RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/201402-19 Vonnis van de meervoudige kamer van 31 mei 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1959] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 januari 2021, 15 maart 2021 en17 mei 2021. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. R.E. Craenen, en van hetgeen mr. S.O. Roosjen., advocaat te Groningen, namens verdachte, alsmede van hetgeen de benadeelde partij, dhr. [A] namens de gemeente [gemeente] , naar voren heeft gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: primair op een of meer tijdstippen in de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017 te Bergambacht en/of Dedemsvaart en/of Lopik samen met een ander of anderen een of meerdere facturen afkomstig van [bedrijf 1] B.V. gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] , valselijk heeft opgemaakt of vervalst met het oogmerk deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste facturen subsidiair op een of meer tijdstippen in de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017 samen met een ander of anderen feitelijk leiding heeft gegeven aan de vervalsing van de facturen, zoals primair ten laste gelegd. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De raadsman stelt zich allereerst op het standpunt dat niet vaststaat dat er sprake is geweest van een onjuiste doorberekening van gewerkte uren, loon en materiaalkosten. Het Openbaar Ministerie gaat hier vanuit, maar de facturen zijn lastig naast elkaar te leggen. De naamcodes ontbreken op veel facturen, dus kan er niet gezegd worden wie welke werkzaamheden heeft verricht. Bovendien is het tegen een hogere prijs doorfactureren van verrichte werkzaamheden, uurloon en materialen niet per definitie fout, omdat er altijd sprake is van marges. Dat maakt nog niet dat er sprake is van fraude. Indien de rechtbank oordeelt dat er wel sprake is van fraude, geldt dat verdachte geen weet heeft gehad van de valselijk opgemaakte facturen. Verdachte was de enige bestuurder van [bedrijf 1] , maar geen administrateur. Fraude door verdachte kan niet worden vastgesteld op basis van het enkele feit dat verdachte geen goede verklaring heeft gegeven voor de facturen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1. Bewijsmiddelen Uittreksels Handelsregister Kamer van Koophandel Uittreksel van 17 maart 2015 Statutaire naam: [bedrijf 1] B.V. Datum akte van oprichting: 11 maart 2015 Bestuurder: [verdachte] Bevoegdheid: alleen/zelfstandig bevoegd Uittreksel van 12 maart 2015 Statutaire naam: [bedrijf 1] B.V. Datum akte van oprichting: 11 maart 2015 Werkzame personen: 1 Bestuurder: [bedrijf 1] B.V. Bevoegdheid: alleen/zelfstandig bevoegd Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] (…)Ik was afdelingshoofd ruimtelijke ontwikkeling en beheer. [medeverdachte] zat in mijn team. P: Wie keurde de facturen van [bedrijf 1] goed voor betaling? G: De budgetverantwoordelijke, in dit geval was dat [medeverdachte] . Facturen werden gescand en daarmee dus digitaal aangeleverd aan de budgethouder. Die beoordeelt en codeert het factuur, waarna het factuur bij mij terecht kwam of bij mijn naaste collega. Dit betreft de interne controle zoals het bij de gemeente weg was gezet. Inhoudelijk bekeek ik het factuur niet, ik heb 18 budgethouders onder mij gehad, dat was voor mij geen doen geweest. Proces-verbaal van bevindingen: vergelijking gefactureerde uren [onderaannemer 1] - [bedrijf 1] - Gemeente [gemeente] (…) Naar aanleiding van de aangifte welke door de Gemeente [gemeente] werd gedaan, zijn alle facturen ter beschikking gesteld die door de Gemeente [gemeente] van [bedrijf 1] zijn ontvangen. (…) Door de eigenaar van [onderaannemer 1] , [B] , zijn alle facturen ter beschikking gesteld die door [onderaannemer 1] zijn verzonden aan [bedrijf 1] . De facturen betreffen uren die door [onderaannemer 1] zijn besteed in verband met rioleringswerkzaamheden. (…) Door mij zijn de facturen die door [bedrijf 1] zijn verstuurd aan de Gemeente [gemeente] vergeleken met de facturen die door [onderaannemer 1] aan [bedrijf 1] zijn verstuurd. Hieruit valt op te maken dat: Met name vanaf 2015 tot en met september 2016 meer uren zijn gefactureerd aan de Gemeente [gemeente] dan op de facturen van [onderaannemer 1] worden vermeld.