbotas die niet is meegenomen; - Goednummer PL0900-2020169018-2637637, verdovende mid., 1 stuks, SIN AANP0965NL, brokken wit poeder lagen los op tafeltje slaapdeel; - Goednummer PL0900-2020169018-2637641, verdovende mid., 1 stuks, SIN AANP0964NL, zakje met meerdere zakjes wit poeder op vensterbank; - Goednummer PL0900-2020169018-2637521, verdovende mid., SIN AANP0972NL, plastic zakje met losse papieren waar drugs in zit; - Goednummer PL0900-2020169018-2637530, pillen, SIN AANP0971NL, doosje met diverse zakjes met pillen, zakje 3: 1 geel groen pil; - Goednummer PL0900-2020169018-2637547, verdovende mid., 1 stuks, SIN AANP0969NL, blok geperst wit poeder uit koelkast; - Goednr summit 600264, verdovende mid., 3 stuks, uit wasmand op wasmachine, Ah tas met 3 zakken witte brokken geperst poeder; - Goednr summit 600256, verdovende mid., 5 stuks, geperste blokken wit poeder uit diepvrieslade.. De verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] wegen op 2 juni 2020 een deel van de inbeslaggenomen goederen en nemen hier een monster van met de volgende SIN-nummes: - Goednummer: 2637627 SIN AANP0970NL, gripzak met wit poeder/brokken (979,4 gram), monster A: SIN AAN09210NL - Goednummer: 2637628 SIN AANP0968NL, plastic zakken met folie met wit poeder/brokken en 1 witte blok met opdruk "Hermes" (1960,9 gram), monster B: SIN AAN09211NL - Goednummer: 2637547 SIN AANP0969NL,, Plastic zak met 1 wit blok met opdruk "Fendi" (991,8 gram), monster C: SIN AAN09212NL - Goednummer: 2637637 SIN AANP0965NL,, Plastic zak met wit poeder/brokjes (340,2 gram), monster D: SIN AAN09216NL - Goednummer: 2637530 SIN AANP0971NL, plastic zakje met 1 geel/groene tablet (Gorkain) (0,43 gram), monster F: SIN AAN09213NL - Goednummer: 2637521 SIN AANP0972NL, (14,78 gram), 2 papieren wikkels, 1 envelop, 3 gevouwen A4tjes, 1 plastic zakje en 3 koffiefilters met 14,50 gram wit poeder/brokjes monster G: SIN AAN09214NL, koffiefilter met 0,28 gram beige poeder, monster H: AAN09215NL - Goednummer: 2637641 SIN AANP0964NL, Plastic zakje met drie plastic zakjes, waarin wit poeder/brokjes (13,41 gram), monster J: SIN AAOA0163NL, monster K: AAOA0162NL, monster L: AAOA0161NL. De verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 4] wegen op 6 oktober 2020 nogmaals een deel van de inbeslaggenomen goederen en nemen een monster af met het volgende SIN-nummer: - Goednr summit 600264, wasmand op de wasmachine, AH tas met drie witte geperste blokken (3005,5 gram), SIN AAOA1840NL; - Sum goednr 600256, Scherm 44.03.02.001, diepvrieslade 5 blokken wit poeder, witte geperste blokken omwikkeld met folie in een plasticzak (4991,5 gram), SIN AAOA1842NL. De monsters zijn vervolgens getest door het NFI: Kenmerk Omschrijving FO Conclusie AAOA1840NL Poeder, wit, uit 3005,5 gram bevat cocaïne AAOA1842NL Blokken, wit, uit 4991,5 gram bevat cocaïne AANO9210NL Poeder en brokken, wit, uit 979,4 gram bevat cocaïne AANO9211NL Blokken, wit, uit 1960,9 gram bevat cocaïne AANO9212NL Blok, wit, uit 991,8 gram bevat cocaïne AAN09214NL Poeder, wit, uit 14,78 gram bevat cocaïne AAN09215NL Poeder en brokjes, beige, uit 0,28 gram bevat cocaïne AANO9216NL Poeder en brokjes, wit, uit 340,15 gram bevat cocaïne AAOA0163NAAOA0162NL AAOA0161NL Poeder en brokjes, wit, uit 13,41 gram bevat cocaïne AAN09213NL tablet, geel/groen, uit 0,43 gram bevat MDMA De verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] verbaliseren het volgende: Op verzoek van college [verbalisant 7] hadden we de in beslag genomen goederen met vermoedelijk hennep getest. (…) Dit betroffen de volgende goederen: (…) - Scherm44.01.01.012 - MD5R020036_ 600252 - Scherm44.01.0.013 - MD5R020036_ 600253 (…) Bij het opensnijden van de sealbags. constateerde wij, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en substantie, en daarnaast de herkenbare geur dat de inhoud van de sealbags hennep betrof. Wij zagen dat er meerdere sealbags gevuld waren met henneptoppen. De henneptoppen hadden in totaal een gewicht van 2,28 kilogram. Wij hadden vervolgens een klein stukje hennep gepakt voor een drugstest. (…) Uit deze reactie van de testbuis leiden wij af dat het geteste deel van de sealbags wijst op de aanwezigheid van THC, de werkzame stof voor hennep en hasjiesj.(…) 4.3.
