← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:1784

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 9169829 UE VERZ 21-127 MJS/1546 Beschikking van 4 mei 2021 inzake de besloten vennootschap [verzoekster] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , verder ook te noemen [verzoekster] BV, verzoekende partij, gemachtigde: mr. J.Th. Schravenmade, tegen: [verweerster] , wonende te [woonplaats] , verder ook te noemen [verweerster] , verwerende partij, gemachtigde: mr. M. Gerritsen. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: Het vonnis van heden, 4 mei 2021, gewezen tussen partijen met zaaknummer 8890146 UC EXPL 20-9774 waarin een vordering van [verzoekster] BV in reconventie is gesplitst en is bepaald dat de procedure voor die vordering moet worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure; De als verzoekschrift aangemerkte conclusie van eis in reconventie in die zaak De als verweerschrift aangemerkte conclusie van antwoord in reconventie in die zaak De mondelinge behandeling heeft via skype plaatsgevonden op 11 maart

  1. [verzoekster] BV heeft deelgenomen met zijn partner, bijgestaan door zijn gemachtigde. [verweerster] heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] , bedrijfsleider bij [verweerster] , bijgestaan door haar gemachtigde. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken. Aan het einde van de zitting is uitspraak bepaald. 2De feiten 2.
  2. Voor de feiten verwijst de kantonrechter naar onderdeel 2 van het heden onder zaaknummer 8890146 UC EXPL 20-9774 tussen partijen gewezen vonnis. 3Het geschil en de beoordeling daarvan 3.
  3. [verzoekster] BV vordert voorwaardelijk [verweerster] te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter verwijst naar en neemt over hetgeen in het heden tussen partijen gewezen vonnis (zaaknummer 8890146, de dagvaardingsprocedure) is overwogen in 4.16 en 4.
  4. Aan de voorwaarde voor het instellen van de vordering is voldaan. De vordering is door de beslissing van de kantonrechter afgesplitst van de dagvaardingsprocedure en zal thans volgens de regels van de verzoekschriftprocedure worden beoordeeld. 3.
  5. Omdat [verweerster] salaris ontving per vier weken, volgt uit artikel 16 van de cao dat opgezegd moet worden tegen het einde van de vierwekenperiode. Vaststaat dat [verweerster] pas na aanvang van loonperiode 1, die is ingegaan op 30 december 2019, heeft opgezegd. Tussen partijen is niet in geschil dat de opzegtermijn doorliep tot de start van periode 3, op 24 februari 2020, zodat [verweerster] had moeten opzeggen tegen 23 februari
  6. [verweerster] heeft echter opgezegd, naar de kantonrechter begrijpt, tegen 31 januari
  7. 3.2.
  8. De kantonrechter heeft in de gelijktijdig met deze zaak behandelde dagvaardingsprocedure uitspraak gedaan en in overweging 4.7.2 van dat vonnis geoordeeld dat [verzoekster] BV heeft ingestemd met de eerdere beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Er is geen reden om in deze beschikking van een ander oordeel uit te gaan. Van een onregelmatige opzegging is dan geen sprake. Het verzoek tot toekenning van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst door [verweerster] zal worden afgewezen. 3.
  9. De kantonrechter ziet in deze zaak redenen om de kosten te compenseren in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt. [verzoekster] BV zal nog wel door de griffier belast worden met het griffierecht. 4De beslissing De kantonrechter: - wijst af het verzoek [verweerster] te veroordelen tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst; - compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen; Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Slootweg, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.