Rechtbank Midden-Nederland – ECLI:NL:RBMNE:2021:1258
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 19/5172 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2021 in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats 1], eiser, (gemachtigde: mr. E.P. Koevoets), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder (gemachtigde: R. van den Brink).
Procesverloop Bij besluit van 10 juli 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser meegedeeld dat hij een uitkering ontvangt wegens betalingsonmacht van zijn voormalige werkgever [werkgever] Bij besluit van 28 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aan eiser bij vonnis van de kantonrechter toegewezen nakosten van € 100,- toegekend en voor het overige het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft via Skype plaatsgevonden op 16 februari 2021. Eiser was daarbij aanwezig en heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen 1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan. Eiser is op 1 september 2015 in dienst getreden bij restaurant [restaurant] te [woonplaats 2]. De arbeidsovereenkomst is per 6 januari 2016 door opzegging geëindigd. De kantonrechter heeft [restaurant] bij beschikking van 13 april 2016 onder meer veroordeeld om eiser een schadevergoeding, achterstallig loon met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente over deze bedragen te betalen. Bij brief van 3 juni 2019 is namens eiser verzocht om toekenning van een uitkering ingevolge Hoofdstuk IV van de Werkloosheidwet (WW). Als reden is aangegeven dat DH Exploitatie B.V. in mei 2019 ontbonden is.
Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door R. in 't Veld, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Belhadi, griffier. De beslissing is uitgesproken op 30 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.