  4. Bewijsoverweging (On)rechtmatig binnentreden Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de politie rechtmatig is binnengetreden in de woning van verdachte aan de [adres] te [woonplaats] . De verbalisanten ontvangen een concrete melding over een ripdeal, waarin de melder aangeeft onder bedreiging van een vuurwapen door drie personen van zijn wiet bestolen te zijn. Dit zou hebben plaatsgevonden in een woning aan de [adres] . De melder geeft daarbij een signalement van de drie personen. De melder verklaart de woning te zijn ontvlucht. De verbalisanten komen kort na de melding ter plaatse bij de woning van verdachte. Er kan geen contact meer worden gemaakt met de melder en hij wordt ter plaatse ook niet aangetroffen. Het is dan ook onduidelijk voor de politie of er nog andere slachtoffers in de woning aanwezig zijn. De politie heeft op grond van artikel 3 van de Politiewet 2012 tot taak te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. Op grond van artikel 2, derde lid, van de Algemene wet op het binnentreden mag een woning worden binnengetreden zonder toestemming van de bewoner en zonder schriftelijke machtiging, indien ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen terstond in de woning moet worden binnengetreden. De rechtbank overweegt dat gelet op het bovenstaande sprake was van een dergelijke situatie waarbij de politie mocht binnentreden zonder toestemming van de bewoner. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van een rechtmatige binnentreding. Wetenschap Uit het dossier blijkt dat bij het binnentreden van de woning door verbalisant [verbalisant 1] wordt gezien dat er open en bloot verdovende middelen verspreid liggen in de woning. De verdovende middelen werden aangetroffen op verschillende plekken in de woonkamer, die tevens als slaapkamer fungeert, en in de badkamer en het kan niet anders dan dat verdachte de verdovende middelen gezien moet hebben. De verklaring van verdachte dat hij niet heeft gemerkt dat de verdovende middelen in zijn huis zijn gelegd en dat hij er niets vanaf weet, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank uit van de wetenschap van de verdovende middelen bij verdachte. Beschikkingsmacht Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de term ‘aanwezig hebben’ in de zin van de Opiumwet niet vergt dat sprake is van enige beschikkingsbevoegdheid. Voldoende is daarvoor dat de onder de Opiumwet vallende middelen zich in de machtssfeer van verdachte bevinden. Uit het dossier en de verklaring van verdachte blijkt dat hij de enige bewoner en gebruiker is van de woning aan de [adres] . De verdovende middelen bevonden zich derhalve in de machtssfeer van verdachte. Dat verdachte een willoos slachtoffer was bij wie zonder zijn weten en tegen zijn wil drugs in huis zijn gebracht, is niet gebleken. Uit de telefoon- en appcontacten lijkt eerder het tegendeel te volgen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte de hard- en softdrugs voorhanden heeft gehad. Hoeveelheid hennep Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat het groene poeder met een gewicht van 5,46 kilogram daadwerkelijk hennep of hasjiesj is. De verbalisanten, die als taakaccent hennep hebben, constateren bij het opensnijden van de zakken met de poeder een aparte lucht die zij niet als hennep of hasjiesj herkennen. Het positief testen van de groene poeder op de aanwezigheid van THC en het negatief testen op de aanwezigheid van Opiumlijst I middelen is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om vast te stellen dat de groene poeder hennep of hasjiesj is, zeker nu de typerende kenmerken en geur van hennep ontbreken. De rechtbank acht derhalve enkel bewezen dat verdachte 2,28 kilogram henneptoppen opzettelijk aanwezig heeft gehad. Medeplegen De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat sprake is geweest van medeplegen. Het dossier bevat daartoe onvoldoende aanknopingspunten. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van dat deel van de tenlastelegging. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: Feit 1 op 30 mei 2020 te [woonplaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad 12.297,49 gram cocaïne, en 0,43 gram MDMA, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Feit 2 op 30 mei 2020 te [woonplaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad 2,28 kg, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: Feit 1: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; Feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden: - meldplicht bij reclassering; - ambulante behandeling; - begeleid/beschermd wonen of maatschappelijke opvang; - meewerken aan schuldhulpverlening; - inspanningsverplichting dagbesteding. - houden aan aanwijzingen van de reclassering. