RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 20/3728 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2021 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. F. Boukich), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder (gemachtigde: W. van Beveren). Procesverloop Bij afzonderlijke besluiten van 4 juni 2020 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor twee nota’s voor de eigen bijdrage rechtsbijstand afgewezen. Bij besluit van 29 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2021, tezamen met de zaken UTR 20/3574, UTR 20/3149, UTR 20/3975, UTR 20/3591 en UTR 21/
- Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres heeft op 12 mei 2020 bijzondere bijstand gevraagd voor twee nota’s van € 148,- voor de eigen bijdrage rechtsbijstand.
- Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiseres niet duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot en dat zij daarom niet als een zelfstandig subject van bijstand kan worden aangemerkt. Eiseres komt daarom niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.
- In de uitspraak van vandaag in de zaak UTR 20/3149 heeft de rechtbank geoordeeld dat de intrekking en terugvordering van het recht op bijstand niet in stand kan blijven omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat eiseres haar recht op bijstand behoudt. De rechtbank verwijst naar de overwegingen in de uitspraak UTR 20/
- Gelet op het voorgaande kan het bestreden besluit in deze zaak evenmin stand houden. Gelet hierop is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om verweerder de gelegenheid te bieden het motiveringsgebrek te herstellen. Daartoe schieten de resultaten van het onderzoek van verweerder te kort. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank herroept het primaire besluit. Dit betekent dat aan eiseres bijzondere bijstand moet worden toegekend voor de twee nota’s van totaal € 296,- (2x € 148,-) voor de eigen bijdrage rechtsbijstand.
- Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 48,- vergoedt.
- De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.136,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor de hoorzitting, 1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; herroept het primaire besluit en bepaalt dat aan eiseres bijzondere bijstand moet worden toegekend voor de eigen bijdrage voor rechtsbijstand van totaal € 296,- en dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,- te vergoeden; veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 2.136,-; Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 mei 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter (de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen) Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.