RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 05.189015.20 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 12 mei 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1997] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 april
(2017)’ kan het gebruik van een mixer aanleiding geven tot een witwastypologie: ‘De koper en/of verkoper maakt/maken bij de verkoop van virtuele betaalmiddelen gebruik van een zogenaamde mixer.’ Bij de pseudokoop, zoals vastgelegd in proces-verbaal 202010121142, is aan [website] .com betaald via het bitcoinadres [bitcoinadres] . Deze betaling is in dit account admin@ [website] .com zichtbaar in de uitgeleverde gegevens van Coinbase. Een proces-verbaal van bevindingen: Op 7 januari 2020 omstreeks 12.15 uur is er een pseudokoop gedaan bij [website] .com. Hierbij is betaald met 0.00316957 bitcoins aan bitcoinadres [bitcoinadres] . De bitcoins van de pseudokoop zijn terecht gekomen in een cluster van 200 adressen. De bitcoins worden overgemaakt aan de mixing service [bitcoinmixer] .io. De bitcoins konden niet verder worden gevolgd. Bewijsoverwegingen De verdediging heeft vrijspraak van dit feit bepleit en zich hiertoe primair op het standpunt gesteld dat geen bewezenverklaring kan volgen voor het (gewoonte)witwassen, omdat verdachte het onder 1 tenlastegelegde niet heeft begaan. De hoeveelheid geld waarover in het onder feit 2 ten laste gelegde wordt gesproken, is volgens de officier van justitie immers geld dat verdiend zou zijn met de activiteiten voor [website] .com (feit 1). Nu de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde wel bewezen acht, behoeft dit standpunt geen bespreking meer. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte niet wist dat het geld afkomstig was uit enig (in dit geval eigen) misdrijf, omdat hij in de veronderstelling was dat zijn werkzaamheden voor [website] .com legaal waren. Ook aan dit verweer gaat de rechtbank voorbij nu zij het onder feit 1 ten laste gelegde bewezen acht en in dat verband reeds uiteen heeft gezet waaruit blijkt dat verdachte wist dat wat hij deed onrechtmatig was. De verdediging heeft verder aangevoerd dat verdachte geen verbergings- of verhullingshandeling met betrekking tot de opbrengsten van [website] .com heeft verricht, hetgeen wel is vereist wanneer het geld afkomstig is uit eigen misdrijf. De rechtbank verwerpt ook dit verweer, omdat zij van oordeel is dat verdachte en zijn mededaders die verbergings-/verhullingshandelingen juist wel hebben verricht en zich daarmee schuldig hebben gemaakt aan witwassen als bedoeld in artikel 420bis, eerste lid, onder a, Sr. Zij licht dit hieronder toe. Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat er in de periode van 21 augustus 2016 tot en met 15 januari 2020 opbrengsten zijn verkregen uit de handel in inloggegevens op de website [website] .com. Gebruikers van de website kregen tegen betaling van abonnementsgeld gedurende een bepaalde periode toegang tot inloggegevens en de betalingen vonden plaats met gebruikmaking van onder andere PayPal en cryptocurrency. Gebleken is dat er op het op naam van verdachte en met de bedrijfsnaam [bedrijfsnaam] geopende PayPal-account met nummer [nummer] vanaf 21 augustus 2016 activiteiten zijn waargenomen. Uit het onderzoek naar het Coinbase-account gekoppeld aan [bedrijfsnaam] volgt dat de laatste bitcointransactie plaatsvond op 15 januari 2020. De opbrengsten uit de handel in inloggegevens kwamen, zoals ook uit de voorgaande overweging blijkt, op verschillende wijzen binnen. Betalingen werden ontvangen op diverse PayPal-accounts (op naam van verdachte en op naam van [A] ), een Duitse N26-rekening op naam van [A] en via duizenden verschillende bitcoinadressen. Inkomsten op het PayPal-account op naam van verdachte zijn, onder meer, overgeboekt naar een Duitse N26-rekening op naam van verdachte en inkomsten op het PayPal-account van [A] zijn, onder meer, overgeboekt naar een PayPal-account van [C] , de vriendin van verdachte. Zij heeft deze gelden via twee rekeningen op haar naam overgemaakt naar de rekening van verdachte. Gelden van de N26-rekening op naam van verdachte zijn door tussenkomst van een bitcoin exchange (Bitonic) en met gebruikmaking van betaaldienst TransferWise door [B] en [A] terechtgekomen op de ING-rekening van verdachte. Inkomsten van de website [website] .com ontvangen op de N-26-rekening op naam van [A] zijn, onder meer, met gebruikmaking van TransferWise overgemaakt naar de N26-rekening en ING-rekening op naam van verdachte. Verder is gebleken dat bijna tweederde van de inkomsten van de website [website] .com in cryptocurrency na ontvangst op de hiervoor genoemde duizenden verschillende bitcoinadressen is verzonden naar de bitcoin mixing service [bitcoinmixer] .io. Het volgen van deze transacties is daardoor onmogelijk gemaakt. De rechtbank ziet deze – niet uitputtend beschreven – handelingen met de opbrengsten uit de handel in inloggegevens als handelingen die de werkelijke aard, herkomst en vindplaats daarvan verbergen en/of verhullen. Het zicht op de gelden en op degene die hierover zeggenschap heeft/hebben is hierdoor namelijk bemoeilijkt, zo niet onmogelijk gemaakt. Het gebruik van een bitcoinmixer wordt bovendien door de FIU aangemerkt als een witwastypologie. Verdachte ontkent bij deze witwashandelingen betrokken te zijn geweest en heeft verklaard dat alleen ‘ [bijnaam] ’ zich