← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:2082

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/3141 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2021 in de zaak tussen [eiseres] en [eiser] , te [woonplaats] , eiseres en eiser, samen eisers en de bewaarder van het kadaster en de openbare registers, verweerder Procesverloop In het besluit van 30 april 2020 (primaire besluit) heeft verweerder de basisregistratie kadaster (BRK) ten aanzien van het perceel [locatie] , [adres] in [woonplaats] bijgewerkt. In het besluit van 31 juli 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 februari 2021 via Skype. Eiser is verschenen en zal mede optreden namens eiseres. Verweerder is verschenen in de hoedanigheid van [A] . Overwegingen

  1. Op 30 april 2020 heeft verweerder de akte van levering ingeschreven in register Onroerende Zaken Hypotheken [bestandsnaam] . In de akte van levering staat dat de woning aan de [adres] in [woonplaats] in eigendom overgaat op meneer [B] en mevrouw [C] . Verweerder heeft na inschrijving van de akte van levering in de openbare registers de BRK bijgewerkt door de gerechtigden te wijzigen.
  2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk verklaard. Volgens verweerder zijn eisers geen belanghebbenden bij het primaire besluit, omdat zij geen partij zijn bij de akte van levering die op 30 april 2020 door verweerder in de openbare registers is ingeschreven.
  3. Eisers zijn het niet eens met het bestreden besluit. Volgens eisers heeft verweerder hun ten onrechte niet als belanghebbenden aangemerkt. Eisers waren met hun gezin woonachtig in voornoemde woning. Eiseres is belanghebbende, omdat zij nog steeds eigenaar is van de woning aan de [adres] in [woonplaats] . Met het stuk dat op 1 oktober 2018 door verweerder in de openbare registers is ingeschreven, is het eigendom van de woning niet op iemand anders overgegaan. Dit stuk is namelijk geen rechtsgeldige akte. Eisers hebben dit eerder bij de rechtbank Gelderland naar voren gebracht, echter dat beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens een dag te laat betaalde griffierechten.
  4. Voordat de rechtbank in de beoordeling van het beroep van eisers treedt, stelt de rechtbank vast dat [A] in deze procedure namens verweerder op mag treden. Hier bestaat namelijk discussie over. Eisers zijn van mening dat [A] verweerder niet mag vertegenwoordigen, omdat hij geen schriftelijke machtiging heeft overgelegd. De rechtbank stelt vast dat [A] tot bewaarder van het kadaster is benoemd. Dit volgt uit het benoemingsbesluit dat is overgelegd. Het bestreden besluit is door de bewaarder van het kadaster genomen. Gelet op het feit dat [A] uit eigen hoofde optreedt, is er voor de rechtbank geen reden om te twijfelen aan zijn bevoegdheid om ter zitting op te treden.
  5. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder het bezwaar van eisers terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eisers zijn geen belanghebbenden, omdat zij geen partij zijn bij de akte van levering die op 30 april 2020 is ingeschreven in register Onroerende Zaken Hypotheken [bestandsnaam] . Eiseres is geen eigenaar meer van de woning aan de [adres] in [woonplaats] . Zij is na de inschrijving van de akte van 1 oktober 2018 doorgehaald als rechthebbende in de BRK. Het beroep van eisers, dat zich richt tegen de doorhaling van rechthebbende op grond van die akte, is door de rechtbank Gelderland niet-ontvankelijk verklaard en het verzet tegen deze uitspraak is ongegrond verklaard. Deze doorhaling staat in zoverre in rechte vast. Nu ook niet is gebleken dat de eigendomsverhoudingen anders zijn komen te liggen door aanvechting van de akte bij de civiele rechter of de kamer voor het notariaat, gaat de rechtbank er van uit dat eiseres geen eigenaar meer is van de woning. Het voorgaande brengt met zich dat eisers geen partij zijn bij de akte van 30 april 2020 en dat maakt dat eisers geen belanghebbenden zijn.
  6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier. De beslissing is uitgesproken op 14 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. De griffier is verhinderd om de De rechter is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Uitspraak van de rechtbank Gelderland van 14 augustus 2019, (ECLI:NL:RBGEL:2019:3673).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.