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest en daarbij rekening te houden met zijn persoonlijke omstandigheden. Verdachte is licht verstandelijk beperkt en zijn verblijf in de gevangenis valt hem zwaar. Een fors voorwaardelijk deel met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering acht de raadsman passend als stok achter de deur. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De ernst van de feiten Verdachte heeft een aanzienlijke hoeveelheid hard- en softdrugs voorhanden gehad. Het bezit van verdovende middelen levert een ernstig gevaar op voor de volksgezondheid. Daarbij is van belang dat harddrugs vaak sterk verslavend werken en schadelijk zijn voor de gezondheid. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat verslaafden vaak vermogensdelicten plegen om in hun gebruik te kunnen voorzien. Het is tevens bezwarend voor de samenleving vanwege de daarmee gepaard gaande gepleegde criminaliteit. Dit blijkt ook uit de onderhavige melding die binnen kwam bij de politie over een vermeende ripdeal. Tegen het bezit van harddrugs dient dan ook krachtig te worden opgetreden. De persoon van de verdachte Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 oktober 2020, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor het bezit van harddrugs. Het vonnis van het voornoemde feit is van 29 augustus 2018 en verdachte liep dan ook nog in een proeftijd. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 7 september 2020 en maakt deze conclusie tot de hare. Er is sprake van verminderde toerekeningsvatbaarheid en de reclassering schat de kans op recidive in als hoog, indien verdachte geen passende hulp krijgt. Verdachte is bereid om hieraan mee te werken en de reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. De straf Gelet op de aard en ernst van de feiten is een lange (on)voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld. Deze oriëntatiepunten nemen voor het aanwezig hebben van harddrugs in een hoeveelheid van 10.000 tot 20.0000 gram 30 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf als uitgangspunt. Voor het aanwezig hebben van hennep tussen de 500 en 2500 gram softdrugs staat een taakstraf van 100 uren. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding om de straf te matigen. Verdachte heeft zich in eerste instantie op zijn zwijgrecht beroepen en hij heeft ter terechtzitting nauwelijks openheid van zaken gegeven en geen enkele verantwoordelijkheid genomen. Bovendien was verdachte een gewaarschuwd mens. Hij liep zelfs nog in een proeftijd. De rechtbank is van oordeel dat slechts kan worden volstaan met een gevangenisstraf conform de oriëntatiepunten om verdachte de bijzondere ernst te doen inzien van het voorhanden hebben van dusdanige hoeveelheden hard- en softdrugs. Uit de stukken die de raadsman heeft overgelegd, het reclasseringsrapport en hetgeen ter terechtzitting is besproken, blijkt wel dat verdachte positief tegenover begeleiding en behandeling staat. Om die reden zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk worden opgelegd als stok achter de deur met daarbij de bijzondere voorwaarden in de vorm van een meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen, meewerken aan schuldhulpverlening, de inspanningsverplichting voor een dagbesteding en het houden aan de aanwijzingen van de reclassering. Deze voorwaarden zijn door de reclassering geadviseerd in haar advies van 7 september
  5. Alles afwegende acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden. 9VORDERING TENUITVOERLEGGING Verdachte is op 29 augustus 2018 veroordeeld door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland tot een deels voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 60 uren. De rechtbank stelt vast dat verdachte zich in de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, zoals vermeld in dit vonnis. De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering tenuitvoerlegging wordt toegewezen. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Nu er geen omstandigheden zijn gebleken die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan, acht de rechtbank het opportuun om naast de opgelegde straf de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf te gelasten. 11BESLAG 11.
  6. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de krikken en de telefoons, voor zover deze nog niet zijn teruggegeven, terug mogen naar verdachte. Voor wat betreft de verdovende middelen wordt verzocht deze te onttrekken aan het verkeer. Ten aanzien van de overige zaken wordt verzocht deze verbeurd te verklaren, nu daarmee de bewezen verklaarde feiten zijn begaan. 11.