bezighield met de financiën en dat hij voor zijn werkzaamheden voor [website] .com weleens geld ontving van [A] . De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte met ‘ [bijnaam] ’ [B] bedoelt, omdat verdachte heeft bevestigd dat hij weleens geld ontving (de rechtbank begrijpt: via TransferWise) voor zijn werkzaamheden voor [website] .com waarbij de naam van deze persoon stond vermeld. Op basis van de bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte samen met anderen, te weten [B] en [A] , een constructie heeft opgezet om de geldstromen en de inkomsten van [website] .com te verhullen dan wel te verbergen. Verdachte heeft een substantiële bijdrage geleverd aan het geheel van de financiële constructie door zijn persoonsgegevens en het Paypal-account van zijn vriendin [C] beschikbaar te stellen. Verder heeft verdachte ten dienste van de geldstromen van [website] .com een N26-bankrekening, Bitonic-accounts en een Wirex-account geopend. Verdachte heeft aldus zijn medewerking verleend aan het tezamen en in vereniging witwassen van de gelden, die ontvangen werden uit de strafbare activiteiten van [website] .com. Gelet op de lange pleegperiode (ruim 3,5 jaar) en de vele transacties is de rechtbank van oordeel dat verdachte en zijn mededaders van het plegen van witwassen een gewoonte hebben gemaakt. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: Feit 1: in de periode van 21 augustus 2016 tot en met 15 januari 2020 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een zeer grote hoeveelheid (wederrechtelijk verkregen) gebruikersnamen en/of bijbehorende computerwachtwoord(en), toegangscode(
- s)en/of daarmee vergelijkbaar/vergelijkbare gegeven(s), althans inloggegevens, waardoor toegang kon worden gekregen tot een (deel van een) geautomatiseerd werk heeft vervaardigd, verkocht, verworven, verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van strafrecht werd gepleegd, door op de website www. [website] .com die grote hoeveelheid (wederrechtelijk verkregen) inloggegevens te verzamelen en te koop aan te bieden en anderszins te verhandelen; Feit 2: in de periode van 21 augustus 2016 tot en met 15 januari 2020, te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, van voorwerpen, te weten een hoeveelheid geld, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats heeft verborgen en/of verhuld, terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt; Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: Feit 1: medeplegen van het met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 139b of 139c Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden gekregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, vervaardigen, verkopen, verwerven, verspreiden of anderszins ter beschikking stellen of voorhanden hebben; Feit 2: medeplegen van gewoontewitwassen. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 24 maanden. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te vergaande consequentie is voor verdachte gelet op zowel de aard en ernst van het feit als de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De verdediging stelt zich op het standpunt dat een taakstraf een passende modaliteit is. Ter voorkoming van recidive zou een voorwaardelijk strafdeel kunnen worden opgelegd. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich samen met anderen gedurende een periode van ruim 3,5 jaar schuldig gemaakt aan het beschikbaar stellen en verhandelen van (wederrechtelijk verkregen) inloggegevens met het doel dat hiermee computermisdrijven gepleegd konden worden. Samen met zijn mededader was verdachte betrokken bij de website www. [website] .com, waarop meer dan 12 miljard inloggegevens beschikbaar werden gesteld. Deze gegevens waren onder meer afkomstig van het hacken van geautomatiseerde werken. Er was sprake van een professioneel, intensief en internationaal samenwerkingsverband. Het geld dat verdachte en zijn mededader hebben verdiend met de verkoop van de vertrouwelijke inloggegevens hebben zij met hulp van een derde persoon witgewassen door dit geld op allerlei - voor de fiscus en opsporingsdiensten onzichtbare dan wel moeilijk traceerbare - manieren door te sluizen naar verschillende bankrekeningen en (cryptocurrency) accounts. Van dit witwassen is door hen bovendien een gewoonte gemaakt. De rechtbank rekent verdachte deze feiten zeer ernstig aan. Door zijn handelen heeft verdachte anderen in staat gesteld kennis te nemen van gevoelige (persoons)gegevens die niet voor hen waren bestemd en/of met de door hem aangeboden gegevens criminele activiteiten te plegen. Door de handelwijze van verdachte is het vertrouwen in het internetverkeer geschaad. Een ieder behoort zich veilig te voelen in zijn eigen digitale omgeving waarin persoonlijke gegevens zijn opgeslagen dan wel toegankelijk zijn. Dit soort feiten roepen angst op in de samenleving voor misbruik van de eigen (digitale) identiteit door anderen. Verdachte heeft hieraan bijgedragen, puur voor zijn eigen financieel gewin. De rechtbank weegt bij de straftoemeting voorts mee de belasting op de capaciteit van de politie die gepaard gaat met het opsporen van dit soort feiten en de kosten die dat met zich brengt voor de maatschappij. De persoon van verdachte Bij haar beslissing heeft de rechtbank kennisgenomen van een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 10 maart 2021. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. Dit weegt de rechtbank niet mee in het voor- of nadeel van verdachte. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij samenwoont met zijn vriendin en een fulltime baan heeft in de ICT. De straf De rechtbank is van oordeel dat, vanwege het substantiële gevaar voor ontwrichting van (het vertrouwen