(…) Door [onderaannemer 1] diverse materialen zijn doorberekend aan [bedrijf 1] en deze zijn door [bedrijf 1] voor een hoger bedrag doorberekend aan Gemeente [gemeente] . (…) Proces-verbaal van bevindingen: vergelijking facturen [onderaannemer 2] - [bedrijf 1] - Gemeente [gemeente] Op maandag 12 februari 2018 werden de woningen van verdachte [medeverdachte] en zijn ouders, in respectievelijk [woonplaats] en [woonplaats] doorzocht. Op de locatie [woonplaats] werd een server in beslag genomen. Naar aanleiding van de op de server aangetroffenfacturen van onderaannemer VOF [onderaannemer 2] (verder [onderaannemer 2] genoemd), is nader onderzoek gedaan. (…)Uit de vergelijking blijkt onder meer onderstaande: Op facturen tussen 15-02-2016 en 01 -10-2016 werd door [bedrijf 1] in totaal 86,9 uren meer gefactureerd aan [gemeente] dan [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] factureerde; Het tarief dat [bedrijf 1] aan [gemeente] factureerde voor het gebruik van materialen zoals zand en grind was hoger dan [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] factureerde. Een voorbeeld is dat er op 19-05-2016 (bijlages S94 en R36) voor een PVC deksel door [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] € 3,25 werd gefactureerd. Deze deksel werd door [bedrijf 1] aan [gemeente] gefactureerd voor € 75. (…) - (…) (…) datum 15-02-2016 factuurnr R20 ophogen uren met 7,75 - (…) (…) datum 10-06-2016 factuurnr R28 ophogen uren met 11 - (…) (…) datum 30-08-2016 factuurnr R42 ophogen uren met 17,50 - (…) (…) datum 01-10-2016 factuurnr R47 ophogen uren met 2 - (…) (…) In onderstaande gevallen werden gebruikte materialen, zoals zand en grind, in facturen van [bedrijf 1] aan [gemeente] opgehoogd: Bijlagenr. [onderaannemer 2] Aantal materiaal Bijlagenr. [bedrijf 1] Aantal materiaal verschil(…)S94 0.25 m3 R36 2.25 m3 2 m3S95 3 m3 R36 5,5 m3 2,5 m3S99 4 stuks R45 7 stuks 3 stuks- Op 02-05-2016, in factuur 20160696 met bijlage nummer R36, werd door [bedrijf 1] € 421,88 gefactureerd aan [gemeente] voor een storing in [woonplaats] . Deze werkzaamheden werden niet aangetroffen in de facturen van [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] ; Facturen afkomstig van [bedrijf 1] B.V. aan de gemeente [gemeente] R20, R28, R36, R42,R 45 R47, Factuur R5A met bijbehorende specificatie: 26-06-15 ' [adres] , totaal/hoeveelheid 8,00. Werkbon [onderaannemer 1] (documentcode [documentcode] ): Datum 26-06-15. Aantal/stuks 2,50 ' [adres] verhelpen looptijdstoring’. Factuur R18 met bijbehorende specificatie: 16-01-16 ‘Opsporen vac storing gemaal 6 klep vervangen [adres] ’, totaal/hoeveelheid 8,50. Werkbon [onderaannemer 1] (documentcode [documentcode] ) Datum 16-01-16. Aantal/stuks 5 Opsporen vac storing gemaal 6 klep vervangen [adres] . Factuur R41 met bijbehorende specificatie: 24-06-16 ‘ [adres] Vetkluiten onder de bal waardoor klep open bleef. totaal/hoeveelheid 5 uur’;25-06-16 ‘Diverse gemalen nalopen en BBB geblokkeerd. totaal/hoeveelheid 4 uur’’; Werkbon [onderaannemer 1] (documentcode [documentcode] ) Datum 24-06-16 . Aantal/stuks 4 [adres] Vetkluiten onder de bal waardoor de klep open bleef. Datum 25-06-16 Aantal/stuks 1 ‘Diverse gemalen nalopen en BBB geblokkeerd Factuur R48 met bijbehorende specificatie: 23-11-16 storing div gemalen lekdijk en 113 totaal/hoeveelheid 4 uur en 7,25 uur’; Factuur R49 met bijbehorende specificatie: 29-11-2016 storing polsbroek en lekdijk, totaal/hoeveelheid 8,00. Factuur R53 met bijbehorende specificatie: 01-03-17‘ standpijp [adres] gebroken, onderdelen vervangen en muurbevestiging gemaakt totaal/hoeveelheid 4,50. lokaliseren lek putten gemaal 111. diverse mankementen totaal/hoeveelheid 5,00 [adres] Put vol totaal/hoeveelheid 1,00 Werkbon [onderaannemer 1] (documentcode V28B) Datum 01-03-2017. Aantal/stuks 1 [adres] Put vol. Aantal/stuks 2 [adres] Thermisch uit vuil verwijdert Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] [medeverdachte] belde mij rond 18 februari 2015 om te vragen