  7. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt over het beslag. 11.
  8. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de inbeslaggenomen verdovende middelen (genummerd 7 tot en met 17, 19 tot en met 31 op de beslaglijst), de metalen persmal (genummerd 3), de drukpers (genummerd 5 op de beslaglijst) en de twee stuks verlichting (genummerd 6) onttrekken aan het verkeer. Nu het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer. De inbeslaggenomen keukenmachine (genummerd 4) en het plastic zakje (genummerd 18) zullen verbeurd worden verklaard, nu met behulp van die voorwerpen het onder 1 en 2 bewezen geachte is voorbereid en begaan. De krikken (genummerd 1 en 2) en de telefoons (genummerd 32 en 33) zullen worden teruggeven aan verdachte. 10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 57 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 3, 10, 11 en 13a van de Opiumwet; zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 10 (tien) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast; - als algemene voorwaarden gelden dat verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd: * zich binnen één dag na het ingaan van de proeftijd meldt bij Verslavingsreclassering Inforsa op het adres Wittevrouwenkade 6, te Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; * zich laat behandelen door Jellinek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling; * verblijft bij Pluryn of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo spoedig mogelijk na het ingaan van de proeftijd. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld; * meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden; * meewerkt aan het vinden en behouden van geschikte dagbesteding en volgt hierbij de aanwijzingen van de reclassering en hulpverlenende instanties; * zich houdt aan de aanwijzingen en afspraken van de reclassering; - waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Beslag - gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp: * 1 STK Krik (genummerd 1 op de beslaglijst) * 1 STK Krik (genummerd 2 op de beslaglijst * 1 STK Telefoontoestel (genummerd 32 op de beslaglijst) * 1 STK Telefoontoestel (genummerd 33 op de beslaglijst - verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer: * Alle verdovende middelen (genummerd 7 tot en met 17, 19 tot en met 31 op de beslaglijst) * 1 STK Metalen persmal (genummerd 3 op de beslaglijst) * 1 STK Drukpers (genummerd 5 op de beslaglijst) * 2 STKS Verlichting (genummerd 6 op de beslaglijst) - de verbeurdverklaring van de volgende voorwerpen: * 1 STK Keukenmachine (genummerd 4 op de beslaglijst) * 1 STK Plastic zakje (genummerd 18 op de beslaglijst) Vordering tenuitvoerlegging parketnummer 05-740055-17 - gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te ’s-Gravenhage d.d. 29 augustus 2018 gewezen onder parketnummer 09-088233-18, te weten: een taakstraf voor de duur van 60 uren. Dit vonnis is gewezen door mr. G. Perrick, voorzitter, mrs. A.A.T. Werner enS.B. Smit-Colenbrander, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. R.V.S. Adriaanse en R.E. Rasink, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 maart
  9. Bijlage: de (gewijzigde) tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij op of omstreeks 30 mei 2020 te [woonplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 12629,95 en/of 12.297,49 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 0,43 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid een materiaal bevattende MDA en/of MDEA en/of MDMA en/of 2CB en/of amfetamine, zijnde cocaïne en/of MDA en/of MDEA en/of MDMA en/of 2CB en/of amfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 2 hij op of omstreeks 30 mei 2020 te [woonplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6143,44 gram en/of 7,74 kg en/of 2,28 kg, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 februari 2021, nummer PL0900-2020169619, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met
  10. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] van 30 mei 2020, pagina’s 80-
  11. Kennisgevingen van inbeslagneming, ongenummerd. Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 2 juni 2020, pagina 185-
  12. Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 6 oktober 2020, pagina 329-
  13. NFI rapport van 6 oktober 2020, pagina
  14. NFI rapport van 7 oktober 2020, pagina
  15. NFI rapport van 3 juni 2020, pagina
  16. NFI rapport van 3 juni 20201, pagina
  17. NFI rapport van 3 juni 2020, pagina
  18. NFI rapport van 3 juni 2020, pagina
  19. NFI rapport van 3 juni 2020, pagina
  20. NFI rapport van 3 juni 2020, pagina
  21. NFI rapport van 3 juni 2020, pagina 586, 587 en
  22. NFI rapport van 3 juni 2020, pagina
  23. Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] en [verbalisant 6] van 26 augustus 2020, pagina 601-602.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.