← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:1131

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 19/4934 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2021 in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], [land], eiser, en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder (gemachtigde: J. Chattou). Procesverloop In het besluit van 10 maart 2017 (primair besluit) heeft verweerder de zorgtoeslag voor 2016 opnieuw berekend en vastgesteld op € 0,-. In het besluit van 12 juni 2017 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit op 5 september 2019 nog een keer bezwaar ingesteld. Verweerder heeft dit bezwaar naar de rechtbank doorgezonden om als beroep te worden behandeld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft via Skype for Business plaatsgevonden op 5 maart

  1. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen
  2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
  3. In een zaak die valt onder Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), zoals deze zaak, moet een beroepschrift worden ingediend binnen zes weken na de datum waarop dat besluit is genomen of - als het besluit pas later bekend is gemaakt - binnen zes weken na de datum van bekendmaking (artikel 36 van de Awir).
  4. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 12 juni
  5. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 24 juli 2017 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het beroepschrift ontvangen op 5 september 2019 en doorgestuurd naar de rechtbank. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
  6. Eiser heeft geen reden gegeven waarom hij te laat was, ondanks dat hem daarom herhaaldelijk is verzocht.
  7. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is niet-ontvankelijk.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2021 door mr. L.A. Banga, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.