of ik wilde helpen met een doorstart van [bedrijf 2] BV. Er is toen een aandelenstructuur opgezet waarbij de moeder en de zoon [C] de aandelen zouden krijgen. [verdachte] zou aantreden als directeur. [medeverdachte] heeft mij hiervoor benaderd. Zijn naam mocht hier niet bij betrokken worden, omdat veel opdrachtgevers hem kenden vanuit het bedrijf [bedrijf 2] BV dat failliet is gegaan. Dus om onrust te voorkomen mocht de naam niet aan [bedrijf 1] worden verbonden. (…)Met wie van dit bedrijf ( [bedrijf 1] ) had u contact? Met [medeverdachte] . Met [verdachte] heb ik een aantal keer overleg gehad. Hij was een bedrijfsleider/uitvoerder. Ik verwacht dat hij goed op de werkvloer was. [medeverdachte] denkt organisatorisch en juridisch, [verdachte] denkt meer vanuit een praktisch oogpunt. In welke hoedanigheid is [medeverdachte] volgens u verbonden aan [bedrijf 1] ?Van oudsher was hij verbonden omdat hij zijn ouders wilde helpen om het bedrijf [bedrijf 2] BV op de been te houden. (…) Op papier was hij niet verbonden aan [bedrijf 1] . Hij was de spreekbuis voor zijn familie en [verdachte] (…)Is het dan zo dat de mails van 'medewerker administratie volgens u allemaal door dhr. [medeverdachte] werden verzonden? Dat vermoedde ik wel altijd. Proces-verbaal van bevindingen Naar aanleiding van een vordering verstrekking historische gegevens gedaan conform artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering aan [bedrijf 3] , werden de volgende gegevens verstrekt: (…) Bijlage 021 t/m 024 is een contract genaamd 'Koopoptie aandelen en vastleggen overige afspraken’. Deze werd als bijlage verzonden in een mail van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] , gedateerd 24-03-2017 (bijlage 019). Dit is een overeenkomst tussen partij 1: [verdachte] en partij 2: [medeverdachte] . (…) Hierin staan onder andere de volgende zinnen (…): Partijen hebben begin van het jaar 2015 de intentie uitgesproken om samen een onderneming te starten middels het oprichten van een besloten vennootschap genaamd “ [bedrijf 1] BV”. Partijen hebben de wens geuit, om de onderneming zo spoedig mogelijk ten name van partij 2 te laten zetten. Dit kan echter (nog) niet op korte termijn in verband met mogelijke onvoorziene en onbedoelde consequenties. (…) Alle voorkomende werkzaamheden zullen worden voorbereid en uitgevoerd in overleg met partijen, conform de algemene geldende regels en normen, waarbij uitgangspunt is, dat partij 2 de uiteindelijke beslissing neemt. (…) Proces-verbaal van bevindingen Naar aanleiding van een vordering verstrekking historische gegevens over de periode 01-03-2015 tot en met 05-03-2018, bij de Coöperatieve Rabobank UA, betreffende verdachte [medeverdachte] , werden mij de volgende gegevens verstrekt: (…) Het betreft de kopie bankafschriften van rekeningnummers [rekeningnummer] en [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte] . (…) In totaal werd er in 2 bijschrijvingen € 31.698,79 bijgeschreven vanaf rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [bedrijf 1] BV, dit gebeurde in onderstaande bijschrijvingen: Op 05-10-2015 werd er € 11.698,79 bijgeschreven door [bedrijf 1] , in de omschrijving stond 201510011.Op 22-11-2017 werd er € 20.000,00 bijgeschreven door [bedrijf 1] , in de omschrijving stond 2017043. (…) Proces-verbaal van bevindingen Naar aanleiding van een vordering verstrekking historische gegevens over de periode 01-03-2015 tot en met 05-03-2018, bij de KNAB Bank, betreffende [bedrijf 4] B.V. (verder [bedrijf 4] genoemd), werden mij de volgende gegevens verstrekt: Op Betaalrekening [rekeningnummer] ten name van [bedrijf 4] BV is de bestuurder en tevens gemachtigde Mevrouw [D] , (opmerking rechtbank: de echtgenote van verdachte [medeverdachte] ), geboren op [1978] , gevestigd aan de [adres] , [woonplaats] . De onderneming heeft een rekening bij Knab sinds 21-01-2016(…) Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er totaal € 127.771,00 werd bijgeschreven vanaf rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [bedrijf 1] . Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] Wie maakten er gebruik van deze server? V: Ik weet niet precies maar ik denk de ouders, de Firma [bedrijf 2] . Ik weet dat [bedrijf 1] erop zat en misschien dat [medeverdachte] er ook gebruik van maakte. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] Ik ben de enige bestuurder en verantwoordelijk Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] (…) P: Je hebt in een eerder verhoor verteld dat je je in opdracht van [verdachte] uitgaf voor [naam] . Wat kan je daarover verklaren? V: Dat vertelde ik net al, dat deed ik (…)in overleg met [verdachte] . (…) P: Wie was verantwoordelijk voor [bedrijf 4] B.V. V: Ik met mijn vrouw. Mijn vrouw wil er niks mee te maken hebben met het bedrijf. 4.3.2. Bewijsoverweging Medeplegen valsheid in geschrift De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift. Medeplegen vereist een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, waarbij het accent ligt op de samenwerking en niet zo zeer op wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De rechtbank stelt vast dat de verdachte op papier eigenaar was van [bedrijf 1] B.V. en volgens zijn eigen verklaring verantwoordelijk voor de opgemaakte facturen. Echter het strafbare feit zou niet gepleegd kunnen zijn zonder de medewerking van medeverdachte [medeverdachte] . Medeverdachte [medeverdachte] had vrij spel vanwege zijn dubbelrol als opdrachtgever en aannemer. Hij was zowel werkzaam voor de gemeente [gemeente] als voor aannemingsmij [bedrijf 1] . [medeverdachte] gaf als budgetverantwoordelijke bij de gemeente [gemeente] zijn goedkeuring aan de facturen, zodat [bedrijf 1] het geld ontving. Dat de medeverdachte [medeverdachte] ook feitelijk nauw betrokken was bij [bedrijf 1] blijkt uit een aantal feiten en omstandigheden. [medeverdachte] ontving grote geldbedragen op zijn privé rekening en op de rekening van het bedrijf [bedrijf 5] (waarover hij heeft verklaard dat hij verantwoordelijk was en zijn vrouw er niets mee te maken wilde hebben) vanaf het rekeningnummer van [bedrijf 1] . De verklaringen die medeverdachte [medeverdachte] hiervoor heeft gegeven, te weten dat het geld zag op de aankoop van grond en de overname van niet afgeronde projecten van het voormalig bedrijf van zijn ouders, zijn door de politie geverifieerd en onjuist gebleken. Verder blijkt uit de bewijsmiddelen dat de mede verdachte [medeverdachte] zich ook feitelijk bezig hield met de bedrijfsvoering van [bedrijf 1] . Uit de verklaring van getuige [getuige 2] blijkt dat als hij contact had met [bedrijf 1] , dit vooral via [medeverdachte] ging. Dat wordt bevestigd door de, niet getekenden, maar wel in opdracht van [medeverdachte] opgestelde, overeenkomst tussen verdachte en de [medeverdachte] . Ook blijkt uit de bewijsmiddelen dat medeverdachte [medeverdachte] zich enige tijd heeft uitgegeven voor een medewerker van [bedrijf 1] . Dat er in de tenlastegelegde periode naast verdachte en de medeverdachte nog andere mensen administratieve werkzaamheden voor [bedrijf 1] hebben verricht blijkt nergens uit. In de administratie zijn geen loonbetalingen gevonden, [bedrijf 1] had volgens de gegevens van de belastingdienst en het UWV geen werknemers in dienst en de door verdachte gegeven informatie over [naam] is eveneens onjuist gebleken. Verdachte fungeerde (op papier) als bestuurder en was de uitvoerende man, terwijl [medeverdachte] feitelijk (mee)besliste over de bedrijfsvoering en administratief betrokken was. Op grond van het vorenstaande oordeelt de rechtbank dat het niet anders kan dan dat verdachte zeer nauw betrokken was bij het opmaken en insturen van de valse facturen en dat hij hiervoor zorg droeg samen met de medeverdachte [medeverdachte] . De rechtbank stelt dan ook vast dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] . Verrichte werkzaamheden en materialen Uit de vergelijking van de ten laste gelegde facturen van [bedrijf 1] met die van de onderaannemers blijkt dat in bijna alle gevallen meer uren worden gefactureerd door [bedrijf 1] aan de gemeente [gemeente] dan de onderaannemers aan [bedrijf 1] hebben gefactureerd. Verdachte, noch de medeverdachte, hebben hiervoor een aannemelijke verklaring gegeven. Ten aanzien van de facturen