- in)het internetverkeer, het enorme aantal inloggegevens dat beschikbaar is gesteld en de lange tijd die verdachte zich aan deze feiten schuldig heeft gemaakt, alsmede het georganiseerde, professionele internationale samenwerkingsverband, alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur – zoals ook door de officier van justitie is geëist – recht doet aan de ernst van de feiten. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, een passende en geboden reactie vormt. De rechtbank realiseert zich dat zij hiermee aansluit bij de maximale straf, te weten twee jaar, die op het bewezenverklaarde feit 1, is gesteld. De rechtbank is van oordeel dat de zeer grote schaal van de computercriminaliteit waar verdachte zich mee heeft beziggehouden vraagt om een straf die tegen dat strafmaximum aanligt. Bovendien heeft verdachte zich daarnaast ook nog schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Dit maakt dat de rechtbank de duur van de op te leggen gevangenisstraf passend vindt. Het baart de rechtbank echter ook veel zorgen dat verdachte maar beperkt inzicht heeft willen geven in zijn handelen en dat hij niet doordrongen lijkt te zijn van de ernst en de gevolgen van de door hem gepleegde feiten. Om verdachte ervan te weerhouden dat hij in de toekomst opnieuw soortgelijke strafbare feiten pleegt, zal de rechtbank – in afwijking van de eis van de officier van justitie – een deel van de gevangenisstraf, te weten 12 maanden, voorwaardelijk opleggen en daaraan een proeftijd van drie jaren koppelen. 9BESLAG Verbeurdverklaring De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen verbeurdverklaren, te weten: 1 1 STK Harddisk, omschrijving: eigenaar [bedrijf 2] B.V. (G2175423); 2 1 STK Harddisk, omschrijving: desktop hdd 3000gb Seagate (G2175519); 3 1 STK Harddisk, omschrijving: Wd enterprise-class, Western Digital G2175524); 4 1 STK Harddisk, omschrijving: Western digital 2.0 tb, (G2175527); 5 1 STK Drukwerk, omschrijving: N26 afdrukken t.n.v. verdachte (G2175540); 7 1 STK Creditcard, omschrijving: Wirex prepaid (G2175554); 8 1 STK SD-Kaart 128 GB (aangetroffen in telefoon) (G2175571). 9 1 STK Computer, omschrijving: in hardcase Dell (G2175620); 10 1 STK Computer, omschrijving: zwart, merk Coolmaster (G2175646); 11 1 STK Computer, omschrijving: zwart, merk Coolmaster (G2175643); 12 1 STK Computer, omschrijving: zwart, merk Coolmaster (G2175644); 13 1 STK Computer, omschrijving: zwart, merk Dell (G2175647); 14 1 STK Computer omschrijving: zwart, merk Macbook, Apple (G218314); 15 1 STK Telefoontoestel, omschrijving: Apple Iphone XR (G2180315); 17 1 STK Bankpas: omschrijving: Wirex (G2180318); 18 1 STK Bankpas: omschrijving: debitcard N26 (G2180353). Met behulp van deze voorwerpen zijn de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten begaan. Nu door de verdediging uitdrukkelijk is verzocht om teruggave van een aantal van deze goederen, overweegt de rechtbank met betrekking tot die (hieronder genoemde) voorwerpen specifiek nog het volgende. Ten aanzien van de computers Dell en de twee Coolmasters (nummer 9, 10 en 12): verdachte heeft in zijn verhoor van 17 januari 202 verklaard dat hij deze gebruikte voor zijn werkzaamheden voor [website] .com. Ten aanzien van de Macbook (nummer 14): op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat verdachte deze Macbook gebruikte voor zijn werkzaamheden voor [website] .com. Ten aanzien van de Apple Iphone XR (nummer 15): verdachte heeft met deze telefoon gecommuniceerd met zijn mededader over hun werkzaamheden voor [website] .com. Teruggave aan verdachte De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten: 8 1 STK Telefoontoestel (zonder SD-kaart), omschrijving: Samsung Galaxy S10 (G2175571). De beslaglijst is als bijlage aan dit vonnis gehecht. 10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 139d en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 12 (twaalf) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast; - als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; Beslag - verklaart de volgende voorwerpen verbeurd: 1 1 STK Harddisk (G2175423); 2 1 STK Harddisk (G2175519); 3 1 STK Harddisk (G2175524); 4 1 STK Harddisk (G2175527); 5 1 STK Drukwerk (G2175540); 7 1 STK Creditcard (G2175554); 8 1 STK SD-Kaart 128 GB (aangetroffen in telefoon) (G2175571). 9 1 STK Computer (G2175620); 10 1 STK Computer (G2175646); 11 1 STK Computer (G2175643); 12 1 STK Computer (G2175644); 13 1 STK Computer (G2175647); 14 1 STK Computer (G218314); 15 1 STK Telefoontoestel (G2180315); 17 1 STK Bankpas (G2180318); 18 1 STK Bankpas (G2180353); - gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp: 8 1 STK Telefoontoestel (zonder SD-kaart) (G2175571). Dit vonnis is gewezen door C.A.M. van Straalen, voorzitter, mrs. M.E. Falkmann en L.M.M. Heppe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Antonides, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 mei 2021. De voorzitter is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij in of omstreeks 01 januari 2016 tot en met 15 januari 2020 te Arnhem, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een zeer grote hoeveelheid (wederrechtelijk verkregen) gebruikersnamen en/of bijbehorende computerwachtwoord(en), toegangscode(
- s)en/of daarmee vergelijkbaar/vergelijkbare gegeven(s, althans inloggegevens, waardoor toegang kon worden gekregen tot een (deel van een) geautomatiseerd werk heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste, tweede en/of derde lid, 138b of 139c Wetboek van strafrecht werd gepleegd, door op de website www. [website] .com die grote hoeveelheid (wederrechtelijk verkregen) inloggegevens te verzamelen en/of te koop aan te bieden en/of anderszins te verhandelen, althans na betaling ter beschikking te stellen aan derden; ( art 139d lid 2 ahf/sub b Wetboek van Strafrecht ) 2 hij in of omstreeks 01 januari 2016 tot en met 15 januari 2020, te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen van voorwerpen, te weten een hoeveelheid geld, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbenden op voorwerpen, te weten een hoeveelheid geld, waren, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie voorwerpen, te weten een hoeveelheid geld, voorhanden hebben gehad, en/of voorwerpen, te weten een hoeveelheid geld heeft verworven, omgezet en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt; ( art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht ) Wanneer in dit vonnis wordt gesproken over inloggegevens, wordt daarmee bedoeld: gebruikersnamen, computerwachtwoorden, toegangscodes of daarmee vergelijkbare gegevens. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 15 juli 2020 en van 30 oktober 2020, genummerd PL0600-2019506833 (onderzoek Dexter), opgemaakt door politie Oost-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 696. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 april 2021. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 302. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 312. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 357. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 358. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 293. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 295. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 287. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 289. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 445. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 458. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 459. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 462. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 464. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 466. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 467. Bijlage bij een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 211. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 359. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 360. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 341. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 131. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 132. Bijlage 21 bij het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 181. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 293. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 295. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 297. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 126. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 april 2021. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 302. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 303. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 305. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 306. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 305. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 306. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 308. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 307. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 302. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 312. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 313. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 314. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 315. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 316. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 302. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 326. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 327. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 545. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 546. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 547. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 548. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 549. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 602. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 604. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 605. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 606. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 607. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 605. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 608. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 603. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 689. Een proces-verbaal van bevindingen, p. 685. Een proces-verbaal van bevindingen, p. 686. Een proces-verbaal van bevindingen, p. 687. Een proces-verbaal van bevindingen, p. 688.