R48 en R49 zijn in het geheel geen onderliggende facturen en/of werkbonnen van onderaannemers aangetroffen, danwel stukken waaruit blijkt dat [bedrijf 1] die werkzaamheden zelf heeft verricht. Ditzelfde geldt voor de materialen, waarvoor meer kosten in rekening zijn gebracht dan de onderaannemers hebben gefactureerd. De mogelijkheid die de verdediging ter terechtzitting heeft geopperd, namelijk dat in een aantal gevallen de naamcodes op de facturen ontbreken waardoor niet kan worden gezegd wie welke werkzaamheden heeft verricht maar de facturen toch kloppen, is speculatief en wordt bovendien niet ondersteund door een verklaring van verdachte of de medeverdachte zelf. Partiële vrijspraak De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen onvoldoende is gebleken dat verdachte of de medeverdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in de facturen valselijk in rekening brengen van een te hoog tarief aan loon. De rechtbank stelt vast dat [bedrijf 1] weliswaar een (veel) hoger tarief aan loon heeft doorberekend aan de gemeente [gemeente] dan de onderaannemers aan [bedrijf 1] hebben gefactureerd, maar dit tarief is in overeenstemming met het tarief dat is opgenomen in de offerte van 25 maart 2015 en door de gemeente is geaccepteerd bij brief van 8 april 2015 en is aangepast in het Startoverleg Rioolbeheer [gemeente] d.d. 11 mei 2015. Dat de gehanteerde marges extreem veel hoger zijn dan in deze bedrijfstak gebruikelijk is maakt nog niet, zoals de officier van justitie heeft bepleit, dat de facturen op dit onderdeel valselijk zijn opgemaakt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van het ten laste gelegde. Ten aanzien van factuur R58 heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat hier meer uren danwel meer of andere materialen zijn gefactureerd dan door de onderaannemers in rekening zijn gebracht. Nu in dit factuur enkel een hoger uurtarief in rekening is gebracht is er geen sprake van het valselijk opmaken of laten opmaken van dit factuur zodat verdachte ten aanzien van dit onderdeel eveneens zal worden vrijgesproken. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: op meerdere tijdstippen gelegen in de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017, te Bergambacht en Dedemsvaart en Lopik, en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een rechtspersoon en natuurlijke persoon, meermalen, meerdere facturen afkomstig van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen: R5 (p. 1657-1658) en R18 (p. 1683-1684) en R20 (p. 1687-1688) en R28 (p. 1706-1707) en R36 (p. 1722-1724) en R41 (p. 1769-1771) en R42 (p. 1772-1776) en R45 (p. 1787-1789) en R47 (p. 1795-1800) en R48 (p. 1801-1805) en R49 (p. 1806-1809) en R53 (p. 1828-1831) gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt en/of laten opmaken, immers hebben verdachte en zijn mededaders valselijk en in strijd met de waarheid telkensmeer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V., en meer kosten aan materialen in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, en meermalen, opzettelijk gebruik hebben gemaakt van een valse ) factuur inhoudende uitgevoerde werkzaamheden met opgave van het aantal uren en het aantal materialen, te weten een of meerdere facturen afkomstig van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen: R5 (p. 1657- 1658) en R18 (p. 1683-1684) en R20 (p. 1687-1688) en R28 (p. 1706-1707) en R36 (p. 1722-1724) en R41 (p. 1769-1771) en R42 (p. 1772-1776) en R45 (p. 1787-1789) en R47 (p. 1795-1800) en R48 (p. 1801-1805) en R49 (p. 1806-1809) en R53 (p. 1828-1831) gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – als ware dat geschrift(telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en zijn mededader) de voornoemde facturen hebben ingestuurd en laten insturen naar de gemeente [gemeente] ten behoeve van de betaling van deze facturen en bestaande die valsheid hierin dat telkens meer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening zijn gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V., en meer kosten aan materialen in rekening zijn gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.